Kiki de Montparnasse en Sergei Eisenstein: vluchten!

De Letse filmmaker Sergej Eisenstein (1898-1948, Riga, Letland) liet zich op 31-jarige leeftijd behandelen door Freud-leerling Hans Richter, verbonden aan het Magnus Hirschfeld Institut für Sexualwissenschaft. Eisenstein wees vrouwen en iedere vorm van sex af. Het vermoeden was homosexualiteit. Zelf zei de Let daarover (in vertrouwen): ‘Ik denk dat ik op de een of andere manier een bisexuele aanleg heb – zoals Zola en Balzac – op een intellectuele manier.’

Na de ‘behandeling’ nam hij zich voor om eindelijk een op een open, hartelijke, joyeuze manier belangstelling voor vrouwen aan de dag te leggen. Maar toen de schilder Fernand Léger hem in Parijs aan het schildersmodel Kiki de Montparnasse voorstelde, verstarde hij. Kiki, muze en model van onder anderen Man Ray, Fernand Léger, Chaim Soutine en Jean Cocteau, was een jongensmeisje van een verblindende schoonheid. Tot ieders verbazing was ze onmiddellijk dol op de cineast met het grote hoofd. Ze zocht toenadering tot hem, tekende een portret van hem, draaide de rollen om: hij werd háár model. Kon het opwindender? Nee, Sergej herinnerde zich opeens dat zijn moeder in 1909 met haar minnaar naar Parijs was gevlucht en maakte dat hij wegkwam uit de buurt van Kiki.

kiki de montparnasse, youtube

Uit: Baltische zielen – Jan Brokken, Atlas Contact Amsterdam, 2010

Sergej Eisenstein (1898-1948, Riga, Letland)

Claus: oktober’43

Oktober 1943

lX

Ruik aan deze sigaret, / mannetje met de pet. / Engelse tabak. Dringt door merg en been.

De piloot van de Spitfire sprong. / Zijn valscherm opende niet. / Hij kwakte tegen de muur van de fabriek. / De bakstenen stonden in vlam / en God strooide sloffen Camels / over het dorp.

Ruik. Rook. Zuig. Proef / de smaak van jonge dood.

Uit: Oktober 1943, Bezige Bij Amsterdam, 1998

claus, hugo; knack.bebron foto: knack.be

Hugo Claus (1929-2008, Brugge, België)

Bijna iedere dag muziek: Kubrick en Von Beethoven

‘Bij Beethoven wisselen grandeur en muzikale grappen elkaar snel af, liggen humor en pathos dicht bij elkaar.’

‘Die ongelofelijke Diabelli-variaties van Beethoven – het hele spectrum van gedachten en gevoelens, maar alle in relatie tot een belachelijk klein walsdeuntje.’

Aldus  schrijver Aldous Huxely over de muziek van Ludwig von Beethoven. Huxley probeerde de muzikaliteit van Beethoven in zijn schrijven te gebruiken. Het meest duidelijke voorbeeld is de roman Point Counter Point uit 1928.

Ook filmer Stanley Kubrick vond Beethoven goed bij zijn werk passen. Met enige regelmaat keren composities terug in zijn films. Bekendste voorbeelden: a Clockwork Orange en Barry Lyndon. Bij Kubrick ondersteunt Beethovens muziek ons gevoel als kijker bij wat we te zien krijgen. Het versterkt de emotie, niet alleen bij ons, maar ook bij de acteur. Duidelijkst is het voorbeeld (wat Beethoven betreft) in a Clockwork Orange. Hieronder een compilatie van Kubrick filmfragmenten met daaronder de 7-de symfonie van Beethoven. Kijk, luister en voel wat ik bedoel.

Vervolgens het menuet uit de Diabelli-variaties van Beethoven. Deze piano-werken componeerde Beethoven als antwoord op de vraag van de Oostenrijkse componist Anton Diabelli om variaties te maken op de wals die hij componeerde. Beethoven voldeed aan deze opdracht en deed dat in 2 delen. Deze variaties lieten zien waartoe Beethoven in staat was: breedte en diepte. Vaak worden de Diabelli-variaties vergeleken met de Goldberg-variaties van Bach.

De kenmerken van Paul Thomas Anderson’s films

Paul Thomas Anderson (1970, Studio City, USA) werd in den beginne vaak vergeleken met filmmaker Robert Altman. Reden: de ensemblefilm en de verweven verhaallijn. Veel personages, gelaagde plots, ongebruikelijke visie op alledaagse situaties. Dit alles verweven in films die de tijd nemen om het verhaal te vertellen. Anderson schreef en regisseerde zijn eigen complexe films. Thematisch zijn er overeenkomsten, zoals in bijgaande clip duidelijk wordt.

Zijn filmstijl is ondertussen ontwikkeld tot een opmerkelijke. Boogie Nights (1977) was zijn doorbraak. Daarna volgden meesterwerken als: Magnolia, Punch Drunk Love, There will be blood en The Master. Anderson werkt vaak met dezelfde acteurs.

Mijn belangstelling voor Anderson’s films zit vooral in het humanisme van zijn vertellingen en de sympathie die hij opwekt voor zijn hoofdpersonages. Zijn soms wat excentrieke hoofdpersonen laten altijd zeer herkenbare karaktertrekken zien. Ondertussen leveren zijn films behoorlijke kritiek op onze moderne (neo-liberale en veramerikaniseerde) levenswijze.

John Huston: filmmakende rebel van een aantal klassiekers

John Huston (1906-1987, Nevada USA) wisselde slechte met goede films af in zijn loopbaan. Werkte met alle beroemde Amerikaanse acteurs (Brando, Clift, Bogart, Astor, Hepburn, Taylor), trok zich weinig aan van wat het publiek wilde en maakte een aantal filmklassiekers: The Maltese Falcon; Treasure of the Sierra Madre en The African Queen.

Opvallend: die keuze tussen afgerafelde opdrachtfilms en meesterwerken zette hij door tot aan het eind van zijn artistieke loopbaan. Huston begon als scenarioschrijver voor Warner Brothers. Maakte zijn debuut in 1941 met The Maltese Falcon. Direct zijn eerste meesterwerk! Humphrey Bogart mocht schitteren en deed dat met overgave.

In zijn volgende meesterwerk Treasure of the Sierra Madre (naar het boek van de geheimzinnige schrijver Ben Traven) behandelde Huston een thema dat vaker in zijn films naar voren zou komen: een obsessieve zoektocht die tot een ramp leidt. Dit thema keerde bijvoorbeeld ook terug in de films The Asphalt Jungle en The African Queen.

Vanaf de jaren 60 ging Huston moeiteloos geniaal verder in het filmvak. Belangrijke films toen: Fat City (1972); The Man who would be King (1975) en Wise Blood (1979).

Zijn laatste film The Dead (naar een verhaal van de Ierse schrijver James Joyce) is wellicht zijn meest perfecte literaire verfilming. Zelf was Huston aan het eind van zijn leven (longemfyseem bracht hem in een ijzeren long) maar zijn verfilming laat liefde, blijdschap en een gevoel van spijt zien; kortom, een ontroerende afscheidsrede, bezield door het besef van vergankelijkheid van het leven.

David Lynch: maker van een ongrijpbaar en mysterieus oeuvre

Filmregisseur, scenarioschrijver, componist en kunstenaar David Lynch (1946, USA) is voor mij onlosmakelijk verbonden met de tv-serie Twin Peaks en zijn indrukwekkende film Blue Velvet. Ik vond zijn werk sensationeel dat wil zeggen: het wekte sensaties in mij op die ik daarvoor nog niet kende. Zijn werk is duister en verontrustend, zet je regelmatig op het verkeerde been en is vaak onnavolgbaar, soms onbegrijpelijk. Maar het fascineert en houdt je bezig. Er zijn scenes die me voor altijd bij blijven (scenes uit Wild at Heart, Blue Velvet of The Elephant Man, bijvoorbeeld). Wie van visueel aantrekkelijke films houdt, er niet voor terug deinst dat er een ongemakkelijk gevoel onder je huid kruipt en van een thriller-achtige spanning houdt, is bij de Amerikaan op zijn plek.

Hieronder een kort overzicht van 10 van zijn films met daarbij een korte verklaring van de film en uitleg van het bijzondere. Lynch is baanbrekend, verdient meer lof, maar vooral meer mensen die van zijn werk kennis nemen.

Miranda July: ‘er is niets waar een baby uit kan komen’

mirandajuly

bron foto: dailypublic.com

Miranda July (1974, USA) maakte met de film Me and You and Everyone We Know een verpletterende indruk op me. Een soort mozaïek-film waarin we verschillende karakters volgen en waarbij de verhaallijntjes pas aan het einde zichtbaar worden. July speelde zelf 1 van de hoofdrollen. Sfeer en de nadruk op de onderlinge, moeizame relaties deden aan Woody Allen denken. Humor en bittere ernst (tragie-komedie?) wisselden elkaar af. Na afloop zit je met veel vragen (‘waar keek ik naar?’), maar de verwondering zorgde ervoor dat de film indruk maakte. Een uniek talent openbaarde zich.

Ik ben July blijven volgen en wat bleek? Ze is ook een oorspronkelijk schrijver. Ze schrijft korte verhalen en deed een poging haar omgeving te duiden. Dat deed ze in Het Kiest Jou. In dit boek reist ze de States rond om mensen te interviewen die speciale waar op ‘Marktplaats’ verkopen. Dat levert prachtige verhalen op en het inzicht dat ‘gewoon’ een rekbaar begrip is.

En onlangs wist ik Niemand hoort hier meer dan jij te scoren, een bundeling korte verhalen. En ook hier die vreemde mengeling van ernst en humor en een volledig authentiek perspectief op de werkelijkheid. Ook in dit boek ontbreekt haar typische humor niet, waarvan hieronder een voorbeeld.

Ik zal je iets vertellen over Vincent. Hij is een voorbeeld van de Nieuwe Man. Misschien heb je dat artikel over de Nieuwe Mannen in het laatste nummer van True gelezen. Nieuwe Mannen staan nog dichter bij hun gevoel dan vrouwen, en Nieuwe Mannen huilen. Nieuwe Mannen willen kinderen, ze verlangen ernaar te baren, dus soms als ze huilen dan is het omdat ze dit niet kunnen; er is niets waar een baby uit kan komen. Nieuwe Mannen geven, geven en geven maar. Zo is Vincent. Ik zag een keer dat hij Helena een massage gaf op de gedeelde patio. Dit heeft iets ironisch, want een massage zou beter aan Vincent besteed zijn. Hij heeft een milde vorm van epilepsie. Mijn huisbaas vertelde me dat toen ik hier introk, als voorzorgsmaatregel. Nieuwe Mannen zijn vaak nogal broos, en Vincent heeft ook nog een baan als art-director, absoluut een Nieuwe Mannen-beroep. Hij vertelde me dit op een dag toen we op hetzelfde moment het pand verlieten. Hij is art-director bij een tijdschrift dat Punt heet. Dat is een curieus toeval, want ik ben floormanager bij een drukkerij, en we drukken soms tijdschriften. We drukken Punt niet, maar we drukken wel een tijdschrift met net zo’n soort naam, Positieve. Het is eigenlijk meer een nieuwsbrief; het is voor mensen die seropositief zijn.

Uit: Niemand hoort hier meer dan jij, Bezige Bij Amsterdam, 2007

Middellandse Zee: romeins

Rome

bron foto: ticketspy.nl

Romeins

Door de herfstzon goudgebraden loopt / kardinaal Pirelli in scharlaken gewaden / door Rome, die stenen weide. / De zon vlekt op zijn mijter / en op zijn kin waar ketchup droogt.

Hij glimt en lacht om God / die hij bemint als zichzelf, soms ietsje minder, / en die hij een keer als een gekneveld kind / in een kelder zag schrikken.

Kardinaal Pirelli wil best verbranden / als een jood ooit in de tijd in dat Hinterland. / Je moet het zien als vallen  / in de armen van God die je verwarmt / en je dan verzengt als een mot.

Maar dat komt later, ooit eens later. / Nu is er geen tijd, geen respijt. / Nu zijn er nog tevelen / die bidden dat hij hun vrees / voor hun vergankelijk vlees weg zou strelen.

Kardinaal Pirelli, na zijn hamburger, boert. / ‘Ik geloof,’ zegt hij, ‘dat ik zwanger ben van God. / Ik geloof dat ik met Gods hulp in leven blijf. / Ik wil nog een hele tijd geloven. / Al is het als een zandworm in een zandstorm.’

Hugo Claus (1929 – 2008)

Uit: Almanak, Bezige Bij Amsterdam, 1982

Bij het overlijden van Milos Forman

Milos Forman (1932 – 2018, Tsjechisch-Amerikaans) was voor mij vooral twee films: One Flew Over The Cuckoo’s Nest (1975) en Amadeus (1984). Met Cuckoo’s Nest kwam ook acteur Jack Nicholson in mijn filmisch leven. Die heb ik hoog zitten en dat begon met deze filmklassieker van Forman. Beide films hebben iets gemeenschappelijks: “Mensen die in opstand kwamen tegen het gezag, en niet alleen zomaar rebelleerden, maar ook de waanzin van starre autoriteit aan de kaak stelden. Zijn favoriete personages”, aldus Dana Linsen in het NRC van 15 april jl.

Toen de Russische tanks in augustus 1968 Praag binnenreden en een einde maakten aan die kortstondige opleving van creatieve en intellectuele vrijheid in zijn geboorteland, was Forman in Parijs om zijn eerste Amerikaanse film voor te bereiden. Hij werd ter plekke ontslagen bij de Praagse staatsfilmstudio en besloot in het Westen te blijven. Hij had toen al naam gemaakt als een van de meest toonaangevende filmmakers van de Tsjechische new wave, met films als Loves of a Blonde (1965), genomineerd voor een Oscar voor Beste Buitenlandse Film en de satire op het communistische regime The Fireman’s Ball (1967, verboden in eigen land en desondanks wederom genomineerd voor een Oscar).

Hij nam zijn zwarte gevoel voor humor, zijn losse op het neorealisme geïnspireerde stijl, en zijn voorliefde voor non-conformisten mee naar Hollywood.

Uit: NRC, Dana Linsen, 15 april 2018

En als toetje een persoonlijke herinnering van schrijver Peter Buwalda in de Volkskrant van 19 april jl.:

Mij ontroerde One Flew Over The Cuckoo’s Nest overigens een beetje te erg naar mijn smaak, ik zat ernaar te kijken in Blerick, in aanwezigheid van de complete hoeksteen plus mijn vrienden Sander, Max en de illustere Mick Visser. Aan het einde, wanneer Chief, de doofstomme indiaan, uit barmhartigheid Jack Nicholson dooddrukt met een hoofdkussen, barstte ik als enige in tranen uit. Een pijnlijke affaire. Óf de rest had van die hele film niks begrepen, óf ik was gevoeliger dan ik eruit zag, met mijn Iron Maiden-T-shirtje.

Uit: devolkskrant.nl, Peter Buwalda, 19 april 2018