John Huston: filmmakende rebel van een aantal klassiekers

John Huston (1906-1987, Nevada USA) wisselde slechte met goede films af in zijn loopbaan. Werkte met alle beroemde Amerikaanse acteurs (Brando, Clift, Bogart, Astor, Hepburn, Taylor), trok zich weinig aan van wat het publiek wilde en maakte een aantal filmklassiekers: The Maltese Falcon; Treasure of the Sierra Madre en The African Queen.

Opvallend: die keuze tussen afgerafelde opdrachtfilms en meesterwerken zette hij door tot aan het eind van zijn artistieke loopbaan. Huston begon als scenarioschrijver voor Warner Brothers. Maakte zijn debuut in 1941 met The Maltese Falcon. Direct zijn eerste meesterwerk! Humphrey Bogart mocht schitteren en deed dat met overgave.

In zijn volgende meesterwerk Treasure of the Sierra Madre (naar het boek van de geheimzinnige schrijver Ben Traven) behandelde Huston een thema dat vaker in zijn films naar voren zou komen: een obsessieve zoektocht die tot een ramp leidt. Dit thema keerde bijvoorbeeld ook terug in de films The Asphalt Jungle en The African Queen.

Vanaf de jaren 60 ging Huston moeiteloos geniaal verder in het filmvak. Belangrijke films toen: Fat City (1972); The Man who would be King (1975) en Wise Blood (1979).

Zijn laatste film The Dead (naar een verhaal van de Ierse schrijver James Joyce) is wellicht zijn meest perfecte literaire verfilming. Zelf was Huston aan het eind van zijn leven (longemfyseem bracht hem in een ijzeren long) maar zijn verfilming laat liefde, blijdschap en een gevoel van spijt zien; kortom, een ontroerende afscheidsrede, bezield door het besef van vergankelijkheid van het leven.

Advertenties

David Lynch: maker van een ongrijpbaar en mysterieus oeuvre

Filmregisseur, scenarioschrijver, componist en kunstenaar David Lynch (1946, USA) is voor mij onlosmakelijk verbonden met de tv-serie Twin Peaks en zijn indrukwekkende film Blue Velvet. Ik vond zijn werk sensationeel dat wil zeggen: het wekte sensaties in mij op die ik daarvoor nog niet kende. Zijn werk is duister en verontrustend, zet je regelmatig op het verkeerde been en is vaak onnavolgbaar, soms onbegrijpelijk. Maar het fascineert en houdt je bezig. Er zijn scenes die me voor altijd bij blijven (scenes uit Wild at Heart, Blue Velvet of The Elephant Man, bijvoorbeeld). Wie van visueel aantrekkelijke films houdt, er niet voor terug deinst dat er een ongemakkelijk gevoel onder je huid kruipt en van een thriller-achtige spanning houdt, is bij de Amerikaan op zijn plek.

Hieronder een kort overzicht van 10 van zijn films met daarbij een korte verklaring van de film en uitleg van het bijzondere. Lynch is baanbrekend, verdient meer lof, maar vooral meer mensen die van zijn werk kennis nemen.

Miranda July: ‘er is niets waar een baby uit kan komen’

mirandajuly

bron foto: dailypublic.com

Miranda July (1974, USA) maakte met de film Me and You and Everyone We Know een verpletterende indruk op me. Een soort mozaïek-film waarin we verschillende karakters volgen en waarbij de verhaallijntjes pas aan het einde zichtbaar worden. July speelde zelf 1 van de hoofdrollen. Sfeer en de nadruk op de onderlinge, moeizame relaties deden aan Woody Allen denken. Humor en bittere ernst (tragie-komedie?) wisselden elkaar af. Na afloop zit je met veel vragen (‘waar keek ik naar?’), maar de verwondering zorgde ervoor dat de film indruk maakte. Een uniek talent openbaarde zich.

Ik ben July blijven volgen en wat bleek? Ze is ook een oorspronkelijk schrijver. Ze schrijft korte verhalen en deed een poging haar omgeving te duiden. Dat deed ze in Het Kiest Jou. In dit boek reist ze de States rond om mensen te interviewen die speciale waar op ‘Marktplaats’ verkopen. Dat levert prachtige verhalen op en het inzicht dat ‘gewoon’ een rekbaar begrip is.

En onlangs wist ik Niemand hoort hier meer dan jij te scoren, een bundeling korte verhalen. En ook hier die vreemde mengeling van ernst en humor en een volledig authentiek perspectief op de werkelijkheid. Ook in dit boek ontbreekt haar typische humor niet, waarvan hieronder een voorbeeld.

Ik zal je iets vertellen over Vincent. Hij is een voorbeeld van de Nieuwe Man. Misschien heb je dat artikel over de Nieuwe Mannen in het laatste nummer van True gelezen. Nieuwe Mannen staan nog dichter bij hun gevoel dan vrouwen, en Nieuwe Mannen huilen. Nieuwe Mannen willen kinderen, ze verlangen ernaar te baren, dus soms als ze huilen dan is het omdat ze dit niet kunnen; er is niets waar een baby uit kan komen. Nieuwe Mannen geven, geven en geven maar. Zo is Vincent. Ik zag een keer dat hij Helena een massage gaf op de gedeelde patio. Dit heeft iets ironisch, want een massage zou beter aan Vincent besteed zijn. Hij heeft een milde vorm van epilepsie. Mijn huisbaas vertelde me dat toen ik hier introk, als voorzorgsmaatregel. Nieuwe Mannen zijn vaak nogal broos, en Vincent heeft ook nog een baan als art-director, absoluut een Nieuwe Mannen-beroep. Hij vertelde me dit op een dag toen we op hetzelfde moment het pand verlieten. Hij is art-director bij een tijdschrift dat Punt heet. Dat is een curieus toeval, want ik ben floormanager bij een drukkerij, en we drukken soms tijdschriften. We drukken Punt niet, maar we drukken wel een tijdschrift met net zo’n soort naam, Positieve. Het is eigenlijk meer een nieuwsbrief; het is voor mensen die seropositief zijn.

Uit: Niemand hoort hier meer dan jij, Bezige Bij Amsterdam, 2007

Middellandse Zee: romeins

Rome

bron foto: ticketspy.nl

Romeins

Door de herfstzon goudgebraden loopt / kardinaal Pirelli in scharlaken gewaden / door Rome, die stenen weide. / De zon vlekt op zijn mijter / en op zijn kin waar ketchup droogt.

Hij glimt en lacht om God / die hij bemint als zichzelf, soms ietsje minder, / en die hij een keer als een gekneveld kind / in een kelder zag schrikken.

Kardinaal Pirelli wil best verbranden / als een jood ooit in de tijd in dat Hinterland. / Je moet het zien als vallen  / in de armen van God die je verwarmt / en je dan verzengt als een mot.

Maar dat komt later, ooit eens later. / Nu is er geen tijd, geen respijt. / Nu zijn er nog tevelen / die bidden dat hij hun vrees / voor hun vergankelijk vlees weg zou strelen.

Kardinaal Pirelli, na zijn hamburger, boert. / ‘Ik geloof,’ zegt hij, ‘dat ik zwanger ben van God. / Ik geloof dat ik met Gods hulp in leven blijf. / Ik wil nog een hele tijd geloven. / Al is het als een zandworm in een zandstorm.’

Hugo Claus (1929 – 2008)

Uit: Almanak, Bezige Bij Amsterdam, 1982

Bij het overlijden van Milos Forman

Milos Forman (1932 – 2018, Tsjechisch-Amerikaans) was voor mij vooral twee films: One Flew Over The Cuckoo’s Nest (1975) en Amadeus (1984). Met Cuckoo’s Nest kwam ook acteur Jack Nicholson in mijn filmisch leven. Die heb ik hoog zitten en dat begon met deze filmklassieker van Forman. Beide films hebben iets gemeenschappelijks: “Mensen die in opstand kwamen tegen het gezag, en niet alleen zomaar rebelleerden, maar ook de waanzin van starre autoriteit aan de kaak stelden. Zijn favoriete personages”, aldus Dana Linsen in het NRC van 15 april jl.

Toen de Russische tanks in augustus 1968 Praag binnenreden en een einde maakten aan die kortstondige opleving van creatieve en intellectuele vrijheid in zijn geboorteland, was Forman in Parijs om zijn eerste Amerikaanse film voor te bereiden. Hij werd ter plekke ontslagen bij de Praagse staatsfilmstudio en besloot in het Westen te blijven. Hij had toen al naam gemaakt als een van de meest toonaangevende filmmakers van de Tsjechische new wave, met films als Loves of a Blonde (1965), genomineerd voor een Oscar voor Beste Buitenlandse Film en de satire op het communistische regime The Fireman’s Ball (1967, verboden in eigen land en desondanks wederom genomineerd voor een Oscar).

Hij nam zijn zwarte gevoel voor humor, zijn losse op het neorealisme geïnspireerde stijl, en zijn voorliefde voor non-conformisten mee naar Hollywood.

Uit: NRC, Dana Linsen, 15 april 2018

En als toetje een persoonlijke herinnering van schrijver Peter Buwalda in de Volkskrant van 19 april jl.:

Mij ontroerde One Flew Over The Cuckoo’s Nest overigens een beetje te erg naar mijn smaak, ik zat ernaar te kijken in Blerick, in aanwezigheid van de complete hoeksteen plus mijn vrienden Sander, Max en de illustere Mick Visser. Aan het einde, wanneer Chief, de doofstomme indiaan, uit barmhartigheid Jack Nicholson dooddrukt met een hoofdkussen, barstte ik als enige in tranen uit. Een pijnlijke affaire. Óf de rest had van die hele film niks begrepen, óf ik was gevoeliger dan ik eruit zag, met mijn Iron Maiden-T-shirtje.

Uit: devolkskrant.nl, Peter Buwalda, 19 april 2018

Dziga Vertov: de man met de camera

De man met de camera is een stomme documentaire uit 1929, geregisseerd door Dziga Vertov. Hij toont een dag uit het leven in een grote Russische stad, van de vroege ochtend tot de late avond, steeds een cameraman volgend die alles filmt.

Hieronder een klein fragment om een beeld te geven en te krijgen. Vertov’s film was een revolutie in de cinematografie uit de beginperiode. De Rus experimenteerde in deze documentaire met veel verschillende technieken.

Miranda July verwondert zich over de wereld en laat zich beïnvloeden

Eerst was er deze film.

De Amerikaanse Miranda July (geboren als Miranda Grossinger, 1974) brak door met een film maar ontwikkelt zich als: scenarioschrijver, acteur, schrijver en kunstenaar. Een multi-talent en vooral ‘vreemde snuiter’. Want wie haar werk bekijkt of leest valt op hoe uniek en eigenzinnig deze dame is.

In haar roman Het kiest jou verhaalt ze over haar ontmoetingen met Amerikanen die in een advertentieblad iets te koop hebben gezet. Ze gaat op pad met fotografe Brigitte Sire en legt de verhalen van de verkopers vast: ontroerend en bijzonder en zeker ook humoristisch. Allemaal mensen die inspireren, geïsoleerd leven en op zoek zijn naar verbinding. Allemaal op zoek naar die onzichtbare wereld waar geluk en rijkdom op de mens wacht.

BrigitteSire_Domingo

Een voorbeeld. De man heet Domingo. Miranda is in hem geïnteresseerd geraakt omdat de alleenstaande man in zijn slaapkamer foto’s heeft hangen van Mooie Meisjes met Babies.

Domingo: Ik heb, eh, fantasieën en zo, dan doe ik net alsof ik een politieman ben, weet je, een hulpsheriff, dat soort dingen.

Miranda: Wanneer begon je te verzamelen?

Domingo: Ik doe het al een tijdlang. Ik begon ermee toen ik voor de middelbare school was geslaagd. Ik zou nooit een politieman of een hulpsheriff of iets in die richting kunnen worden. Toen begon ik te fantaseren dat ik een rechter was, dat ik een politieman was, dat ik een hulpsheriff was, en daarna ging ik op onderzoek uit – ik bel en ga kijken wat hun werk inhoudt. Ik ben ook onder psychologische, psychiatrische behandeling, en vertel dit dus aan mijn therapeut. Hij zei, nou, als het iets is wat je niet afleidt van andere zaken, dan is het niet erg om fantasieën te hebben zolang je maar niet aan mensen vertelt dat je bent wat je fantaseert. En het zit allemaal in mijn hoofd. En dan plak ik foto’s aan de muur dat ik een rechter ben, dat ik een gezin heb, dat ik een auto heb, dat soort dingen. Ik moet het voor me zien om het werkelijkheid te kunnen laten worden in mijn hoofd. Want als ik ze niet aan de muur plak…

Miranda: Dan heb je geen beeld.

Domingo: Ik kan het niet helder krijgen in mijn hoofd. Dus moet het iets zijn wat, hm…

Miranda: Je moet het kunnen zien.

Domingo: Ik kan ernaar kijken en dan komt het tot leven. Ik ga naar de bibliothecaris, mijn vriendin, en zij is degene die al deze foto’s voor me vindt. Ze weet waar ik ze voor gebruik, dus ze weet dat ik nooit iets verzamel wat, hm, weet je… naaktfoto’s of zoiets.

Miranda: Het is het gezinsleven.

Domingo: Ja, met kinderen en dat soort dingen. Weet je, ik doe dit al jaren, en meestal verwissel ik mijn foto’s als ik aan verandering toe ben, iemand anders wil zijn.

Uit: Het kiest jou, Bezige Bij Amsterdam, 2012, vertaling: Waldemar Noë

Wang Xuebo filmt tijdloos, sober en licht magisch-realistisch een vastende stier

Film is in essentie beweging en licht. En de waarheid liegen in 24 beelden per seconde. Ik houd van films en filmmakers die die uitgangspunten tot basis nemen voor hun verhaal. In Knife in the Clear Water van de Chinese filmmaker Wang Xuebo komen die factoren bij elkaar met een plus: uitgesmeerde tijd die maakt dat je een tijdloze kijker wordt.

In 93 minuten toont Xuebo het verhaal van een man die tweemaal verlies lijdt: zijn vrouw overlijdt en als gevolg daarvan moet hij zijn stier offeren. Veertig dagen na het overlijden van zijn vrouw moet boer Ma Zishans (een Hui-Chinees) een herdenkingsceremonie houden. Om de gasten op de ceremonie van eten te voorzien, moet de enige stier van de boer geslacht worden. Ook omdat de zoon van de boer vindt dat dit offer een gepast eerbetoon aan de nederigheid van de moeder is.

De boer heeft er zichtbaar moeite mee: hij zou de stier willen sparen. De film toont in prachtige vierkante en verstilde beelden hoe boer en stier naar het moment van de slacht toeleven. De legende wil dat de stier weet dat hij geofferd zal worden. De stier ziet het slachtmes in het drinkwater. Daarna drinkt en eet de stier niet meer.

Een wereld teruggebracht tot de elementen waarin mens en dier, landschap en rituelen zich vermengen tot een wonderlijk schouwspel. Dat alles in een traag tempo. Kortom, naar de film gaan; je in het donker hullen; in bewegende en lichte beelden je laten onderdompelen in een tijd en onbekende plaats waarin je graag zou willen vertoeven. Helemaal zen wordt je ervan.

Krzysztof Kieslowski en zijn Trois Couleurs: Rouge, Blanc et Blue

De van origine Poolse filmmaker Krzysztof Kieslowski (1941 – 1996) kreeg veel bekendheid met een aantal films: Dekalog en Trois Couleurs. Kieslowski is een filmmaker met een eigen filmtaal. De thema’s die hij in zijn films behandelt, zijn universeel en humanistisch van aard. De films gaan over mensen, hun relaties, hun handelen, hun normen en waarden.

In Trois Couleurs onderzoekt de Poolse filmregisseur de typisch Franse waarden: gelijkheid, vrijheid en broederschap. Dat doet hij in drie films die elk aspect van die waarden apart onder de loep neemt. Daarover gaan de eerste twee video’s

In de laatste video geeft Kieslowski uitleg over zijn manier van werken aan de hand van een aantal simpele voorbeelden uit de film Blue. Daarbij valt mij op dat de Pool voor ons als kijker denkt; precies en perfectionistisch is en diepere lagen meegeeft aan handelingen waarvan ik nog geen idee had, maar wel voelde. Oftewel: veel beeldtaal is inspelend op gevoel; duwt ons in een richting die voor het verhaal van belang is. De opzet van de filmmaker. Als ik als kijker onbewust in die richting volg, mij vermaak, geraakt word, dan slaagt de regisseur in zijn opzet. Kieslowski bewees met zijn films dàt te kunnen.