Dziga Vertov: de man met de camera

De man met de camera is een stomme documentaire uit 1929, geregisseerd door Dziga Vertov. Hij toont een dag uit het leven in een grote Russische stad, van de vroege ochtend tot de late avond, steeds een cameraman volgend die alles filmt.

Hieronder een klein fragment om een beeld te geven en te krijgen. Vertov’s film was een revolutie in de cinematografie uit de beginperiode. De Rus experimenteerde in deze documentaire met veel verschillende technieken.

Miranda July verwondert zich over de wereld en laat zich beïnvloeden

Eerst was er deze film.

De Amerikaanse Miranda July (geboren als Miranda Grossinger, 1974) brak door met een film maar ontwikkelt zich als: scenarioschrijver, acteur, schrijver en kunstenaar. Een multi-talent en vooral ‘vreemde snuiter’. Want wie haar werk bekijkt of leest valt op hoe uniek en eigenzinnig deze dame is.

In haar roman Het kiest jou verhaalt ze over haar ontmoetingen met Amerikanen die in een advertentieblad iets te koop hebben gezet. Ze gaat op pad met fotografe Brigitte Sire en legt de verhalen van de verkopers vast: ontroerend en bijzonder en zeker ook humoristisch. Allemaal mensen die inspireren, geïsoleerd leven en op zoek zijn naar verbinding. Allemaal op zoek naar die onzichtbare wereld waar geluk en rijkdom op de mens wacht.

BrigitteSire_Domingo

Een voorbeeld. De man heet Domingo. Miranda is in hem geïnteresseerd geraakt omdat de alleenstaande man in zijn slaapkamer foto’s heeft hangen van Mooie Meisjes met Babies.

Domingo: Ik heb, eh, fantasieën en zo, dan doe ik net alsof ik een politieman ben, weet je, een hulpsheriff, dat soort dingen.

Miranda: Wanneer begon je te verzamelen?

Domingo: Ik doe het al een tijdlang. Ik begon ermee toen ik voor de middelbare school was geslaagd. Ik zou nooit een politieman of een hulpsheriff of iets in die richting kunnen worden. Toen begon ik te fantaseren dat ik een rechter was, dat ik een politieman was, dat ik een hulpsheriff was, en daarna ging ik op onderzoek uit – ik bel en ga kijken wat hun werk inhoudt. Ik ben ook onder psychologische, psychiatrische behandeling, en vertel dit dus aan mijn therapeut. Hij zei, nou, als het iets is wat je niet afleidt van andere zaken, dan is het niet erg om fantasieën te hebben zolang je maar niet aan mensen vertelt dat je bent wat je fantaseert. En het zit allemaal in mijn hoofd. En dan plak ik foto’s aan de muur dat ik een rechter ben, dat ik een gezin heb, dat ik een auto heb, dat soort dingen. Ik moet het voor me zien om het werkelijkheid te kunnen laten worden in mijn hoofd. Want als ik ze niet aan de muur plak…

Miranda: Dan heb je geen beeld.

Domingo: Ik kan het niet helder krijgen in mijn hoofd. Dus moet het iets zijn wat, hm…

Miranda: Je moet het kunnen zien.

Domingo: Ik kan ernaar kijken en dan komt het tot leven. Ik ga naar de bibliothecaris, mijn vriendin, en zij is degene die al deze foto’s voor me vindt. Ze weet waar ik ze voor gebruik, dus ze weet dat ik nooit iets verzamel wat, hm, weet je… naaktfoto’s of zoiets.

Miranda: Het is het gezinsleven.

Domingo: Ja, met kinderen en dat soort dingen. Weet je, ik doe dit al jaren, en meestal verwissel ik mijn foto’s als ik aan verandering toe ben, iemand anders wil zijn.

Uit: Het kiest jou, Bezige Bij Amsterdam, 2012, vertaling: Waldemar Noë

Wang Xuebo filmt tijdloos, sober en licht magisch-realistisch een vastende stier

Film is in essentie beweging en licht. En de waarheid liegen in 24 beelden per seconde. Ik houd van films en filmmakers die die uitgangspunten tot basis nemen voor hun verhaal. In Knife in the Clear Water van de Chinese filmmaker Wang Xuebo komen die factoren bij elkaar met een plus: uitgesmeerde tijd die maakt dat je een tijdloze kijker wordt.

In 93 minuten toont Xuebo het verhaal van een man die tweemaal verlies lijdt: zijn vrouw overlijdt en als gevolg daarvan moet hij zijn stier offeren. Veertig dagen na het overlijden van zijn vrouw moet boer Ma Zishans (een Hui-Chinees) een herdenkingsceremonie houden. Om de gasten op de ceremonie van eten te voorzien, moet de enige stier van de boer geslacht worden. Ook omdat de zoon van de boer vindt dat dit offer een gepast eerbetoon aan de nederigheid van de moeder is.

De boer heeft er zichtbaar moeite mee: hij zou de stier willen sparen. De film toont in prachtige vierkante en verstilde beelden hoe boer en stier naar het moment van de slacht toeleven. De legende wil dat de stier weet dat hij geofferd zal worden. De stier ziet het slachtmes in het drinkwater. Daarna drinkt en eet de stier niet meer.

Een wereld teruggebracht tot de elementen waarin mens en dier, landschap en rituelen zich vermengen tot een wonderlijk schouwspel. Dat alles in een traag tempo. Kortom, naar de film gaan; je in het donker hullen; in bewegende en lichte beelden je laten onderdompelen in een tijd en onbekende plaats waarin je graag zou willen vertoeven. Helemaal zen wordt je ervan.

Krzysztof Kieslowski en zijn Trois Couleurs: Rouge, Blanc et Blue

De van origine Poolse filmmaker Krzysztof Kieslowski (1941 – 1996) kreeg veel bekendheid met een aantal films: Dekalog en Trois Couleurs. Kieslowski is een filmmaker met een eigen filmtaal. De thema’s die hij in zijn films behandelt, zijn universeel en humanistisch van aard. De films gaan over mensen, hun relaties, hun handelen, hun normen en waarden.

In Trois Couleurs onderzoekt de Poolse filmregisseur de typisch Franse waarden: gelijkheid, vrijheid en broederschap. Dat doet hij in drie films die elk aspect van die waarden apart onder de loep neemt. Daarover gaan de eerste twee video’s

In de laatste video geeft Kieslowski uitleg over zijn manier van werken aan de hand van een aantal simpele voorbeelden uit de film Blue. Daarbij valt mij op dat de Pool voor ons als kijker denkt; precies en perfectionistisch is en diepere lagen meegeeft aan handelingen waarvan ik nog geen idee had, maar wel voelde. Oftewel: veel beeldtaal is inspelend op gevoel; duwt ons in een richting die voor het verhaal van belang is. De opzet van de filmmaker. Als ik als kijker onbewust in die richting volg, mij vermaak, geraakt word, dan slaagt de regisseur in zijn opzet. Kieslowski bewees met zijn films dàt te kunnen.

Jem Cohen portretteert Elliott Smith

Jem Cohen hates indie films. “Indie is like a bin in a record store that people can reach into and go through to find Arcade Fire.” He winces. “It’s the work of people who want to make big movies, but don’t have the means. There are a million fucking indie films out there – all recognisable and comfortable. It’s actually easier to stand out by making something weird and idiosyncratic out of necessity, rather than through trying to please some establishment.”

Independence in film: that’s a different matter. Over the course of 30 years, Cohen, born in 1962, has built up a striking body of work – intuitively edited, sonically rich assemblages that evoke places and the ghosts of places, spots and fragments of time, the stolen and sometimes subversive poetry of daily life, snapshots of social defiance, visions of ragged beauty. It is the aesthetics of salvage, often made using supposedly obsolete formats such as Super 8 and 16mm, that preserve the traces of memories, dreams and communities that are often overlooked in the American mediascape.

Fragment uit: Jem Cohen: the former ice-cream seller chronicling an overlooked America, The Guardian, 30 maart 2015

Elliott Smith was ongewoon schuchter, zijn donkere haar hing in onverzorgde slierten langs zijn oren, zijn huid had de putjes van iemand die zijn jeugdpuistjes jarenlang elke dag heeft uitgeknepen. Met zijn blik kon hij je door de foto heen plaatsvervangend verlegen maken.

Zo anders is zijn muziek. Ik luisterde er al jaren naar, maar nooit zo vaak als deze twaalf maanden. Als ik naar het station liep, als ik in de trein zat, als ik ‘s avonds laat op internet naar meer informatie zocht. Elliott Smith fluisterde zijn teksten, die dan in de studio gewoonlijk een paar keer gedubbeld werden. Op elk album is de instrumentatie iets rijker: in het begin nog alleen met gitaar, later meer en meer aangekleed. Maar het is altijd muziek voor herfstdagen als deze, wanneer het dagen achtereen regent.

fragment uit: Mijn jaar met Elliott Smith – Peter Zantingh, NRC.nl, 21 oktober 2013

 

Stilgelegde herinneringen brengen genocide tot leven: In the crosswind

Een wapperend gordijn, een fladderend hoofddoekje en een knipperende wimper verraden dat er leven is. De Estse regisseur Martti Helde (1987) presenteert het verleden in In the Crosswind als flarden herinneringen die zijn stilgezet. Zijn onderdompelende tableaux vivants zijn geen levende schilderijen, maar ademende zwart-witfoto’s. De acteurs beelden alsof bevroren een scène uit en de camera spookt tussen ze door. In the Crosswind is een unieke visuele reis langs de slachtoffers van een vergeten genocide. Heldes speelfilmdebuut toont de overlevingsstrijd in een Siberisch vrouwenstrafkamp in 1941.

Helde toont een van de strafkampen door de ogen van Erna (Laura Peterson), een vrouw die echt heeft bestaan. De tableaux vivants verbeelden die verstilling letterlijk en figuurlijk. Je maakt een tocht door de krochten van Erna’s herinneringen.

Elk shot is één scène. Eén moment dat in Erna’s geheugen is opgeslagen. Zo glijdt de camera naar de laatste omhelzing toe van Erna en haar Heldur, langs tientallen verstijfde figuranten. De camera draait langzaam om het stel heen en houdt een fractie vast op de jas van Heldur. Daarna richt hij zich op. Het lijkt magie. Buiten beeld — maar gelijktijdig! — is het verhaal verder gegaan.

De choreografie achter zo’n shot gaat de fantasie te boven. In de grootste scène spelen honderdvijftig personages mee: allemaal alsof bevroren. Eén beweging verziekt je take. Voor één scène nam Helde twee tot zes maanden voorbereidingstijd, waarna alles samen­kwam op één draaidag.

De beelden mogen poëtisch zijn, de soundscape confronteert ons met de brute werkelijkheid. Daarin horen we aardse geluiden. Brekende ramen, rammelende treinwagons en de suizende wind. Of nee, het is gefluister; de wind fluistert de namen van de gedeporteerde slachtoffers. Helde maakte een monument voor de slachtoffers. Fotografie balsemt de tijd, stelde filmcriticus André Bazin, vader van het legendarische Franse filmmagazine Cahiers du Cinéma. Ze behoedt hem voor zijn eigen verval. Helde gaat een stap verder. Hij balsemt de tijd niet, maar blaast nieuw leven in. Opdat wij niet vergeten.

fragmenten uit: In the Crosswind door Laura van Zuylen, mei 2017, de Filmkrant

 

 

 

Paradjanov maakte met ‘De kleur van granaatappels’ een invloedrijke film

De kleur van granaatappels: Sobere, symbolische film over de in Rusland legendarische dichter-musicus Sayat Nova. Kort na het uitbrengen ervan in 1969 werd de film door de Russische autoriteiten in beslag genomen. Paradjanov kwam na jaren van gedwongen werkloosheid uiteindelijk in een werkkamp terecht. Sinds 1981 is de film vrijgegeven, hoewel het naar alle waarschijnlijkheid om een bewerkte versie gaat. Scenario van de regisseur. Camerawerk van Suren Schachbasjan.

Bron: Cinema.nl

One of the 20th century’s greatest masters of cinema Sergei Parajanov was born in Georgia to Armenian parents and it was always unlikely that his work would conform to the strict socialist realism that Soviet authorities preferred.

After studying film and music, Parajanov became an assistant director at the Dovzhenko studios in Kiev, making his directorial debut in 1954, following that with numerous shorts and features, all of which he subsequently dismissed as “garbage”. However, in 1964 he was able to make Tini zabutykh predkiv (1965), a rhapsodic celebration of Ukrainian folk culture, and the world discovered a startling and idiosyncratic new talent. He followed this up with the even more innovative Sayat Nova (1969) (which explored the art and poetry of his native Armenia in a series of stunningly beautiful tableaux), but by this stage the authorities had had enough, and Paradjanov spent most of the 1970s in prison on almost certainly rigged charges of “homosexuality and illegal trafficking in religious icons”. However, with the coming of perestroika, he was able to make two further films before succumbing to cancer in 1990.

Bron: IMDb Mini Biography By: Michael Brooke <michael@everyman.demon.co.uk>

Handen in de films van Robert Bresson en de gruwelijke eenzaamheid van de dief

Een echtpaar en een huisvriend bevinden zich in een kamer. Er ontbreekt een beeldje op de schoorsteenmantel. Het echtpaar weet dat de huisvriend het gestolen heeft. Het bolt op in zijn jaszak. Maar het echtpaar spreekt het niet uit. Het is stil in de kamer. Iedereen is sprakeloos. De huisvriend weet dat als hij het beeldje terugzet, zich verraadt. Maar hij denkt ook dat hij ermee wegkomt. Het echtpaar weet nu dat de huisvriend een dief is. Je kunt niemand kennen. In de aardige huisvriend manifesteert zich het kwaad. Het echtpaar zal hem vergeven, maar ze zullen hem mijden, voortaan.

Gaat van zijn misdaad een bekoring uit? Ging op het moment van de ontdekking van het gemiste beeldje ook haar bloed sneller kloppen, was het het laatste moment van opwinding in haar saaie bestaan met haar man? Is het kwaad aantrekkelijk? Is het net zo verslavend beroofde te zijn als het is rover te zijn?

De huisvriend is een verslaafde. Hij móét het doen, moet in een zekere fase van een vriendschap zijn vrienden kwaad doen. Moet teleurstellen, moet verraden, dat is zijn levensvorm, steeds weer die gang gaan: van vertrouwen winnen naar vertrouwen beschamen.

De huisvriend komt thuis in een kaal appartement. Zit in het donker, jas aan. Kijkt naar het beeldje dat hij gestolen heeft. Doet zijn best het zijn begeerlijkheid terug te geven. Dat lukt niet. Hoe kan het, dat het zo kleurloos , zo nietsig is geworden, na de hoge prijs die hij ervoor betaald heeft?

Zo gaat het altijd, maar dat verandert niets an het verlangen te willen stelen, dief te zijn.

(te zien in Le Pickpocket van Robert Bresson)

Uit: Een filmscone als zwarte mis – Ger Thijs, De Gids juni, juli 2008

Gordon Parks inspireerde heel wat Afro-Amerikanen

Gordon Roger Alexander Buchanan Parks (1912 – 2006) was een Amerikaans fotograaf, filmregisseur, schrijver, dichter en componist.
In deze laatste hoedanigheid was hij de eerste belangrijke zwarte filmregisseur van de Verenigde Staten. Hij is vooral bekend geworden vanwege zijn fotoreportages die hij in de periode van 1948 tot 1968 voor het tijdschrift Life maakte en de film Shaft uit 1971. Daarnaast schreef hij boeken over fotografie, autobiografische werken, romans en poëzie; tevens componeerde hij muziek.
Hij was de jongste zoon uit een gezin met vijftien kinderen. Na een aantal verschillende baantjes begon hij op 25-jarige leeftijd als freelance-fotograaf met een tweedehandscamera. Hij werkte een tijd lang als fotograaf voor de Farm Security Administration, om de sociale en culturele toestand op het Amerikaanse platteland vast te leggen. Later vestigde hij zich als modefotograaf in Chicago, en ging na enige tijd werken voor het magazine Vogue. In 1948 stapte hij over naar Life.

Hieronder een korte docu over het leven en het werk van Parks; een trailer van Shaft, de film die Parks maakte; en Isaac Hayes maakte van de filmscore een wereldhit! Een registratie van een live-concert in het Engelse Glastonbury, 2002.