Bijna iedere dag muziek: Leo Kottke

Aanleiding: een overzicht van wat genoemd wordt: American Primitive Guitar. Een term die van toepassing is op het werk van gitarist John Fahey (1939-2001, Takoma Park, USA). Fahey zong zich los van het traditionele gitaarspel door vooral te fingerpicken en zijn gitaar op andere wijzen te stemmen dan gebruikelijk. Dat leverde nieuwe gitaarmuziek op. Fahey was geworteld in de blues, maar liet zich beïnvloeden door folk, Indiase raga’s, klassiek en avant-garde. En dat allemaal in de jaren 50, vorige eeuw. Fahey’s opvallende gitaarspel kreeg veel volgers.

Mijn held werd Leo Kottke (1945, Athens, USA), die de 6- en 12-snarige gitaar hanteerde alsof de duivel zelf aan het werk was. Wie Kottke hoort spelen denkt aan meerdere personen of overdubs, maar nee, alles uit een persoon! En met een snelheid die buitenaards klinkt. Zijn eerste elpee werd opgenomen in 3 en een half uur tijd en liet composities horen, die mijn oren niet wilden geloven. Wie Kottke live aan het werk gezien heeft, weet dat de man niet alleen prachtig speelt maar tevens enorm humoristisch is. En oh ja, hij zingt ook wel eens. Dat stemgeluid noemt hij zelf: ‘een gans die scheten laat op een benauwde dag.’ Kottke doet zichzelf tekort; het klinkt apart maar niet slecht. Oordeel zelf:

Bijna iedere dag muziek: Steve Winwood

Steve Winwood (1948, Handsworth, UK) was al jong, zeer jong aktief in de muziek. Op 8-jarige leeftijd speelde hij al drums, piano en gitaar en trad hij op met zijn broer en vader in een dixieland-band. In zijn muzikale loopbaan zouden muziekstijlen en nieuwe richtingen volgen, eerst in groepsverband, later solo.

In de jaren 60 verliet hij de jazz en trad toe tot de Spencer Davis Group. Steve was toen een jaar of 15. Belangrijkste reden voor die switch: de interesse voor R&B.

In 1967 vertrok Winwood bij Spencer Davis en nam de gitaar en piano/orgel op bij Traffic. Traffic was nogal beïnvloed door het succes van The Beatles. Psychedelica, sitar, studio-snufjes, allemaal te vinden in het werk van Traffic, waarin naast Winwood, onder andere Jim Capaldi en Dave Mason speelden.

Ook hier was Winwood snel uitgekeken. Steve leerde Eric Clapton kennen en Ginger Baker. Volgende stap op de muzikale ladder: Blind Faith. Steve’s bijdrage aan deze superband zou niet lang duren.

Wat volgt is een halve solo-carrière, die nooit echt succesvol werd en veel studio-werk. Winwood werd succesvol als studio-muzikant. In de jaren 80 volgden met name wat (blue-eyed soul)hits. Maar wat altijd bleef is dat kenmerkende stemgeluid: krachtig, onderscheidend. Daarnaast is Winwood een gewaardeerd keyboard-speler gebleven.

Beck gaat zijn eigen muzikale weg

In de marge van de mainstream-popmuziek kom je veel interessants tegen. Muzikanten die nieuwsgierig zijn, wegblijven van de gebaande paden, op zoek zijn naar hun unieke song. Zo iemand is Beck Hansen (1970, USA). Wereldberoemd vanwege een paar hits: Loser en Devil’s haircut bijvoorbeeld, maar inmiddels zijn we een tiental albums verder. Ondertussen probeerde Beck: funk, soul, alt-pop, tropicalia, country, freak-folk en leftfield. Ruim baan voor de gitaar in zijn muziek, maar ook brass en strings zijn van de partij. Zijn songs gaan van singer-songwriter naar ballad of komen uit bij funk. Alles is mogelijk mits goed gespeeld, muzikaal en interessant. Kortom, iemand die iets meer aandacht verdient.

S: the Smiths

The Smiths: een typische Britse band (standplaats Manchester) die in de jaren ’80 koos voor een rock-geluid, nummers van drie minuten, die niet teruggrepen naar gitaarrock die wel al kenden. The Smiths brachten iets nieuws tot stand.

The Smiths was het resultaat, de optelsom, van twee bepalende leden: gitarist Johnny Marr en zanger Morrissey. Beiden wentelden zich in de doe-het-zelf-houding van de punk, maar brachten ook pop, meisjesgroepen en rockabilly als invloeden mee. Terwijl Johnny Marr eruit zag als een nette versie van Keith Richards en zijn opgestapelde en gelaagde gitaarriffs opnam in de studio, bepaalde zanger Morrissey het beeld en de teksten. Morrissey wilde geen rock-zanger zijn, probeerde te croonen, was een liefhebber van de romantische poëzie van Oscar Wilde en had een hekel aan iedereen. Het succes van The Smiths en hun vernieuwende kracht zat in de botsing van die twee karakters. Dat werkte een aantal jaren en (5) albums perfect en daarna konden de twee elkaar niet meer luchten of zien. Morrissey ging solo verder.

This Charming Man was mijn eerste kennismaking met de Britse band en ik was overdonderd. Een gitaargeluid dat ik niet eerder hoorde of kende, een zanger met een stem die als een handschoen paste bij de muziek. Een hoes die verwees naar een filmstill. Die merkwaardige zanger die tegen alle heilige huisje aanschopte, openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkwam en niet vies was van meningen, die niet altijd goed vielen.

Terwijl Morrissey zich verloor in politieke debatten waarbij Thatcher het moest ontgelden, trok Johhny Marr zich steeds meer terug in de studio, zocht samenwerking met andere artiesten en probeerde zijn muzikale horizon te verbreden. Dat wekte ergernis bij Morrissey. Na een ernstig auto-ongeluk kwam Marr een poosje buiten de band en had tijd om na te denken. Zijn conclusie: hij wilde niet verder met The Smiths. Er was een eind gekomen aan een prachtige muzikale tweestrijd, die de mooiste Britse gitaarpop uit de jaren 80 opleverde.

O is Oasis

Oasis is Britpop en vooral gitaarpop. Oasis is de band van de broers Liam en Noel Gallagher. Basis van de band: Manchester. En dat was in de jaren 90 van de vorige eeuw een broedplaats voor heel veel nieuwe popmuziek. In die sfeer kwamen de broers Gallagher met hun schaamteloze kopieën van T-Rex, Sex Pistols en Beatles-rifs. Toch origineel en zeer gewild omdat Liam zong als een mix van John Lennon en  Johnny Rotten en Noel een wall of sound optrok met zijn gitaar. Dat leidde tot een reeks succesvolle hard-rockende songs en een aantal krachtige ballads die nog steeds het aanhoren waard zijn.

Akoestische held: Leo Kottke

In de periode dat je je moet onderscheiden van de andere mannetjes, komt het zelf maken van muziek ook als optie voorbij. Mijn keuze: gitaar. Een instrument dat er enorm sexy uitzag en veel mogelijkheden bood om het andere geslacht te imponeren. En toen kwam Leo Kottke voorbij. Helemaal niet sexy, droge humor en met een uiterlijk van de gemiddelde kantoorklerk. Maar wat kon die man spelen!

Met zo’n geweldenaar als voorbeeld moest ik me toch snel gaan richten op andere opties..