Jeroen Brouwers verdedigt het schrijven met de hand

Op de dag dat er in het Journaal aandacht gevraagd wordt voor het schrijven met de hand (pen, papier, ballpoint, kroontjespen, potlood), herinnerde ik mij dit pleidooi. De verdediging van het ambachtelijk schrijven is van de wellicht bevende en trillende hand van Jeroen Brouwers.

Uit: Bittere bloemen

De woorden moeten met de hand worden neergeschreven, ze moeten rechtstreeks uit het lichaam stromen zoals bloed uit een opengekrabde wond. Het op de schrijftafel uitgespreide papier bevindt zich dicht bij het hart, dat vlak boven de tafelrand klopt, waar men tijdens het schrijven met het middenrif tegenaan leunt. De adem van de schrijver waait over de woorden die onder zijn hand en ogen ontstaan, worden doorgestreept, vervangen, toch weer worden gehandhaafd, verplaatst, opnieuw geƫlimineerd, enzovoort, terwijl hij bij het ploeteren zijn polsen en slapen voelt kloppen. Schrijven is een lichamelijke daad, inkt is het bloed van de schrijver. De woorden en zinnen moeten ontstaan op het ritme van zijn hartslag. Tot het papier de aanblik biedt van een overhoop liggende stad waar alleen de schrijver de weg nog weet te vinden. Woorden onmiddellijk intikken op een bioscoopscherm leidt tot gemakzucht, onzorgvuldigheid, snellere tevredenheid over het resultaat. Het lijfelijke, neurologische contact met de tekst ontbreekt, alsof de schrijver zelf onbetrokken is bij wat hij niet schrijft, maar mechanisch produceert. Dat computertuig is de vloek over al het geschrevene, wat duidelijk te merken is aan de slordigheid en andere wankwaliteiten van veel tegenwoordige romans, krantenartikelen en nog andere publicaties. Wie wil schrijven, begint met die rommel uit het raam te gooien.

Uit: Bittere Bloemen, Atlas Amsterdam, Antwerpen 2011

 

jeroen_brouwers

bron foto: Radio 1

Jeroen Brouwers (1940)