Verpale: Jaklien

Jaklien

In het huis alwaar ik woonde toen / hield ik de ramen goed gesloten / Geld had ik niet, en aldus van / het plezier verstoken / droomde ik ervan dat je bij me was.

Oud zonlicht viel door de ruiten / en wat op tafel stond / bleef onaangeroerd. / Alzo, dacht ik, wordt het verleden:

zonder veel omhaal / en met altijd warme kleren.

Uit: Polder en andere gedichten, Ertvelde, 1975

Eriek Verpale, Vlaams schrijver (1995)

bron foto: wikipedia.org

Eriek Verpale (1952-2015, Zelzate, België)

Eriek Verpale: elfde en laatste co-gedicht

Elde en laatste co-gedicht

Eéns ’s zondags ingeslapen op de sofa / droomde ik dat je bij me was: / twee paar voeten, vechtend om een plaats; / twee dunne armen om mijn mager lichaam geslagen.

‘Geef me je haar’ zei ik, en ik koesterde / het donker geluk dat ik aarzelend betastte; / ‘Geef me je stem’ smeekte ik, en ik sprak / zoals ik nooit tevoren gesproken had: / warme woorden ontruimden mijn mond.

Ook jouw gehoor kon ik krijgen, / de doorzichtige huid aan de blauwe slapen – / álles, kortom.

Zo lagen wij lang tesamen, en, / niet wetend wie wié was / stelde ik mij voor: zo was het leven:

ik wou je wel ruiken / maar rook toch uitsluitend mezelf; / je kon me wel strelen / maar streelde, ondoordacht, / toch steeds een ander.

eriek verpale, theatermagazien.bebron foto: theatermaggezien.net

Eriek Verpale (1952 – 2015, Belgisch)

Uit: Nieuw Vlaams Tijdschrift, jaargang 35, nummer 3; Antwerpen, 1982

Liefde: weer een liefde ten einde

Weer een liefde ten einde

Weer een liefde ten einde, als een goed citrusseizoen / of een periode van opgravingen waarbij uit de diepte / ontroerde dingen zijn opgehaald die liever waren vergeten.

Weer een liefde ten einde. En zoals wanneer een groot / huis is gesloopt en het puin afgevoerd, zo sta je op de lege / vierkante bouwplaats en je zegt: wat was dat een klein / stukje grond, waar dat huis op stond / met al die verdiepingen en mensen.

En heel uit de verte van de dalen komt het geluid / van één enkele tractor aan het werk, / en heel uit de verte van vroeger het getik / van een vork die, op een porseleinen bord, voor het kind / eigeel met suiker roert en schuimig klopt / en tikt en tikt.

1988, Yehuda Amichai, Israël

Uit: Een grote rust, Meulenhoff, Amsterdam, 1988, vertaling Tamir Herzberg

yehuda-amichai

Yehuda Amichai (1924 – 2000) Israëlisch dichter. Amichai wordt in Israël en ver daarbuiten beschouwd als Israël’s belangrijkste moderne dichter. Was één van de eersten die in alledaags Hebreeuws zijn gedichten schreef. Zijn werk werd zowel in zijn eigen land als internationaal gewaardeerd met tal van prijzen.