Lisa Kuitert over het nut van het papieren boek

wp, multatuli; boekwinkeltjes.nl

Dat boek met mooie prentjes, / Met groene zijde lintjes, / Waar naar ik zo verlangde, / Heeft Jantje nu gekregen, / Om dat hij ’t best kon schrijven, / En ’t vlugst was in het lezen.

uit: Woutertje Pieterse, Multatuli

Het boek is een ‘trouwe papieren vriend’

Een papieren boek is uniek en strikt persoonlijk.

Een boek is als een tuin die je in je jaszak draagt.

Papieren boeken zijn niet alleen leuker voor kinderen als leestrofee, maar beantwoorden beter aan het doel van het boek, namelijk tekst verwerken.

Boeken zijn driedimensionale objecten – ook al is de inhoud dat niet – en daarom beantwoorden ze ook aan diverse zintuigen.

De woordenschat van kinderen neemt door het lezen van een boek sterk toe. En die moeilijke woorden vormen geen beletsel voor leesplezier, zoals uit de Harry Potter-successen is gebleken.

citaten uit: Lisa Kuitert Het boek en het badwater, de betekenis van papieren boeken, Amsterdam University Press Amsterdam, 2015, hoofdstuk: Kinderboeken

César Fernández Moreno: zoete tijd

Zoete tijd

hoe kan ik / zoete tijd / iets zeggen over je gaan en komen / wat voor lak laat ik stollen over je voortdurende belofte / wat voor letters sjabloneren om te tonen hoe je terugkeert

hoe kan ik almaar ouder worden door jou / hoe kan ik zeggen dat ik je aanvaard van je houd dat je / het enige voedsel bent voor mij / hoe kan ik je mijn handen reiken / wanneer de dood ons scheiden zal

Uit: Los Aeropuertes, 1967; vertaling Igma van Putte-de Windt

moreno,

César Fernández Moreno (1919-1985, Buenos Aires, Argentinië)

Arnoud van Adrichem: appel

Stanza X uit een episch gedicht over appel

van-adrichem

Niets tastbaarders kunt u zich indenken dan een appel, / rood van opwinding, het koude zweet op zijn schil, alsof / hij weet van de mond (een soort van vrucht) die hem hap / na hap naar de vergetelheid zal eten, zijn zaden uitspuwt / op rulle, pitloze gronden om nieuwe slachtoffers te maken, / verse beten te zetten. Maar zo moet u niet denken. Die appel / voelt daar niks van, die verlangt juist naar tandafdrukken / (onuitwisbaar bewijs van bestaan) in zijn vlees, naar niets meer / dan een natte herinnering aan ergens een paradijs.

Uit: Bal & Appel – Arnoud van Adrichem, De Gids november 2007, Amsterdam

Nekrasov: de droom

De droom

Ik had een droom: ik wilde springen / Vanaf een steile rots in zee, / Toen hoorde ik een engel zingen, / Een prachtig lied van pais en vree: / ‘Wacht, in de lente zal ik komen! / De nevel in uw hoofd verdwijnt, / De slaap wordt van uw oog genomen, / En zie: de nieuwe mens verschijnt. / De muze zal ‘k haar stem hergeven, / Een nieuw geluk zij u voorspeld, / Een rijke oogst zult gij beleven / Van uw nog ongedorste veld’.

1877

nikolaj-nekrasov

Nikolaj Nekrasov (1821 – 1878), zoon van een landeigenaar uit Jaroslavl. Liet zich tegen de zin van zijn vader inschrijven aan de universiteit in Petersburg. Gaf in 1840 op eigen kosten zijn eerste dichtbundel uit. Werd slecht ontvangen. Werkte als journalist en criticus. Was vanaf 1847 uitgever en hoofdredacteur van de Tijdgenoot, dat uitgroeide tot het gezaghebbendste literaire tijdschrift van die tijd. Werd in 1866, na een aanslag op tsaar Alexander de tweede, als te progressief verboden. Bracht vervolgens de Vaderlandse Annalen tot bloei. Zijn gedichten over de ellende van het leven in de grote stad en de armoede op het platteland, maakten hem populair bij het links-radicale publiek.

Uit: Bloemlezing van de Russische poëzie – Marja Wiebes, Margriet Berg, Plantage Leiden, 1997