Middellandse Zee: in Italië

Toscane Kust

Toscaanse kust, bron foto: http://www.italianresidence.nl

In Italië

In Italië heb ik je teruggevonden met een cederen gestalte / en met licht sidderend haar / nog door de nacht beschaduwd

In Holland en Frankrijk de zachte / poezesnoeten der vrees / de apen van de angst / de zilveren rails / de opengebroken grond

Rozenhoven vol kinderverlamming / de zeven terechtstellingstuinen / erkers verpleegsters en zwijgend parende beelden / de raderboten der ontzetting / een bijlslag in een rotte tronk hout

Maar zuidelijker

je gestalte smal tussen brandende bergen / en je schouders hoog boven einders van lichtval / en je voeten kleine hoeven langs de kanten der rotsen / en je lichaam een wiel in het water

Hans Andreus (1926 – 1977)

Uit: Italië – Hans Andreus, Stols Den Haag, 1952

Günter Eich: Inventur

Inventur

Dies ist meine Mütze, / dies ist mein Mantel, / hier mein Razierzeug im Beutel aus Leinen.

Konservenbüchse: / Meine Teller, mein Becker, / ich hab in das Weisblech / den Namen geritzt.

Geritzt hier mit diesem / kostbaren Nagel, / den vor begehrlichen / Augen ich berge.

Im Brotbeutel sind / ein Paar wollen Socken / und einiges was ich / niemand verrate,

so dient es als Kissen / nachts meinem Kopf. / Die Pappe hier liegt / zwischen mir und die Erde.

Die Bleistiftmine / lieb ich am meisten: / Tags schreibt sie mir Verse, / die nachts ich erdacht.

Dies ist mein Notizbuch, / dies meine Zeltbahn, / dies ist mein Handtuch, dies ist mein Zwirn.

Inventarisatie

Dit is mijn muts, / dit is mijn jas, / hier is mijn scheergerei / in de linnen zak.

Conservenblik: / mijn bord, mijn mok, / ik heb in het metaal / mijn naam gekrast.

Gekrast hier met deze / kostbare spijker, / die ik voor begerige / blikken verberg.

In mijn broodzak zitten / een paar wollen sokken / en een paar dingen die ik / aan niemand verraad,

zo dient het ’s nachts / als kussen voor mijn hoofd. / Dit karton hier ligt / tussen mij en de aarde.

De potloodstift / heb ik het liefst: / overdag schrijft hij verzen / die ik ’s nachts heb bedacht.

Dit is mijn notitieboekje, / dit is mijn tentbaan, / dit is mijn handdoek, / dit is mijn garen.

gunter eichGünter Eich (1907 – 1972)

Uit: Abgelegene Gehöfte, Schauer Frankfurt am Main, 1948

Siegfried Lenz vertelt over het Servisch meisje

Siegfried Lenz werd in 1926 in Lyck, Duitsland geboren. Studeerde in Hamburg waar hij ook woonde tot hij overleed in 2014. Lenz schreef toneelstukken, hoorspelen en romans, maar ook korte verhalen. Hij was bovendien journalist bij Die Welt. Hij was lid van Gruppe 47. Samen met Grass en Böll behoort Lenz tot de Grote Drie van de Duitse na-oorlogse literatuur.

In het korte verhaal Het Servisch meisje volgen we Dobrica, die haar land verlaat en op zoek gaat naar haar vakantieliefde Achim, die in Hamburg woont. Zonder paspoort en met het allernoodzakelijkste gaat het Servische meisje op zoek naar haar minnaar in Duitsland, die een lepel in tweeën brak, haar het lepelblad gaf en een belofte deed. Na enige omzwervingen vindt ze haar Achim.

servische meisje

Toen zij het ogenblik rijp achtte, viste ze uit haar leren tasje de afgebroken lepel, legde hem zwijgend op de tafel en riep door dit gebaar de avond aan het strand op, toen Achim, nadat hij het bestek in de zee had afgewassen, plotseling een aluminiumlepel brak, haar het blad gaf en zelf de steel hield en daarbij iets zei wat ze niet verstond, niet hoefde te verstaan omdat ze allang begrepen had wat hij bedoelde en wat voor eeuwig gold. Hij staarde naar het lepelblad, hij slaagde erin het zich te herinneren en hij stond op en zocht in twee laden, gooide een houten kom leeg, waarin allerlei souvenirs en belangrijke niemendalletjes verzameld waren, hij vloekte, dacht na, keek zelfs in de bestekla in de keuken – de passende lepelsteel vond hij niet. Dobrica hield hem tegen toen hij een andere lepel in tweeën wilde breken. Ze liet hem zijn zelfverwijt, zijn ergernis, en had niets te zeggen toen hij de gedachte uitsprak dat hij de lepelsteel bij de verhuizing was kwijtgeraakt. Een gevoel dat zij nooit tevoren had gekend beheerste haar opeens; ze dacht dat haar ledematen verstijfden en dat zij niet meer gecontroleerd zou kunnen bewegen. Ze zegt dat ze de kus, waarmee hij haar om vergiffenis vroeg, niet heeft gevoeld.

Uit: Het Servische meisje – Siegfried Lenz, vertaling W. Wielek-Berg, 1987