De Ierse kwestie, ook bij Michael O’Loughlin

OLoughlin1, michael; liwre.fibron foto: liwre.fi

Kun je maatschappelijke beroering onbesproken laten als schrijver? Dat kan, maar dat zoiets moeilijk gaat, blijkt uit het verhaal De taal der stenen van de Ierse schrijver Michael O’Loughlin. De verhalenbundel De weeën van de mannen van Ulster gaat vooral over de banneling, de vreemde. Iemand die besluit zijn eigen huis en haard te verlaten om zich elders te vestigen. Dat komt overeen met de eigen ervaringen van O’Loughlin. Hij verliet Ierland om zich tijdelijk te vestigen in Spanje en Nederland. Inmiddels is hij weer teruggekeerd naar Ierland.

Michael O’Loughlin laat de Ierse kwestie lang onbesproken en dan verschijnt het in De taal der stenen.

Wall was nieuwsgierig, maar was niet van plan iets te vragen. Hij wist waar Goldfarb mee bezig was en ofschoon hij het niet goedkeurde liet hij Goldfarb vaak bij hem slapen als die werd verrast door de avondklok. Hij wist dat Goldfarb soms gewapend was, en dat er problemen zouden zijn als de Engelsen hem hier te pakken kregen. Soms dook hij onverwacht op, meestal buiten zichzelf, vreemd, onherkenbaar, als een lievelingshond die je na een gevecht binnenlaat, stinkend, bloedend, hijgend. Je kijkt in zijn ogen maar hij schijnt je niet te kennen, en je kent je troetelbeest niet meer terug. Maar geleidelijk aan zou hij weer normaal worden.

Wall bracht zijn dagen door in de rokerige vergaderzalen en bestuurskamers van de Dublinse arbeidersklasse. De vakbeweging en de Ierse taal waren zijn twee grote passies. Hij was het niet eens met Collins of de rest van die bende. Organiseren en scholen, dat was de weg voorwaarts voor de arbeiders. Die ruige boeren met hun bommen en revolvers begreep hij niet. Het baarde hem zorgen te zien dat zijn jonge vriend er steeds meer bij betrokken raakte. Maar zij discussieerden er niet meer over. Goldfarb ging rechtop zitten en dronk zijn thee, hij voelde zich al wat beter.

‘Nog steeds in die ouwe boeken, zie ik.’

‘Oh ja. De zoete en koninklijke taal. Je zou het ook moeten leren, weet je.’

‘Wat is daar het belang van, we kunnen toch allemaal Engels spreken.’

‘De taal van de binnendringer. We spraken allemaal Iers tot de Saxen kwamen en we zullen dat weer doen, zo God het wil, als ze weggaan.’

Uit: de taal der stenen; uit: De weeën van de mannen van Ulster, Thoth Bussum, 1994; vertaling Wim Platvoet

Michael O’Loughlin (1958, Dublin, Ierland)

Kleren maken de man; de weeën van Ulster mannen: Michael O’Loughlin

o'loughlin, michael, youtubebron foto: YouTube.com

Michael O’Loughlin is Iers, dichter en essayist. Ik las zijn verhalenbundel De weeën van de mannen van Ulster. In die bundel gaat het over het thema balling. Balling in eigen land, vreemdeling in het buitenland. In de meeste verhalen is de hoofdfiguur zoekend naar de betekenis van het ontheemd zijn.

In onderstaand fragment aandacht voor kleding. Kleding die bijdraagt aan identiteit, die iets zegt over wie je bent (of zou kunnen zijn).

Kleren, ik geef het toe, zijn altijd een obsessie voor me geweest. Ik werd algemeen gezien als de best geklede man op de Kunstacademie (niet dat er veel concurrentie was), en ik heb dat volgehouden. En voor de duidelijkheid: ik kleed me goed om uit te steken boven de poel van ellende die me omringt. Mijn vrouw beschuldigt me ervan een dandy te zijn. Ik moet er echter aan toevoegen dat zij een onderzoeksjournalist is, en een goede, en beschuldigen en onthullen zijn het wisselgeld van haar uitingen. Kunst betekent niets voor haar. Ik neem haar beschuldiging dus op in de geest van Baudelaire. Ik houd een dagboek bij, getiteld Spleen de Dublin, waarvan ik misschien op een dag delen zal publiceren als het niet te lasterlijk is. Het merendeel ervan, ben ik bang, bestaat uit een inventarisatie van de lelijkheid die ik om me heen zie. Voor mij is de lelijkheid van de Irish life een symptoom van zijn innerlijk verval, zijn geestelijke bierbuik. Ik weiger te bezwijken, maar het is natuurlijk een narcistische, om niet te zeggen eenzame bezigheid. Ik ben bang dat mijn tekens meestal niet begrepen worden. Toen ik vorige week verscheen in mijn nieuwe Yamamoto kostuurm, sneerde mijn vrouw: ‘Ga je naar een wake of zo?’ En zonder het zelf te beseffen had ze natuurlijk gelijk.

Uit: Atlantis; uit: De weeën van de mannen van Ulster, Thoth Bussum, 1994; vertaling Wim Platvoet

Michael O’Loughlin (1958, Dublin Ierland)

Thomas Moore: lied

Thomas_Moore

Lied

O zag uw oog die stille traan dan niet, / die heimlijk uit mijn droevige ogen welde? / Hebt gij de blos der vrees niet opgemerkt, / of niet de zucht gehoord die mij ontsnelde? / En waant gij nog, mijn liefde ware koud, / en niet met uw bestaan ineengeweven, / en kunt ge een hart, dat u zozeer behoort, / door twijfeling vermeesterd, mij hergeven.

Trouw – warm – oprecht – hing steeds mijn ziele u aan; / mijn leven was een taak van louter liefde; / ’t was één gedachte aan u, aan u alleen, / die nooit vervliegt, schoon mij uw argwaan griefde; / indien uw gloed voor mij is uitgedoofd, / zo ‘k geen geloof bij u meer kan verwerven, / ach! dan ken ik slechts één bewijs nog meer: / uw zoete naam te zeegnen en te sterven.

Thomas Moore (1779 – 1852)

Vertaling door S.J. van den Bergh

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982

U is U2

De allereerste kennismaking met de Ierse band U2 herinner ik me nog als de dag van gisteren. Vriend of vage kennis maakt je attent, je gaat eens luisteren. En dan valt de mond open: je hoort iets dat je nog nooit gehoord hebt. Een samenraapsel van muziekstijlen die tot iets nieuws is versmolten. En het plust: het is meer dan de som der delen. Het is de energie en het avontuur van punk, New Wave, rock; iemand (Bono) die zingt met een enorme bevlogenheid en waaraan je een Iers-Keltische basis toedicht. En dan die gitarist, The Edge noemt ie zich, alsof ie (terwijl de wereld vergaat) in het woud der Echo zichzelf ruimte schept en besluit er te gaan wonen!

Ik vond het fascinerend. En dat hield ik een aantal albums vol (tot aan The Unforgettable Fire om precies te zijn). Daarna werd het te groots, te bombastisch, te ongeloofwaardig en moesten er stadions vol. Het grote geld lokte nogal. Maar dat ligt niet aan U2 maar aan mij. Maar die allereerst tonen!

Van Morrisson: Saint Dominic’s Preview

Goed nieuws voor de liefhebber van het repertoire van de Belfast Cowboy: Van Morrisson. Inmiddels zeventig jaar oud en geridderd door the Queen, dus Sir.

Vijftig jaar geleden kwam het eerste album op de markt waarop zijn kenmerkende stemgeluid te horen was. Titel: Them. Dat was tevens de naam van de band waarin hij toen speelde.

Al zijn (solo)platen zullen door Sony weer op de markt gebracht worden. Daarbij klassiekers als: Astral Weeks, Moondance, Saint Dominic’s Preview, Veedon Fleece en het prachtige live-album It’s Too Late To Stop Now.

Van Morrisson moet het hebben van zijn stem. Die herken ik uit duizenden. Ik ken niemand die zo bezield kan zingen. Of zoals Gijsbert Kamer in De Volkskrant schreef (9 sept.2015):

Zijn stem kronkelde, kermde en kraakte. Dit was geen popmuziek meer, Van vond zoekend naar de juiste woorden..

In datzelfde artikel (Het beste Van) beweert Kamer dat de Ierse zanger eigenlijk zijn beste werk maakte voor 1980.

Zijn platen uit de jaren zeventig klinken nog altijd geweldig.Tot 1980 kun je al zijn platen beluisteren als een vorm van soul searching. De zanger gebruikte zijn stem om in het reine te komen met zichzelf en zijn omgeving. Soms wanhopig, soms getergd en soms teder. En altijd met grote poëtische zegginsgskracht.

Wie kennis wil maken met de teder zingende Van, doet er goed aan Veedon Fleece te gaan beluisteren. Persoonlijk vind ik dit album het hoogtepunt in de loopbaan van de Belfast Cowboy.