Bij het overlijden van Milos Forman

Milos Forman (1932 – 2018, Tsjechisch-Amerikaans) was voor mij vooral twee films: One Flew Over The Cuckoo’s Nest (1975) en Amadeus (1984). Met Cuckoo’s Nest kwam ook acteur Jack Nicholson in mijn filmisch leven. Die heb ik hoog zitten en dat begon met deze filmklassieker van Forman. Beide films hebben iets gemeenschappelijks: “Mensen die in opstand kwamen tegen het gezag, en niet alleen zomaar rebelleerden, maar ook de waanzin van starre autoriteit aan de kaak stelden. Zijn favoriete personages”, aldus Dana Linsen in het NRC van 15 april jl.

Toen de Russische tanks in augustus 1968 Praag binnenreden en een einde maakten aan die kortstondige opleving van creatieve en intellectuele vrijheid in zijn geboorteland, was Forman in Parijs om zijn eerste Amerikaanse film voor te bereiden. Hij werd ter plekke ontslagen bij de Praagse staatsfilmstudio en besloot in het Westen te blijven. Hij had toen al naam gemaakt als een van de meest toonaangevende filmmakers van de Tsjechische new wave, met films als Loves of a Blonde (1965), genomineerd voor een Oscar voor Beste Buitenlandse Film en de satire op het communistische regime The Fireman’s Ball (1967, verboden in eigen land en desondanks wederom genomineerd voor een Oscar).

Hij nam zijn zwarte gevoel voor humor, zijn losse op het neorealisme geïnspireerde stijl, en zijn voorliefde voor non-conformisten mee naar Hollywood.

Uit: NRC, Dana Linsen, 15 april 2018

En als toetje een persoonlijke herinnering van schrijver Peter Buwalda in de Volkskrant van 19 april jl.:

Mij ontroerde One Flew Over The Cuckoo’s Nest overigens een beetje te erg naar mijn smaak, ik zat ernaar te kijken in Blerick, in aanwezigheid van de complete hoeksteen plus mijn vrienden Sander, Max en de illustere Mick Visser. Aan het einde, wanneer Chief, de doofstomme indiaan, uit barmhartigheid Jack Nicholson dooddrukt met een hoofdkussen, barstte ik als enige in tranen uit. Een pijnlijke affaire. Óf de rest had van die hele film niks begrepen, óf ik was gevoeliger dan ik eruit zag, met mijn Iron Maiden-T-shirtje.

Uit: devolkskrant.nl, Peter Buwalda, 19 april 2018

Martin Scorsese: Italiaans-Amerikaanse koning van de gangsterfilm

De Amerikaanse gangsterfilm is na Martin Scorsese een andere geworden. Hij voegde er de Italiaanse-Amerikaanse identiteit aan toe, Robert de Niro, rauw geweld, religieuze thema’s en vooral mensen die verlossing zoeken.

Scorsese (1942 geboren in Queens) was een ziekelijk kind. Hij leed aan astma en lag vaak in bed. Thuis in het huis van de katholieke Siciliaanse familie in Little Italy, New York. Een buurt waar de kleine crimineel net zo tot het straatbeeld behoorde als Bonnie bij Clyde. Hoe dat er ongeveer uitzag liet Scorsese zien in zijn eerste succesvolle film: Mean Streets (1973). Ondertussen was zijn enige vorm van afleiding: het bewegend beeld. De jonge Scorsese zat veel voor de tv en ging vaak naar de bioscoop.

Scorsese heeft naam gemaakt met een aantal typische Scorsese-kenmerken: hij gebruikt opvallende filmtechnieken; maakte van acteurs beroemdheden (Jack Nicholson, Leonardo DiCaprio, Harvey Keitel) en weet wat de beperkingen en mogelijkheden van cinema zijn om een verhaal te vertellen dat invoelbaar is.

Scorsese volgde eerst een opleiding tot priester voordat hij naar de filmacademie ging. Zoals vaker bij regisseurs die later bekend werden, leerde hij de kneepjes van het vak van oudgediende Roger Corman.

Begin jaren 70, vorige eeuw, begon Scorsese’s doorbraak: Mean Streets, Taxi Driver (1976) en Raging Bull (1980). Allemaal films die de critici op de banken kregen, maar het publiek liet het nog afweten. Dat veranderde met films als: Goodfellas (1990), Cape Fear (1991,remake), Gangs of New York (2004) en The Departed (2006) en onlangs nog Hugo. The Departed was de film die veel geld in het laatje bracht en Scorsese’s roem naar een hoger plan tilde. Scorsese is een veelzijdig filmer. Hij maakt gangsterfilms, comedy, documentaires over zijn favoriete muzikanten, historische drama’s, boekverfilmingen en alles met toewijding en met de opmerkelijke gave en het oog voor het bewegend beeld.