Biesboek: grootouders van moeders kant

biesboek, grootouders

De andere twee mensen zijn mijn grootouders van moeders kant. Opa Vreugdenhil was zuivelhandelaar in Rotterdam. Hij liep in de tweede wereldoorlog, kijkend naar de wolken, per vergissing, neuriënd onder een aanstormende tram. Ik vertelde oma Vreugdenhil dat ik heel blij voor Opa was dat hij nu voor altijd naar de Hema was. Ze lachte en zoende me en nam me op schoot. ‘Pas op dat je niet zo eigenaardig wordt als Opa,’ zei ze. Ik heb haar nog wel tot 1969 gekend. Ze stierf toen ze erg oud was aan suikerzoekte. Van Oma heb ik geleerd dat je bescheiden moet zijn en dat je veel moet liefhebben. Maar als ze een ruzie in de familie had bijgelegd, zei ze steevast: ‘Heb ik dat niet handig gedaan?’ Ik begreep daaruit dat het af en toe ook nodig is om geprezen te worden.

Uit: Biesboek – Maarten Biesheuvel, Eva Biesheuvel-Gütlich, Tilly Hermans, Meulenhoff Amsterdam, 1988

Maarten Biesheuvel (1939, Schiedam)

Maarten’s ode aan Marilyn

Marilyn-Monroe jma biesheuvel

Marilyn Monroe in de film The Prince and The Showgirl

Maarten Biesheuvel reist door zijn kamer en vertelt wat hij ziet:

Ik kijk nu nog iets naar links en zie een portret van Marilyn Monroe tegen de deur hangen. Die vrouw is voor mij de Maria of Jezus Christus van onze tijd, miljoenen mannen over de hele wereld hebben haar zo lang begluurd tot ze stierf. Ik zal u in het kort proberen uit te leggen wat ik met die vrouw heb. Wil dan weten dat ik volkomen gelukkig ben met Eva, mijn vrouw, maar dat ik nog steeds een zwak plekje voor Marilyn heb: ze gaat me maar niet uit mijn gedachten. Marilyn is de vrouw uit mijn jeugd. Ze was het brok verleidelijkheid waar ik van droomde. Ze was grappig en intelligent, leek mij, een vrouw waar iedere man wel van moet dromen. Ze had iets beheerst hoerigs dat aansprak. Ze was mollig en leek geboren om mannen het hoofd op hol te jagen. Alles aan haar was verleidelijk: haar schoenen, haar haar, haar lippen, haar tanden, haar jurk.

(..)

Mijn verhouding tot Marilyn is trouwens altijd een platonische geweest: ik verlangde vurig naar haar maar wist dat zij toch nooit mijn vrouw zou kunnen worden. Nog steeds val ik op het hoerige type vrouw, maar ik weet dat zo iemand mijn ondergang zou worden: ik denk dat ik zou ophouden met schrijven. Mijn leven met Eva móet als het ware tot schrijven leiden. Ze wil beslist niet op Manhattan of in het centrum van Amsterdam wonen, ze wil niet bij een club van artiesten horen, ze wil alles zo tuttig mogelijk. Bij Marilyn zou ik maar een aanhangsel zijn, ik zou voortdurend in haar schaduw staan, ik zou me in de show-business geen houding weten te geven, terwijl Eva, die wars is van alle glitter en glamour, van aanstellerij en koketterie (ze zou zich nooit op een rooster boven de ondergrondse met opwaaiende rok laten fotograferen), mij op mijn studeerkamer houdt en me voortdurend het beeld van Plato inprent, dat aan een man op zijn levenstocht vier paarden trekken: twee aan zijn hoofd omhoog en twee aan zijn onderbuik naar beneden. Het is heel moeilijk om langzaam naar boven te rijden, gesteld dat het gevleugelde paarden zijn en je door de lucht gaat.

(..)

Ik heb geen zin om Marilyn te vergeten. In het leven van iedere man moet de herinnering zijn aan iets wat verboden is, aan iets dat de spuigaten uitloopt, wat de perken te buiten gaat. In een krankzinnige gereformeerde waan meende ik dat Karel van het Reve God was. Ware ik nog gelovig dan koos ik Marilyn Monroe als Jezus en Tony Curtis als Judas.

Uit: JMA Biesheuvel, Reis door mijn kamer, verhalen, Meulenhoff Amsterdam, 1984

Nuchtere humor

Wij Ollanders zijn nogal een nuchter, aards en bedeesd volk. Ons maaiveld is het moeras en met moeite ontworstelen we ons aan het water dat vaak aan de lippen staat. In de vaderlandse gedichten zien we dat terug. Dichten mag, maar dan wel leuk! Van no-nonsence naar nonsens is een kleine stap in de lage landen-poëzie. Drs.P kwam op de proppen met plezierdichten en terstond wist iedereen dat deze sympathieke Zwitser de juiste snaar had geraakt.

In navolging van en ter ere: desgevraagd een paar pleziergedichten. Met dank aan Vic van de Reijt, die ze bijeenbracht in: Ik Wou Dat Ik Twee Hondjes Was. (Uitgeverij Bert Bakker, 1982)

van het reve k

Karel van het Reve

Kleine Jantje

Kleine Jantje likte van de – Keukenspiegel al het kwik, – In zijn jeugdige onschuld menend – Dat dit hielp tegen de hik.

Op het kerkhof sprak zijn moeder – Snedig tot mevrouw van Valen: – “’t Was een zure dag voor Jantje – Toen het kwik begon te dalen.”

Cees Buddingh’, 1960

H2O JÉ

In Connecticut – in ‘ n waterput – verdronk mijn tante Eefje

Nog jaren later – dronk oom ’t water – uitsluitend door een zeefje.

John o’Mill, 1956

Er staat een boom in Nederland – Dicht bij het plaatsje Duiven. – Daar groeien rode neuzen aan – En al die neuzen snuiven.

Zodra het echter winter wordt – En het begint te vriezen, – Dan worden al die neuzen paars – En al die neuzen niezen.

Daan Zonderland, 1952

Een rijksambtenaar tweede klasse – Zat ’s avonds zijn voeten te wassen. – Hij wou op het zand – Van het Tesselse strand – Ontkleed zijn verloofde verrassen.

Karel van het Reve, 1954