Kat Bébert als personage in het werk van Céline

Bébert was de naam van de kat van de omstreden Franse schrijver L.F. Céline (1894-1961). Als in 1944 de schrijver Frankrijk moet ontvluchten vanwege zijn sympathie voor de Duitsers en vooral hun anti-semitische gedachtengoed, vergezelt zijn kat hem. Een barre tocht volgt door de puinhopen van het Derde Rijk. Over die tocht schrijft Céline een trilogie. Bébert krijgt in die boeken een belangrijke rol.

Over Bébert schreef Frédéric Vitoux (1944, Frans) een biografie, die eigenlijk een biografie over Céline is want: ‘De avonturen van Bébert bleken een afspiegeling te zijn, een verheldering te betekenen van die van zijn baas en zijn bazin’. In Bébert, de kat van Céline zien we de schrijver door de ogen van zijn kat en dat biedt verheldering.

bebert, voyages.ideoz.frBébert met links op de foto Céline; bron foto: voyages.ideoz.fr

In het hoofdstuk Portret van de kunstenaar als een straatkat probeert Vitoux antwoord te geven op de vraag: Is Bébert een personage?

Wat meteen opvalt is de veelheid van tegenstrijdige karaktertrekken. Bébert is beurtelings trouw en onberekenbaar, aanhankelijk en knorrig, strijdlustig en gelaten. Het lijkt of Céline de waarachtigheid van het personage, anders gezegd zijn eenheid, opoffert aan het genoegen van een toevallige waarneming. Alsof Bébert alleen maar op een bepaald moment bruikbaar mocht zijn. Om de geloofwaardigheid van het verhaal zeker te stellen of om de coulissen van de handeling te verkennen. Maar ook om het voor de andere personages mogelijk te maken op hem te reageren, zich uit dramatisch en psychologisch oogpunt van hem te onderscheiden.

En toch biedt Bébert al deze confrontaties het hoofd. Hij blijft hoe dan ook aanwezig. Céline zuigt het zeker niet uit zijn duim. Als iets abstracts. Nee hij is niet – of niet alleen maar – een personage dat slechts als voorwendsel dient. En bovendien zijn de tegenstrijdige karaktertrekken die wij zoëven hebben blootgelegd niet echt onverenigbaar. Eén woord is voldoende om alle tegenstellingen op te heffen, en dat woord is grilligheid.

Misschien is Bébert gewoon een grillige kat…

De volgende vraag die Vitoux probeert te beantwoorden is: In hoeverre lijkt het personage Bébert op de schrijver zelf?

Natuurlijk valt het portret van Bébert niet altijd samen met dat van zijn baas (waarbij men ook nog onderscheid dient te maken tussen verteller en held). Maar hoe het ook zij, zelfs de manier waarop het portret van Bébert is bijgewerkt heeft een bedoeling. Het verraadt het ideaalbeeld dat Céline van zichzelf zou willen geven.

Bébert is gelaten, dat wil zeggen scherpzinnig. Céline ook. Natuurlijk ligt de grens van hun gelatenheid iets anders. De kat laat zich, heen en weer slingerend in zijn weitas, van de ene trein naar de andere sjouwen. Céline slooft zich uit om naar het noorden, Denemarken te komen. In zijn vasthoudendheid verzint hij talloze foefjes, overwint hij talloze hindernissen. Maar tegenover gevaar – bombardementen, arrestatie, opsluiting, hongersnood… – vind je bij hem hetzelfde pessimisme, dezelfde afschuwelijke helderheid ten aanzien van de ijdelheid van zijn pogingen. Ook Céline ontkomt niet aan de ellende. En zijn reis krijgt een beetje het aanzien van een lange omzwerving.

Uit: Bébert – Frédéric Vitoux, Arbeiderspers Amsterdam, 1987; vertaling Jan Versteeg

Kat Bébert met baasje Céline gevangen gezet

email mascheroni - mascheroni -

bron foto: ilgiornale.it

De beroemdste kat in de literatuur is Bébert. De kat van de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline (1894-1961).

In het oeuvre van de schrijver treedt Bébert op als trouwe metgezel. In juni 1944, na de landing van de geallieerden in Normandië, vluchtte Céline met zijn geliefde, de ballerina Lucette Almansor, via Duitsland naar Denemarken. Door zijn antisemitische pamfletten (lijvige boekwerken) die hij schreef tussen 1937 en 1941 zou hij als collaborateur en landverrader in Frankrijk ter dood zijn veroordeeld.

In de Duitse trilogie vertelt de schrijver op onnavolgbare wijze in associatief, hallucinerend en fulminerend proza over zijn avontuurlijke reis. De kat Bébert droeg hij bij zich in een weitas aan zijn riem. Gedurende zijn ballingschapsjaren in Denemarken was de kat (op de achttien maanden in de gevangenis na) naast Lucette elke dag in zijn gezelschap.

Tijdens de arrestatie van de schrijver en zijn vrouw in Kopenhagen, vluchtte Bébert via een openstaand dakraampje  naar buiten. “Louis werd in een cel opgesloten,” vertelde Lucette later, “ik in een andere op de vrouwenafdeling, ook Bébert werd weer gevangen en aan het dierenasiel, aan een dierenkliniek toevertrouwd, in een kooi.” Welk een solidariteit: alle drie de bak in.

Uit: Niet aaien! – Nico Keuning, 19 oktober 2015,  volzin.nu