L’atalante: (sur)realistische filmklassieker

L’Atalante werd in 1934 gemaakt door regisseur Jean Vigo. Het is de enige lange speelfilm die Vigo maakte. Enkele weken na de première overleed de Franse filmmaker aan de gevolgen van tbc. Het merendeel van de filmopnamen vond plaats in slechte weersomstandigheden langs de kanalen rond Parijs.

Het verhaal: een jonge binnenschipper, Jean, neemt zijn jonge bruid Juliette mee op zijn boot, die de naam Atalante draagt. De sleur van het alledaagse leven op het schip wordt onderbroken door magische momenten. De film kent sterke personages, zowel hoofd- als bijrollen zijn uitstekend bezet (door bijvoorbeeld Michel Simon).

De setting en de plot zijn realistisch maar de film heeft ook surrealistische trekjes. Er wordt door Vigo verwezen naar het onderbewuste en naar de droomtheorieën van Sigmund Freud. Maar er zijn ook verwijzingen naar de omverwerping van de morele en sociale codes van de burger.

De film werd in eerste instantie slecht ontvangen; aangepast en van een andere titel voorzien. In 1945 werd de film in zijn oorspronkelijke vorm hersteld en sindsdien geldt L’Atalante als een klassieker. Hieronder een droomscene uit de film en een trailer.

Bronnen: Film – Ronald Bergan, Unieboek Houten, 2007; Criterion Collection; BFI

D.H. Lawrence over de man als werktuig van de vrouw

lady-chatterley

Een boek uit 1929 dat tot op de dag van vandaag tot de meer discutabele werken behoort Lady Chatterley’s lover. Met de kennis van nu kun je dat boek (een klassiek meesterwerk, ook dat nog) rustig onder handen nemen en je verbazen over de opwinding die het tot gevolg had, maar ook welke wijsheden hier werden verkondigd. De geschiedenis van een vrouw op zoek naar de vrije liefde in een land waar de zeden nog niet zo ver waren.

En hoe sentimenteel men er ook wezen kon, die sekse-geschiedenis was een van de oudste en miezerigste verbonden en onderworpenheden. De dichters, die haar verheerlijkten, waren meest mannen. Vrouwen hadden altijd geweten dat er iets beters bestond, iets hogers. En nu wisten zij het beslister dan ooit. De schone, loutere vrijheid van een vrouw was oneindig meer wonderbaar dan alle seksuele liefde. Het enige ongeluk was dat de mannen in deze aangelegenheid zo ver achter de vrouwen aan kwamen. Zij hielden vast aan het seksuele als honden.

En een vrouw moest toegeven. Een man was net als een kind in zijn lusten. Een vrouw moest hem geven wat hij begeerde, of als een kind zou hij waarschijnlijk ondeugend worden en weggooien en bederven wat een hele prettige connectie was. Maar een vrouw kon zich overgeven aan een man, zonder haar innerlijke vrije zelf te geven. Een vrouw kon een man nemen zonder zichzelf echt weg te geven. En zeker kon ze hem nemen zonder zichzelf in zijn macht te stellen. Veeleer kon ze dat seksuele gebruiken om macht over hem te hebben. Want zij hoefde zich alleen maar terug te houden in het seksuele verkeer en hem tot een eind laten komen en zich laten uitleven zonder dat zijzelf tot de crisis kwam: en dan kon zij het verkeer verlengen en haar orgasme en crisis voltooien, terwijl hij enkel haar werktuig was.

Uit: Lady Chatterley’s lover, D.H. Lawrence, vertaald door J.A. Sandfort, Atlas Contact, 2012

Alice in Wonderland: een buitengewoon moeilijk spel

Niets leuker dan verhalen! Verhalen die ruimte laten voor eigen invulling. Die de fantasie prikkelen.

Ik kom op Lewis Carroll, de schrijver van Alice in Wonderland/Achter de spiegel en wat Alice daar aantrof. Dit boek biedt talloze aanknopingspunten, ideeën, suggesties en is een bron van inspiratie voor wie zelf creatief met woord (en beeld) wil zijn.

Een voorbeeld:

Nog nooit in haar leven, dacht Alice, had ze zo’n raar croquetveld gezien: het was één en al kuil en greppel; de ballen waren levende egels, de hamers levende flamingo’s en de soldaten moesten zich dubbelvouwen en op handen en voeten staan om de poortjes te vormen.

De grootste moeilijkheid, zoals Alice direct vaststelde, was het hanteren van haar flamingo. Het lukt haar om zijn lijf tamelijk handig weg te werken onder haar arm, met de poten omlaag, maar nauwelijks had ze zijn hals netjes uitgestrekt en stond ze op het punt de egel een klap te verkopen met de kop van de flamingo, of dáár draaide hij zich potverdikkie alweer om en keek haar zo verbouwereerd aan dat ze onwillekeurig in de lach schoot. En als ze zijn kop omlaag had  en weer wilde beginnen, bleek de egel zich tot haar grote ergernis uitgerold te hebben en bezig te zijn met wegkruipen. Afgezien van dit alles was er meestal een kuil of greppel precies op de plek waar ze de egel heen wilde slaan; en aangezien de dubbelgevouwen soldaten voortdurend opstonden om naar andere gedeelten van het terrein te wandelen, kwam Alice al gauw tot de conclusie dat het een buitengewoon moeilijk spel was.

(..)

“Ik vind dat ze helemaal niet eerlijk spelen”, begon Alice nogal klaaglijk, “en iedereen maakt zo’n verschrikkelijke ruzie dat je jezelf niet eens kan verstaan – en het lijkt wel of er helemaal geen regels zijn; en als die er wel zijn houdt niemand zich eraan – en u heeft geen idee hoe verwarrend het is dat alle dingen leven.”

Alice_par_John_Tenniel_30

De illustratie is van John Tenniel