Komrij: de zwijgzaamheid

De zwijgzaamheid

Eer maakt men lakens wit met inkt, / Eer speelt men schaak met bezemstelen, / Eer vindt men nog een roos die stinkt, / Eer ruilt men stenen voor juwelen,

Eer breekt men ijzer met zijn handen, / Eer zal men stijgen in valleien, / Eer legt men een garnaal aan banden, / Eer leert men geiten kousen breien,

Eer plant men bomen op de weg, / Eer zal men kakken in zijn hoed, / Dan dat ik u mijn ziel blootleg / En zeg wat ik thans lijden moet.

Uit: Alle gedichten tot gisteren, Singel Amsterdam, 2004

komrij-door-theo-daamen literatuurmuseum.nlKomrij geschilderd door Theo Daamen, bron illustratie: literatuurmuseum.nl

Gerrit Komrij (1944-2012, Winterswijk)

Komrij: hoog op de gele wagen

Hoog op de gele wagen

Je hebt goddank twee goede longen, want als je / Rookt, dan piep je niet. Je hebt ook een goed hart / Daarbij, want dans je voor je bed een walsje / Dan voel je je, dolgesprongen, niet benard.

Je hebt immers een zeer fijne neus voor vuile / Lucht, en slinks bespoten snijbonen en sla. / Om het zemelloze kadetje kan je huilen, / En je grijpt zesmaal ’s daags naar de tandpasta.

Doch iedere avond laat hoor je, als verlamd, / Weer die stem die je zegt dat je in alles faalde, / En: ‘Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp / Dan tien jaar maf tussen de dennenaalden.’

Uit: Je kon je redden langs een trap van vuur (Ragnarok! Ragnarok!5)

komrij, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Gerrit Komrij (1944-2012, Winterswijk)