J.Eijkelboom: o

j. eijkelboom foto

J. Eijkelboom, foto: Serge Ligtenberg

O

O, dat ik ooit nog eens / een vers met o beginnen mocht, / dat het dan ongezocht een ode / werd waarin zeg maar een dode / dichteres tot leven kwam / of wel een warm lief lijf / tot marmer werd waardoor / voor wie daarvoor gevoelig is / een adem ging als was het / leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken, / verdicht zich tot een sprakeloos substraat / dat roerig wordt en uit wil breken / en soms vermomd de mond verlaat.

O, klonk het nog eens ongehinderd.

J. Eijkelboom (1926 – 2008)

Uit: De gouden man, Arbeiderspers Amsterdam, 1982

BewarenBewaren