Jan Peter van Opheusden schildert vanuit het hart met geoefende hand

jp van opheusden; vermoeden2jp van opheusden; vermoeden4jp van opheusden; vermoeden6jp van opheusden; vermoeden8

Jan Peter van Opheusden (1941, Eindhoven) studeerde in zijn geboorteplaats aan de Academie voor Industriële Vormgeving, was 15 jaar werkzaam als leraar voordat hij besloot vrij kunstenaar te zijn. Hij is een alleskunner. Schildert, beeldhouwt en gebruikt grafische technieken.

Zijn werk is kleurrijk en valt onder de expressieve en figuratieve kunst. Thema’s komen veelal voort uit het dagelijks leven: huizen, portretten, stillevens. Met kwast en verf kan hij het best vormgeven wat hij voelt als het om het leven gaat. Zijn stijl is: ‘Uit het hart met een rechtstreekse lijn naar de geoefende hand’, zoals hij het zelf formuleert.

Het is een onvervalst zinnelijk schilderen zonder grenzen, concludeert de Duitse deskundige dr. Manfred Boetzkes. Wat ik er mooi aan vind is dat zijn werk ruimte biedt aan het vermoeden. Zijn werk toont vaag bekende beelden in een situatie die door kleur- en vormgebruik veel te raden laat.

jp van opheusden; vermoedenjp van opheusden; vermoeden3jp van opheusden; vermoeden5jp van opheusden; vermoeden7

Het harde lot van Francesco di Grisogono

Lampi-del-pensiero

Een blik op Lampi del Pensiero geschreven door Francesco di Grisogono; bron beeld: misangf.it

Aan elke plek zit een verhaal van de mens die er leefde, dat noemen we historie. Als dat verhaal tijdloos is, herkenbaar en direct van toepassing op jezelf of iemand uit je omgeving, is dat een geschiedenis.

In de microcosmos van Claudio Magris duikt Francesco di Grisogono op. Een verre voorouder, ‘grootvader van moeders kant, die op het geniale af was geweest, de melancholie door en door had gekend en de wereld had willen opsluiten in een kooi van tekens en woorden’. Deze man had een tijdloze geschiedenis, zoals blijkt:

‘hij had opgehouden te bestaan zonder ooit te zijn begonnen te leven’, beweerde Francesco in zijn laatste geschriften, opgesteld om te worden gelezen na zijn dood.

Hij had algauw gemerkt dat zijn ‘vurige roeping’ bestemd was om op te branden in absolute eenzaamheid, en dat het verdere verloop van zijn leven zou afhangen van zijn vermogen te verhinderen dat zijn intelligentie tot steriele, bijna geniale excentriciteit zou degeneren en de rijkdom van zijn hart tot dwangmatige wrok, als gevolg van verbittering en zijn isolement.

Francesco werd in 1861 geboren in Sibenik, Dalmatië. Kon zijn geliefde studies filosofie en mathematica niet voltooien in Wenen. Was officier bij de keizerlijke en koninklijke marine. Was een verwoed pleitbezorger van de Italiaanse zaak, maar ook verliefd op de Duitse en Kroatische cultuur. Hij werd een bescheiden leraar aan een lagere beroepsopleiding in Triëst. Werd zijn levenlang gedwarsboomd door tegenslagen en buitengesloten van elk contact met de wereld van het wetenschappelijk onderzoek. Bekend in kleine kring werd hij met zijn publicatie van aforismen: Lampi del Penseiro en met zijn Grondslagen van nieuwe wetenschappen.

Zelf zei hij dat de projecten en ideeën die zich in zijn hoofd vermenigvildigden zonder dat hij ze kon realiseren, kiemen waren die terechtkwamen op een terrein zonder zon waardoor ze verzwakten, hem teneerdrukten en hem oplaadden als een machine onder stoom die wordt verhinderd zich voort te bewegen en gedwongen wordt zich bewust te worden van zijn eigen toestand.

Francesco ontwikkelde een systematiek die de menselijke creativiteit bevrijdde van de grillen van het toeval en het onrecht van het lot. Zijn systeem stond alle mogelijke bewerkingen toe en onderwerpt ze aan logica, boven het toeval dat de mensen verstrikt.

De hoogmoed waarmee hij alles wil omvatten en de almacht speelt, onthult de weerloze nietigheid van het individu verloren te midden van het oneindige en nog meer tussen het raadselachtige eindige, en ook zijn roerende liefde voor het leven, dat hij tracht te grijpen als een visser die de zee in zijn net wil vangen.

(..)

Francesco di Grisogono kende de inwendige nederlagen van het isolement en de melancholie, de doodlopende weg waarin een hart dat al rijk is en te groot voor de beperkte en verstikkende werkelijkheid waarin hij zich bevindt, kan geraken en vastlopen. Zoals hij over zichzelf zei: ‘hij verdroeg gelaten en met humor dat al zijn dromen een voor een stierven… en bij een zo bittere desillusie vatte hij geen haat op tegen mensen of dingen en werd hij ook niet moe het leven lief te hebben dat hem alleen met doornen had toebedeeld… Zo ging hij voort, door de jaren heen, in kalme melancholie en droeg hij het kruis van zijn duistere noodlot, zich voordoend als een gewone man om zich niet belachelijk te maken als miskend genie.’

uit: microcosmi, Bert Bakker Amsterdam, 1998; vertaling Anton Haakman

 

Agnieszka Sosnowska toont de mythe van het alledaagse

Agnieszka Sosnowska, self6Agnieszka Sosnowska, self4Agnieszka Sosnowska, self2

Agnieszka Sosnowska werd geboren in Polen, verhuisde naar de USA, om daarna haar draai te vinden op een boerderij in IJsland. In IJsland woont ze in een kleine gemeenschap, houdt ze zich bezig met alledaagse dingen en geeft les. Van veel van die alledaagse dingen houdt ze een fotografisch dagboek bij. Vaak zijn het zelfportretten (niet te verwarren met selfies, de gesel van onze tijd), soms komen daarin anderen voor, zoals haar leerlingen.

Haar leven op de boerderij is ruw en hard, ver van alles en iedereen, zonder luxe, maar ze geniet van de eenvoud en de solidairiteit en de vriendschap die de gemeenschap haar en haar gezin biedt. Dat is wat ze in haar foto’s laat zien: een kleine hechte gemeenschap ziet het lijden van de ander en weet dat wederzijdse hulp de basis en het bindmiddel is voor het voortbestaan van de groep. Dat is de mythe van het alledaagse.

Agnieszka Sosnowska, selfAgnieszka Sosnowska, self3Agnieszka Sosnowska, self5

Juliën Holtrigter: onverwacht bezoek

holtrigter, julien; youtube.combron beeld: youtube.com

Onverwacht bezoek

God woont ver weg. / Ik heb zelfs zijn honden nooit horen blaffen. / Ik heb van zijn brood gegeten maar ik / verleerde van hem te spreken.

Hij schreef mij wel eens en vroeg het / dan weer: waar is je broer? / Wel, zijn Volvo staat hier voor de deur, / zijn groot licht gericht op de hemel. / Hij gaat juist vertrekken.

Van auto’s houd ik alleen in de nacht . / Hun harde glans en de kracht van hun / brullende motor, hun draai in / het opspattende grind.

Uit: Het stilteregister, Harmonie Amsterdam, 2006

Juliën Holtrigter (1946, Vianen)

Bergman: momentopname

kok aart, bergman; trouw.nlBergman aka Aart Kok; bron foto: trouw.nl

Momentopname

soms is het stil / als alle auto’s slapen / de honden dromen / de t.v. is dood / ik luister naar / de adem in mijn keel / buiten staan de bomen / open en bloot / uit vrije wil / sterren te rapen / heel / even maar

Uit: Sprekend mijzelf, Liverse Dordrecht, 2008

Bergman, pseudoniem van Aart Kok (1921-2009, Bergambacht)

Cami: de ogen van mijn vader

De ogen van mijn vader

De ogen van mijn vader hebben in mij nooit / Vertrouwen gewekt.

In mijn herinnering zie ik mijn vader / Met opgeheven vuist: / Teken voor een jeugd, / Teken voor een tijd.

De vuist die de mens / Tot een perfectie / Sloeg.

Daarom is het dat ik zorgvuldig / De humanisten en de kerken, / Allen die me met perfecties pesten, / Haat.

Al vergeet ik daarbij nooit dat mijn vader / Ondanks zijn ontzag voor God en zijn Oorlogen / Op de een of andere wijze mijn moeder / Heeft liefgehad.

Uit: Gedichten 1954-1983, Manteau Antwerpen, 1984

cami, ben, bol.com

bron foto: bol.com

Ben Cami (1920-2004, Durham, UK)

Ivo de Wijs: zonderlingen

Zonderlingen

Waar zijn de typen uit mijn bakermat? / De vele en vertrouwde zonderlingen / Die in mijn jeugd langs alle straten gingen? / Ik mis ze zo in de moderne stad

Waar zou hij wonen? Joke met de jas / Een veel te grote pet over de oren / Men fluisterde – als hij het niet kon horen / Dat hij een kleinzoon van Prins Hendrik was

Waar woont zij nu? De oude Wieske Snuf / Die we toch steeds met verse baby’s zagen / Die langs de school kwam met haar kinderwagen / En bedelde. Niet lachen – zei de juf

Waar zou hij wonen? Wimke van het plein / Die meeliep met de harmonieorkesten / De maat sloeg en marcheerde als de beste / En dan applaus nam. Ja, waar zou hij zijn?

En Frie? En Toon? En Kobus met de wrat? / Mijn broer zegt: Ze zijn allemaal gestorven / Ze hebben zich een eigen rijk verworven / Een vrijplaats, een soort zonderlingenstad

Hoe graag zou ik, de jongen van weleer / Die koppen nog eens zien – en horen vloeken / Ik zou zo graag hun verre stad bezoeken / En nagewezen worden – voor een keer

Ongepubliceerd

robscholtemuseum.nl, de wijs, ivo

bron foto: robscholtemuseum.nl

Ivo de Wijs (1945, Tilburg)

Seamus Heaney: de spoorwegkinderen

De spoorwegkinderen

Toen we de hellingen van de holle baan beklommen / Stonden we oog in oog met de witte knoppen / Van de telegraafpalen en de sissende draden.

Als sierlijk schoonschrift kromden zij zich mijlenver / Naar oost en west van ons vandaan, doorbuigend / Onder hun last van zwaluwen.

We waren klein en dachten dat we niets wisten / Dat het weten waard was. We dachten dat woorden langs de draden reisden / In de blinkende buidels van regendruppels,

Elk ervan geheel bevrucht door het licht / Van de lucht, het glimmen van de lijnen, en wijzelf / Zo onmetelijk verkleind

Dat we door het oog van de naald konden vloeien.

Uit: Mistroostig en thuis, Kwadraat Utrecht, 1987; vertaling Peter Nijmeijer

seamus heaneySeamus Heaney (1939-2013, Castledawson, UK)

Het garnalenkroketje als bijvangst bij A.L. Snijders

Toen er iets gezocht werd wat weg was, werd de driezitsbank opzij geschoven. Het iets werd niet gevonden, maar er was bijvangst (een woord op het randje): een dobbelsteen, een stukje lego en een gekreukt papiertje met een aantekening in mijn handschrift:

De mystieke  paardenknecht uit het land waar schitterende paarden goedkoop zijn. (en die het liefst garnalenkroketjes eet)

Terwijl ik zat te denken over de herkomst van deze woorden, bracht de post de nieuwe bundel van Jan Glas, met wie ik een paar weken geleden gastcurator was in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem. Ik was gefascineerd door zijn gedichten en bedelde om de bundel die in de maak was. Het resultaat werd door de postbode gebracht. Ik sloeg het boekje open op pag 34: “De nachten zijn zacht, zeg ik.”

Ik reisde naar een land waar een man / beoordeeld wordt op de hoeveelheid drank / die hij kan betalen. / Het leven is hier goedkoop. / Ik zou mijn moeder nog bellen.

Ze vraagt of ik het ’s nachts niet koud heb. / ‘De nachten zijn zacht, zeg ik, / ‘maak je geen zorgen.’

Dit zijn de eerste strofen, er volgen er nog vier. Ik vraag me af of Jan Glas in het land van de mystieke paardenknecht is geweest, en of hij van garnalen houdt.

Uit: Wapenbroeders – A.L. Snijders, afdh Enschede, 2012

A.L. Snijders (1937, Amsterdam)

A_Fotor al snijdersbron foto: wikipedia.org

F.Papenhove: orde

Orde

Sappho heeft mij verlaten, / haar lichaam wordt nu / door een ander bezet.

Alles wat ik bedenk: / haar verdrinken in zee, opblazen / met semtex, wurgen met mijn handen,

valt in het niet bij de constatering: / de avond begint, het wordt koud, / ik ga de tuindeuren sluiten.

papenhove, nederlandsepeozie.orgbron foto: nederlandsepoezie.org

F. Papenhove (1956)