Manon Uphoff beschrijft de getroubleerde blik

uphoff, standaard.bebron beeld: standaard.be

Gemis is de bundel korte verhalen die ik las. Geschreven door Manon Uphoff. In Stad kruipen we in het hoofd van een jonge vrouw die leeft in de stad. Er zijn raakvlakken en er zijn situaties waarbij het moeilijk invoelbaar is welke keuze gemaakt wordt. Toch zijn de personages echt en overtuigend. Het is een getroubleerd hoofdpersoon die we volgen. Het verhaal handelt over alledaagse situaties en de keuzes die gemaakt worden.

Ons nieuwe huis had twee toiletten: een boven in de badkamer, een beneden in de hal. Tocht kon er, als mijn moeder uit bed kwam en hijgend van het hoesten op de deur van de badkamer klopte, van gescheiden gebruik kon geen sprake zijn. Volgens mijn moeder – dochter van oorlog en armoede – bestond privacy alleen in de geest en waren deuren niet bedoeld om iets af te sluiten, maar om te openen. Dus probeerden we niet te horen hoe haar peuken sissend doofden in de wasbak. Niet te kijken als ze in de pot spuugde. Niet te kijken als ze plaste.

‘Bij het bombardement lag ik twaalf uur onder het puin met een stuk graniet op mijn borst en een granaatscherf in mijn kuit. Er is niemand die me nu nog opsluit.’

Uphoffs taal is toegankelijk en kiest de juiste woorden om de hardheid en wreedheid van het bestaan uit te drukken. In een gezin waarin liefde niet vanzelfsprekend is, maar ook in de eerste relaties waarin seks en liefde niet hetzelfde blijken.

Kon je een ‘talent’ hebben voor een lichaam? Dat je precies wist hoe je het vast moest houden, tegen je aan moest drukken, toe moest laten? Baby’s ademen direct als ze geboren zijn, je hoeft het ze niet voor te doen of uit te leggen. Kon het zijn dat het met de liefde hetzelfde was?

fragmenten uit: stad; uit: Gemis, Podium Amsterdam, 1997

Manon Uphoff (1962, Utrecht)

Tsjechov: Olenjka heeft geen mening

anton-chekhov; thefamouspeople.combron beeld: thefamouspeople.com

Olenjka is een mooie en lieve vrouw. In het korte verhaal Een schatje beschrijft Tsjechov haar levenswandel. Het gaat over drie liefdes die niet vervuld worden; die met Koekin, Poestowalow (overleden) en de veearts (verhuisd, andere vrouw). Kort van duur, zonder kinderen. Terugblikkend:

Nu was zij geheel en al verlaten. Haar vader was allang gestorven en zijn leunstoel slingerde met een afgebroken poot en onder stof bedolven ergens op zolder rond. Zij was vermagerd en er niet knapper op geworden en de mensen op straat keken al niet meer zoals vroeger naar haar, wanneer zij langs kwam en glimlachten haar niet meer toe; klaarblijkelijk waren de beste jaren voorbij; die had zij achter zich en wat nu aanving, was in zekere zin een nieuw, onbekend leven, waarin het beter was zich niet te veel te verdiepen. ’s Avonds zat Olenjka op haar balkonnetje en zij kon horen, hoe in pretpark Tivoli muziek werd gemaakt en hoe de vuurpijlen knetterend uiteenspatten, maar dit riep al helemaal geen associaties bij haar op. Zonder enige belangstelling liet zij haar blikken over haar lege binnenplaats dwalen, zij dacht nergens aan, wilde niets en als het donker was geworden, ging zij naar bed en droomde ze van haar lege binnenplaats. Zij at en dronk, alsof spijs en drank haar werden opgedrongen.

Maar het voornaamste, en het ergste van alles was wel dat zij er geen enkele mening meer op nahield. Zij nam de voorwerpen om zich heen wel waar en begreep alles, wat er zich om haar heen afspeelde, maar ze kon zich nergens een opinie over vormen en ze wist niet meer, waarover zij praten moest. En wat is dat verschrikkelijk, er geen eigen oordeel op na te houden! Bijvoorbeeld: je ziet ergens een fles staan, of je ziet het regenen, of hoe een boer in zijn kar langsrijdt, maar waarvoor die fles die regen of die boer bestaan, wat voor zin zij hebben, dat kun je niet onder woorden brengen en zelfs voor duizend roebel zou je er niets over kunnen vertellen. Toen Koekin en Poestowalow nog leefden en later bij de veearts had Olenjka overal een verklaring voor bij de hand gehad en met een oordeel over alles en nog wat klaargestaan, nu evenwel was het in haar geest en in haar hart al net zo leeg als op de binnenplaats, En wat gruwelijk was dat, zo bitter alsof zij alsem in de mond had genomen.

uit; een schatje; uit: Huwelijksverhalen – Anton Tsjechov, Muntinga Amsterdam, 1996; vertaling Charles B. Timmer

Tsjechov: Liefde in 19-de eeuws Rusland is…

tsjechov; regionoordtvbron beeld: rtvnoord.nl

Zij neemt een boek ter hand, gaat tegenover mij zitten en begint haar lippen te bewegen… Ik kijk naar dat kleine voorhoofd van haar, naar de op en neer gaande lippen en verzink in gepeins.

Ze is nu bijna twintig… denk ik. Als je daar eens een intelligente jongen van dezelfde leeftijd naast zet, wat een verschil! Een jongen heeft parate kennis, overtuigingen en ook een stel hersens.

Maar ik vergeef haar gaarne dit onderscheid, zoals ik haar dat lage voorhoofdje en de prevelende lippen vergeef… Nog kan ik me heel goed herinneren, hoe ik in de tijd, toen mij de wilde haren nog niet uitgevallen waren, een vrouw de bons placht te geven als ik een vlekje op haar kous ontdekte, of als er één enkele domme opmerking uit haar mond kwam, als zij haar tanden niet had gepoetst – maar kijk, nu vergeef ik alles: dat gekauw, dat gezannik met die kurkentrekker, haar slordigheid en die ellenlange verhalen over niemandalletjes. Bijna onbewust zie ik dat allemaal door de vingers, zonder dat ik mijn wil geweld aan hoef te doen, net of Sasja’s tekortkomingen de mijne waren. En een heleboel dingen die mij vroeger ergerden, brengen mij nu in een stemming van vertedering, zelfs tot verrukking. Alle motieven van vergevingsgezindheid liggen in mijn liefde voor Sasja besloten, maar waarin de motieven van de liefde zelf liggen – dat zou ik heus noet weten.

uit: liefde; uit: Huwelijksverhalen, Muntinga Amsterdam, 1996; vertaling Charles B. Timmer

Kavafis Dicht de Dag

Verlangens

Als mooie lichamen van doden die niet oud geworden zijn / en, onder tranen, weggesloten werden in een prachtig mausoleum, / met rozen bij het hoofd en bij de voeten jasmijnen – / zo lijken de verlangens die voorbij gegaan zijn / zonder vervuld te worden, zonder dat een van hen / éen nacht van genot, of éen morgen van licht werd vergund.

uit: gedichten, Bert Bakker Amsterdam, 1984; vertaling Hans Warren en Mario Molegraaf

kavafis kp; theparisreview.orgbron beeld: theparisreview.org

K.P. Kavafis (1863-1933, Alexandrië, Egypte)

Bijna iedere dag Muziek: Arooj Aftab

Arooj Aftab (36) groeide op in de Pakistaanse stad Lahore. Daar raakte ze betoverd door de menselijke stem, de eeuwenoude muziek uit de regio en de Perzische dichtkunst van de ghazel. Daarnaast waren de jazz van Billie Holiday en de Amerikaanse r&b van grote invloed. In 2005 verkaste Aftab met haar ouders naar New York. Ze meldde zich aan bij de Berkeley-universiteit, waar ze muziekproductie en jazz studeerde. Ondertussen bouwde ze aan haar magische mengmuziek, die nu tot ons komt met het album Vulture Prince.

Is het jazz, folk of neoklassiek, of iets dat we vroeger ‘wereldmuziek’ noemden? En hoe kan die donkere en hypnotiserende stem, met haar een feilloos en bedachtzaam vibrato dat je soms de keel dichtknijpt, daar zo makkelijk doorheen stromen, in antieke en onmiskenbaar Perzische klankkleuren en melodielijnen?

Aftab bewerkte eeuwenoude soefipoëzie tot zeven hallucinante muziekstukken, begeleid door vooral harp, viool, gitaar en een flard elektronica. Haar liederen zijn beklemmend en ontroerend mooi, en je hoeft het Urdu niet machtig te zijn om te voelen waarover het gaat; over eeuwigheid die het alledaagse overstijgt, over liefde, overgave en mystiek. In het diepgrondige en spirituele nummer Saans Lo zingt zij over de desolate wereld waarin we zijn terechtgekomen en de noodzaak om elkaar beet te pakken en te blijven ademhalen.

Arooj Aftab knoopt eeuwen aan dichtkunst en muziek aan elkaar, en zweeft langs alle denkbare genres. Vulture Prince is een album dat ons leert dat we troost kunnen vinden als we diep in de ziel graven en onder het oppervlak van de dagelijkse bak ellende weten te kijken.

bron: Jaarlijst album top 40, Robert van Gijsel en Merlijn Kerkhof, 25 december 2021, devolkskrant.nl

Duras’ De Minnaar: verpletterend en alomvattend

Marguerite-Duras-independent.co.ukbron beeld: independent.co.uk

Wat een boek! De minnaar van de Franse schrijfster Marguerite Duras is een alomvattend, tijdloos en verpletterend boek. Gelaagd en van veel markten thuis. Het is een liefdesgeschiedenis want het pubermeisje dat hoofdrolspeelster is, verhoudt zich op allerlei liefdevolle manieren tot de haar omringende wereld. De wereld van een traumatische moeder, een afwezige vader, een oudere broer die het kwaad in zich draagt en een jongere broertje die in alle onschuld te vroeg overlijdt. Dan is er de liefde van een oudere, rijke man en een oorlog die op de achtergrond speelt. Je zou het boek ook symbolisch kunnen opvatten als een metafoor voor hoe de koloniale macht Frankrijk zich tot Indochina verhoudt. In korte puntige alinea’s komen de waarheden voorbij. De waarheden die het leven van het hoofdpersonage bepalen.

Hoe je als meisje/vrouw altijd te maken hebt met hoe er naar je gekeken wordt:

Je wordt gezien, daarom kun je niet kijken. Kijken betekent dat je een moment benieuwd bent naar, omtrent, dat is je begeven op een hellend vlak. Geen enkel mens is de blik waard die op hem is gevestigd. De blik is altijd onterend.

Over hoe je de oorlog kunt koppelen aan hoe je je oudere broer ervaart:

Ik zie de oorlog in hetzelfde licht als mijn kinderjaren. Ik haal de oorlogstijd en de tijd dat mijn oudere broer aan de macht was, door elkaar. Waarschijnlijk ook omdat mijn kleine broertje in de oorlog is gestorven: het hart, zoals ik al had gezegd, had het begeven, het opgegeven. Ik geloof  inderdaad dat ik mijn oudste broer nooit gezien heb in de oorlog. Het kon me al niet meer schelen of hij leefde of dood was. Ik zie de oorlog zoals hij was, zich overal verbreiden, overal binnendringen, stelen, gevangennemen, overal tegenwoordig zijn, met alles vermengd, verweven, aanwezig in het lichaam, in het denken, in het wakker zijn, in de slaap, bezeten van de dronken makende hartstocht het lieflijke grondgebied te bezetten dat voor hem  het lichaam van het kind is, het lichaam van degenen die minder sterk zijn, van de overwonnen volkeren, en omdat daar het kwaad is, aan de poorten, tegen de huid.

Over de rol van haar moeder, die getraumatiseerd is door wat haar is overkomen (man overleden/weg, alleen met de kinderen achtergebleven) en toch door moet in het leven:

Aan de hand van die neiging van haar om tot het uiterste te gaan zonder dat de gedachte ooit bij haar opkomt dat ze er de brui aan zou kunnen geven, de plichten zou kunnen laten voor wat ze zijn? Ik geloof van wel. In die absurde dapperheid van dit soort mensen herken ik de diepe genade.

En tenslotte, over de liefde voor haar kleine broertje:

Bij het kleine broertje was het een onsterfelijkheid zonder onvolkomenheid, zonder legende, zonder toevalligheid, een zuivere, gave onsterfelijkheid. Het kleine broertje was geen roepende in de woestijn, hij had niets te zeggen, elders of juist hier, niets. Hij had niets geleerd, hij was er nooit in geslaagd wat dan ook te leren. Hij kon niet praten, nauwelijks lezen, nauwelijks schrijven, soms leek het of hij niet begreep en die bang was.

De uitzinnige liefde die ik hem toedraag blijft een onpeilbaar mysterie voor me. Ik weet niet waarom mijn liefde voor hem zo groot was dat ik wilde doodgaan om zijn dood. Toen het gebeurde was ik al tien jaar van hem gescheiden en ik dacht maar zelden aan hem. Ik zou, leek het, altijd van hem blijven houden en er was niets dat die liefde kon veranderen. Ik had buiten de dood gerekend.

fragmenten uit; de minaar, Arbeiderspers Amsterdam, 1985; vertaling Marianne Kaas

Marguerite Duras (1914-1996, Gia Djnh, Vietnam)

 

Jan Kal: eerste lentezon

kal, jan; haarlemsedichtlijn.nlbron beeld: haarlemsedichtlijn.nl

Eerste lentezon

Ik wil geen winter meer, ik wil geen kou. / Ik wil me nu uitsluitend lekker voelen. / Dus niets, nee niets, mag mij meer af doen koelen. / O voorjaarszon, jij warmtebron, kom gauw.

Aan boeken, tafels, bed, pick-up en stoelen / blijf ik als jij verschijnt niet langer trouw, / als ik je stralen, waar ik zo van hou, / over mijn hele huid kan laten spoelen.

Mijn kamer baadt in het levend lentelicht, / dat door de harde wind niet wordt verwaaid. / Dit is de feestdag dat het ging gebeuren.

De zon schijnt nu al achter mijn gezicht, / en op de groeven van A Hard Day’s Night / waaiert het licht uiteen in duizend kleuren.

Uit: 1000 sonetten 1966-1996, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1999

Jan Kal (1946, Haarlem)

Ken je klassiekers: Cupido en Psyche

gerard, francois; commons.wikipedia.org

Francois Gérard schilderde het stel in liefdevolle omarming. Boven het hoofd van Psyche bevindt zich een vlinder, die symbool staat voor de ziel

Je zult maar een onsterfelijke god zijn en als bonus de liefde in je portefeuille hebben. Ik heb het over Cupido (verlangen), Amor (liefde) of Eros (seksuele liefde). De ondeugende zoon van Venus (godin van de liefde) en Mars (oorlog). Cupido beschikte over pijlen en boog. Gouden pijlen voor het verlangen en loden pijlen voor de afkeer want dat zijn de keuzen als het om echte liefde gaat.

david, jacques louis; cupido en

Jacques Louis David schilderde het prachtstel gelegen op bed

Cupido wist als geen ander wat liefde en vooral hartstocht was. Hij werd verliefd op Psyche (de ziel), prinses en (toe maar) het mooiste meisje van de wereld. Om de wederzijdse liefde te beklinken werd een berg beklommen om daar in het huwelijk te treden. Psyche werd opgetild door de wind en zachtjes meegevoerd naar een bosrijke vallei waar een schitterend kasteel stond. Daar bracht de schone prinses haar dagen in ledigheid door, terwijl ze ’s nachts bezocht werd door een geheimzinnige minnaar (waarin we uiteraard Cupido herkennen). Psyche werd opgejut door haar jaloerse zussen en zelf was ze erg nieuwsgierig naar wie die hartstochtelijke minnaar kon zijn. Ze stak de olielamp aan om het gezicht van haar partner te zien. Een druppel hete olie viel op Cupido, die wakker werd, wegvloog en haar achterliet. Psyche zocht naar Cupido, kreeg onmogelijke opdrachten van moeder Venus als straf voor het onteren van haar zoon. Oppergod Jupiter werd geraakt door het verlangen van Cupido naar Psyche en maakte haar onsterfelijk. Hereniging van het stel volgde: eind goed al goed.

Cupido (verlangen) en Psyche (ziel) waren voer voor klassieke filosofen en voor kunstenaars. Voor christelijken stond het stel voor het streven van de ziel naar de hemel en onsterfelijkheid, te bereiken door liefde.

van dyck, anthony; cupido en

Cupido en Psyche in de verbeelding van Anthony van Dyck

Renaissancekunstenaars beeldden Cupido af als jongeling. Barokke en Roccoco-kunstenaars maakten er een dikke peuter van met vleugels. Veel schilderijen met het stel laten symbolische seksuele of morele boodschappen zien. In taferelen van geluk en genot zien we een vermenigvuldiging van het aantal Cupido’s (de putti in het Italiaans).

van balen, hendrick; puttiDansende putti toegeschreven aan Hendrick van Balen

bron: De kunstgids, Marcus Lodwick, 2004

 

Maarten Biesheuvel: ‘ik ben! hoe bestaat het!’

biesheuvel, maarten; nrc.nlSchrijver Maarten Biesheuvel met zijn trouwe bondgenote Eva; bron foto: nrc.nl

Er is geen Nederlandse schrijver die mij zo diep ontroert als Maarten Biesheuvel (1939-2020). Bij elk verhaal dat ik van hem lees, zie ik de man worstelen met zijn leven, zijn gedachten, zijn geestesziekte. En toch: altijd is daar die kinderlijkheid, die onbevangenheid, die humor, die liefde voor alles dat de aandacht trekt en hem verbaasd, verwondert en gelukkig maakt. Een voorbeeld:

Nu ben ik terug op mijn kamer en hier schrijf ik dit. Ik weet niet wat het is, iets van een kind, het gejubel van een mier, een gedicht, iets simpels, maar het komt me recht uit het hart. Vannacht ben ik de zee overgestoken. Ik praatte met vrienden en dronk whiskey. Veel whiskey dronk ik en veel pijpen rookte ik. Eerst was het gesprek ernstig, toen werd het kolder. We gingen op het hoogste punt van het schip staan. het was nacht en er stond een lichte deining. Ik stak een sigaar op. De wind waaide zo dat alleen een meeuw de rook van de sigaar kon ruiken. Ik ging naar de kooi. Ik lag in de bovenkooi, mijn vrienden lagen beneden, één in de kooi onder mij en één op een grote bank onder de patrijspoorten. Ik werd gewiegd in mijn kooi. Het was heerlijk. De patrijspoorten stonden wijdopen. Een koelte woei naar binnen. Ik hoorde het gestamp van de machines. ’s Morgens ging er een gong door de gangen: ‘Dames en heren wilt u opstaan, het ontbijt is klaar!’ Ik heb gegeten: witte bonen in tomatensaus, spek en ei en bruin brood en veel melk en vruchtensap erbij. De zon scheen al op zee. Vrolijk en ontspannen ben ik thuisgekomen. Nu zit ik op mijn stoel. Ik heb mijn herinneringen. Herinneringen aan de geur van het hooi, de vrachten hooi hier en daar op het veld, de koeien, ik herinner me de beek en de forel, ik weet nog hoe ik met blote voeten door de beek ging. Ik heb de stilte leren kennen. Vandaag ben ik naar kantoor geweest. Ik heb van alles voor mijn vrouw gedaan. Vanavond heb ik gelezen en geschreven. Goed, goed, ik ben met vakantie geweest, dat is waar, maar het gevoel verlaat me niet, het is een grote verbazing: ‘Ik ben! Hoe bestaat het!’

PS: Daar ben ik de ganzen en de zwanen vergeten. De zwanen vlogen zo sierlijk, hoe krijgen ze die grote lichamen de lucht in? Mooie, grote sierlijke engelen, witte zwanen, ik weet haast wel wat jullie denken als jullie vliegen: Wij zijn, wij zijn, wij zijn!

Uit: Een overtollig mens, Boekenweekgeschenk 1988, CPNB

Maarten Biesheuvel (1939-2020, Schiedam)

Antanas Sutkus: ‘de geur van deze tijd’

sutkus, antanas; mensen6sutkus, antanas; mensensutkus, antanas; mensen3Antanas Sutkus (1939, Litouwen) gelooft dat je niet kunt fotograferen zonder liefde voor het leven en de mensen. Opgegroeid onder het communistische bewind dat Litouwen lang in de greep hield, kon Sutkus leven en werken zonder zichzelf te verloochenen.

Sutkus schrijft met licht en doet dat met ziel. Zijn foto’s zijn tijdloos, gemaakt in het nu en laten mensen zien die enigszins mysterieus en een beetje vreemd zijn.

Sutkus vindt wachten op het juiste moment om af te drukken, een wezenlijk onderdeel van zijn fotografie. Hij wil doordringen tot de ziel van de gefotografeerde. Zijn beelden moeten getuigen zijn van, en ruiken naar deze tijd. Kortom, zijn fotografie is iets voor de zinnen.

sutkus, antanas; mensen2sutkus, antanas; mensen4sutkus, antanas; mensen5