De visarend die niet viste

https://youtu.be/VdDqIWDCTqI

Waar hij verscheen, sloegen kieviten en tureluurs angstig op de vlucht. Met ver vooruitgestoken poten streek hij midden in een ondiepe plas neer. Hij stond tot de borst in het water en begon te baden. Dompelde zich ettelijke malen onder, sloeg met de heel lange wieken soppend in het nat en schudde de flonkerende druppels uit zijn kuif. Hij werd erg nat, vloog ten slotte met zwaar zoevende slagen omhoog. Weer schudde hij zich tijdens de vlucht van kop tot staart uit, spetters vlogen overal. Hij streek neer op een knotwilg en bleef geruime tijd met vleugels en staart gespreid staan. Die staart is wat grijzer van kleur dan de bronzen vleugels. Daarna vouwde hij de wieken dicht, maar liet ze in de vleugelboeg neerhangen, een heel heraldieke stand. De veren werden gepoetst, krop en rug kregen een flinke beurt en de vleugels werden nog eens met kracht uitgeklapt.

(..)

Opeens boog hij het bovenlijf omlaag, het achterlijf werd omhooggedrukt zodat we de blanke onderzijde te zien kregen, en met een krachtige, witte straal werden de feces uitgespoten. Meestal keek hij ons met beide ogen strak aan, een vreemd geziht, vooral wanneer de wind door de kuif streek. Op den duur werd hij toch onrustig en sprong omhoog. Daar zweefde hij op die buitengewoon lange vleugels over de Zwake. Hoewel er af en toe een grote karper met klikklakkend geluid uit het water sprong, zagen we hem helaas niet vissen. Hij streek veel verder neer in een boomtop.

Uit: Hans Warren – Ik ging naar de Noordnol, Bert Bakker Amsterdam, 1996

Buizerd-paren dansen in het luchtruim

bron video: Kees Vanger

Toen ze een tijd had zitten lezen en toevallig omhoog keek, cirkelden er vier grote roofvogels hoog in de lucht, recht boven haar.

‘Kijk eens…’ riep ze en wees naar boven.

De twee vrouwen zagen het ook.

‘Buizerds,’ riep haar tante.

De vogels beschreven achten en cirkels en spiralen in het blauw; niet alleen om elkaar heen, maar, als je goed keek, getweeën ook om het andere paar, alsof ze een luchtdans voor twee paren opvoerden, een ingewikkeld ritueel met geheime figuren en regels, niet te doorgronden voor wie geen vleugels had. Het kind vond dat het mooi was, leunde op haar ellebogen achterover en sloeg het gade. Het gaf een bijzonder, haast verheven soort duizeligheid om de buizerds zo gade te slaan. Ze vroeg zich af of de vrouw van Brons de vogels ook zou kunnen zien van achter haar raam en zo ja, of ze daar dan een beetje blij van zou worden of juist nog droeviger – het laatste was om onduidelijke redenen het waarschijnlijkste. Toen bedacht ze dat de drie mannen, ergens in de buurt van de grote hei op de valkenjacht, ze wellicht ook zouden zien en ernaar zouden wijzen, zoals zij daarnet naar ze gewezen had. Op die manier zou iedereen die zij kende op de Veluwe door middel van deze buizerds met elkaar verbonden zijn, alsof er een reusachtig soort passer met drie benen over het gebied gezet was; ieder keek langs een been omhoog en de blikken ontmoetten elkaar in een gezamenlijk middelpunt.

Toen ze aan de jagers dacht, moest ze ook weer aan de havik denken. Zag de havik de buizerds in de lucht? Zag de vogel, op de hand van haar oom, vastzittend aan zijn riempje, zijn soortgenoten in hun spel? Of was hij zelf net vrij voor vijf minuten, opvliegend om te slaan, met beneden zich het heideveld met de rennende prooi en boven zich die glijdende dans voor paren?

Uit: Luchtdans voor paren – Rasha Peper; Alle verhalen, L.J. Veen Amsterdam, 1997