Kousbroek laat weten wat de 2CV betekende

2cv 1937-2; carthrottle.com

bron beeld: carthrottle.com

Er is reden om te geloven dat de 2 CV Citroën door grote groepen mensen, in de twintig jaar dat hij bestaat, nooit begrepen is. (..) Het is te vrezen dat hun aantal groot moet zijn, want de fabrikant heeft over de jaren steeds meer concessies aan hen gedaan. Die concessies bestonden uit pogingen om de 2 CV  – ik kan mij er haast niet toe brengen om het op te schrijven – uit pogingen om de 2 CV mooier te maken.

(..) De 2 CV werd ontworpen door de Franse ingenieur Lefebvre, dezelfde die verantwoordelijk was voor de zwarte Citroën oud model bekend als traction-avant, waarvan er nog steeds een stuk of wat rondrijden; dezelfde ook die het grootste aandeel had in het ontwerp van de DS 19.

(..) De 2 CV dateert van 1937 (zie foto’s). Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog waren een twintigtal prototypes gereed, maar als gevolg van de oorlog en de daarop volgende periode van schaarste en andere moeilijkheden begon de productie van de 2 CV pas in 1948.

Ook in Frankrijk werd de manier van denken die aan dit verbazende voertuig ten grondslag lag niet dadelijk, en ook op de lange duur, nog niet door iedereen begrepen. De gedachte dat in een auto dezelfde relatie tussen functie en vorm zou kunnen bestaan als bijvoorbeeld in een fiets zonder concessies, wordt ook inderdaad door niets in onze samenleving aangemoedigd.

De vorm van een moderne auto wordt grotendeels bepaald door criteria die meer te maken hebben met de leeftijd waarop de koper werd gespeend en zindelijk gemaakt dan met iets anders. Als gevolg daarvan is een automobiel een soort boodschap, bestaande uit tekens – tekens van viriliteit, van macht, van bevrijding, van weelde, van sociale status, van libido. De 2 CV is arm aan zulke tekens, vandaar dat een bepaalde categorie mensen maar niet kàn begrijpen waarom iemand er een hebben wil.

(..) Er bestaat vermoedelijk geen industriële vorm die helemaal niets betekent. Zelfs de oorspronkelijke 2 CV was niet vrij van tekens (bv. ik ben functioneel; ik ben non-conformistisch; ik ben goedkoop – tekens niet te verwarren met functionaliteit, non-conformisme en goedkoopte.)

(..) De oude 2 CV met het oude stuur, met de oorspronkelijke motorkap van gegolfd plaatijzer, met de linnen kap tot beneden aan toen in plaats van een metalen kofferdeksel en natuurlijk zonder de extra achterraampjes – is nu definitief klassiek aan het worden. Een toekomstig verzamelaarsobject, hoe onbegrijpelijk dat voor sommige mensen ook kan zijn.

fragmenten uit: anathema’s 3 – Rudy Kousbroek, Meulenhoff Amsterdam, 1971 

2cv 1937;cpauvergne.com

bron beeld: cpauvergne.com

Ideeën veranderen: God was een (stevige) vrouw

Mother Goddess; botero

De weelderige vrouw van Fernando Botero.

Mother Goddess; costalhoyok

De moedergodin die gevonden werd in het Turkse Çatalhöyük bij opgravingen van een nederzetting die ruim 7000 jaar voor Christus gedateerd is.

Mother Goddess; willendorf

De Venus van Willendorf, één van de oudste Europese bewijzen van een moedergodin.

In de christelijk-joodse ideeënwereld waarin ik ben opgegroeid was er één god en die was man. Dat is een idee. En ideeën veranderen. Wie de blik richt op andere, oudere culturen, ziet vaak godinnen voorbij komen; moedergodinnen. Dat is wat we de oerreligie noemen. We komen de moedergodin namelijk in veel oude culturen tegen: oost en west, noord en zuid. Vaak goed gepropotioneerd (brede heupen, grote borsten) want dat duidt op vruchtbaarheid. Wat we niet weten is of die beeldjes verwijzen naar god of goden. Wel dat een aarde-moeder de kern was van de eerste vorm van religie. De eerste agrarische samenlevingen (toen jagers en verzamelaars besloten niet langer rond te trekken en zich te vestigen) hadden vaak en op veel continenten een ereplaats ingeruimd voor een vrouwelijke godheid of godin. In teksten uit Mesopotamië, en dan spreken we over 2000 jaar voor Christus, heeft men het over een moedergodin die verantwoordelijk was voor de mensheid. Zij werd vereerd als oerbaarmoeder, schepster van alle mensen. Kortom, er was een wijdverbreide gewoonte om vrouwelijkheid te idealiseren, ze te beschrijven en ze te vereren.

Inmidddels zijn er nieuwe ideeën over waarom die cultus niet overeind bleef. Mannen hielpen de cultus om zeep omdat zij macht kregen over religie. En, het christendom heeft zich de cultus toegeëgend en omgevormd naar de verering van Maria.

Tenslotte, de Colombiaanse kunstenaar Fernando Botero (1932) heeft in zijn werk de fascinatie voor de oer-vorm van de vrouw (breedheupig en weelderig) nooit onder stoelen of banken gestoken. Zowel in zijn schilderijen als in zijn beeldhouwwerk komen we de aloude moedergodin tegen.

bron: Ideeën die de wereld veranderden – Felipe Fernandez Armesto, House of Books Vianen, 2004

Mother Goddess;

Mother Goddess; columbian

Mother Goddess; halaf

Machiavelli: ‘de vorst moet leeuw en vos tegelijk zijn’

machiavelli, niccolo; medium.combron afbeelding: medium.com

Niccolò Machiavelli (1469-1527, Florence, Italië) is de geestelijk vader van het politiek opportunisme (en van de politiek als wetenschap). Als diplomaat deed hij ervaring op met macht. Bij de Borgia’s in de leer ontwikkelde hij radicale ideeën over bestuur en regering. Zijn beroemdste werk: de Vorst. Daarin zette hij uiteen waaraan een vorst moest voldoen om macht te hebben over zijn volk en die te houden.

Waarin schuilt het goede?

Machiavelli: ‘Hij (de vorst) zal alles moeten doen om zich bemind te kunnen maken. Hij moet zich vooral niet voordoen als een brute leeuw of als een sluwe vos. Hij moet juist voorkomen dat hij zich gehaat maakt.

En het slechte?

M: Dan moet hij juist leeuw en vos tegelijk zijn. Hij moet het beest dat in hem schuilt, volledig exploiteren zodat hij gevreesd wordt. De leeuw kan immers in een valkuil vallen en de vos kan gegrepen worden door een wolf. Daarmee moet hij vos zijn om de valkuilen te ontdekken en moet hij leeuw zijn om de wolven te verjagen.

Hoe maak je je als vorst bemind?

M: Door ervoor te zorgen dat de onderdanen hun dagelijkse werkzaamheden in pais en vree kunnen uitvoeren. Hij moet ze als het ware een beetje paaien met geschenken en beloftes. Door bijvoorbeeld elk jaar feesten en toernooien te organiseren voor het volk.

Dus is het beter om geliefd te zijn dan om gevreesd te worden…

Machiavelli schudt zijn hoofd. Nee, nee. Zoals ik al zei, je moet allebei zijn. Eerst moet je als vorst ervoor zorgen dat je gevreesd wordt en pas daarna bemind. Mensen zijn nu eenmaal wispelturig en huichelachtig. Ze staan achter je zolang het hen uitkomt. Maar in tijden van nood kiezen ze van de ene op de andere dag voor de andere partij. Als je dan geen voorzorgsmaatregelen hebt genomen, werk je aan je eigen val. Mensen doen nu eenmaal eerder iemand onrecht aan die geliefd is, dan iemand die gevreesd wordt.

Uit: 1506, een reis door de wereld van Erasmus, Machiavelli, Jeroen Bosch, Da Vinci en Johanna de Waanzinnige, Henk Boom, Balans Leuven, 2005

António Lobo Antunes doktert in Angola en schrijft zijn vrouw

Gago Coutinho, 13 september 1971

Echtelijk drama in Catolo. Vooraf: wanneer een vrouw van de Bundastam een kind krijgt, doet ze het pas weer met haar man als het kind begint te lopen. Tot dan moet de arme donder zich maar zien te redden: totaal verbod van de toegewijde moeder. António, die de rook van zijn hitsigheid voelde opstijgen naar zijn ziel en dat verlangen thuis niet kon bevredigen, scharrelde ergens een grietje op en speelde met haar. Domingas kwam daarachter en haar reactie was niet misselijk: ze ging naar de ander, gaf haar een pak slaag en stopte haar vol met jindungo, een hete saus die ze hier eten. Er bestaat beslist geen betere manier om zich te ontdoen van liefjes van de man…

Chiúme, 15 november 1971

Groot feest. Een mankepoot die hier rondzwerft, steunend op een stok, met een normaal been en het andere zo dun als een tandenstoker, gerimpeld en verdord als een wijnrank, is naar een meisje van een jaar of negen gestapt en heeft, zoals ze hier zeggen, ‘haar huidje weggenomen’: in plaats van de vlerk voor acht jaar op te sluiten, was de hele meute uitzinnig van vreugde. Op de ontmaagding volgt een hele week feesten en dansen rond de hut waar het meisje opgesloten zit, en een immens genot onder de zestig slippendragers van de bevolking. De moeder van het verkrachte kind danst zo fanatiek dat je het schrikbeeld van een hartaanval achter haar ziet oprijzen. Eerbare oude besjes lopen te hossen en te schudden. De mankepoot triomfeert alsof hij een heldendaad heeft verricht. En ik woon, zittend naast het stamhoofd, op een krukje met een geitenvel erop, als eregast de feestelijkheden bij: zingen, dansen, het ritme van de tamtams, die af en toe bij een vuurtje worden gehouden om hun verslapte vel te spannen.

Uit: Mijn winterkat, Mijn lief; brieven aan mijn vrouw, Ambo/Anthos Amsterdam, 2007; vertaling Harrie Lemmens

LOBO ANTUNES, Antonio - Portrait des Schriftstellersbron foto: wook.pt

António Lobo Antunes (1942, Lissabon, Portugal)

Robert Musil signaleert een opkomende duisternis

‘Ik weet helemaal niet wat jullie met hem van plan zijn.’

‘Dat is ook niet zo eenvoudig. Wij moeten hem nog verder vernederen en hem nog dieper laten buigen. Ik wou wel eens zien hoe ver dat kan. Hoe dat moet gebeuren is een heel andere vraag. Ik heb daar natuurlijk  wel een paar ideetjes over. Wij zouden hem bijvoorbeeld kunnen afranselen en hem ondertussen dankpsalmen laten zingen, ik denk dat dat niet slecht zou klinken – iedere noot krijgt kippenvel, bij wijze van spreken. Wij zouden hem ook als een hond de smerigste dingen kunnen laten apporteren. Wij zouden hem ook mee kunnen nemen naar Bozena en hem daar de brieven van zijn moeder later voorlezen, en Bozena zou daar vast een aardige conference bij houden. Maar dat loopt allemaal niet weg. Wij kunnen het rustig uitdenken, bijvijlen, nieuwe dingen erbij verzinnen, Maar zonder de bijbehorende details, is dat voorlopig nog wat saai. Misschien kunnen wij hem toch beter aan de klas uitleveren. Dat zou het aardigste zijn. Als ze met zo velen zijn en iedereen zijn steentje bijdraagt, dan is dat al voldoende om hem aan stukken  te scheuren. Ik ben trouwens dol op zulke massa-bewegingen. Niemand wil speciaal meedoen, en toch gaan de golven hoger en hoger tot zij zich boven ieders hoofd sluiten. Jullie zult het zien, niemand zal een vinger uitsteken en toch komt er een reusachtige storm. Zo iets te ensceneren schenkt mij een bijzonder genoegen.’

Uit: De ervaringen van de jonge Törless, Ambo Baarn, Atheneum, Polak & Van Gennep Amsterdam, 1985; vertaling Frank Diamand

rm, manwithoutqualities.com

bron foto: manwithoutqualities.com

Robert Musil (1880 – 1942, Oostenrijks)