Van hee: december

van hee, stadgent

bron foto: stad.gent

December

waarom liegt ze tegen mij / zei je aan de telefoon / ze heeft zo’n ziekte nooit / gehad, ze valt gewoon / van de trap, van haar fiets, / ze valt als je haar aanraakt

je haakte in en lachte / omdat ik alles had gehoord

ik zal er een gedicht / van maken, zei ik, nam mijn dochter / bij de hand en wachtte / op de bus naar huis

het was al tegen kerstmis / ik herinner mij gedwarrel / in het licht van auto’s / komend uit de bocht / de winkels gingen dicht / we wisselden gedachten: / wat we morgen zouden kopen / hoestsiroop, gehakt, ze vroeg / waarom ik lachte en ik loog: / omdat het sneeuwde / ik had er zo lang op gewacht

Uit: Winterhard, Bezige Bij Amsterdam, 1988

Miriam Van hee (1952, Gent, België)

Chodasevitsj: met goede verzen

Met goede verzen

Met goede verzen weet ik vaak geen raad, / De slechte zijn mij dierbaar daarentegen: / Die steken niet, die doen de ziel geen kwaad, / Daarin is huiselijk geluk gelegen. / Ze zijn fris als een glaasje limonaad. / (Of als een zijden verderlicht gewaad,) / Genieën staan mij in een oogwenk tegen. / Maar talentloosheid… – o, voor ik het weet, / Heb ik daaraan een avondlang besteed.

Niet eerder gepubliceerd; vertaling Marja Wiebes en Margriet Berg, 1916-1917

tzum, chodasevitsjbron foto: tzum.nl

Vladisav Chodesevitsj (1886-1939, Moskou, Rusland)

Licht: de getuige

De getuige

hij zei dat de haren de lucht in vlogen / hoe kwam hij erbij, waardoor kon / het haar van het hoofd los geraken, hij zei / dat ze daarna nog zochten en porden / of ze geen dollars of goud konden vinden

hij praatte soms tegen zijn bed, zei hij / hij kon het vertrouwen, hij bad dat het / hem mooie dromen zou geven, hoe / kwam hij erbij, hij zei dat hij geen / muziek meer kon horen, violen

vielen hem zwaar en terwijl hij dat zei viel er / sneeuw op de akkers en op het perron, / hij bleef er liggen en gaf aan het landschap / iets meegaands, iets lichts, aan de dennen / iets groots, aan de woorden gewicht

miriam-van-hee, tzum.nl

bron foto: tzum.info

Miriam Van hee (1952, Belgisch)

Uit: Ook daar valt het licht, Bezige Bij Amsterdam, 2013

Paul Celan: Sprachgitter

Sprachgitter

Augenrund zwischen den Stäben.

Flimmertier Lid / rudert nach oben, / gibt einen Blick frei.

Iris, Schwimmerin, traumlos und trüb: / der Himmel, herzgrau, muss nah sein.

Schräg, in der eisernen Tülle, / der blakende Span. / Am Lichtsinn /errätst du die Seele.

(War ich wie du. Wärst du wie ich. / Standen wir nicht / unter einem Passat? / Wir sind Fremde.)

Die Fliesen. Darauf, / dicht beiander, die beiden / herzgrauen Lachen: / zwei / Mundvoll Schweigen.

Spreektralies

Ogenbol tussen de spijlen.

Trillend ooglid / roeit naar boven, / geeft een blik vrij.

Iris, zwemster, droomloos en troebel: / de hemel, hartgrauw, moet nabij zijn.

Schuin, in de ijzeren kandelaar, / de walmende gloeispaan. / Aan het lichtgevoel / herken je de ziel.

(Was ik maar zoals jij. Was jij maar zoals ik. / Stonden we niet / onder één passaat? / We zijn vreemden.)

De plavuizen. Daarop, dicht bij elkaar, de beide / hartgrauwe poelen: / twee / monden vol zwijgen.

Paul Celan (1920 – 1970)Paul-Celan

Uit: Sprachgitter, S.Fischer Frankfurt am Main, 1959