Middellandse Zee: Carthago

Carthago

op doorreis in de buurt van carthago / bij het opgaan van de zon stonden mannen in het water / zwarte modder te putten uit een kleine vijver / de oude oorlogshaven wordt in ere hersteld / bloed op de lakens van vermoorde muggen

carthago, hunebednieuwscafe.nlbron foto: hunebednieuwscafe.nl

Karel Soudijn (1944, Doetinchem)

Uit: Op reis, Atheneum, Polak & Van Gennep Amsterdam, 1973

Advertenties

Middellandse Zee: Istanboul

Istanboul

Hagia-Sophia-Istanboel, getbybusbron foto: getbybus.com

Roept de man van de minaret / het simpel gebed: / Allah, Inschallah, / sterren die vallen / schachten van straten, / hopeloos verlaten / dool ik rond / als een hond / door de stad.

Ik wist niet waarheen ik ging / blind achter bittere herinnering / eis tein boulan.

Een vrouw in een donkere straat / ik ben met haar meegegaan; / zal zij mijn taal verstaan / zal zij weten wat mij dreef, wat ik deed? / Zal zij weten welk gruwelijk leed / mij herwaarts dreef naar de stad?

Eis tein boulein / waar armen en rijken zijn / ver van wat ik had en liefhad.

O alles is doelloos en wreed. / Ik weet nauwelijks nog hoe ik heet. / Ik ben zwervende, zwervende, / ik ben stervende, dervende, / maar ik ben dag en nacht wervende / naar een hart dat mijn smart heeft gekend.

Louis de Bourbon (1908-1975, Renkum)

Uit: Verzamelde gedichten, Orion Brugge, 1974

Jan Vercammen: Acoustica

meteora_trikala2, greeceTrikala, Griekenland; bron foto: web-greece.gr

Acoustica

Geen stroom, geen strand ruist zo herkenbaar / als mijn moede bloed dat ik beluister in / zijn menigvuldigheid: een woud, een schaar, / een firmament, een onbeperkte sluiervin,

een nachtelijke morsezin, een radarscherm, / een volle teleskoop, een open oven brood, / een trein naar Trikkala, een bijenzwerm. / Niets boeit als dit verkennen van de dood.

Jan Vercammen (1906-1984, Belgisch-Vlaams)

Uit: Magnetisch veld, Colibrant Deurle, 1967

Pierre Kemp: naar Cythère

Cythère, vivreathenesbron foto: vivreathenes.com

Naar Cythère

Alle kinderen komen van Cythère, / een blank, een geel, een bruin, een zwart, een rood. / Zij zingen hun onnozelheid’s air / en ruiken naar de schoot. / Alle kinderen komen van Cythère / en dan gaan zij naar school. / Zij staan voor het gelaat van het middaguur. / Een kind, dat meer weet, ziet ze in ‘azuur’. / Zij hebben de klaproos al gezien. / Zij plukten de korenaar misschien / en merkten elkanders symbool. / Maar onnozel blijft hun groeiend air, / want straks gaan ook zij naar Cythère.

Pierre Kemp (1886-1967)

Uit: Verzameld werk, deel 2, Van Oorschot Amsterdam, 1976

Middellandse Zee: Yiannaki

Badjongen van Yiannaki

Wat hij ook twintig winters is geweest, / nu is hij heer en meester van het bad, / schoont tafels, zet de stoelen recht, veegt / blad. Maar dat is nog het minst.

Zijn werkelijke taak ligt hogerop: hij jaagt / de vogels naar het zwerk, wijst met gestrekte / arm de berg terug, de zon terecht, terwijl / een rilling door z’n lijf heen trekt.

Zo nu en dan stampt hij de aarde aan / die onder tegels is gelegd, strijkt vloeiend / alle water pas of trekt het bij de hoeken / strak. Zo blijft de wereld hier intact en vlak.

yiannaki hotel, mykonosYiannaki Hotel, Mykonos; bron foto: hotelscombined.com

Hester Knibbe (1946)

Uit: Een hemd van vlees, De Prom Baarn, 1994

Middellandse Zee: Kreta

September/ Baai in Kreta

De wijn verlaat mijn lichaam / en een rilling brengt hem / in een grond van kurk;

licht gaat versplinterd in / olijven op de heuvel over / in een groter licht.

De branding is geniepig als / een ploertendoder in een vrouw, / gemakkelijk en warm.

Dood nu de laatste hagedissen / bij de muur, de open fetisj / van het smeulend warme lijf.

Wat sterft beweegt zich door / het donker van de woorden, / onweerstaanbaar

tijd die zich als een huis / om wiegende heupen spant.

Net daarom razen minnaars door hun dromen / en staan nooit stil bij wat moet komen.

kreta_-_souda_baai, grieksegids.nlStrand aan de Souda baai, Kreta; bron foto: grieksegids.nl

Stefan Hertmans (1951, Belgisch-Vlaams)

Uit: Francesco’s paradox, Meulenhoff Amsterdam, 1995

Middellandse Zee: Griekse gedachten

grieks dorp, stroomwaarts

bron foto: stroomwaarts.net

Griekse gedachten

Ook hier, in het ontspanningsreservaat, weegt / deze zon, kersrood en groot als onze / bruine, ingevette hand.

De dag hangt in een druivenblauwe droom / die niet verlost. Aan einders wuift / de zee, en ook de lucht staat als een buik / zo bol. Verlorenheid woont in / de beenderwitte huizen.

Hoe echter kou soms tintelt in uw hand. / Hoe het regent uit magnolia’s of / sneeuwt. Zacht blaat het lam / dat voor ons welzijn bloedt.

Uit: Fratsen, Arbeiderspers Amsterdam, 1993

Erik Spinoy (1960, Vlaams-Belgisch)

Middellandse Zee: koel de nacht

leros, griekenland, pinterest

Leros, Griekenland; bron foto: pinterest

koel de nacht de blauwe opalen / enkel naar uw afgrond talen / al de dalen van het heil

neem de volle violetten / om de slapen heldre wetten / Dionyos ik verweil

puin op puin de wereldmachten / ga uw weg het onverachte / is voor eeuwig ons verwant

koel de nacht de blauwe opalen / door uw ziel gaan late stralen / en het beeld van Griekenland

Jan Engelsman (1900 – 1972)

Uit: Verzamelde gedichten, Querido Amsterdam, 1972

Middellandse Zee: Duino

Peninsula_near_castle_Duino, wikipedia

bron foto: wikipedia commons

Duino

Een raadselachtig slot is het, bereikbaar soms, maar / vrijwel op de eerste blik verpulvert in mijn droom / het tuf, en wervelt van de tinnen stof, such stuff.

Het valt op onkruid en het voedt, het slapen levert zelf / wat nodig is om alles te begroeien als een tempelstad.

Het waait op hoopjes, vult elk gat, een onbemachtigd / sprookjesslot: de tranen glanzen in de maan, en over- / woekert kalft het af, stof wordt het, omdat het dat was.

Benno Barnard (1954)

Uit: Een Engel van Rossetti, Arbeiderspers Amsterdam, 1981

Middellandse Zee: de stank

palladio, venetie,

Palladio’s kathedraal, Venetië; bron foto: venice.umwblogs.org

De stank

Vandaag stonk alles werkelijk dubbelop. / Uit alle kieren steeg een walm omhoog / Die bijna ondraaglijk was. ’t Grondsop / Dat opgeborreld kwam leek gal en loog.

En uit de sponningen perste zich gas. / Je vroeg de gondelier om haast te maken. / Je zag de muren van de huizen kraken / En hoe de verf eraf gebladderd was.

‘Maak voort, maak voort!’ Je wilde het kanaal / Verlaten, een riool van gier en slijm, / En koersen naar Palladio’s kathedraal.

Maar je bleef steken in de grauwe prut / Voor het paleis van Peggy Guggenheim, / Die ouwe, smakeloze Yankee-trut.

Gerrit Komrij (1944 – 2012)

Uit: Alle gedichten tot gisteren, Arbeiderspers Amsterdam, 1994