Rawie: lied

Lied

Het lichaam doet / nog steeds zijn plicht / omdat het goed / is afgericht,

maar moed en geest / en dadendrang / verzaken reeds / een leven lang.

Geluk en jeugd / voorgoed teloor – / zo’n leven deugt / toch nergens voor.

rawie, clemens rikken, vkfoto: Clemens Rikken; bron foto: VK.nl

J.P. Rawie (1951)

Uit: Oude gedichten, Bert Bakker Amsterdam, 1997

Licht: wij, niet gewend aan moed

Wij, niet gewend aan moed

Wij, niet gewend aan moed / ballingen van het genot / leven opgerold in bolsters van eenzaamheid / tot liefde zijn hoge heilige tempel verlaat / en in ons zicht komt / om ons vrij te laten in het leven.

Liefde arriveert / en in haar vaart komen verrukkingen / oude herinneringen van genoegen / antieke verhalen van pijn. / Maar als we dapper zijn, / slaat liefde de ketens van angst weg / uit onze ziel.

We zijn bevrijd van onze verlegenheid. / In de roes van liefde’s licht / durven we moedig te zijn. / En opeens zien we / dat liefde alles kost wat we zijn / en altijd zijn zullen. / Maar het is alleen liefde / die ons vrijlaat.

Maya_AngelouMaya Angelou (1928 – 2014)

Afro-Amerikaanse schrijfster. Kreeg wereldfaam met de roman ‘Ik weet waarom de gekooide vogel zingt’. Was actief in de burgerrechtenbeweging. Las een gedicht voor bij de inhuldiging van president Bill Clinton in 1993.

Uit: The Complete Collected Poems of Maya Angelou, Random House, 1974, vertaling Ellen Nieuwenhuis

Rebel Michail Lermontov onderzoekt het fatalisme

Michail Lermontov (1814 – 1841) was een bleekneusje. Als kind vaak ziek. Omdat zijn moeder op drie-jarige leeftijd stierf, werd hij grootgebracht door zijn oma. Hij verbleef tijdens zijn jeugd vaak in kuuroorden en pas na zijn gang naar Moskou, om er te studeren,  begon hij met schrijven en dichten. Lermontov had een afkeer van de manier waarop de tsaren het volk onderdrukten. Conflicten met het hof en de autoriteiten bleven niet uit.

Na zijn studietijd schreef hij zich in bij het leger om daarmee in de voetsporen van zijn vader te treden, die legerkapitein was. Zijn ervaringen in het leger diende als stof voor verhalen, zoals De Fatalist. In dit verhaal onderzoekt Lermontov het fatalisme en gebruikt daarbij de Russische roulette.

fatalistDe ik-figuur is een legerofficier, die een hekel heeft aan het lege vermaak waarmee de officieren hun tijd doden. Tot op een avond er een discussie ontstaat over bijgeloof en het lot van de mens.

… als er werkelijk voorbeschikking bestaat, waarom hebben we dan een vrije wil en verstand gekregen?, vraagt één van de officieren zich af.

Een Servische officier genaamd Woelitsj wil een weddenschap aangaan. Hij wil bewijzen dat de mens zelfstandig over zijn leven kan beschikken dan wel aantonen dat de noodlottige minuut voor ieder van ons van tevoren vaststaat. Hij gebruikt daarvoor een geladen pistool en zet die op zijn voorhoofd. Woelitsj vraagt of iemand een kaart uit het kaartspel wil pakken en wil opgooien. Die kaart is hartenaas. Toen de kaart op tafel viel, haalde de Serviër de trekker over.

Het schot ketste! ‘Goddank!’ riep bijna iedereen, ‘het is niet geladen…’ ‘We zullen zien,’ zei Woelitsj; hij mikte op de pet die boven het raam hing en haalde opnieuw de trekker over; er klonk een schot en kruitdamp vulde de kamer; toen de damp was opgetrokken, haalden ze de pet van de muur; precies in het midden zat een gat en de kogel was diep in de muur gedrongen.

Een minuut of drie kon niemand een woord uitbrengen. Woelitsj streek doodkalm zijn goudstukken op.

(..)

‘U bent gelukkig in het spel!’ zei ik tegen Woelitsj. ‘Voor de eerste keer in mijn leven,’ antwoordde hij met een voldaan glimlachje. (..) ‘En? Gelooft u nu een beetje aan voorbeschikking?’

‘Dat wel, maar ik begrijp alleen niet waarom ik dacht dat u onherroepelijk zou sterven…’

Voor de ik-figuur is deze gebeurtenis van blijvende invloed.

Als kind was ik een dromer. Ik hield van het afwisselend spel van sombere, gelukkige taferelen die in mijn rusteloze, onverzadigbare verbeelding opkwamen. Maar wat was daarvan overgebleven? – alleen een gevoel van vermoeienis  als na een nachtelijke veldslag met een spookverschijning, alleen een troebele herinnering vol zelfbeklag.

(..) ik had als stelregel, niets absoluut te verwerpen en nergens blind in te geloven.

Zijn uiteindelijke conclusie na het gebeurde:

Ik geef er de voorkeur aan om overal aan te twijfelen; die neiging behoeft een mens overigens niet minder resoluut te maken; integendeel, – wat mijzelf betreft, ik ga altijd ergens met meer moed op af, als ik niet weet wat me te wachten staat. Iets ergers dan de dood kan er echt niet gebeuren – en de dood is onvermijdelijk.

1840

Uit: De Fatalist – Michail Lermontov, vertaling J. van der Eng