Rattawut Lapcharoensap over het leven als een (gok)spel

lapcharoensap, rattawut, sverigesradio.sebron foto: sverigesradio.se

Aangenaam verrast werd ik door een verhalenbundel van de Amerikaans-Thaise schrijver Rattawut Lapcharoensap. De schrijver droeg de bundel op aan zijn moeder, die met enige regelmaat terugkeert in de verhalen. Niet zo verwonderlijk want de verhalen gaan over familiebanden, jeugdliefdes, generatieconflict en onderhuidse culturele veranderingen. Dat maakte het voor mij herkenbaar als voormalig bezoeker van Thailand. Aangenaam verrast was ik door de toegankelijke stijl en de herkenbare verteltrant van de schrijver. In luttele pagina’s zit je in het verhaal; in het leven en de wereld van de hoofdfiguren, of ze nu mannelijk of vrouwelijk zijn. En wat verraste: de wijze waarop de Thai van binnenuit wordt beschreven. In het land van de glimlach en de uiterlijkheden is het moeilijk te doorgronden wat er in die koppies omgaat. Op dat verlangen: de Thai beter te leren kennen, geeft deze bundel een antwoord.

Ik ging zitten en probeerde te studeren voor een trigonometrie-proefwerk. Maar ik kon me niet concentreren. Rechte hoeken, schuine zijden, raaklijnen, sinus, cosinus: zonder iets te betekenen trokken ze aan mijn blik voorbij. Na een tijdje werden die lijnen en vergelijkingen een van de vele sporten die men gecreëerd had om de tijd mee door te komen, en ik bedacht dat het verschil tussen hanengevechten en trigonometrie een verschil in graad was, geen verschil in soort. Beide waren verstrooiingen, bedacht ter vermaak, spellen met verschillende winstkansen. Alle menselijke handelingen leken me opeens opgebouwd uit een dergelijk tijdverdrijf: we kozen het spel waarvan we dachten dat het rendement voor ons en onze familie het grootst zou zijn. We gokten, gokten zelfzuchtig, gokten meer dan we ons konden veroorloven, de winstkansen van anderen waren ontstellend veel hoger. Papa was natuurlijk een duidelijk voorbeeld. Maar mama ook. Een groot deel van haar leven had ze beha’s gemaakt voor vrouwen in verre oorden waar ze waarschijnlijk  nooit zou komen. Ze noemde het een eerlijke boterham. Maar terwijl ik in die kamer zat en de driehoeken in het boek me aanstaarden, leek het me geen lekkere boterham. Mama had haar kracht, haar arbeid, het zweet op haar voorhoofd en de beste jaren van haar leven op het spel gezet, maar uiteindelijk werd waarschijnlijk alleen Miss Mayuree er beter van. Noon ook, met haar monomane hang naar jongens, de manier waarop ze lukraak haar genegenheid inzette in de hoop op een beloning die onbereikbaar was. Omdat liefde de allergrootste gok was. Liefde had de laagste winstkans. De regels waren ingewikkeld en geheimzinnig en veranderden voortdurend. Zelfs papa’s zus moet dat beseft hebben. Het gokhuis zou dat klotespel altijd winnen, dus besloot ik op dat moment zijn eeuwige vijand te worden.

Uit: Kemphanen; uit: Sightseeing, Vassalluci Amsterdam, 2005; vertaling Dennis Keesmaat

Rattawut Lapcharoensap (1979, Chicago, USA)

Kariem Tiés: brief aan mijn moeder

lookatme, lantarenvenster.nlfilmstill uit Look at me, (2018, Tunesië, regie: Néjib Belkadhi); via lantarenvenster.nl

Brief aan mijn moeder

Weet je nog dat je me naar de moskee bracht / hand in hand liepen wij / onderweg vertelde je me / Je bent mijn stralende zon / Niemand zal je van mij afpakken.

Jij bent een zon / je bent een bloem / ik kijk naar je

Uit je lach straalt het licht / in je ogen zie ik de zee.

Uit: Een dag in de herfst, El Hizjra Amsterdam, 1996

Kariem Tiés (gegevens onbekend)

tanger, tuifly.be

Tanger, Marokko; bron foto: tuifly.be

Dit was de laatste bijdrage van het project Middellandse Zee

Judith Herzberg: maal 2

o de jonge moeders

O de jonge moeders in het park, / wat kunnen ze foeteren; / je zou bijna gaan denken dat zij / van de kinderen moederen moeten.

lig links

lig links / op je hart / dat plet / wat verwart.

Judith_Herzberg_, groene amsterdammerbeeld: Konstantinos Papamichalopoulos; bron beeld: groene.nl

Judith Herzberg (1934, Amsterdam)

Uit: Beemdgras, Van Oorschot Amsterdam, 1968 en Dagrest, Van Oorschot Amsterdam, 1984

Jeugd Gerrit Komrij: ‘het is of je achterwaarts leeft’

komrij jeugd 2019-05-05 at 19_Fotor

‘Ik vind het – om het mild uit te drukken – nogal onprettig om oude foto’s te bekijken. Ik voel ook altijd de aandrang krijsend weg te rennen, met mijn ene hand mijn haren uitrukkend en me met mijn andere pathetisch op de borst trommelend, als mensen weer eens beginnen herinneringen aan vroeger op te halen. Steeds dezelfde herinneringen. Het is of je achterwaarts leeft, met je rug naar morgen staat. Misschien dat sommigen daardoor de dood (die komende is) een poets denken te bakken, maar voor mij is de walm van nostalgie al net zo verstikkend als de dood.

Er zijn ongetwijfeld veel lessen uit het verleden en de geschiedenis te trekken, maar bewaar me voor dat deel waarin ik zelf rondliep, waaraan ik bijdroeg door bij voorbeeld harteklop, bloedneus, zondagmiddagverveling. Het is bevroren, het staat onder een stolp, en er is een moratorium voor afgekondigd tot aan mijn sterfuur. Probeer het te ontdooien, tik ertegen – en de ontbinding treedt in. Om niet ten prooi te vallen aan de Ontzetting kijk ik naar deze foto als naar een schaakbord, een anatomische les, een oude veldkaart. Het is duidelijk een kiekje van een radiodistributietoestel (‘draadomroep’). Een man die mijn vader moet zijn staat zich te scheren (‘Philips-eitje’) in de buurt van het enige stopcontact. Of slaat hij een borrel achterover? Zijn crapaud wacht in elk geval tot hij klaar is. Een vrouw die mijn moeder moet zijn zit bij een box. Een jongen die ik moet zijn leest in een Prisma-woordenboek. Engels-Nederlands? Nederlands-Engels? Hij is een jaar of tien en heeft geen jongere broers of zusjes. De box is voor het dochtertje van een zuster van zijn moeder. Zijn moeder verzorgt het kind tijdelijk, omdat haar zuster – zijn tante – in het gesticht zit (Het Groot Graffel, Warnsveld). So what?

Uit: De gevoelige plaat, Lisa Kuitert & Mirjam Rotenstreich, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1995

Hoe bij Rentes de Carvalho opa zijn kleinzoon raakt

porto-portugalinfo.

Hoe Porto en zijn haven, de rivier en de schepen de verbeelding van opa en kleinzoon in beweging zetten. bron foto: portugal-vakantie.info

Opa was de rust, de beschutting. Aan tafel bladerend in de krant of met zijn tweeën voor het raam nam hij me mee op een kalme vaart over de oceaan van de verbeelding, vergrootte hij de stad tot een universum. Hij wees me de torens van de dom, zei dat ik goed moest kijken, vertelde fluisterend, en moeiteloos nam ik het kamp van de kruisvaarders waar die wachtten op vervoer naar het Heilige Land. Ik zag hen onder luid kabaal met geheven lans naar de oever rennen, maar ineens toverde de jongleerkunst van opa de middeleeuwse galeien om in de karvelen van de ontdekkingsreizen, daar vlakbij gebouwd in de werven van Massarelos, en togen we daarmee naar India, leden honger, werden ziek, hadden te kampen met schipbreuken, totdat we opgelucht een kust ontwaarden vol palmbomen, paleizen en wit zand.

Even gemakkelijk wandelden we door de straten van Goa of Calcutta, tussen in kleurrijke zijden kleren gehulde mensen, vol bewondering kijkend naar gouden tempels, olifanten en tijgers in kooien, als dat hij ons, door de bladzijden van tijd en ruimte om te slaan, aan boord zette van de viermaster die pal tegenover ons huis voor anker lag en de indruk wekte dat we hem konden aanraken, enorm, helemaal verlicht, wachtend op de vloed om te kunnen vertrekken.

Ijsbergen, eenzame vissers op de weidse zee, zonsopgangen boven de pool. Regenwouden en statige rivieren. De Himalaya. Metropolen. Legers. Kastelen waar gevreesde vorsten woonden zoals Ivan de Verschrikkelijke of onze eigen Pedro de Wrede, die zijn slachtoffers het hart door de rug liet uitrukken. Het Griekenland van Homerus en Alexander de Grote, het Egypte van de farao’s, de veldslagen in Vlaanderen. Een schitterende caleidoscoop voor een bengeltje dat weinig begreep maar alles gretig opslorpte, en in wiens ziel de namen en gebeurtenissen nagalmden in zowel vertrouwde als universele echo’s die het hoogwater, de monarchen, de dieren, ons plein, de brug over de rivier, de fabrieken, de ossenkarren, veranderde in een eeuwig, mooi en gelukkig geheel.

Uit: Ernestina – J. Rentes de Carvalho, Contact Amsterdam, 2001

Generatie: moeder

Moeder bron- klein-eyckenstein.nl

… zijzelf was als de zee…; bron foto: klein-eyckenstein.nl

Moeder

Zijzelf was als de zee, maar zonder stormen. / Even blootshoofds en met een brede voet. / Rijzend en dalend op haar vloed, / als kleine vogels op haar schoot gezeten, / konden wij lange tijd haarzelf vergeten, / rustend en rondziend en behoed. / Haar stem was donker en wat hees / als schoven schelpjes langs elkander, / haar hand was warm en stroef als zand. / En altijd droeg zij om haar bruine hals / dezelfde ketting met een ronde maansteen, / waar in een neevlig blauw een kleine gele maan scheen. / Voorgoed doordrongen door haar kalm geruis / waren wij steeds op reis en altijd thuis.

M. Vasalis (1909 – 1998)

Uit: Vergezichten en gezichten, 1954

Arnon Grunberg zoekt in het diepst van zijn gedachten

Bijna iedereen leeft in een leugen. Een huwelijk dat niet meer functioneert, een baan die er alleen nog maar uit bestaat te doen alsof je werkt. Ik leefde in twintig verschillende leugens tegelijk. En ik hoefde geen astroloog te raadplegen om te weten dat mijn leugens binnenkort zouden barsten als de beurs op zwarte maandag.

(..)

Ik leef van de verhalen van anderen. Ik kan het me niet permitteren de hele dag achter mijn bureau te zitten. Dan zou ik de verhalen van kakkerlakken en muizen moeten opschrijven.

(..)

Veel schrijvers slepen stukjes werkelijkheid het hol van hun fictie binnen. Ik probeer juist fictie het hol van de werkelijkheid binnen te slepen.

Misschien was mijn leven niet zo ontspoord als ik wat minder fictie het hol van de werkelijkheid binnen had gesleept. Maar ik beklaag me niet. De meerderheid wil er wel over lezen, maar het niet meemaken. Ik wil er niet over lezen, ik wil er naast staan, ik wil het ruiken, ik wil zelf bepalen welke details de moeite waard zijn aan de vergetelheid te ontrukken, en welke niet. Een wereld die niet door mij geordend is en die niet onder mijn regie staat, vind ik onacceptabel.

(..)

Taal was mijn vermomming, waardoor mensen mij niet konden herkennen als buitenaards wezen, maar taal was ook alleen een middel om emoties bij derden op te roepen, want mijn eigen taal was natuurlijk een buitenaardse. Misschien hadden buitenaardse wezens wel geen emoties.

arnongrunberg martin dijkstra

foto: Martin Dijkstra, bron: Vrij Nederland

(..)

Taal kon emoties oproepen, als het goed gebeurde, maar het waren luchtspiegelingen. Mijn liefdesbrieven verwezen naar een liefde die er helemaal niet was, en zelfs als ik mijn eigen naam gebruikte in mijn geschriften verwees die naar iemand die er eigenlijk niet was. Op zijn best verwees die naam naar verborgen gebreken in het hoofd.

(..)

Ik geloof dat emoties alleen draaglijk zijn als je er een vorm voor vindt, niet alleen in boeken, maar vooral ook in het dagelijks leven. Ik heb van mijn emoties een bordeel gemaakt en als er genoeg gekken rondlopen zoals jij, die mij voor briljant houden, komt er op de gevel van dat bordeel nog eens Verzameld Werk te staan. Maar wat ik je eigenlijk wil vragen is of je een vorm kan vinden voor je emoties die voor ons allebei draaglijk is?

(..)

Mensen lezen graag over slachtoffers die over hun vernederingen vertellen, zei ik. Met hen is het makkelijk identificeren, vooral als de vernederde nog iets moois uit zijn vernedering heeft gepeurd, zoals een kunstwerk, een hoop geld, een goede baan. Maar op de een of andere manier boeit me dat niet meer, niet genoeg in ieder geval.

Als je mensen minacht, zei ik, en jij beweert dat ik dat doe, dan minacht je ook jezelf. In het vliegtuig bedacht ik dat schrijven eigenlijk een poging is om aan die minachting te ontkomen. Om die niet meer te voelen, of wel te voelen maar om er tegelijkertijd voor beloond te worden, zodat het allemaal minder pijnlijk is.

Arnon Grunberg (1971)

fragmenten uit: Grunberg rond de wereld, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 2004

De fijnsten van Amy Winehouse

Een dominante vader die alles voor haar regelde; een afwezige moeder; drankprobleem; succes waarmee ze niet kon omgaan; geen geluk in de liefde: een aantal van de ingrediënten uit het kortstondige leven van Amy Winehouse (1983 – 2011). Deze ingrediënten bleken al snel een dodelijke mix op te leveren. Amy werd niet ouder dan 27 jaar. Talent moet je als bezitter ook kunnen handelen, zo bleek. Maar wat een stem had deze vrouw en wat raakte ze me met die alles-of-niets optredens. Daarom: de drie fijnste van Amy Winehouse. Om kippenvel van te krijgen!

Back to Black

Tears dry on their own

Valerie

Manon Uphof beschrijft de leegte van de toekomst

Ik herinner me. Hoe de organen van de vis werden weggeworpen in de vuilnisbak, en werden weggesneden, sh-sh, met de scherpe scheermesbewegingen van mijn moeder. Hoe de toekomst werd gevormd rond een leegte. En de familie die we ooit vormden. Mijn broers rond de tafel als de grote, lobbige mannen waar ze toe zouden uitgroeien, ik aangekleed en opgedoft voor de avond in een rode jurk, onze nieuwe vader recht en verlegen tegenover ons, ons aankijkend, zorgzaam en bezorgd. Stil en zwijgzaam de maaltijd verdelend, er zorg voor dragend dat niemand iets tekortkomt, of zich bedrogen voelt. Hoe mijn tong het wit van een vis tegen mijn gehemelte drukt, en tegen mijn tanden. En ertussen.

XIR3675

De val van Icarus door Pieter Breughel de Oude

Ja, ik ben bijna zo oud als mijn vader toen hij in de diepte van de zee verdween, het universum onveranderd en onbewogen achterlatend, als Icarus op het schilderij van Breughel maar als ik aan zijn onbeschrijfelijke boog denk, zie ik ook onszelf terug, hongerig en gretig de toekomst naderend en verterend, alsof alles al is blootgelegd, alsof er een ontzagwekkende orde is in het universum, zelfs al liggen de stukken nog als scherven over en door elkaar, en nog denkend dat het mogelijk is, voor mij – voor ons allemaal – om die orde te achterhalen.

Uit: Waterwaterwater – Manon Uphof, uit: Langs het water – Marga Kool, Atlas Amsterdam, 2002

Onrecht: nogmaals van een moeder

oorlog, honger, paarden

Oorlog, honger en de paarden

Nogmaals van een moeder

Nog steeds behoren mijn zonen / En al de andere doden / Aan de bezitter van de paarden / En de bezitter van het land / En de veldslagen.

Tussen hun gebeente groeien / Enkele appelbomen en de taaie steekbrem. / Zo voeden de doden / Deze donkere bewerkte grond / Zo dienen ze de bezitter / Van oorlog, honger en de paarden.

Antonio Cisneros (1942 – 2012), Peruaans

ongepubliceerd, vertaling Ben Cami