Bijna iedere dag muziek: de Wainwrights

Ik probeer natuurlijk niet in God te geloven, maar soms gebeuren er dingen in muziek, in songs, waardoor ik ineens pas op de plaats maak en achter mijn oor ga krabben. Wanneer dingen opgeteld meer zijn dan de som der delen, wanneer de bereikte effecten onverklaarbaar zijn, dan komen atheïsten zoals ik op moeilijk terrein. Neem bijvoorbeeld Rufus Wainwrights versie van zijn vader Loudons One Man Guy. Er is eigenlijk niets dat het zo bijzonder maakt: het is een mooi liedje, maar het is een beetje wrang, een beetje triest, geestig – de grap is dat dit lied niet over de vreugden van de monogamie gaat, maar over de vreugden van solipsisme en misantropie, een grapje dat nog een extra lading krijgt door de seksuele geaardheid  van Wainwright junior (homoseksueel) – en je kunt je moeilijk voorstellen dat God de tijd heeft om zijn opwachting te maken in zoiets wrangs met zoveel zelfspot. Maar gek genoeg doet Hij het toch. Daar is geen twijfel aan.

Voor mij doet Hij zijn intrede aan het begin van het tweede couplet, net wanneer Rufus en zijn zus Martha tweestemmig gaan zingen. Het is misschien veelzeggend (of misschien geeft Hij alleen maar blijkt van een tot nu toe onvermoed gevoel voor humor) dat zijn aanwezigheid voor het eerst duidelijk wordt bij de zin ‘People meditate, hey, that’s just great, trying to find the inner You’. Het is de harmonie die het ‘m doet, maar of dat oorzaak of gevolg is blijft een onuitgemaakte zaak. Maakt God zijn entree omdat Martha en Rufus zo mooi samen zingen – hoort Hij het in de verte en denkt Hij: Hé, dat is mijn soort muziek en ik ga even kijken wat er gaande is? Of stelt Hij ze in staat om samen te zingen – heeft Hij in de gaten wat ze proberen te doen en helpt hij ze een handje?

(..)

Ik weet niet of er woorden bestaan om te beschrijven wat er gebeurt wanneer twee stemmen versmelten (en is de kracht, de schoonheid en de pure perfectie van een simpel akkoord niet een beetje, je weet wel, Outer Limits? Geen wonder dat Pythagoras zich zo druk maakte over harmonie). Ik kan alleen maar zeggen dat ik dingen kan horen die er niet zijn, dingen kan zien en voelen die ik normaal niet zie en voel, en ga beseffen dat er inderdaad misschien zoiets als een onsterfelijke ziel bestaat of op zijn minst dat er een verenigend menselijk bewustzijn bestaat, en dat ons leven te kort is maar zin heeft. Afgezien daarvan weet ik eigenlijk niet of er daardoor zoveel verandert. Maar ik ga niet te vaak naar dit soort dingen luisteren, maar je weet maar nooit.

uit: 31 songs – Nick Hornby, Atlas Amsterdam, 2003; vertaling Anneke Goddijn

Het unieke oeuvre van Stanley Kubrick

Vernieuwend, invloedrijk en excentriek; kwalificaties voor de Amerikaanse filmmaker Stanley Kubrick (1928-1999). In zijn jeugdjaren blonk hij uit in wiskunde, schaakte graag en werd op 16-jarige leeftijd ontdekt als fotograaf. Na de fotografie lokte de film. Eerst documentaire en vervolgens de fictiefilm.

Kubrick maakte in 45 jaar tijd 12 zeer goed bekeken en gewaardeerde films. Zijn films kennen een pessimistisch beeld op de mens en zijn emotioneel afstandelijk. Kubrick laat de kijker zijn hoofdpersonen observeren in plaats van zich er mee te idenficeren. Technisch zijn de films perfect. langzame camerabewegingen en ongewone standpunten; veel aandacht voor decor en muziek en special effects.

In de meeste films van de Amerikaan volgen we een hoofdpersoon die moet kiezen tussen goed en kwaad. Meestal wordt het kwaad gekozen. Het gaat dus om de negatieve kant van de menselijke natuur. Niet vreemd dat veel van zijn films over oorlog gaan. Vaste thema’s in zijn films: wraak, hebzucht, lust, zinloosheid, krankzinnigheid en geweld. Kubrick zoekt de controverse. Zwarte humor, grof geweld, expliciete seks, racisme en drugsgebruik; allemaal gekozen om tot controverse te leiden. Hetgeen veel en vaak gebeurde. Niettemin werden zijn films door het publiek zeer gewaardeerd. Naar een nieuwe Kubrick werd verlangend uitgezien. Mijn introductie was A Clockwork Orange, een film over zinloos geweld op muziek van Beethoven. Een introductie om nooit meer te vergeten. Een film die zeker niet gemaakt is om te behagen. Dat was precies wat Kubrick was: uniek in zijn soort.

bron: wikipedia

Bijna iedere dag muziek: Jo Stafford en Andrew Sisters

De twintigste eeuw, het eerste deel daarvan, bracht muziek en herinneringen. Het is de muziek van mijn grootouders. Over de manier waarop we muziek koppelen aan gebeurtenissen en er zo herinneringen van maken, die onlosmakelijk aan elkaar geklonken zijn, zo lijkt het, gaan de volgende fragmenten.

https://youtu.be/4VkxJkenIyI

In het standaardwerk The Spanish Civil War van Hugh Thomas (1931-2017, Brits) komt een passage voor die me bij lezing meer dan alle opsommingen van feiten en gebeurtenissen het gevoel gaf persoonlijke getuige te zijn geweest van de stemming in Madrid bij het begin van de burgeroorlog in juli 1936. De geciteerde waarnemer – Borkenau, Cornford? In die dikke pil van Thomas kan ik de paragraaf waar het hier om gaat niet meer terugvinden, ik moet het uit mijn geheugen diepen – vertelt over het straatbeeld in het hete Madrid in de roes van de revolutie en het behoud van de stad voor de republiek. Naast vele treffende bijzonderheden zegt hij dat uit op de straathoeken opgehangen luidsprekers voortdurend, tussen de nieuwsberichten door, de toen juist uitgekomen plaat ‘Bei mir bist du schön’ van de Andrew Sisters werd gedraaid. Dit kleine detail wierp voor mij een verhelderend en verdiepend licht op de sfeerbeschrijving. Muziek geeft die dimensie, ook in de herinnering. Bepaalde gebeurtenissen worden, meestal bij toeval, begeleid door een of andere melodie, die dan de herinnering aan die gebeurtenis gaat beheersen of zelfs overheersen.

Eeen tweede voorbeeld aangedragen door de schrijver van deze fragmenten Bob den Uyl (1930-1992, Rotterdam). Het gaat over een eerste liefde, die fataal afloopt. Ze zegt de verkering op en verdwijnt.

https://youtu.be/5Pi7mxbbMyk

Waar het nu om gaat is het feit dat tijdens die kortdurende omgang met haar de song The Tennessee Waltz, gezongen door Jo Stafford (1917-2008, USA), de grote hit was. Langzamerhand vereenzelvigde ik deze plaat met mijn verloren liefde, zodat deze tenslotte de plaats ervan innam. Toen ik alweer over de breuk heen was, werd ik toch door bijzonder pijnlijke herinneringen, verlangens en een hol gevoel in de maagstreek getroffen als dit nummer in mijn omgeving werd afgedraaid; de verdere dag of avond hulde ik me dan in een broeierig stilzwijgen. Gelukkig raakte de plaat na enige tijd uit de belangstelling, maar een jaar of zo geleden hoorde ik hem weer een enkele keer, wanneer hij op de heersende golven van het jeugdsentiment ten gehore werd gebracht. Het merkwaardige is nu dat ik tot op heden toe nog steeds een gevoelige steek door mijn hart krijg als ik Jo Stafford The Tennessee Waltz hoor zingen, terwijl ik noch het meisje in kwestie niet meer zou herkennen al zou ik bij herhaling over haar struikelen.

uit: vreemde verschijnselen, Querido Amsterdam, 1978

Opgroeien met: Job, Joris en Marieke

Ben opgegroeid met de tekenfilms (zo heette dat in mijn jeugd) van Disney. Daarna kwamen de cartoons: Betty Boop, Popeye, Looney Tunes. Sindsdien is de teken- of animatiefilm niet meer weggeweest. Desteleuker dat we sinds enkele jaren een NL-trio hebben dat de animatie op geheel eigen wijze en in eigen stijl internationaal succesvol aan de mens brengt. In bijgaande clip stellen ze zich voor en twee voorbeelden van hun oorspronkelijke werk.

Bijna iedere dag muziek: Nick Hornby

Nick Hornby Credit Parisa Taghizadeh ;theartdesk.comfoto: Parisa Taghizadeh; bron beeld: theartdesk.com

Wie? Nick Hornby? Nick Hornby (1957, Redhill, UK) is een fameus Brits schrijver en jaargenoot. Hij schreef een aantal moderne klassiekers als: High Fidelty, Een Jongen en Funny Girl. In die boeken ruim aandacht voor de gefrustreerde, obessieve alleenstaande man. Mannen met interesses voor muziek en sport. Dat beschrijven van zijn personages doet hij met humor. De meeste boeken lenen zich uitstekend voor verfilmingen en dat zijn ze dan ook.

Muziek en sport zijn toevalligerwijs ook de intesses van Hornby zelf. Hij heeft veel en vaak geschreven over de popmuziek en dat maakte hem een soort literaire deskundige op dit gebied. In zijn romans vindt je vaak muziek terug. Niet vreemd dat er van Hornby’s voorkeuren ook een Spotify playlist bestaat. De bijgaande link verwijst daarna. Speciale aandacht vraag ik voor de vrouwen op deze lijst.

https://spoti.fi/377Z0X0

(knip en plak in uw browser als de link niet direct werkt)

Bijna iedere dag muziek: spinnende kat

Het geheim van universele muziek is aan de natuur voorbehouden. Terwijl het gedruis van een lopende kraan al gauw irriteert, blijft het kabbelen van een beek voor onbepaalde tijd een verrukking. Zo ook is uw gezang burengerucht, maar bouwt men grif dure villa’s in bossen die al maar doorzingen.

De prima donna van het natuurorkest is ongetwijfeld poes met haar gespin. De heerlijke basso continuo die uit onbekende diepten van het poezelijf opstijgt maakt zowel mens als dier gelukkig. Beide weten waar het gespin op duidt: op veiligheid. Poes merkt dat het goed is – zon, zacht, buik vol, aai – en geeft deze goedheid in de vorm van geluid gestalte. Mensen ontberen zo’n behaaglijkheidsgeluid. Wij scheppen ons een wereld van alarm. Sirenes, toeters en bellen wijzen ons voortdurend op gevaar, maar voor het omgekeerde hebben we geen signalen ter beschikking. Wellicht is dat gemis de ware reden waarom we er zoveel poezen op na houden. Helaas blijft onze troost als regel echter tot spinsolo’s en -duetten beperkt. Vandaar de volgende suggestie: een concert van duizend katten. Duizend katten, tot spinnens toe geaaid door duizend strijkers. Een warm bad van geluksgeluid.

Bis, bis!

uit: miauw, Midas Dekkers, Contact Amsterdam, 1994; met illustraties van Maus Slangen

Papyrus – Hesiodus schreef sociaal bewogen poëzie

Cabeza de hesíodo;Beeld met het hoofd van Hesiodus; bron beeld: miciclopemiope.blogspot.com

Homerus is bekend als één van de eerste dichters waarvan het werk (Odyssee en Illias) nog altijd gelezen kan worden. Minder bekend is de Griekse dichter Hesiodus (8-ste eeuw v. Chr. geboren en 7-de eeuw v. Chr. gestorven).

Hesiodus was van eenvoudige boeren-komaf. Samen met zijn vader en broer Perses bewerkten ze een niet zo vruchtbaar stukje grond in het armoedige Askra, Attica. Over dat leven schreef de dichter in Werken en Dagen. Over hoe zijn vader in die streek terechtkwam nadat hij eerder in Klein-Azië zijn geluk had beproefd:

op de vlucht, niet bepaald voor overvloed, geluk en rijkdom, maar voor schaarste.

Over Askra:

een ellendig dorp, beroerd in de winter, hard in de zomer, eigenlijk nooit aangenaam

Uit zijn poëzie kunnen we ook lezen hoe hij tot dichten kwam:

Hesiodus was een jonge herder, die zijn dagen doorbracht in de eenzaamheid van de bergen, slapend op de grond bij het vee van zijn vader. Ronddolend over de zomerse weiden schiep hij een imaginaire wereld gemaakt van verzen, muziek en woorden. Toen hij op een dag aan de voet van de berg Helikon de kudde weidde, kreeg hij een visioen. Er verschenen negen muzen aan hem die hem een canto leerden, hem zijn gave inbliezen en in zijn handen een stok van laurierhout drukten. Toen ze hem in hun midden opnamen, zeiden ze iets verontrustends tegen hem: ‘We weten leugens te vertellen die waarheden lijken, en we weten, wanneer we dat willen, de waarheid te verkondigen.’

Het opmerkelijke van Hesiodus is wat hij schreef. Geen heldendaden en grootse verhalen over de verhouding mensen – goden, maar persoonlijke ontboezemingen over de hardheid van het bestaan.

In plechtige homerische hexameters heeft hij het over zaaien en snoeien, over het lubben van varkens en het krassen van kraanvogels, over aren en eiken, over de modderige aarde, over de wijn die een gloed geeft in de koude nachten onder de blote hemel. Hij schept mythen, fabels over dieren en aforismen van ruwe boerenwijsheid. Hij gaat tekeer tegen zijn broer Perses, met wie hij ruziet over de erfenis. Hij ventileert schaamteloos scabreuze familievetes over de verdeling van het bezit, en het kan hem niets schelen dat hij overkomt als een vrek; integendeel juist, hij is een boer die zich erop laat voorstaan precies te weten hoeveel de grond waard is. Hij vertelt dat die vage onverlaat van een broer een rechtszaak tegen hem heeft aangespannen, en nog niet tevreden met die vreselijke wandaad probeert hij ook nog eens de rechter om te kopen. Vervolgens vaart hij uit tegen de hebzucht van de kleine landheren en het gesjoemel bij de rechtbanken.

(..) Als een ware onheilsprofeet dreigt hij furieus en somber met goddelijke straf wanneer gezagsdragers om hun zakken te vullen het de machtigen naar de zin maken en de arme boeren uitknijpen. Hesiodus bezingt niet langer de idealen van de aristocratie.

Veel Grieken uit zijn tijd verlangden naar een rechtvaardiger maatschappij en een eerlijkere verdeling van de rijkdom. Werken en Dagen sprak aan omdat het ging over de waarde van geduldige en noeste arbeid, over het respect voor de ander en de dorst naar rechtvaardigheid.

(..)

Tussen de voren van een kleine betwiste hoeve in het armoedige Askra, in het noordoosten van Attica, begint de stamboom van de sociaal bewogen poëzie.

uit: Papyrus, een geschiedenis van de wereld in boeken – Irene Vallejo; Meulenhoff Amsterdam, 2021; vertaling Adri Boon

Murakami en het dansen

Haruki Murakami (1949) heeft veel met muziek. Ooit werkte hij in een platenzaak in Tokyo. Het was zijn eerste baantje. Daarna opende hij, samen met vrouw Yoko, een jazzbar. Veel van zijn boeken hebben een muzikaal thema. Bekendste voorbeeld is Norwegian Wood, zijn doorbraak-boek, vernoemt naar het gelijknamige nummer van The Beatles. Als je Murakami gaat lezen, of leest, let dan eens op de verwijzingen naar muziek. In onderstaand fragment gaat het bijvoorbeeld over dansen.

haruki murakami; losarciniegas.blogspot.combron beeld: losarciniegas.blogspot.com

Uit: Gods kinderen dansen allemaal

Zijn voeten stampten op de grond, zjn armen zwaaiden vol zwier. De ene beweging leidde als vanzelf tot de volgende, en die wéér tot de volgende. Zijn lichaam beschreef geometrische figuren met patronen, variaties, improvisaties. Achter het ritme zat een ander ritmne, en onzichtbaar tussen die twee ritmes in verschool zich weer een ander. Op strategische punten kon hij overzien hoe al die gecompliceerde bewegingen in elkaar grepen. Allerlei dieren loerden in het bos, zoals in een zoekprentje. Er waren vervaarlijke wilde beesten onder, van een soort die hij nog nooit eerder had gezien. Uiteindelijk zou hij zich een weg door het bos moeten banen. Toch was hij niet bang. Het is immers het bos dat ik binnen in me meedraag? Het is het bos dat bezig is vorm aan me te geven. De wilde beesten draag ikzelf met me mee.

Uit: Na de aardbeving, Atlas Contact Amsterdam, 2008; vertaling Jacques Westerhoven

Haruki Murakami (1949, Jap)

Cherry Duyns geeft antwoord

2020 was het jaar waarin ma stierf na 97 jaar op deze aardbol rondgedwaald te hebben. Afscheid nemen van diegene die haar schoot beschikbaar stelde om mijn nieuwe leventje te kunnen beginnen. Die zorg en liefde gaf. Die hoop gaf. Hoop op betere tijden. Die benadrukte dat ontwikkeling en groei zo belangrijk zijn in een mensenleven. Die het belangrijk vond dat wij kinderen verbinding zoeken met de ander. Dat meeleven en om een ander geven een kracht en een deugd is. Die moeder, daarvan moest ik afscheid nemen.

Ik kom op deze gedachten omdat ik Achterland van Cherry Duyns in handen heb. Het eerste verhaal in deze bundel verkenningen en herinneringen heet Noord en gaat over zijn herinneringen aan zijn grootmoeder. In dat verhaal krijg ik antwoord op een vraag die ik veel en vaak aan mijn moeder stelde: waarom geen andere relatie aangegaan na de dood van pa?

‘Je mag weten waarom ik nooit hertrouwd ben,’ zei ze plotseling. ‘Ik heb natuurlijk weleens aanzoeken gehad in de loop der jaren, maar ik heb het jou nooit willen aandoen dat er bij ons een vreemde man aan tafel zou aanschuiven. Ik had het niet kunnen verdragen als zo iemand niet goed voor je was geweest. Ik heb je altijd alle zorg en aandacht willen geven. Zo zou je grootvader het ook gewild hebben. Het is zo jammer dat je hem nooit gekend hebt. Echt jammer,’

Ik zweeg. Probeerde mij haar offer voor te stellen. Maar ik voelde alleen schaamte over de vanzelfsprekend waarmee ik mijn jeugd bij haar had doorgebracht.

‘Ik heb er nooit spijt van gehad, hoor, dat je dat niet denkt.’

Uit: Achterland, verkenningen en herinneringen, Thomas Rap, 2010

duyns, cherry- gooieneemlander.nlbron beeld: gooieneemlander.nl

Cherry Duyns (1944, Wuppertal, Dld)

Soms herken je in een verhaal direct de kwestie waarmee je tobt en krijg je antwoord op een veelvuldig gestelde vraag waarop het antwoord je nooit tevreden stelde.

Ken uw klassiekers: Apollo

Apollo; playmobil.comOok Playmobil kent Apollo inclusief lier, boog, pijlen en orakel. bron foto: playmobil.nl

Apollo is een gevalletje apart. Zowel bij de oude Grieken als bij de Romeinen heette hij hetzelfde. Dat komt omdat hij de alleskunner, het multitalent van de goden was. Hij was God van het boogschutten, het waarzeggen, de geneeskunde, de muziek en het licht. We kijken als mensen al op naar goden, maar dit is buitencategorie. Hier dreigt een burn-out.

Apollo geldt als jeugdig en geniet veel aanzien vanwege zijn lichamenlijke schoonheid (ook dat nog!). Hij heerste over aspecten als: intelligentie, creativiteit en beschaving. De ideale schoonzoon en werknemer dus.

Als zoon van Jupiter en Leto werd al snel duidelijk dat hij de gave van het waarzeggen had. Hij stichtte dan ook het orakel van Delphi waar mensen terecht konden bij de sybille, zijn medium, die mensen hielp met advies en vooruitzien.

Als superheld vestigde hij zijn naam door Python te verslaan, een reusachtige slang die Delphi terroriseerde. Het verhaal ging dat Apollo’s pijlen ziekte brachten. Toch werd hij vereerd omdat hij het vermogen had te zuiveren en te helen. Zijn zoon Asclepius werd god van de geneeskunst waarme hij genetisch natuurlijk enorm scoorde.

poussin, apollo en muzen; louvre.fr

De Franse schilder Nicolas Poussin schilderde in de 17-de eeuw Apollo temidden van de muzen. Te zien in het Prado, Madrid. bron foto: wikipedia commons.org

De zachte kant van Apollo was zijn liefde voor poëzie en muziek. Met zijn uitgebreide CV was het een makkie om hoofd van de muzen te worden. Zo geschiedde. Samen met de muzen wordt hij vaak in de kunst afgebeeld spelend op een lier. Het snaarinstrument de lier stond symbool voor het rationele beoordelingsvermogen. Terwijl blaasinstrumenten (de fluit) hartstocht en redeloosheid symboliseerde. Ja, ook de goden zijn niet vies van wat vooroordelen.

Tiepolo_-_Apollo_and_Daphne; wikipedia commons

De Italiaanse kunstenaar Tiepolo (18-de eeuw) schilderde veel en vaak Apollo. Hier op jacht naar Daphne. Onder aan Daphne’s voet haar vader de riviergod Pineus. Onder haar rokken verbergt zich Cupido. 

Apollo had iets met kransen. Apollo stond bekend als Phoebus, de stralende. Apollo was de god van het licht, werd met de andere zonnegoden (Helios en Sol) vergeleken en daarom met een stralenkrans afgebeeld. We verbinden Apollo ook nog aan de lauwerkrans. Zoals al die goden mocht ook Apollo er liefdesaffaires op nahouden. De bekendste was die met de nimf Daphne. Cupido was ooit door Apollo bespot vanwege zijn beroerde boogschutterskunst. Uit wraak besloot Cupido Apollo te doorboren met liefdesverwekkende pijlen en Daphne met koude, loden pijlen. Apollo raakte op slag verliefd op Daphne, maar Daphne moest niets van hem hebben. Wat volgde was een vlucht van Daphne die eindigde bij de riviergod Peneus, haar vader. Toen Apollo Daphne vastgreep, omdat ze geen kant meer op kon, veranderde Daphne in een laurierboom. De laurier werd Apollo’s uitverkoren boom. Uitblinkers in sport en kunst krijgen sindsdien de lauwerkrans.

Tiepolo_-_Apollo; wikipedia commons

Nogmaals Apollo, duidelijk als zonnegod en omringd door een aantal van zijn muzen. Het kunstwerk is van Tiepolo.