Proust en de verliefdheid die muziek heet

Luisteren naar muziek verloopt, in de beschrijving van Proust, in fases. Eerst is er de indruk van het geheel, van alle elementen van de muziek op hetzelfde moment. Maar dan gebeurt er zoveel dat het onmogelijk is om helderheid over de muziek te krijgen. Stap voor stap ontdekt Swann (van Du côté de chez Swann) regelmatigheden in de sonate. Hij begint ‘een ontwerp, een architectuur, een gedachte’ te horen, ‘een melodische zin die boven de geluidsgolven uitkomt’. De melodie houdt voor hem een belofte in van ‘eindeloze verrukking’ die alleen dit specifieke, unieke muziekstuk hem kan bezorgen. Proust introduceert zo twee nieuwe elementen:het voortdurend heen en weer bewegen in de tijd, tussen herinnering aan de muziek die al voorbij is en verwachting van wat nog komen gaat. En het besef van het unieke van deze speciale compositie, los van iedere abstractie. Wat Proust over muziek schrijft, heeft veel weg van verliefdheid op het eerste gezicht.

Voor even wordt Swann door de mzuiek opgetild uit zijn mondaine, hedonistische bestaan, voor een kort moment is hij weer ontvankelijk voor de ‘hooggestemde ideeën’ die hij in het dagelijks leven uitsluitend met ironie benadert. Dankzij de ‘petite phrase’ uit de sonate van een componist van wie hij nog steeds de naam niet kent, ontdekt hij plotseling weer de ‘aanwezigheid van een van die onzichtbare werkelijkheden, waaraan hij opgehouden had geloof te hechten en waar hij toch weer, alsof de muziek de geestelijke dorheid waaraan hij leed met nieuwe levenssappen had doordrenkt, het verlangen en bijna ook de kracht voelde zijn leven voor in te zetten’.

Uit: Hoe Proust je kan leren luisteren; uit: Elk boek wil muziek zijn – Peter de Bruijn, Pieter Steinz, Prometheus Asmterdam, 2006 

Marcel Proust (1871-1922, Auteuil-Neuilly-Passy, Frankrijk)

César Franck (1822-1890, Luik, België)

Aki Kaurismäki samengevat

De Finse filmregisseur Aki Kaurismäki (1957, Fins) maakt films die sterk aan zwarte komedies doen denken. Terugkerende elementen daarin zijn: stijf acteerwerk, live-muziek en de hoofdpersonen zijn vaak arbeiders zoals Karl Marx die voor ogen had. Verder drinken de hoofdpersonen veel koffie en roken sigaretten. De weinige tekst die gesproken wordt, is emotieloos en wordt met een stalen gezicht gedeclameerd.

De films spelen vaak in Helsinki, gaan over het lot van arbeiders die hunkeren naar liefde en begrip. Er is de sleur van alledag en de financiële eindjes worden moeizaam aan elkaar geknoopt. Ondanks somberte alom (nee, zo gezellig is het leven als arbeider niet), gloort er in Kaurismäki’s films altijd een sprankje hoop.

In de video-bijdrage van tv-station Arte (Frans-Duits) een blik op de films van de Finse regisseur. Met terugkerende elementen, acteurs en die typische Kaurismäki-filmstijl die je herkent uit duizenden. Vandaar:

Beck gaat zijn eigen muzikale weg

In de marge van de mainstream-popmuziek kom je veel interessants tegen. Muzikanten die nieuwsgierig zijn, wegblijven van de gebaande paden, op zoek zijn naar hun unieke song. Zo iemand is Beck Hansen (1970, USA). Wereldberoemd vanwege een paar hits: Loser en Devil’s haircut bijvoorbeeld, maar inmiddels zijn we een tiental albums verder. Ondertussen probeerde Beck: funk, soul, alt-pop, tropicalia, country, freak-folk en leftfield. Ruim baan voor de gitaar in zijn muziek, maar ook brass en strings zijn van de partij. Zijn songs gaan van singer-songwriter naar ballad of komen uit bij funk. Alles is mogelijk mits goed gespeeld, muzikaal en interessant. Kortom, iemand die iets meer aandacht verdient.

Een streek, een sound, een instrument, de duivel en een dakloze tempel

appalachian people and their music

In de Amerikaanse Appalachian Mountains heeft zich onder Schotse, Ierse en Engelse immigranten sinds de 18-de eeuw een muziek ontwikkeld waarvan het karakter omschreven wordt als ‘the high lonesome sound‘. Balladen van tientallen coupletten vertellen over mannen die hun geliefden op gruwelijke wijze om het leven brengen, waarbij opvalt dat de moorden weliswaar tot in detail beschreven worden, maar dat nooit duidelijk wordt wat de ontspoorden precies tot hun daden drijft.

Deze liederen komen het hardst aan als ze strak, vibratoloos en zonder begeleiding gezongen worden door oude vrouwen, die recht van spreken hebben. Mannen bespelen homemade vijfsnarige banjo’s zonder fretten en uit de Oude Wereld meegenomen violen, waarvan de kamronding is afgevlakt en de snaren in een open stemming staan, zodat het betrekkelijk eenvoudig is twee of zelfs drie snaren tegelijk te spelen.

De banjo staat er bekend als ‘the devil’s instrument‘, want wie hem bespeelt of onder de invloed komt van de obsessieve, doorgaans uit tweemaal acht maten bestaande deuntjes, loopt kans in een vreemde trance te raken.

De toonladders zijn vijf- of hoogstens zestonig, de vijfde snaar dient als bourdon en afhankelijk van het hout, het vel, het materiaal van de snaren en de hardheid van de nagels van de bespeler, ontstaat er een ijle wereld van boventonen en flageoletten die een verslavend effect hebben, een effect dat sterker wordt naarmate de melodie vaker wordt herhaald. Voegt zich een fiddle bij de banjo, dan vormen zij een dichte en toch ijle textuur van twee, hooguit drie akkoorden, die voortgezet wordt tot een van de muzikanten te moe is om verder te gaan. Soms klinkt er een flard tekst, bezeten zinnen over een vrouw, een trein, een mes, een berg.

In bijgaande video gitarist Jack White die The Wayfaring Stranger speelt.

Een desolaat lied over de laatste overtocht. Geloof bezielt de snaren en stembanden, boventonen vormen een dakloze tempel waarin ook de ongelovige kan schuilen.

Uit: Een dakloze tempel – Piet Gerbrandy, De Gids juni/juli 2008

Aki Kaurismaki maakt plezier (het leven is kort en ellendig)

Als er 1 filmer is die geheel zijn eigen pad kiest, zich weinig gelegen laat liggen aan kijkcijfers of verwachtingspatronen, dan is het de Finse filmregisseur Aki Kaurismaki (1957). De hoofdpersonen zijn steevast losers met weinig tekst, die saaie baantjes hebben in weinig opbeurende omgevingen. Waarom we dan toch kijken? Vanwege de droge humor!

Kaurismaki heeft wat met buitenstaanders. Of het nu gaat om een ontslagen mijnwerker (Ariel), een potsierlijke muzikant (Leningrad Cowboys) of een man die zijn geheugen is kwijtgeraakt (The man without a past); al die curieuze types spelen de hoofdrol en we volgen ze met sympathie in hun minimalistische avonturen.

Veel van zijn personages roken, drinken, eten, maken muziek en spreken hun onwaarschijnlijk komische teksten uit met een stalen gezicht. Het acteren oogt stijf, de muziek is live en vaak is een arbeider de hoofdpersoon. Een hoofdpersoon die hunkert naar liefde en begrip, in de alledaagse sleur, terwijl het financieel behelpen is. Somberheid troef? Welnee, er is humor, een sprankje hoop en altijd muziek!

 

M is Massive Attack

Massive Attack behoort tot de stroming die we triphop noemen. Een hypnotiserende sound, donker, sensueel en cinematografisch. Met de ritmes van hiphop, soulvolle melodieën, dub grooves en samples. De Britse groep (uit Bristol) viel in die stroming op omdat ze innovatief en invloedrijk waren.

Eerst was er The Wild Bunch (een dj en sound systeem-collectief). Daaruit gingen de 2 groepsleden Vowles en Marshall verder met hun project Massive Attack. Ze kregen steun van Nellee Hooper, die zijn werk moest verdelen tussen MA en Soul 2 Soul, zijn andere bezigheid. Op de eerste single Daydreaming waren Shara Nelson en Tricky te horen. De volgende single Unfinished Sympathy werd een wereldhit. In 1991 kwam het eerste album Blue Lines uit. Een giga commercieel succes en triphop was een feit!

Het tweede album Protection zette de koers van Blue Lines voort. Weer gastvocalisten (o.a. Tracy Thorn – Everything But The Girl) en de samenwerking met Hooper en Tricky. Dub-geweldenaar Mad Professor bracht een dub-versie van het album uit en noemde het No Protection. Massive Attack werd veel en vaak gevraagd voor remixen in MA-stijl. Garage en Madonna meldden zich daarvoor.

Het derde album Mezzanine liet gastmusici als Horace Andy en Elizabeth Frazer (Cocteau Twins) horen. Nummers als Teardrop en Inertia creeps kennen cinematografische kwaliteiten. Net gek dat je ze vaak tegenkomt als begeleiding bij (tv-film)beelden. Het was ook het laatste album van bandlid Vowles. Hij kon zich niet meer vinden in de muzikale koers.

De laatste jaren houden de leden de band zich vooral bezig met het verzorgen van filmscores. Als logisch vervolg op de muziek die Massive Attack maakte.