Jorge Guillén Dicht de Dag

Op tv

TV. Opeens een stuk land / Met gedrang van mensen, zomaar / Een dag / Als ’t oorlog is, is het geen misdaad. / Je ziet een gevangene. Hij wordt / Afgemarcheerd naar de plaats / Waar een groepje soldaten klaar staat / Dat zonder meer, dit is iets alledaags, / – Geen show – schiet, fusilleert. / De gestalte van de gevangene / Klapt dubbel, is haast gevallen. / Meteen een reclamespot / Er overheen. / Betaald geglimlach / Dringt binnen op muziek. / En de gruwel, voor onze ogen, / Van de dood? / Alles op nul-niveau. / Alles getrivialiseerd. / Een chaos, en niet van de natuur, / Die ons leven overspoelt. / Van welke macht zijn wij, / Zonder schuld, de slachtoffers?

uit: natuur zal kunst nooit blijvend evenaren, samenstelling `en vertaling Peter Verstegen; Ooievaar Amsterdam, 1996

Jorge Guillén, blogspot.combron beeld: blogspot.com

Jorge Guillén (1893-1984, Valladolid, Sp)

Dit gedicht werd geschreven ten tijde van de Vietnam-oorlog. Actueler dan ooit is de strekking.

Tsjitsjikov, favoriete personage van H.H. ter Balkt

ter balkt, demorgen.bebron foto: demorgen.be

Van schrijvers is bekend dat het veel-lezers zijn. Hebben die schrijvers dan ook een favoriet personage? Zo ja, vanwege… Carel Peeters en Doeschka Meijsing vroegen schrijvende, dichtende en uitgevende medeburgers naar die favorieten en schreven over hun bevindingen in: Het favoriete personage.

Dichter H.H. ter Balkt vond desgevraagd Robinson Crusoë het meest geheimzinnige boek dat hij ooit las. Favorieten als Jozio uit Ferdydurke van Gombrowicz; Schwejk en alle helden uit Zwaarbewaakte treinen van Bohumil Hrabal moeten het afleggen tegen:

Maar jij bent het dus, Tsjitsjikov, mijn favoriete personage, jij die allerminst sympathiek bent en volgens wijlen Nabokov zelfs niemand minder dan de duivel voorstelt, Tsjitsjikov uit De dode zielen; als een rolling stone door een koets gedragen rondrollend door Rusland, een rolsteen door twee korstmossen vergezeld: Selifaan, zijn koetsier, en zijn vuile, ongewassen knecht Petroesjka. De andere in het boek voorkomende personages zijn al evenzeer zowel buitengewoon onsympathiek als onvergetelijk. En favoriet worden ze, in mijn ogen, door de prachtige penseelstreken (ach wat, prachtige, ach wat, penseelstreken!) waarmee Nikolai Gogol ze schildert: zoals Milosj, de held uit Zwaarbewaakte treinen, een goederentrein ‘begiet met groen licht’.

Uit: Het favoriete personage van A.Alberts tot Ad Zuiderent, Raamgracht Amsterdam, 1983

H.H. ter Balkt (1938-2015, Usselo)

Omdat Ter Balkt fan van The Rolling Stones was, dus dit:

https://youtu.be/GgnClrx8N2k

John Cheever: onbeminde grootheid

cheever, john, esquire.combron foto: esquire.com

Ik kende het werk van John Cheever (1912-1982, Quincy, USA) niet. Het wordt door literatuurkenners nogal eens vergeleken met dat van John Updike. Beiden zijn realisten, schreven korte verhalen voor The New Yorker en vonden hun inspiratie in suburbia. Hoofdpersonen zijn vaak welgestelde Amerikanen uit de vrije of dienstensector. Cheever en Updike schreven tot in detail over het leven van de middle-class Amerikaan. Over de groteske waanzin van het moderne, jachtige leven. Over de achterkant van The American Dream. Ik heb het over de jaren 50, 60 en 70 vorige eeuw.

Voor wie wil kennismaken: lees The stories of John Cheever, een mooi begin. Later las ik Bullet Park dat ook veel indruk maakte. Dat Cheever een onbeminde grootheid uit de Amerikaanse literatuur is, heeft wellicht te maken met de wereld waarop hij zich schrijvend richt: die van de middle-class. Bestaat die nog?

Schrijven kon Cheever wel. Voorbeeld:

Literatuur is kunst en kunst is de overwinning op de chaos (en niet minder dan dat) en we kunnen die alleen maar behalen door uiterst nauwlettend te kiezen, maar in een wereld die sneller verandert dan wij kunnen waarnemen bestaat altijd het gevaar dat onze selectieve vermogens het mis hebben en dat het visioen waarvoor we ons inzetten niets zal worden. We bewonderen fatsoen en we verachten de dood, maar zelfs de bergen lijken in één nacht tijds te verschuiven en misschien is de exhibitionist op de hoek van Chestnut Street en Elm Street betekenisvoller dan de mooie vrouw die met een streep zonlicht in het haar een nieuw stuk zeeschuim in de kooi van de nachtegaal legt. Laat ik u maar gewoon een voorbeeld van chaos geven en als u me niet gelooft moet u oprecht in uw eigen verleden kijken om te zien of u niet een vergelijkbare ervaring kunt vinden…

Ter introductie van het korte verhaal De dood van Justina, die vooral over dolgedraaide regelgeving en vervreemding gaat.

Een eind verderop in het verhaal moest ik even aan Nabokov denken: de schrijver die de oude en de nieuwe wereld zo prachtig tegenover elkaar kon zetten in zijn verhalen.

Er zijn Amerikanen die, hoewel hun vaderen drie eeuwen geleden uit de Oude Wereld hierheen zijn geëmigreerd, die overtocht nooit helemaal lijken te hebben volbracht, en zo iemand ben ik. Ik sta figuurlijk gesproken met een natte voet op Plymouth Rock en kijk met enige kiesheid naar binnen, niet in een ontzagwekkende, fascinerende wildernis maar in een halfvoltooide beschaving die glazen torens, boortorens, hele continenten van voorsteden en afgedankte bioscopen omvat, en ik vraag me af waarom iedereen in deze uiterst welvarende, gelijkmatige en ontwikkelde wereld – waar zelfs de schoonmaaksters in hun vrije tijd de etudes van Chopin studeren – toch zo teleurgesteld schijnt.

Uit: De dood van Justina; uit: De beste Amerikaanse verhalen uit Esquire, Meulenhoff Amsterdam, 1990

Don Quichot en de menselijke maat

don-quixote, dali

Salvador Dali’s impressie van Don Quichot en zijn strijd tegen de windmolens

Don Quichot wil een held zijn, maar de wereld waarin hij zijn heldendom wil bewijzen bestaat niet, dus verzint hij die, hetzij doelbewust of als gevolg van zijn krankzinnigheid. Juist dit grijze gebied maakt het boek van Cervantes zo fascinerend: de mate waarin Quichot het slachtoffer of de schepper van zijn waanideeën is.

Aan het woord is de Schotse hispanologe Miranda France (1966, Colchester, UK). Ik lees van haar hand het boek De waanideeën van Don Quichot. Het is een onderzoek naar wat de roman van Cervantes leert over de Spaanse volksaard. En dat anno 1999, het jaar waarin France terugkeert naar Spanje, nadat ze 10 jaar eerder studeerde in Madrid. In dat boeiende verslag zet de schrijfster het verhaal over Don Quichot af tegen wat ze ervaart, ondervindt temidden van de Spanjaarden.

Waarom Don Quichot? Omdat het boek, dat stamt uit begin 17-de eeuw, enorme indruk heeft gemaakt op veel auteurs die volgden. Daaronder Nabokov. Die zegt over het Spaanse meesterwerk: ‘Een verhandeling over hoe dingen en levens betekenis krijgen.’ Maar ook het volgende: ‘Het is een fantastisch boek vanwege de samenzwering tussen de held en zijn lezers, waar de schrijver buiten wordt gehouden en die zelfs diens oorspronkelijk plan saboteert.’

In wezen is Don Quichot het verhaal over een verwarde, oudere man, geschreven door een al net zo verwarde, oudere man. En toch is dat niet alles. Thomas Mann was fan. Gustave Flaubert zei dat de ridderroman inspireerde tot het schrijven van Madame Bovary. De kern dan maar?

Net zoals het nog nooit vertoond psychologisch realisme in de roman zijn stempel op de grote 19-de eeuwse schrijvers heeft gedrukt, duiken de foefjes en trucs in het verhaal in de postmoderne romans van de 20-ste eeuw op. Don Quichot en Sancho realiseren zich bijvoorbeeld dat ze personages in een roman van Cervantes zijn.

(..)

Don Quichot is niet alleen maar een man die knettergek wordt door het lezen van boeken over ridders, maar hij heeft werkelijk psychologische diepgang. Hij is vriendelijk, intelligent en voorkomend, maar hij is ook ijdel, pretentieus en verblind. Hij sukkelt met zijn darmen en hij voelt overal pijntjes als hij in de openlucht slaapt. Zijn motieven zijn uitgesproken vaag. Anders dan de fictieve personages die hem voor zijn gegaan, heeft Don Quichot grote twijfels over wat hij aan het doen is. Hij is de eerste moderne held, de eerste echte menselijke held en geen geïdealiseerd personage. En aangezien de menselijke maat zoveel complexer is, zoveel ontroerender, wordt hij ook veel indrukwekkender.

Uit: De waanideeën van Don Quichot – Miranda France, Atlas Amsterdam, 2006; vertaling Ankie Klootwijk

don-quixote, picasso

Gemaakt door Pablo Picasso

Gajto Gazdanov over het mysterie vrouw

fantoom alexander wolf, deslegte.beOp grond van de ervaring van vele jaren wist ik wel dat voor mij de charme en de aantrekkingskracht van een vrouw bleven bestaan zolang er in hen iets onbekends was, een onbekende ruimte die mij de mogelijkheid – of de illusie – bood steeds maar opnieuw haar beeld te scheppen en mij haar voor te stellen  zoals ik haar graag wilde zien en zoals zij waarschijnlijk in werkelijkheid niet was. Het ging niet zo ver dat ik aan een leugen of een verzinsel de voorkeur zou geven boven een al te simpele waarheid, maar een al te grondige kennis droeg een onmiskenbaar gevaar in zich: dat ik geen zin had ernaar terug te keren, zoals naar een boek dat je gelezen en begrepen hebt. Tegelijkertijd was de wens om te weten nooit te scheiden van het gevoel, daar kon geen argument verandering in brengen. Zonder dit innerlijke en aperte gevaar zou ik het leven waarschijnlijk te flets hebben gevonden.

Uit: Het fantoom van Alexander Wolf, Lebowsk Amsterdam, 2013; vertaling Yolanda Bloemen.

Dit boek van de Russische emigrant en in Parijs woonachtige Gazdanov (1903-1971) deed heel wat stof opwaaien. Bij verschijnen in 2013 ontspon zich een discussie in de literaire kritiek of dit een meesterwerk was. Afgezet tegen het werk van Nabokov of John Williams. Nabokov omdat Gazdanov in zijn tijd vaak werd vergeleken met die andere Russische emigrant, die zich in Frankrijk vestigde. Met John Williams omdat deze Amerikaan werd herontdekt.

Op de Volkskrant-website (oktober 2013) weidden Toine Donk en Daniël van der Meer in 4 artikelen uit over de kenmerken van deze roman. Is het een detective? Een liefdesroman? Een ideeënroman? Een meesterwerk?

“Om ons heen voltrekken zich kosmische catastrofen, maar onderwijl zijn we vooral bezig met kopzorgen over artikeltitels. Want er bestaat geen universele hiërarchie van problemen: ieder mensenleven behelst ‘in zijn tijdelijke en toevallige omhulsel een immens universum’.

Dat brengt deze roman prachtig over, het meest nog in het duel aan het begin, waarin beide mannen met het pistool in de hand een welhaast onmenselijke macht dragen om dat universum te vernietigen.”, aldus Toine Donk in zijn verdediging om het een meesterwerk te noemen.

Daniël van der Meer zegt daarover: “Ik ben bereid toe te geven dat de ambitie van het boek die van een meesterwerk is. De grote vraagstukken van het leven worden niet geschuwd. Alleen maakt dat het boek nog niet geslaagd. Zijn meisje, Jelena, zegt tijdens de eerste ontmoeting met het hoofdpersonage: ‘Voor een journalist bent u niet erg spraakzaam.’ Vermoedelijk omdat het boek me in de veertien persberichten die ik erover mocht ontvangen zo werd aangeprezen als een klassieker, bekroop mij het gevoel: voor een vergeten meesterwerk bent u niet erg beklijvend.”

Ik vond het een mooi boek vanwege de filosofische mijmeringen en zijn beeldende schrijfstijl. En Gazdanov kende niet alleen een avontuurlijk leven, maar er over schrijven kon hij als de beste. Dat zou later bijvoorbeeld blijken uit zijn echte meesterwerk: Nachtwegen.

Schrijven – Beheersen – Genieten

Waarom is Vladimir Nabokov zo’n grote schrijver? Als ik werk van Nabokov lees, word ik me van van alles bewust. Hoe de schrijver de werkelijkheid naar zijn hand zet. Hoe hij me manipuleert. Hoe hij er humor aan toevoegt. Hoe hij me laat voelen dat ik lees. Dat hij betekenis geeft aan de werkelijkheid die hij gekozen heeft. Dat hij me vaak op het verkeerde been zet. Dat hij preekt zonder dat het op preken lijkt. Zoiets.

Schrijven is voor mij: een eigen werkelijkheid scheppen in fraaie bewoordingen, die je als lezer laat binnentreden zonder het idee dat die werkelijkheid niet ‘echt’ of ‘waar’ zou zijn. Nabokov voegt daar een eigen laag aan toe: je doen beseffen dat hij dit voor je doet. Ik voel me voortdurend gemanipuleerd zonder dat het me ergert.

Nabokov beheerst het (ambachtelijk) schrijven tot in de finesses. Dan begint ook het genieten. Hij zet het schrijven naar zijn hand; geeft er op geheel eigen wijze en met een geheel eigen stem vorm en inhoud aan. Daarom is hij groots.

Ik moest hieraan denken toen ik een korte anekdotische tekst over Nabokov las, geschreven door Henk Hofland. Het is een tekst die geheel op Nabokov-wijze je als lezer manipuleert:

playing biljardHet was in New York

Nabokov en een vriend zaten in een café. Schemerige ruimte, links de tapkast, rechts tafels en stoelen. In het midden het biljart onder een lage lamp.

Ze speelden een partijtje, weldra gingen ze op in hun bedrijvigheid.

Achter in de ruimte werd langzaam een deur geopend. Er verscheen een jongen van een jaar of vijf. Hij bleef staan en keek naar de spelers.

Het was Nabokovs beurt, maar hij was verdiept in iets anders, verloren in het tafereel van het kind in de deuropening.

Hé Vladimir, je staat te suffen!

Ik sta niet te suffen, zei Nabokov. Ik kijk naar iemand die kijkt naar iets wat hij zich over veertig jaar zal herinneren.

Uit: Bemande essays – Henk J. A. Hofland, Bezige Bij Amsterdam, 2011

Julian Barnes over het lezen van memoires

Lila Azam and Julian Barnes for FNPI and Nina

Julian Barnes

Je hebt klassiekers in de literatuur en klassiekers die iedereen kent (al was het maar van horen zeggen). Om duidelijker te worden: Homerus, Don Quichote, Moby Dick en Madame Bovary. Het zijn tijdloze werken waarin menselijke karaktertrekken aan de orde komen die ons nog altijd aanspreken. Je kunt er eeuwen later nog door geraakt worden en jezelf er in herkennen: de meesterwerken dus.

Mijn fascinatie is Madame Bovary. Geschreven door Gustave Flaubert in het 19-de eeuwse Frankrijk. Hij schreef Madame Bovary in 1857. Eerst als feuilleton. Er was onmiddellijk een enorme discussie over het werk. Later in boekvorm werd het zelfs verboden. Belangrijkste reden: het gaat over overspel en de hoofdpersoon is een vrouw. Ongekend en ongehoord voor die tijd. Maar sindsdien heeft Bovary de gemoederen bezig gehouden. En mij ook.

Het mooiste komt nog: ik heb het boek in mijn bezit maar nog steeds niet gelezen. Maar wel al die boeken die Bovary als thema of als motief hebben. Want het zijn niet de minsten die zich over dit fenomeen hebben gebogen: Willem Brakman, Nabokov en de Britse schrijver Julian Barnes bijvoorbeeld. In zijn boek Flauberts papegaai volgen we Geoffrey Braithwaite, die totaal gefascineerd is door Flaubert en Bovary en de Franse schrijver achterna reist. Hij bezoekt regelmatig Frankrijk om weer naar zo’n plek te gaan, waar Flaubert vertoefd heeft. Ondertussen is de vraag: wat kun je van iemand te weten komen, wat weet je eigenlijk van je eigen leven?

De hoofdpersoon stelt die vraag voortdurend, twijfelt aan alles, roept tegenstrijdige voorbeelden op om een stelling te bewijzen of juist te ontkrachten. In onderstaand voorbeeld gaat het over het lezen van memoires, vaak een bron van informatie voor een ieder die meer wil weten van de geschiedenis.

Bij het lezen van deze memoires is het alsof je in de trein een man ontmoet die zegt: ‘Kijk maar niet naar mij, dat is misleidend. Als je wilt weten wat voor iemand ik ben, moet je wachten tot we door een tunnel komen en mijn spiegelbeeld in het raam bestuderen.’ Je wacht en je kijkt, en je vangt een gezicht op tegen een wisselende achtergrond van roetige muren, kabels en plotseling metselwerk. De transparante schim tril en schokt, altijd een meter van je vandaan. Je went aan zijn bestaan, je beweegt  als hij beweegt; en hoewel je weet dat zijn aanwezigheid voorwaardelijk is, heb je het gevoel dat die permanent is. Dan klinkt er meer naar voren een geloei, een geraas, en ineens is het licht; het gezicht is voorgoed verdwenen.

Uit: Flauberts papegaai – Julian Barnes, Olympus Amsterdam, 1985, 2012, vertaling Else Hoog

Maarten Biesheuvel: manische schrijver

J.M.A._Biesheuvel

Van de week Maarten Biesheuvel’s debuut In de bovenkooi voor 80 cent gescoord. Dit boek maakte tijdens mijn middelbare schooltijd een onverwoestbare indruk op me.

Maarten kan prachtige verhalen vertellen, die of echt zijn, of verzonnen of beiden. Beetje rare opmerking maar Maarten heeft moeite om feit en fictie, echt en onecht te scheiden. Hij is daarvoor behandeld, zullen we maar zeggen. Maarten heeft zijn hele leven lang gekampt met levensangst. Hij is manisch depressief.

Even wat Wikipedia-feiten over Maarten:

Jacob Martinus Arend (Maarten) Biesheuvel (Schiedam, 1939), auteursnaam J.M.A. Biesheuvel, is een Nederlandse schrijver. Hij debuteerde in 1972 met de verhalenbundel In de bovenkooi, waarmee hij onmiddellijk naam maakte.

In Biesheuvels werk komt o.a. zijn bijzondere relatie tot uiting met de jurist en essayist Huib Drion en de hoogleraar Russische literatuur Karel van het Reve, wiens colleges hij volgde en die hij God noemde. Hij onderhield met hen een intensieve correspondentie.

Biesheuvel maakt gebruik van allerlei literaire verteltechnieken. Hij parodieert en ironiseert. In zijn debuut rekende hij op speelse wijze af met een verleden waarin een gereformeerde opvoeding, een verblijf in een psychiatrische inrichting en de literatuur (bijvoorbeeld Moby Dick, Vladimir Nabokov) een grote rol spelen. Naast verhalen met een hoog werkelijkheidsgehalte schreef hij kolderieke, surrealistische vertellingen. In zijn talrijke volgende bundels bewees Biesheuvel een meester te zijn in het soms autobiografische, soms gedeeltelijk fictieve verhaal.

In zijn werk werden vooral zijn tegendraadse verteltechniek, zijn licht archaïsche stijl, zijn onstuitbare humor en de ontwapenende eerlijkheid over zijn geestelijke toestand geprezen.

In de jaren tachtig ging men in Biesheuvels verhalen een hoofdpersonage herkennen dat meer en meer gesteld raakte op huis en haard en minder openlijk sprak over zijn levensangst, zoals in de bundel Reis door mijn kamer.

Vanaf 1990 liep Biesheuvels productie door manische depressiviteit ernstig terug en verdween de schrijver uit de aandacht van de literaire kritiek.