Wallace Stevens: de dood van een soldaat

De dood van een soldaat

Het leven krimpt en de dood wordt verwacht, / Als in een herfstgetij. / De soldaat sneuvelt.

Hij wordt geen driedaags personage, / Dat zijn verscheiden opdringt / Met pracht en praal.

De dood is absoluut, zonder gedachtenis, / Als in een herfstgetij, / Wanneer het ophoudt met waaien,

Wanneer het ophoudt met waaien en langs de hemel / De wolken, niettemin, / Hun kant op gaan.

Wallace-Stevens, improvisedlife.comWallace Stevens (1879 – 1955, USA)

bron foto: improvisedlife.com

Uit: The collected poems of Wallace Stevens, Knopf New York, 1971; vertaling Ko Kooman

Ariel Dorfman: het meisje verliest haar eerste tandjes

Het meisje verliest haar eerste tandjes

en wie is dat die / naast oom Roberto?

maar kindje, dat is toch je vader.

en waarom komt pappa niet?

omdat hij niet kan.

is pappa dood / dat hij nooit komt?

en als ik haar zeg dat pappa / leeft / dan lieg ik / en als ik haar zeg dat pappa / dood is / dan lieg ik.

en daarom zeg ik haar het enige dat ik kan zeggen / en dat geen leugen is: / hij komt niet omdat hij niet kan.

Wallace-ArielDorfman, newyorker.combron foto: newyorker.com

Ariel Dorfman (1942, Argentijns-Chileens-Amerikaans)

Uit: Verdwijnen, De Populier Amsterdam, 1985; vertaling Eric Gerzon

Johnny Cash in de gevangenis die hem wereldberoemd maakte

johnny-cash-billboard

bron foto: billboard.com

Johnny Cash (1932 – 2003, Amerikaans), the Man in Black, heeft heel wat keren in zijn leven op een kruispunt gestaan. Daarbij moest de muzikant kiezen welke richting het op ging. Dat leidde soms tot prachtige vergezichten en vaak tot doodlopende stegen. Eén van de belangrijkste keuzes was die om in de gevangenis te gaan optreden. Eerst in Folsom, later in San Quentin. Van die optredens kwamen platen die tot verkopen leidden waarvan the Beatles slechts konden dromen.

Het is 1968. Country-zanger Cash scheidde van zijn eerste vrouw Vivian. Om het leed te verzachten nam hij zijn toevlucht tot pillen. Muzikaal gezien was de man van hits als Ring of Fire en Orange Blossom Special even de weg kwijt: country, folk, rock? June Carter bracht hem weer enigszins op het juiste spoor. Voor het optreden in Folsom was Cash een man zonder (muzikaal) thuis. Na Folsom en San Quentin was Cash de rebel, de buitenstaander, de filosoof, de gelovige en de badass, zoals producer Rick Rubin bedacht. Kortom, met die legendarische optredens, die stem gaven aan de gemarginaliseerden, de miserabelen en onfortuinlijken, kreeg Cash respect en waardering van brede kringen luisteraars, zowel oud als jong. Het zou een keerpunt in de loopbaan van Cash worden. Vlak voor zijn dood zou hij dit kunststukje nog eens herhalen met de American Recordings, die the Man in Black voor een tweede keer uit de schaduw haalde.

Jeff Jones tekende erudiete vrouwen

Jeffrey Catherine Jones (USA, 1944 – 2011) wist het al snel: hij wilde wetenschapper worden. Dat leidde tot een studie geologie. Maar zijn gang naar de Amerikaanse hoofdstad New York in 1967 bracht een ommekeer in zijn leven: het werd tekenen. Preciezer: het tekenen van comics. In de beginjaren van zijn loopbaan waren dat bijvoorbeeld science fiction-verhalen voor een blad als Creepy.

Zijn definitieve doorbraak kwam toen zijn tekentalent begon op te vallen en het werk trekken had van wat Frank Frazetta deed. Frazetta werd mateloos populair bij het comic-publiek door zijn covers van de Conan (de barbaar)-verhalen. Comic-uitgeverijen gingen op zoek naar tekenaars die in dezelfde stijl konden tekenen. Dat werd de carrière-boost waarop Jones werd voortgestuwd.

Jones was succesvol en kreeg ruimte om vrij werk te maken. Dat leidde vanaf 1972 tot de meest merkwaardige serie die ik ooit ben tegengekomen: Idyl. Later gevolgd door Idyl: I’m Age. In beide series spelen vrouwen de hoofdrol. In Idyl een schaars geklede, die zich vrij in de natuur beweegt, met bomen en dieren praat. En zich onderhoudt in filosofisch-poëtische bewoordingen. In de vervolgserie zijn de vrouwen gekleed en bepalen ze hun rol ten opzichte van…

Een hoogst onbegrepen serie, die ook tot irritatie leidde. Critici vonden de Idyl’s quasi-diepzinnig en begrepen de bedoeling niet. Wellicht moet daar als aanvullende informatie bij dat Jones zich altijd al vrouw voelde. In 1998 leidde dat zelfs tot geslachtsverandering. Daarna werd Jeff Catherine. Het tekenwerk leed er niet onder. Jones mag met bijvoorbeeld Bernie Wrightson gerekend worden tot de ware grootmeesters van de volwassen comic.

idyll jeff jones 8idyll jeff jones 7idyll jeff jones 5idyll jeff jones 3idyll jeff jones 1

Terugblikken naar zingende vrouwelijke verrassingen 2017

Luwten: Nederlandse verrassing; dromerig, melancholisch, fluisterend, eigenwijs.

The Weather Station: Canadees; empatisch, kunstzinnig, folky rockend, intiem, poëtisch.

Nadia Reid: Brits; natuurlijk melodieus, hartbrekend, introspectief, lyrisch observerend, poppy.

Hurray for the Riff Raff: Amerikaans; New Yorks over liefde, leven en reflectie, persoonlijk poëtisch.

Jay Maisel laat zich door kleur ontroeren

maisel 3maisel 4maisel 5Jay Maisel (1931) is een Noord-Amerikaans fotograaf. En iemand die door zijn vele prijzen toonaangevend mag worden genoemd. Maisel studeerde schilderkunst en grafische vormgeving aan Manhattan’s Cooper Union en aan de Yale Universiteit. Sinds 1954 is hij professioneel fotograaf. Maisel geeft master-classes en belicht daarin veel aspecten van de fotografie. Eén daarvan is het gebruik van kleur. Daarover gaat bijgaande video. Als voorbeeld van het kleurgebruik in zijn eigen werk, een aantal voorbeelden.

maisel 1maisel 2maisel 6Maisel werd wereldberoemd met de coverfoto van Miles Davis voor diens album Kind of Blue. In de jaren 50 en 60 fotografeerde Maisel de Amerikaanse jazz-scene. Dat deed hij in stemmig zwart-wit en op onnavolgbare wijze.

Harry Dean Stanton, koning van de bijrol, sprak met zijn gezicht

Onderstaand fragmenten uit: ‘Zijn gezicht was het verhaal’ door Dana Linssen, NRC.nl, 16 september 2017

Hoe hij daar liep. Tevoorschijn kwam uit het het niets. In de woestijn bij het Texaanse stadje Marathon, aan de rand van het Big Bend National Park. Met dat rode petje, en dat verwassen pak. Hij is zijn geheugen kwijt. Of misschien heeft hij het daar ergens in dat onverbiddelijke landschap achter zich gelaten. Travis Henderson in Paris, Texas (1984) van Wim Wenders was de enige rol die zijn leven zin had gegeven, zei hij ooit in een interview. Een man getekend door trauma en herinnering. Het was zijn doorbraakrol. Op 58-jarige leeftijd, nadat hij er al een half leven aan zwijgende bijrollen en weinig spraakzamer zogeheten ‘karakterrollen’ op had zitten. Harry Dean Stanton (1926 – 2017) had geen woorden nodig om te spreken. Hij sprak met zijn gezicht. En met de manier waarop hij liep.

Zijn filmografie telt zo’n 100 filmtitels en minstens de helft daarvan aan tv-rollen. Enkele memorabele optredens zijn bijvoorbeeld met zijn gitaar op de luchtplaats van een gevangenis in Cool Hand Luke (1967), als lifter in de nihilistische racefilm Two-Lane Blacktop (1971), als gruwelijk aan zijn einde komende ruimtetechnicus in Rildey Scotts originele Alien (1979), gekke wetenschapper in rampenfilm Escape from New York (1981), cokesnuivende straatschuimer in cultfilm Repo Man (1984), als de apostel Paulus in Martin Scorseses The Last Temptation of Christ (1988) en al op hoge leeftijd in drugstrip Fear and Loathing in Las Vegas (1998) en doodstrafdrama The Green Mile (1999).

Hij was misschien de ongekroonde koning van de bijrol, maar het waren altijd bijrollen die een doorkijkje gaven naar de pijnlijke nuances en subtiliteiten van mensenlevens die zelden in films worden verbeeld. Hij was iemand die door te zwijgen het hele verhaal vertelde. Iemand met een gegroefd gezicht, droef als een oude boom, maar altijd met een laatste vonkje vuur in zijn naar verlossing hongerende ogen.

Fragmenten uit:

Cool Hand Luke

Paris, Texas

Repo Man

 

(on)Zin: lied van de verkalkte priester

Lied van de verkalkte priester

Ik leg die dingen daar – Zie ze verbranden, / Smaragd, azuur en goud, / Het sist en kraakt, het blauw & groen der wereld / Alsof ik moe ben. Iemand hindert me / Steeds weer, de wolken, wolken hebben rare randen / En ik begrijp ze niet en houd niet van ze.

Altocumulus-Fluctus, bommetje.nl

…wolken hebben rare randen… (bron foto: bommeltje.nl)

Mijn lange lippen likkend keek ik naar God, / Hij vlamde en was vriendelijker / Dan jullie, hij was klein. Hij liet / Me slangen, dunne bloemen zien: die waren koud. / Gezag wuifde & lichtte als de fakkel / Van ijs onder een zonnetje. Ik sta verbaasd.

Daar had je de schrille en stijve dansers, / Hun krachteloze koppen schuddebollend. / Ik zou ze leren maar dat kan nu niet / Wegens de regels. Ze verheffen zich en schuiven. / Dans maar, knik ik, ze dansen in de regen / In mijn rode tuniek, ik heers over de dood.

John Berryman (1914 – 1972), Noord-Amerikaans

Uit: Iets dat te groot is om te zien, Meulenhoff Amsterdam, 1991; vertaling Rob Schouten

Harvey Swados kondigt de volgende stap aan

Geen woord, zin of alinea teveel. In het korte verhaal heeft elke letter, lettergreep, wending, beschrijving van tijd en ruimte en karakterschets een afgepaste functie. Het dient het verhaal, de ontwikkeling van gebeurtenissen en/of personages. Niets is toeval, ook al wordt die suggestie gewekt door de verhalenverteller.

Harvey-Swados-Fiction-1960De Amerikaan Harvey Swados (1920 – 1972) kende deze spelregels als geen ander. Zelf was hij schrijver, essayist, journalist en docent aan een aantal universiteiten. Hij bracht zijn leerlingen in contact met die regels en legde ze waarschijnlijk uit en voor aan zijn gehoor. En dan kan zijn eigen werk als voorbeeld dienen. Zoals dit fragment.

Uit: De danser

Op een dag dat hij op het spoor was gekomen van een handelaar die graag wilde weten hoe hij op legale wijze twintigduizend met de hand geschilderde zijden dassen met obscene voorstellingen, naar Zuid-Afrika kon exporteren, voelde Peter op straat iets nattigs tegen de rug van zijn hand. Nerveus keek hij omlaag. Een jongetje van een jaar of vijf, zes, dat een afgesabbelde ijslolly in zijn hand klemde, probeerde zijn kleverige vingertjes in Peters hand te wringen. Hij keek op naar Peter met zijn ernstige vuile gezichtje en zei: ‘Steek je met me over, meneer?’

Peters hart stond een ogenblik stil.

‘Wat bedoel je?’

‘Of je met me oversteekt’, herhaalde het jongetje ongeduldig.

Langzaam stak Peter Seventh Avenue over, met de kinderhand stevig in de zijne. Aan de overkant trok het jongetje zijn vingers los, zodra zijn voeten het trottoir raakten. Hij stak zijn hand uit als groet en holde weg, zonder één woord. Peter stond hem na te staren.

Toen Peter het voorval overdacht, kwam hij tot de conclusie dat het hem zo ontroerd had omdat nog nooit iemand zo’n volledig geloof en vertrouwen in hem had getoond. Hij kon het niet nalaten het beeld van het jongetje, dat wegholde over Seventh Avenue, te vergelijken met de herinnering aan zichzelf de vorige nacht, toen hij opgetogen zijn sprongen had gemaakt vóór zijn schaduw op de stippelwand van Imago’s kamer. Imago, verrukt handenklappend, had haar warme naakte lichaam behangen met glinsterende snoeren en had met een paar vrolijk beschilderde kalebassen (een souvenir van een vakantie in Mexico) een dolle begeleiding gerateld bij zijn wervelende dans.

Peter kon niet wachten met Imago het voorval met het jongetje te vertellen. Op het laatste moment besloot hij om ’s avonds naar haar toe te gaan inplaats van naar balletschool.

Uit: Meesters der Amerikaanse vertelkunst na 1945, deel 2 – Dola de Jong, Meulenhoff Amsterdam, 1968