Bijna iedere dag muziek: Miles Davis

Aanleiding is het thema van de Boekenweek: Rebellen en Dwarsdenkers en een verhelderende docu op Netflix. Die docu gaat over Miles Davis (1926-1991, Alton, USA) en laat zien hoe Davis rebelleerde tegen verwachtingen die men van hem had. Dat begon al met de keuze van het instrument dat hij wilde spelen: trompet in plaats van viool, zoals zijn ouders wilden. Op 19-jarige leeftijd leidde hij al een band. Trad op met Dizzy Gillespie en Charlie “Bird” Parker, die bepalend zouden worden voor de jazz. Waarna uittochtjes naar Parijs volgde. In de Lichtstad maakte hij kennis met alles wat toen hip en cultureel bepalend was. Denk aan: Greco, Malle, Moreau en Satre. In Frankrijk leidde dat op enig moment tot de opname van Ascenseur pour l’Échafaud. De soundtrack van de gelijknamige film die Davis improviserend bij de beelden volspeelde. Davis was muzikaal gelijkwaardig aan hoofdrolspeelster Jeanne Moreau en haar lijden. De film werd dankzij de score een enorm succes. Terug in de USA begonnen de voorbereidingen voor wat een mijlpaal in de jazz zou worden: het opnemen van het album Kind of Blue.

Parijs meer dan 100 jaar geleden

paris1914gparis1914oParisinAnotherEraParisinAnotherEra3ParisinAnotherEra8ParisinAnotherEra12ParisinAnotherEra13ParisinAnotherEra16ParisinAnotherEra17Hoe Parijs, de Franse hoofdstad, er meer dan 100 jaar geleden eruit zag, tonen deze kleurenfoto’s. Ze komen uit de nalatenschap van de steenrijke bankier Albert Kahn. Deze gaf in 1909 vier fotografen de opdracht om Parijs op de kiek te zetten. Dat deden ze met een net ontwikkelde manier om kleurenfoto’s te maken: autochrome lumière. Vanaf 1914 documenteerden Leon Gimpel, Stephane Passet, Georges Chevalier en Auguste Leon het dagelijks leven in de Lichtstad. Zie hier de resultaten. Het was 100 jaar geleden aanmerkelijk rustiger in Parijs.

paris1914a1paris1914bparis1914d

Vladislav Chodasevitsj: vreugde en last

Het is een vreugde en een last

Het is een vreugde en een last / Een afgetakeld lijf te dragen. / Wat vroeger wild en bloeiend was / Is nu vermoeid en aangeslagen.

Het bloed gaat in een trage stroom / De moegeworden schouders zakken. / Zo neigt een volle appelboom / Onder gewicht van eigen takken.

Gij jongelieden hebt geen weet / Van tederheid en smart die maken / Dat bomen met hun bladerkleed / Eens nog de aarde willen raken.

Uit: De meisjes van Zanzibar, Plantage Leiden, 2000

chodasevitsj-berberova, indipendezia

Chodasevitsj, links op de foto, met zijn geliefde Nina Berberova; bron foto: indipendenza.nl

Vladislav Chodasevitsj (1886-1939, Moskou, Rusland)

De vloeibare kunst van Thomas Hart Benton

robert hart benton 1robert hart benton 3robert hart benton 5

Thomas Hart Benton ook Tom Benton (Neosho, USA, 1889 – 1975) was een Amerikaans kunstschilder.

Benton werd geboren als kleinzoon van een bekende, gelijknamige Amerikaanse Senator en als zoon van een advocaat en lid van het Huis van Afgevaardigden. Tot ongenoegen van zijn ouders wees hij zelf een politieke carrière af en richtte zich op de kunst.

Hij studeerde van 1907 tot 1909 aan de kunstacademie in Chicago en verhuisde vervolgens naar Parijs, waar hij verder studeerde aan de Académie Julian. Daar ontmoette hij Amerikaanse kunstenaars zoals Diego Rivera en Stanton Macdonald-Wright, welke laatste hem sterk beïnvloedde.

Benton geldt als belangrijk vertegenwoordiger van het Amerikaans realisme en het muralisme. Hij verheerlijkte de ‘waarneming’ tegenover het ‘intellectuele concept’ en de ‘directe representatie’ tegenover de ‘introspectieve abstractie’, hetgeen in de conservatieve delen Amerika in goede aarde viel. Zijn manier om personen uit te beelden doet erg denken aan beeldhouwen en typisch is de vloeibare manier van weergeven.

Net als Rivera zou hij tijdens de crisis in de jaren dertig veel muurschilderingen maken vanuit de Works Progress Administration-werkverschaffingsprojecten. Zijn latere werk wordt gerekend tot het ‘regionalisme’. Hij maakte met name landelijke taferelen uit het pre-industriële agrarische tijdperk en scènes uit het leven van alledag in het middenwesten. Later maakt hij vooral ook cartoonachtige werken, waarmee hij wel als een voorloper van de popart wordt beschouwd.

robert hart benton 2robert hart benton 4robert hart benton 6

Nikolaj Goemiljov: don Juan

Don Juan

Mijn droom is trots en simpel tegelijk: / Het dralen van de tijd te overwinnen, / Op reis gaan, schoonheden te beminnen, / Tot ik een hoge ouderdom bereik.

Dan wijd ik me aan Christus’ koninkrijk. / Met as bestrooid treed ik het klooster binnen, / Waar ik me op het leven ga bezinnen / En afstand doe van alle aardse slijk!

Maar op het hoogtepunt van het festijn / Ontwaak ik uit de wirwar van mijn wegen, / Ik zie opeens hoe ijdel dromen zijn:

Dat ik tot nutteloosheid ben gedoemd, / En bij geen vrouw ooit kindren heb gekregen, / Noch ooit een man mijn broeder heb genoemd.

Uit: De meisjes van Zanzibar, Plantage Leiden, 2000

goemiljov, wikipedia

bron foto: wikipedia.org

Nikolaj Goemiljov (1886-1921, Rusland)

Portinari schilderde de Braziliaanse ziel

portinari 2portinari 4portinari 6Cândido Portinari (1903 – 1962) was een Braziliaanse kunstschilder.

Hij werd op een koffieboerderij in het binnenland van de deelstaat São Paulo geboren en bracht zijn jeugd door in het kleine plaatsje Brodowski. Zoals veel Brazilianen in die tijd waren zijn ouders Italiaanse immigranten.

Als telg uit een arme familie volgde hij slechts de lagere school. Toch liet hij vanaf zijn kindertijd zijn artistieke roeping blijken (hij schilderde al vanaf zijn 9-de jaar) en zijn lage vooropleiding weerhield hem er niet van om in 1918 een plaats te verwerven op de Escola Nacional de Belas Artes (ENBA) in Rio de Janeiro. In 1928 eindigde hij op een concours als eerste en won hij een reis naar Parijs waar hij tot 1930 zou blijven.

portinari 1portinari 3portinari 5In het jaar van zijn terugkomst ontmoet hij de negentienjarige Uruguayaanse Maria Victoria Martinelli met wie hij de rest van zijn leven zou delen. Om zijn jonge gezin te kunnen onderhouden begon hij in 1931 met het schilderen van de portretten. In 1935 neemt hij met zijn werk CAFÉ deel aan een expositie van het Carnegie Instituut in Pittsburgh waar het een eervolle vermelding krijgt. Het schilderij laat een koffieplantage zien zoals die algemeen waren in de regio waarin hij woonde.

Hij werd lid van de Braziliaanse communistische partij en stelde zich verkiesbaar als senator in 1947. Vanwege de vervolging van Communisten moest hij kort daarna naar Uruguay vluchten. Hij keerde terug naar Brazilië in 1951 maar gedurende de laatste 10 jaar van zijn leven zou hij aan een slechte gezondheid lijden. In die tijd schilderde hij in opdracht voor het gebouw van de Verenigde Naties in New York twee enorme muurschilderingen.

Portinari stierf op 58-jarige leeftijd aan loodvergiftiging. De loodverbindingen in zijn verf zijn hem uiteindelijk fataal geworden.

Schermafbeelding 2019-06-24 om 13.21.09

Voor een beknopte weergave van leven en werken van deze grote Braziliaanse schilder kopieer en plak deze link: https://g.co/arts/HqWPp5GoJZjRLe5s5

Gajto Gazdanov: je bezighouden met journalistieke activiteiten

Naarmate de tijd verstreek en daarmee mijn leven langzaam voortging, raakte ik gewend aan de ambivalentie van mijn bestaan, laten we zeggen, zoals mensen wennen aan de altijd eendere pijnen die horen bij hun ongeneeslijke ziekte. Maar ik kon me niet volkomen verzoenen met het inzicht dat mijn primitieve en zinnelijke waarneming van de wereld mij van veel geestelijke mogelijkheden beroofde en dat er zaken waren die ik theoretisch begreep maar die voor altijd voor mij ontoegankelijk zouden blijven, zoals de wereld van bijzonder verheven gevoelens, die ik mijn hele leven al kende en liefhad, voor mij ontoegankelijk bleef. Dit inzicht had zijn weerslag op alles wat ik deed en ondernam: iedere keer opnieuw wist ik dat die geestelijke inzet waartoe ik in principe in staat moest zijn en die anderen terecht van me verwachtten mijn krachten te boven zou gaan – en daarom hechtte ik aan veel praktische zaken geen waarde, en daarom droeg mijn leven in het algemeen zo’n toevallig en wanordelijk karakter. Dit bepaalde ook mijn beroepskeuze; in plaats van dat ik mijn tijd besteedde aan het literaire werk waartoe ik me voelde aangetrokken maar dat flink veel tijd en onbaatzuchtige inzet vergde, hield ik me bezig met journalistieke activiteiten, die heel onregelmatig waren en zich kenmerkten door een afmattende diversiteit. Afhankelijk van de vraag moest ik over van alles en nog wat schrijven, van politieke essays tot filmrecensies en verslagen van sportwedstrjden.

Uit: Het fantoom van Alexander Wolf, Cossee, Lebowski Amsterdam, 2013; vertaling Yolanda Bloemen

gajto gazdanov_Fotor

Gajto Gazdanov (1903-1971, Russisch)

Rilke: der Panther

Der Panther

Im Jardin des Plantes, Paris

Sein Blick ist vom Vorübergehn der Stäbe / so müd geworden, dass er nichts mehr hält. / Ihm ist, als ob es tausend Stäbe gäbe / und hinter tausend Stäben keine Welt.

De weiche Gang geschmeidig starker Schritte, / der sich im allerkleinsten Kreise dreht, / ist wie ein Tanz von Kraft um eine Mitte, / in der betäubt ein grosser Wille steht.

Nur manchmal schiebt der Vorhang der Pupille / sich lautlos auf -. Dann geht ein Bild hinein, / geht durch der Glieder angespannte Stille – / und hört im Herzen auf zu sein.

De panter

In de Jardin des Plantes, Parijs

Zijn blik is in het voorbijgaan der spijlen / zo moe geworden dat hij niets meer opneemt. / Voor hem is het alsof er duizend spijlen zijn / en achter duizend spijlen geen wereld.

De zachte gang van soepel sterke stappen, / die in de allerkleinste cirkel wendt en keert, / is als een dans van kracht om een midden / waarin verdoofd een grote wil staat.

Af en toe slechts schuift het gordijn van de pupil / geluidloos open -. Dan gaat een beeld naar binnen, / gaat door de gespannen stilte der ledematen – / en houdt in het hart op te bestaan.

rainer-maria-rilke

bron foto: biography.com

Reiner Maria Rilke (1875 – 1926, Tsjechisch, Oostenrijks, Zwitsers)

Uit: Sämtliche Werke, Insel Frankfurt am Main, 1975

Bij het stoppen met schrijven van Remco Campert

remco campert

bron foto: http://www.vpro.nl

Remco Campert (88) stopte onlangs met wat zijn levenswerk was: schrijven. Op dat moment las ik Een liefde in Parijs. Daaruit een mooi fragment dat kenmerkend voor Campert is. Hij beschouwde zichzelf vooral als dichter.

‘Ik schrijf,’ bekende Richard. Het was voor het eerst dat hij deze woorden hardop uitsprak.

Zijn vader keek hem verbijsterd aan.

‘Je schrijft?’

‘Ja. Gedichten.’

‘Ik… je verrast me. Mag ik ze lezen?’

‘Nee. Ze zijn nog niet goed genoeg. Maar als u me niet gelooft…’ Richard ging de kamer uit en rende de trap op naar zijn kamer om het schoolschrift te pakken waarin hij zijn gedichten – het waren er zeventien nu, niet genoeg voor een bundel – in zijn netste handschrift had opgeschreven.

Terwijl hij het snel doorbladerde, hield hij zijn vader het schrift voor ogen, zodat die duidelijk kon zien dat het om gedichten ging. Zijn vader deed een greep naar het schrift, maar Richard was hem te snel af en verborg het schrift onder zijn jasje. Zijn vader lachte.

‘Ik zei dat ik je niet geloofde. Dus je wilt schrijver worden?’

‘Ja’ was niet het goede antwoord, niet zoals hij het voelde, sinds de sneeuwige dag dat hij het gedicht over de dode geranium had geschreven dat ook over zijn moeder ging.

‘Ik wil geen schrijver worden, ik bén het,’ zei Richard. ‘Ik moet alleen nog beter worden.’

Zijn vader knikte, begon iets te zeggen, zweeg en legde toen zijn hand liefkozend in Richards nek.

‘De kunst,’ zei hij. ‘Weet waar je aan begint. Het zal niet makkelijk zijn.’

Het klonk ongewoon plechtig. Nu drukte hij Richard aan zijn borst.

‘De muze is een hardvochtige minnares. Je zult alles aan haar moeten opofferen.’

Remco Campert (1929)

Uit: Een liefde in Parijs, Bezige Bij Amsterdam, 2004