Victor E. van Vriesland: raadsel van den duur

Raadsel van den duur

Toekomst, voorbij, is verleden geworden. / Het nu – een niets, een stip, een overgang – / Is niet te vangen. Wanneer ik het vang / Is ’t al geweest: het bloeit niet, het verdorde.

Mijn leven ging, maar blijft in mij bestaan. / Wat onderscheidt herin’ren van verwachten? / Het felste en diepste dat mijn dagen brachten / Gebeurde ontastbaar, is reeds afgedaan.

En met een heldere verwondering, / Gepaard aan vrees en gruwen, zie ‘k elk uur / -Op komst, voorbij – slechts in mijn geest beklijven.

En als ik mij bezin, voel ‘k tijdloos blijven / Mijn eigen ik, waarin zich alle ding / Uit den tijd loswikkelt tot eeuwigen duur.

Victor_van_Vriesland_(1962), wikipedia.orgbron foto: wikipedia.org

Victor E. van Vriesland (1892 – 1974)

Uit: Drievoudig verweer, Querido Amsterdam, 1949

Gerry van der Linden: huis

Huis

Het huis heeft herinnering / tot in de uithoek van ramen. / In sponningen huist / voor- en tegenspoed.

Geluk is onvergeeflijk en / een val op de rand / niet meer dan / een handvol tranen.

Het huis kent zijn gangen / met kind en bont gezelschap. / Een liefde verder en op de hiel

een oude wond. / In zijn nerven slijt / een rode draad.

Gerry_van_der_linden-, wikipediafoto: Patrick Siemons; bron foto: wikipedia.org

Gerry van der Linden (1952)

Uit: Val op de Rand, Prometheus Amsterdam, 1990

Generatie(s): Sonse duinen (mijn moeder)

sonse duinen Gonnie van de Schans

foto: Gonny van der Schans

Sonse duinen

Laatst / kwam mijn moeder me (vrij duidelijk) / voor de ogen

hoe ze vroeger / op een zondag / lag te zonnen in de Sonse duinen

haar witte schouderbandjes (b.h.?) / zorgvuldig naar beneden / en mijn vader / die voorbij zoemde / met zijn kamera, / zijn linnen schoenen vol met zand.

Was de zon te hoog om haar te pakken?

de zon was warm / en mijn moeder draaide zich om, / zodat / ze met haar neus in het gras lag.

Gerry van der Linden (1952)

Uit: Gedicht, 1975