Nuchtere humor

Wij Ollanders zijn nogal een nuchter, aards en bedeesd volk. Ons maaiveld is het moeras en met moeite ontworstelen we ons aan het water dat vaak aan de lippen staat. In de vaderlandse gedichten zien we dat terug. Dichten mag, maar dan wel leuk! Van no-nonsence naar nonsens is een kleine stap in de lage landen-poëzie. Drs.P kwam op de proppen met plezierdichten en terstond wist iedereen dat deze sympathieke Zwitser de juiste snaar had geraakt.

In navolging van en ter ere: desgevraagd een paar pleziergedichten. Met dank aan Vic van de Reijt, die ze bijeenbracht in: Ik Wou Dat Ik Twee Hondjes Was. (Uitgeverij Bert Bakker, 1982)

van het reve k

Karel van het Reve

Kleine Jantje

Kleine Jantje likte van de – Keukenspiegel al het kwik, – In zijn jeugdige onschuld menend – Dat dit hielp tegen de hik.

Op het kerkhof sprak zijn moeder – Snedig tot mevrouw van Valen: – “’t Was een zure dag voor Jantje – Toen het kwik begon te dalen.”

Cees Buddingh’, 1960

H2O JÉ

In Connecticut – in ‘ n waterput – verdronk mijn tante Eefje

Nog jaren later – dronk oom ’t water – uitsluitend door een zeefje.

John o’Mill, 1956

Er staat een boom in Nederland – Dicht bij het plaatsje Duiven. – Daar groeien rode neuzen aan – En al die neuzen snuiven.

Zodra het echter winter wordt – En het begint te vriezen, – Dan worden al die neuzen paars – En al die neuzen niezen.

Daan Zonderland, 1952

Een rijksambtenaar tweede klasse – Zat ’s avonds zijn voeten te wassen. – Hij wou op het zand – Van het Tesselse strand – Ontkleed zijn verloofde verrassen.

Karel van het Reve, 1954