Bijna iedere dag muziek: Bob Dylan en The Byrds

Er moet toch, zei de clown tegen de dief, / een uitweg zijn uit al dit ongerief? / De patsers drinken wijnen uit mijn gaarde, / ploegen mijn grond, maar niemand kent de waarde.

De dief zei: Hou je rustig, heb geen grief. . Voor velen mist het leven perspectief. / Wij laten achter ons wat ons bezwaarde. / Niet kwaadspreken. Het wordt al laat op aarde.

En langs de wachttoren, waar prinsen staarden, / was het verkeer van vrouwvolk intensief, / rond wie blootvoetse dienaren zich schaarden.

Een kater jankte verre van poeslief. / Twee ruiters kwamen nader op hun paarden, / terwijl de wind zich huilende verhief.

Zijn de verhalen over het begin / van Mr. Tambourine Man dus, nou waar? / Spelen Lou Adlers sessiemensen daar, / Met als enige echte Byrd McGuinn?

Ja, van Columbia moest het vlug klaar, / en hun manager vond ze nog te min. / Alleen het zingen doen ze zelf erin, / En Roger speelt de twaalfsnarige gitaar.

Het lijkt op Sweetheart of the Rodeo / net of Gram meedoet met een zangsolo, / hoewel hij er niet bijstaat. Is dat zo?

Lee Hazlewood had een contract met hem. / Oorspronkelijk werd het gedaan door Gram. / Wat toen vervangen is door Rogers stem.

uit: 1000 sonetten 1966-1996 – Jan Kal, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1997

De aarden pot van A.L. Snijders

snijders; jameshournemment.bron beeld: blogspot.com

Aarden pot

De buurvrouw van links had een alleraardigst dochtertje, maar haar leven was moeilijk. Het had lang geduurd voordat ze geboren was en kort daarna was haar man, de vader van het kind, weggelopen met de dienstbode, die hij binnen een week bevruchtte. Ik wilde haar wapenen tegen de wereld en citeerde Epictetus, een van oorsprong Griekse filosoof. Hij zei:

Als u gesteld bent op een aarden pot, bedenk dan: Ik ben gesteld op een aarden pot. Want als de pot breekt zult u niet in verwarring worden gebracht. Als u uw kind of vrouw omhelst, bedenk dan dat u een mens omhelst. Dan zal ook zijn sterven u niet in verwarring brengen.

De buurvrouw schrok van deze hardheid. Daarom voegde ik eraan toe: ‘Ik heb een Opel Omega, stationcar, 2600 cc, zescilinder.’ Aan die auto ben ik gehecht, vooral vanwege die zes cilinders. Na de aarden-pot-uitspraak van Epictetus heb ik onthecht naar de auto gekeken en gemompeld: ‘Ik ben gesteld op een zescilinder.’ In de hoop dat het autokerkhof me niet in verwarring zou brengen. Ik probeer de poëzie, de filosofie en de literatuur te gebruiken als een aarden pot. Toch geloof ik dat ik de dood van vrouw en kind niet op een stoïcijnse manier zou kunnen verwerken. Maar ik zou het proberen, want op de politieschool waar ik les gaf hoorde ik vaak de gevleugelde woorden: ‘Niet geschoten is altijd mis.’

Dit alles is dertig jaar geleden. De buurvrouw van links zie ik nog wel eens, ze is gelukkig geworden en haar dochter heeft ook een goed leven. De aarden pot is niet gebroken.

uit: tat tvam asi, afdh Doetinchem, 2021

Raymond Radiguet Dicht de Dag

raymond-radiguet, booknode.comDe jong gestorven schrijver Raymond Radiguet, die bekend werd met zijn verfilmde roman Le diable au corps; bron beeld: booknode.com

Schrijver en dichter J.Bernlef (1937-2012) werkte mee aan het legendarische tijdschrift Barbarber. In dat periodiek vertelde hij over zijn ontdekkingen op poëzie-gebied. ‘Poëzie die lichtvoetig moest zijn en niet mocht bezwijken onder de loden last van de Kunst.’

Eén van die ontdekkingen was het werk van de fransman Raymond Radiguet (1903-1923), schrijver, dichter en journalist.

Neuzend in de voorraadkasten Frans kwam ik een boekje tegen uit 1925, Les joues en feu, van Raymond Radiguet, die ik alleen als prozaschrijver kende. De gedichtjes van Radiguet vormen een elegant terzijde bij zijn prozawerk, maar houden zich met hetzelfde onderwerp bezig: het moment waarop jeugdige onschuld definitief verloren gaat.

Een ansichtkaart: de kaden van Parijs

Men heeft de schepen vervangen / Door boekenkisten. Bladerend / In goedkope boeken lees ik / Over het bestaan van nog fraaiere oevers.

Lieve vriend, laat ons subiet het anker lichten; / Inktpot, treurig als de zee. / Alsjeblieft, schrijf niet meer met inkt: / De woorden die je opvist zijn zo bitter als gal.

Spaarpot

Kindje, spoedig zul je kunnen lezen, / We zullen je overladen met cadeaus. / Een zware spaarpot / zal je lichtste last zijn.

uit: alfabet op de rug gezien – J.Bernlef, Querido Amsterdam, 1995

Richard Kalvar: fotografie met een dubbele bodem

kalvar, richard; buitenstaander2USA. New York. 2017KAR1969003W00321/25AKAR1976024W00020/15De van origine Amerikaanse fotograaf Richard Kalvar (1944) beweegt zich wereldwijd over straat. Hij fotografeert voor Magnum Photos. Zijn werk vindt een plek in veel tijdschriften en in fotogalerijen. Inmiddels zijn er ook fotoboeken van zijn hand verschenen.

Wie zijn werk bekijkt op internet valt het op dat veel van zijn foto’s een dubbele bodem hebben. Een vluchtige blik levert niet onmiddellijk een wereldplaat op. Bij nadere beschouwing vallen een aantal dingen op. Een groot deel van zijn werk is zwart-wit. De meeste beelden zijn buiten, op straat gemaakt. In het moment van afdrukken heeft Kalvar gekozen voor een beeld dat meer is dan het lijkt. Op veel foto’s hebben de getoonde mensen geen of weinig verbinding met de anderen, of hun omgeving. Er zijn opvallend veel buitenstaanders gefotografeerd. Of mensen die zich niet op hun gemak voelen in de massa (de foto van Simone de Beauvoir in een opdringerige menigte). Soms roept het gemaakte beeld een glimlach op. Humor is ook nooit ver weg (kerstman in de metro).

Dubbelzinnigheid staat voorop in de fotografie van Richard Kalvar. Kalvar, die context omschrijft als de ‘vijand’, zoekt mysterie en meervoudige betekenis door een verrassende kadrering en nauwgezette timing. Hij beschrijft zijn benadering als “meer poëzie dan fotojournalistiek – het doet een beroep op het gevoel.”

France. Normandy. Livry. 2013KAR1970001W00544/07Akalvar, richard; buitenstaander5kalvar, richard; buitenstaander7

Bijna iedere dag muziek: Patti Smith

Patti Smith (1946, Chicago, USA) is singer-songwriter en dichter. Omdat ze aktief was in de begindagen van de punk in de USA wordt ze daar The Godmother of Punk genoemd. Haar mengelmoes van rock en poëzie is beroemd geworden. In die poëzie neemt ze geen blad voor haar mond en is ze vooral eerlijk en oprecht over wat haar overkwam en haar bezighield. Dat waren zeer persoonlijke zaken maar ook politieke kwesties. Ze werkte samen met Bruce Springsteen (Because the Night), Michael Stipe (REM), Bob Dylan, John Cale en dichter Allen Ginsburg. Haar interesse beperkte zich niet tot popmuziek. Ze las poëzie van Rimbaud, kende fotograaf Robert Mapplethorpe; hield ze bezig met film; schreef boeken en was van invloed op menig popmuzikant. Michael Stipe, the Go-Betweens, Madonna, the Smiths en U2 zeiden door haar werk beïnvloedt te zijn. Ze kreeg onderscheidingen in Frankrijk, kwam terecht in de Hall of Fame en won prijzen. Bekend is ook haar optreden bij het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur aan Bob Dylan.

Verdriet is het ding met veren, aldus Max Porter

Max Porter (1981, High Wycombe, UK) was boekverkoper en een goede. Hij won er een prijs mee. Prijzen kreeg hij ook toen hij besloot zelf te gaan schrijven. Hij schreef korte verhalen, poëzie en non-fictie voordat hij aan de roman begon. Verdriet is het ding met veren was zijn eerste in Nederland vertaalde roman. De hoofdpersoon verliest zijn dierbare vrouw en blijft met kinderen achter.

Ik voelde me als de Aarde op die indrukwekkende afbeelding van de planeet omringd door een brede gordel van ruimteschroot. Ik had het idee dat het nog jaren zou duren voor de strak aangesnoerde droom van andermans rouwbeklag over de dood van mijn vrouw me weer speling zou geven om iets van het zwarte heelal te zien, en vanzelfsprekend – overbodig het te zeggen – bezorgde dit soort gedachten me een schuldgevoel. Maar, bedacht ik, te eigener verdediging, alles is anders geworden, en zij is weg en ik mag denken wat ik wil. Zij zou het met me eens zijn, want we waren altijd superkritisch, cynisch, net per se loyaal, trokken altijd alles in twijfel. Na etentjes fileerden we achteraf samen alles en iedereen, goed bedoeld natuurlijk.

Hypocrieten. Vrienden.

De bel ging opnieuw.

Ik liep de beloperde trap af naar het koude halletje en opende de voordeur.

Er waren geen straatlantaarns, vuilnisbakken of stoeptegels. Geen gestalte of licht, geen enkele vorm, alleen een stank.

Er was een knal en een zwiep en ik werd achterovergesmakt, omvergeblazen, op de drempel. De voorhal was aardedonker en ijskoud en ik dacht: wat is dit voor wereld, dat ik nu vanavond in mijn eigen huis word overvallen? En toen dacht ik: wat maakt het ook eigenlijk uit? En ik dacht: maak alsjeblieft de jongens niet wakker, ze hebben hun slaap nodig. Ik geef je mijn laatste cent, als je de jongens maar niet wakker maakt.

Ik deed mijn ogen open en het was nog steeds donker en alles knisperde en ritselde.

Veren.

uit: verdriet is het ding met veren, Bezige Bij Amsterdam, 2016

porter, max, thetimes.co.ukbron beeld: thetimes.co.uk

Max Porter (1981, High Wycombe, UK)

‘Twee soorten reizigers’, meneer Martinus Nijhoff

Onze Martinus Nijhoff (1894-1953), roepnaam Pom, was de dichter die een belangrijk stempel drukte op de Nederlandse poëzie in de twintigste eeuw. Martinus was de zoon van uitgever Nijhoff. Martinus zat wel eens in het openbaar vervoer, met name in de trein. In het boek Medereizigers (1953) doet hij verslag van een ontmoeting met een medepassagier. Deze laat hem weten dat er twee soorten reizigers zijn:

‘Er zijn twee soorten reizigers, meneer: de plezierreizigers die uitgaan op avontuur en de anderen, de ‘reizigers’ die uitgaan om een tehuis te vinden. Ik heb de hele wereld rondgereisd op zoek naar een veilige plaats om mijn hoofd neer te leggen en ik heb die niet gevonden. Plezierreizen is een distractie, reizen is een gevecht op leven en dood.’

(..)

“Een reiziger kan er niet uitzien als een plezierreiziger, meneer. Ik zal u uitleggen waarom. De reiziger is uit de aard der zaak niet rijk. Hij moet zuinig zijn met de kleren die hij heeft. Hij kan zich niet voor ieder land en iedere mode een passend costuum aanschaffen. Hij kan niet voorkomen dat hij met Franse kleren in Italië reist of met Hollandse kleren in Amerika of met Amerikaanse in Mexico. Hij is altijd anders gekleed dan de mensen van het land waar hij zich bevindt. Dat is één van zijn tragedies. De tweede is, dat zelfs al zou hij zich willen camoufleren, dan zou hij nog herkenbaar zijn. Benen die gewend zijn aan een paardenrug groeien krom, meneer. Handen die vuurwapens hebben gehanteerd verliezen hun onschuld. Men kan andere kleren aantrekken, maar men kan zijn lichaam niet onherkenbaar maken. En dan is er nog iets. Als ú op reis gaat neemt u uw kapitaal niet mee. U draagt wat los geld in uw vestjeszak en laat de rest veilig op een bank staan tot u het nodig hebt. Maar wij, wij hebben iedere cent van ons leven bij ons. Alles wat wij bezitten, wat we verdiend hebben en gestolen; alles wat van ons doen en laten aan ons is blijven kleven. Herinneringen, aanwensels, angsten en misdaden. Wij zijn een dankbare prooi voor ieder wiens occupatie het is in de naam van het recht of het onrecht zijn medemensen een hak te zetten. De douane weet dat zij in onze mars altijd wel de een of andere contrabande kan vinden, de politie weet dat wij ons strafregister meedragen, de pickpocket dat zich ergens in onze zakken al ons geld bevindt, de hoer dat wij al de begeerten van ons lichaam meezeulen, de uitbuiter dat wij snakken naar een vriend. Wij zijn het mikpunt van allen en omdat wij rechteloze vreemdelingen zijn, zijn wij vogelvrij.’

uit: medereizigers, Querido Amsterdam, 1953

nijhoff, martinus; literatuurmuseum.nlbron beeld: literatuurmuseum.nl

Martinus Nijhoff (1894-1954, Den Haag)

Bijna iedere dag muziek: Nicolas Gombert

https://youtu.be/gSzPEUAYeK0

Nicolas Gombert treft intussen geen blaam. Hij schreef de meest schitterende renaissancemuziek, polyfoon en buitensissig. Zo hecht vervlochten klinken de stemmen dat afzonderlijke melodieën vaak niet meer te onderscheiden zijn. Elk werk is een sombere trage rivier van ononderbroken vloeiende lijnen en dissonanten. De luisteraar verandert zelf van de weeromstuit in een trage pantserkruiser. In het cd-boekje las ik over het leven van Keizer Karel V, over het bizarre leven van zijn geliefde hofcomponist Gombert (hij werd tot de galeien veroordeeld wegens aanranding van een koorjongen); en via de gezongen teksten leerde ik de renaissancepoëzie kennen:

Je prens congie de mes amours / desquelles me fault partir. / Hellas! nul me vient donner secours / dont dois plourer et bien gemir, / si suis je mis en plus decent martire. / Je dis adieu a mes amours / soudainement mon voye morir.

In het begeleidend boekje stond haarfijn beschreven wat ik hoorde. Voor een beginner betekent dit in een duister woud van dichte polyfonie. Weinig van het muscicologisch essay begreep ik, maar het scherpte mijn gehoor wel aan. Ik wachtte gespannen op de kreunende dissonant bij het woord ‘gemir’; op wenende trillers bij het woord ‘plourer’; op dwangmatige herhaling van de kreet ‘Hellas!’, boven de lijnen springend en overgenomen door alle stemmen. En ik had, wederom, nog nooit zoiets gehoord. Alles klopte aan dit lied. De dissonanten waren overweldigend, ik zat stuk in mijn stoel. Weinig cd’s heb ik zo uitvoerig beluisterd. Aanvankelijk wilde ik van elk stuk alle individuele stemmen kunnen ontrafelen, ik trachtte ze te volgen – ik had er per slot van rekening dik voor betaald. Daar ben ik nu mee opgehouden. tegenwoordig luister ik naar Gombert wanneer ik mezelf wil verliezen, de weg kwijt wil raken in meerstemmige verstilling.

fragment uit: Aan de rand van de muziek, Ramsey Nasr; uit: Muziek in mijn leven, Prometheus Amsterdam, 2005

Nicolas Gombert (1495-1560, franco-vlaams, Habsburg)

Ken uw klassiekers: Apollo

Apollo; playmobil.comOok Playmobil kent Apollo inclusief lier, boog, pijlen en orakel. bron foto: playmobil.nl

Apollo is een gevalletje apart. Zowel bij de oude Grieken als bij de Romeinen heette hij hetzelfde. Dat komt omdat hij de alleskunner, het multitalent van de goden was. Hij was God van het boogschutten, het waarzeggen, de geneeskunde, de muziek en het licht. We kijken als mensen al op naar goden, maar dit is buitencategorie. Hier dreigt een burn-out.

Apollo geldt als jeugdig en geniet veel aanzien vanwege zijn lichamenlijke schoonheid (ook dat nog!). Hij heerste over aspecten als: intelligentie, creativiteit en beschaving. De ideale schoonzoon en werknemer dus.

Als zoon van Jupiter en Leto werd al snel duidelijk dat hij de gave van het waarzeggen had. Hij stichtte dan ook het orakel van Delphi waar mensen terecht konden bij de sybille, zijn medium, die mensen hielp met advies en vooruitzien.

Als superheld vestigde hij zijn naam door Python te verslaan, een reusachtige slang die Delphi terroriseerde. Het verhaal ging dat Apollo’s pijlen ziekte brachten. Toch werd hij vereerd omdat hij het vermogen had te zuiveren en te helen. Zijn zoon Asclepius werd god van de geneeskunst waarme hij genetisch natuurlijk enorm scoorde.

poussin, apollo en muzen; louvre.fr

De Franse schilder Nicolas Poussin schilderde in de 17-de eeuw Apollo temidden van de muzen. Te zien in het Prado, Madrid. bron foto: wikipedia commons.org

De zachte kant van Apollo was zijn liefde voor poëzie en muziek. Met zijn uitgebreide CV was het een makkie om hoofd van de muzen te worden. Zo geschiedde. Samen met de muzen wordt hij vaak in de kunst afgebeeld spelend op een lier. Het snaarinstrument de lier stond symbool voor het rationele beoordelingsvermogen. Terwijl blaasinstrumenten (de fluit) hartstocht en redeloosheid symboliseerde. Ja, ook de goden zijn niet vies van wat vooroordelen.

Tiepolo_-_Apollo_and_Daphne; wikipedia commons

De Italiaanse kunstenaar Tiepolo (18-de eeuw) schilderde veel en vaak Apollo. Hier op jacht naar Daphne. Onder aan Daphne’s voet haar vader de riviergod Pineus. Onder haar rokken verbergt zich Cupido. 

Apollo had iets met kransen. Apollo stond bekend als Phoebus, de stralende. Apollo was de god van het licht, werd met de andere zonnegoden (Helios en Sol) vergeleken en daarom met een stralenkrans afgebeeld. We verbinden Apollo ook nog aan de lauwerkrans. Zoals al die goden mocht ook Apollo er liefdesaffaires op nahouden. De bekendste was die met de nimf Daphne. Cupido was ooit door Apollo bespot vanwege zijn beroerde boogschutterskunst. Uit wraak besloot Cupido Apollo te doorboren met liefdesverwekkende pijlen en Daphne met koude, loden pijlen. Apollo raakte op slag verliefd op Daphne, maar Daphne moest niets van hem hebben. Wat volgde was een vlucht van Daphne die eindigde bij de riviergod Peneus, haar vader. Toen Apollo Daphne vastgreep, omdat ze geen kant meer op kon, veranderde Daphne in een laurierboom. De laurier werd Apollo’s uitverkoren boom. Uitblinkers in sport en kunst krijgen sindsdien de lauwerkrans.

Tiepolo_-_Apollo; wikipedia commons

Nogmaals Apollo, duidelijk als zonnegod en omringd door een aantal van zijn muzen. Het kunstwerk is van Tiepolo.

Graham Greene: ‘wat dichtbij ligt, is het best’

greene graham, telegraph.co.ukbron foto: telegraph.co.uk

De situatie: een architect en een krantenmagnaat. De krantenmagnaat gaf de architect opdracht een nieuw huis te ontwerpen. De architect komt zijn eerste ontwerp presenteren. Hij is er trots op. Zijn hele ziel en zaligheid stopte hij in het ontwerp.

‘Handry,’ zei Mr Josephs met die chique glimlach die krantenlezers zo welbekend was, ‘je bent een interessante man; je hebt iets van een dichter, hè? En dit,’ hij keek bezorgd naar de langer wordende askegel, ‘is wat ze je magnus opus noemen. Shakespeare zegt daar vast iets over, maar ik kan het me niet herinneren. Citaten liggen meer in jouw lijn, neem ik aan.’

‘Ik ben bang dat ik niet zoveel om poëzie geef,’ antwoordde de architect. ‘Het is me te immaterieel. Ik hou meer van land, specie, stenen; dingen die ik vorm kan geven en kan voelen.’

‘Je hebt het mis, Handry. Geloof me nou maar, je hebt het mis. Ik heb fortuin gemaakt en daar ben ik trots op, maar ik heb het gemaakt door visie, Handry, visie. Het motto van al mijn kranten was “Volg het licht”.

Met materialisme kom je nergens; vergeleken met visie is het onverkoopbaar. Ooit Longfellow gelezen? Nee? Moet je doen. Geef mij Longfellow maar. Hij weet het iedere keer raak te zeggen. Ik heb iets aan hem ontleend voor mijn Plaatselijk Nieuws:

O dichter, schilder, beeldhouwer / Bedenk één ding door alle tijden / Wat dichtbij ligt, is het best / Laat uw kunstwerk daardoor leiden.

Uit: Het laatste woord en andere verhalen, Bert Bakker Amsterdam, 1991

Graham Greene (1904-1991, Berkhamsted, UK)