Bijna iedere dag muziek: Patti Smith

Patti Smith (1946, Chicago, USA) is singer-songwriter en dichter. Omdat ze aktief was in de begindagen van de punk in de USA wordt ze daar The Godmother of Punk genoemd. Haar mengelmoes van rock en poëzie is beroemd geworden. In die poëzie neemt ze geen blad voor haar mond en is ze vooral eerlijk en oprecht over wat haar overkwam en haar bezighield. Dat waren zeer persoonlijke zaken maar ook politieke kwesties. Ze werkte samen met Bruce Springsteen (Because the Night), Michael Stipe (REM), Bob Dylan, John Cale en dichter Allen Ginsburg. Haar interesse beperkte zich niet tot popmuziek. Ze las poëzie van Rimbaud, kende fotograaf Robert Mapplethorpe; hield ze bezig met film; schreef boeken en was van invloed op menig popmuzikant. Michael Stipe, the Go-Betweens, Madonna, the Smiths en U2 zeiden door haar werk beïnvloedt te zijn. Ze kreeg onderscheidingen in Frankrijk, kwam terecht in de Hall of Fame en won prijzen. Bekend is ook haar optreden bij het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur aan Bob Dylan.

Pedro Luis Raota schreef zijn portretten met licht

pedro luis raota; zwart-wit2pedro luis raota; zwart-wit4pedro luis raota; zwart-wit6Pedro Luis Raota (1934-1986) was een Argentijns fotograaf. Als jongeling verkocht hij zijn fiets om een camera te kunnen kopen. In Santa Fe de la Vera Cruz begon hij met het maken van portretten. Verhuisde naar Villaguary om zijn eigen studio te beginnen. In 1958 brak hij wereldwijd door met zijn portretten van mensen waarna de internationale prijzen hem deel werden.

Inmiddels hangen zijn portretten in musea en bij particulieren. Wat de foto’s van de Argentijn bijzonder maakt is de manier waarop hij de menselijke ziel weet te vangen in dat ene moment, fotografie eigen. Het zijn portretten die vanwege compositie, vorm en lichtval diepe indruk achterlaten bij de toeschouwer. Zijn foto’s zijn geschreven met licht en raak. Ze zijn krachtig en laten de gefotografeerden zien in hun kracht of juist in hun kwetsbaarheid. Je voelt het diepe medeleven, de intentie van Raota bij het fotograferen van het portret.

pedro luis raota; zwart-witpedro luis raota; zwart-wit3pedro luis raota; zwart-wit5pedro luis raota; zwart-wit7

Willem Brakman: ‘ik rekende God mijn ongemakken aan’

Odilon_redon-reflection; wikioo.orgHet schilderij Reflectie van de in het fragment genoemde schilder Odilon Redon; bron beeld: wikioo.org

Hoe schrijf je verhalen die enerzijds de lezers moeten boeien en anderszijds de moeite van het vertellen waard zijn? Het is het motto van de bundel Water als water, in 1965 geschreven door Willem Brakman en gepubliceerd.

Brakman is geen gemakkelijk leesbare schrijver, zeg ik met de kennis van nu. Zijn zinnen zijn wollig, betekenisvol, maar de woorden komen uit een voorbije, vergleden tijd. Het vergt doorzettingsvermogen. Omgekeerd vond Brakman het moeilijk zich te mengen in de buitenwereld. ‘Daar zat een glasplaat tussen,’ zei hij er zelf over.

In het titelverhaal volgen we de jongen die bij de padvinders gaat en ondertussen zijn twijfels uit over zijn omgeving en de personen die daarin verschijnen: zijn broer, moeder, vader en klasgenoten. Maar ook God komt voorbij. In het bijgaande fragment volgt, met humor,  een oordeel over God:

Eigenlijk behoor ik een diep gelovig mens te zijn, gezien het vele dat mij na het bidden en al biddende werd toegestaan, en misschien ben ik dat ook wel, die dingen zijn moeilijk scherp in het oog te krijgen. In mijn jeugd heb ik nooit ook maar een ogenblik gedacht dat God niet zou bestaan en dat is toch de tijd dat zulks het meeste voorkomt, maar Hij bleef wel steeds verbonden met mijn gemis. In de vervulde wensen woonde Hij niet of nauwelijks, en voor mijn gevoel hoort dat ook zo, want daar kunnen we het zelf wel weer aan. Het was geen geloof natuurlijk, geen van minuut tot minuut gedragen zijn, nee ik rekende Hem eigenlijk alleen mijn ongemakken aan, en die waren er altijd vele. Als het leven, maar misschien kan ik beter zeggen mijn leven, ooit ergens mee getypeerd is, dan is het wel met het woord ‘ongemakkelijk’. Mijn leven was altijd een ongelijke strijd met de traagheid die de lichamen eigen is, hun inertie, massa, zwaartekracht, substantie, de gas-, geluids-, warmte- en vloeistofwetten en de vele wetten die zich alleen voor mij voordoen, en dat is altegader niet eenvoudig, maar toch, is men hier eenmaal tussen de onwillige materie en kijkt men om zich heen, dan wil men niet meer weg, hoe vreemd dat ook klinken moge en hoe moeilijk dat tegenover zichzelf te verdedigen is. Ja, daar begint nog weer een heel andere orde van ongemakken en boven dit alles zweeft God, een enorme bol met sluit haar boven de ongemakkelijke wateren, zoals Odilon Redon dat ook al zag, en al het geschapene ligt voor zijn ogen, ik vooral. Maar al beschermde ik op mijn beurt ook het leven tegen het leven, redde ik groot en klein ongedierte, verminderde hun pijn, leed met hen mee en begroef hen zo nodig langs de weg onder mos en bladeren, uitverkoren aangeraakt werd ik echter niet; geen streeltje langs de wang, tikje op de schouder of fluistering in het oor. Hij bleef een soort super-keelarts met de zon op zijn voorhoofd en een mond van ze-zoeken-het-zelf-maar-uit. God is een van onze moeilijkste buren, een strak doodbibbersgezicht gemaakt uit wat stenen, sterren en orgelmuziek, niet in beweging te krijgen, tikje afgunstig ook.

uit: water als water, Salamander, Querido Amsterdam, 1982 (origineel uit 1965)

brakman, willem; ad.nlbron beeld: ad.nl

Willem Brakman (1922-2008, Den Haag)

Yasuhiro Ogawa fotografeert indrukken

Yasuhiro Ogawa; zw-w2Yasuhiro Ogawa; zw-w4Yasuhiro Ogawa; zw-w6Yasuhiro Ogawa; zw-w8

De Japanse fotograaf Yasuhiro Ogawa (1968, Kanagawa) trok 27 jaar lang door Azië en de rest van de wereld. Wat hij onderweg zag en het fotograferen waard vond, legde hij vast. Ogawa studeerde Engelse literatuur in zijn geboortestad, maar fotografie werd zijn levenslot. Zijn grote voorbeeld was Sebastião Salgado. De Japanner was meer dan talentvol want al snel volgden internationale prijzen.

Ogawa fotografeert momenten, emoties, gezichten en dromerige landschappen. Kortom, het zijn vooral indrukken van wat hij ziet, beleeft, meemaakt en die hem bijgebleven zijn. In die zin zijn de zwart-wit foto’s vergelijkbaar met schilderijen. Ogawa is een impressionist met camera. Dat impressionistische schilders belangrijk voor hem zijn, toont ook het feit dat hij 12 plekken bezocht die door schilders als: Monet, Renoir en Van Gogh op doek waren vastgelegd. Hij maakte op deze plekken foto’s en gaf ze daarmee een eigen draai.

Yasuhiro Ogawa; zw-wYasuhiro Ogawa; zw-w3Yasuhiro Ogawa; zw-w5Yasuhiro Ogawa; zw-w7

Paul Muldoon Dicht de Dag

Quoof

Hoe vaak heb ik ons familiewoord / voor de heetwaterkruik / naar een vreemd bed gedragen, / zoals mijn vader vroeger een gloeiendhete baksteen / in een oude sok jongleerde / naar de alkoof van zijn jeugd. / Ik heb het meegnomen naar zovele lieve hoofden / of als een zwaard tussen ons gel;egd.

Een hotelkamer in New Yrok City / met een meisje dat nauwelijks Engels sprak, / mijn hand op haar borst / als het smeulende eenmalige spoor van de yeti / of een ander schuw beest / dat de taal nog moet betreden.

uit: het dwingende verleden, Poetry International Serie Amsterdam, 1988; vertaling Peter Nijmeijer

muldoon, paul; nyt.combron beeld: nytimes.com

Paul Muldoon (1951, Ier)

Thomas is de ideale, ja, wat eigenlijk

uphoff, manon; parool.nlbron beeld: parool.nl

In het korte verhaal Thomas introduceert schrijfster Manon Uphoff Thomas: een eigenaardig, zeldzaam aantrekkelijk kind. Het is oorlogstijd of kort daarna.

Zoons en dochters hadden in het buitenland een veilig heenkomen gezocht, mannen die terugkeerden waren in veel gevallen invalide en verbitterd. En plotseling zagen ze hem (Thomas). Alsof er een kistje met een kostbaar, zeldzaam plantje was opengemaakt. In hun ogen werd hij de parel van het vervallen complex. Ze begonnen hem tegen te houden in de hal. Praatten tegen hem in het trappenhuis. Raakten hem aan, voorzichtig, moederlijk, beschermend. Streken over zijn haar, veegden een lok uit zijn ogen, hielden hem (vaak langer dan nodig) vast bij zijn smalle pols, trokken hem soms glimlachend wat dichter naar zich toe (de geur van brood, parfum, kruiden van de markt). Ze wilden hem eten geven, zochten in de stapels achtergebleven kleren van hun mannen en zoons naar hemden en truien en broeken die hem pasten.

Algauw bracht hij het grootste deel van zijn naschoolse tijd door met het binnengaan van het ene appartement na het andere, waar de vrouwen zich over hem heen bogen, kussens schudden, hem naast zich zetten, hem fotoalbums lieten zien, hem het huis rondleidden, hem bewonderden, naar zijn intiemste gedachten vroegen, hem op hun bank lieten zitten, liggen mocht ook, sokken uit. Ze begonnen hem hun verhalen te vertellen. (een van hen, je kon zien dat ze erg mooi was geweest, deed hem op een dag half huilend verslag van het verlies van haar schoonheid. Dat was de afgelopen vijf jaar gebeurd. Haar huid was grauw geworden, ze was drie kiezen kwijtgeraakt, haar borsten hadden hun volume verloren. Het begon al te schemeren toen ze zich na het derde glas drank, verbitterd, half opgewonden voor hem uitkleedde, met trillende vingers haar beha losmaakte en hem vroeg eens te kijken. Haar zucht toen zijn koude handen de warme huid van haar borsten raakten kwam van diep: ‘o jongen, o jongen.’)

fragment uit: Thomas; uit: Bekentenissen, Aristos Rotterdam, 2006

Manon Uphoff (1962, Utrecht)

Geert Mak: als iedere ziel zwaar telt

geert-mak; welingelichtekringen.nlbron beeld: welingelichtekringen.nl

Schrijver Geert Mak is de maker van het boek Hoe god verdween uit Jorwerd. Ik las Een vreemde tijd in Jorwerd dat gaat over de ingrijpende veranderingen waaraan het platteland in NL onderhevig is. De stad dringt zich op, niet alleen fysiek maar ook mentaal. Want er is toch een verschil in beleving bij de bewoners van de (grote) stad en de dorpsbewoners. In het volgende fragment duidt Mak dat verschil:

Zo werden alle gebeurtenissen binnen de dorpsgemeenschap beheerst door de wet van het kleine getal, een wet waar men in de stad nauwelijks weet van heeft. In een kleine gemeenschap telt iedere ziel zwaar. Een rijtje nieuwe woningen valt in een stadsbuurt nauwelijks op, maar in een dorp, met misschien honderd huishoudingen, hebben twintig nieuwe gezinnen een enorme invloed. Het succes van veel uitvoeringen, wedstrijden, samenkomsten en andere projecten is dikwijls te danken aan de inzet van een of twee gangmakers, maar het omgekeerde gaat ook op. Zeker als de belangrijkste onderlinge economische banden verbroken zijn en alleen nog emotionele en culturele bindingen tellen is een dorpsgemeenschap vaak zo broos dat een paar enkelingen veel kapot kunnen maken, en voor lange tijd.

Dat gold ook voor Jorwerd. Een handvol mensen had het dorp gemaakt, de feesten en bijeenkomsten georganiseerd, de clubs bijeengehouden, de school gesteund, decennia lang. Maar er hoefde maar één keer een tijdelijk schoolhoofd  aan de drank te raken – zoals in een naburig dorp was gebeurd – of de school zou verdwijnen, voorgoed. En toen er een aggressieve schreeuwlelijk in de nieuwbouw kwam wonen hoefde die maar een paar weken in het café rond te zieken, of er bleven klanten weg. Goddank kraste hij snel weer op, maar anders zou het belangrijkste sociale centrum van het dorp serieus in de problemen zijn gekomen.

fragment uit: Een vreemde tijd in Jorwerd; uit: Het beste van Atlas, Atlas Contact Amsterdam, 2015, samenstelling Emile Brugman

Geert Mak (1946, Vlaardingen)

Manon Uphoff verbeeldt wat zich tegenover haar afspeelt

Manon Uphofffoto: Frank Ruiter; bron beeld: nachtvandeliteratuur.nl

Het is de stad. Tegenover staat een appartementencomplex, of een flat. In sommige kamers brandt licht. In andere is het donker. Je ziet iemand bewegen. Er staat een tv aan. Hoe is het als je moet beschrijven wat daar gaande is? Wie is de persoon (of zijn de personen) die daar woont? Waar houdt hij of zij zich mee bezig? Dat is ongeveer het uitgangspunt van de verhalenbundel Bekentenissen van schrijfster Manon Uphoff. Op de achterzijde van het boekje zie ik dat het een Rotterdams Leescadeau is, een initiatief van de gemeente Rotterdam. Schrijvers maken in opdracht een verhalenbundel over het leven in de stad, vermoed ik. In het geval van Manon Uphoff leidde dat tot het volgende:

De computer bevond zich in haar kamer en was ingebouwd in een zalmkleurige kast. Boven op de kast lag haar oude kinderspeelgoed, deels opgeborgen in stoffen dozen. Aan de muur een poster van John Travolta in Pulp Fiction. Zijn haar hing zwart en vettig langs zijn gezicht. Maar eigenlijk was ze uitgekeken op Travolta. Ze hield nu meer van Joachim Phoenix – vooral in die film waarin Nicole Kidman een gehaaide weervrouw bij een lokaal tv-station speelt, die koste wat het kost hogerop wil en hem, een scholier, verleidt en voor zich laat moorden, en waarin hij totaal onnozel is en slist, maar de hele film ziekmakend geil en tot alles bereid. Ze wist dat ze dat ook zou kunnen, iemand zover krijgen dat hij een moord voor haar pleegde. Ze was er zeker van. Als ze in de metro haar broekje opzij zou schuiven en een van die mannen tegenover haar een blik zou gunnen – die zou het doen, die met die krant zou het zeker doen, ze kon zijn tong en vingers bijna voelen. Dan zou hij haar soldaat worden, een dorre geest, een ondode. Ze wist dat allemaal en ook dat ze het nooit zou uitproberen. Niet omdat ze het niet durfde, maar omdat de daad zelf vervelend en saai was, de uitkomst van stap tot stap bekend en vertrouwd.

Fragment uit: Snowly; uit: Bekentenissen, Aristos Rotterdam, 2006

Manon Uphoff (1962, Utrecht)

Vegter: jongensplaats

vegter, anne; nrc.nlbron beeld: nrc.nl

Jongensplaats

Koester liefste onder je vreemde hart je favoriete zintuig. / Je hoort aan mussengekwetter waar je de nacht kan boeken,

kijk niet zo raar. Bakstenen bewaren je hitte, geen kooi / houdt je adem vast. Niet om benijd te worden ben jij mooi

geboren. Je voelt je sexy? Goed antwoord. Je valt in slaap / met kleine letters in je mond ‘ja nahari al-koeboel.’

Speel een nachtje priester. Offer een alibi, toe offer er op los. / Je doet niet langer aan het verschil tussen komen en blijven.

Uit: Eiland berg gletsjer, Querido Amsterdam, 2011

Anne Vegter (1958, Delfzijl)

Tommy Wieringa: de homo sapiens is gebaat bij tegenstand

wieringa, tommy; nrc.nlbron beeld: nrc.nl

Schrijver Tommy Wieringa (1967, Goor) kende ik van zijn romans. Minder bekend zijn de reisverhalen die hij schrijft. Tommy leidt aan bestemmingsloosheid, zoals hij schreef in Wit paard, gezien door een barst in de muur. In dit verhaal doet hij uit de doeken hoe het voelt om met de Silk Road Express (=Transsiberië en Oriënt ineen) van Moskou naar Peking te reizen, een oude droom die in vervulling ging.

Ik dacht aan bai ju guo xi, een Chinese uitdrukking die ik tegenkwam in Opgespoorde wonderen van Rudy Kousbroek, over het mensenleven ‘dat voorbijflitst als een wit paard, gezien door een barst in de muur’.

Wat viel er te vertellen over een reis in een glazen lift die horizontaal door de wereld schoot? De wereld moet langzaam en op de tast veroverd worden. De homo sapiens is gebaat bij tegenstand, de hoeveelheid tegenstand die hij overwint bepaalt het genot dat hij uiteindelijk aan een gebeurtenis beleeft. Moeilijkheden geven zijn leven zin. Maar ik had niets hoeven overwinnen, ik voelde me een vetgemeste golden retriever, die gedegeneerde soort, geliefd in betere kringen en vaak te herkennen aan een rode boerenzakdoek rond zijn nek. Ik werd alleen uit mijn lethargie gewekt door de maaltijden en excursies naar oude steden waar alle historiciteit afgestreken was nadat Unesco ze op de Werelderfgoed-lijst had gezet. De bezienswaardigheden waren niet gerestaureerd maar herbouwd.

Ik begreep voor het eerst waarom toeristen altijd foto’s maken alsof hun leven ervan afhangt, het is letterlijk hun geheugen. Zonder foto’s zouden ze zich niets herinneren want de informatie die ze krijgen is oppervlakkig en het tempo waarin ze bewegen moordend.

Uit: Ik was nooit in Isfahaan, reisverhalen, Bezige Bij Amsterdam, 2009

Tommy Wieringa (1967, Goor)