Vroomkoning: overleg

Overleg

Mijn zoon spant bogen / samen met mijn vader. / Zij lijken sprekend / op grote mensen die gemeen- / zaam aan het werk terloops / wijsheden verkondigen.

Terwijl mecano-onderdelen / tot een brug worden gesmeed / legt vader uit dat sommigen / na honderd jaar de over- / kant bereiken.

Zijn wij sommig? / leidt het kind hem af. / Vader geeft geen antwoord / maar een schroef terug / die niet past.

De brug vlot naar zijn einde / als de onvermijdelijke god / weer bovenwater komt. / Of die dan sommig is? / Sommiger dan wij, / probeert vader.

Uit: Ommezien, gedichten 2008-1983, Arbeiderspers Amsterdam, 2008

hetty ermers, vroomkoning, victor, poezieweek.com

foto: Hetty Ermers; bron: poezieweek.com

Victor Vroomkoning (1938, Boxtel)

Kopland: Eden

Eden

Vanaf de dijk met een glas bier / kijkend in de tuinen van het gehucht / wist ik weer dat het ongeveer als hier / was, als toen de zon hoog in een even / nevelige lucht stond en ook in deze / populieren was geen wind en rood / glanzend en afgerond vielen appels / met zachte ploffen uit de bomen / in het gras tussen de doodstille grove / hemden de enige tekenen van leven.

Uit: Onder het vee, Van Oorschot Amsterdam, 1966

kopland-rutger-door-trudy-kramer, literatuurmuseum.nlllustratie door Trudy Kramer; bron literatuurmuseum.nl

Rutger Kopland (1934-2012, Goor)

Alain Teister: versvoeten

Versvoeten

Elk dichterje zingt / zoals het genekt is / door rotjeugd, rotwijf, rotinkt. / En hij is de eminentste / die tussen brekebenen / zijn voeten het minste kapothinkt / en dat het bedroefdst formuleert. / Elk dichterje zingt / vrij ongedeerd.

Uit: Lees eens een gedicht, samenstelling Tom van Deel, Querido Amsterdam, 1979

teister, alain,

tekening: Waldemar Post; bron illustratie: twitter.com

Alain Teister (1932-1979, Amsterdam)

Victor Vroomkoning: erfgoed

Erfgoed

Hoe ik mijn zoon besmet / met angsten die mijn vader / in mij deed breken.

Kijk uit! smeek ik / terwijl ik plaats- / vervangend huiver / voor de Duitse herder / die zijn hand likt.

Hoe hij ze verder / uit zal zaaien, / zelfde verlammingen, / onverhoedse stollingen / van eender bloed.

Hoe toekomst onherroepelijk / verleden aanmaakt, hoe steeds / meer vroeger in ons woekert.

Uit: Klein museum, Agathon Houten, 1987

vroomkoning, gelderlander.nlbron foto: gelderlander.nl

Victor Vroomkoning (1938, Boxtel)

Lucebert: school der poëzie

School der poëzie

ik ben geen lieflijke dichter / ik ben de schielijke oplichter / der liefde, zie onder haar de haat / en daarop een kaaklende daad.

lyriek is de moeder der politiek, / ik ben niets dan omroeper van oproer / en mijn mystiek is het bedorven voer / van leugen waarmee de deugd zich uitziekt.

ik bericht, dat de dichters van fluweel / schuw en humanisties dood gaan. / voortaan zal de hete ijzeren keel / der ontroerde beulen muzikaal opengaan.

nog ik, die in deze bundel woon / als een rat in de val, snak naar het riool / van revolutie en roep: rijmratten, hoon, / hoon nog deze veel te schone poëzieschool

Uit: Er is alles in de wereld, Bezige Bij, Amsterdam, 2009

Lucebert-vn.nlbron foto: vn.nl

Lucebert (1924-1994, Amsterdam)

Het virus: twee zusjes zitten voor het raam

Twee zusjes zitten voor het raam

Twee zusjes zitten voor het raam. / Eén leest. De ander luistert. / Haar handje schuifelt door het haar. / Er is nog even samenhang / maar dan ontgaat haar het verhaal. / De duim blijft steken tussen mond en kin. / De oudste leidt met zachte dwang / haar zusje weer het sprookje in.

Uit: Een vrouw bezoeken, Bert Bakker Amserdam, 1985

min, neeltje maria, volkskrant.nlbron foto: volkskrant.nl

Neeltje Maria Min (1944, Bergen)

Marga Minco’s lege huis: hoe verder?

Marga Minco kende ik vooral van Het bittere kruid. Een korte klassieker uit de vaderlandse en europese literatuur. Onlangs las ik van haar Een leeg huis, dat veel indruk maakte. Het boek verhaalt over een periode van 5 jaar. Het beschrijft na-oorlogs Nederland (van 1945 tot 1950) vanuit joods perspectief. Het hoofdpersonage begint liftend aan haar terugtocht van het oosten van het land naar Amsterdam. In Aalten zat ze ondergedoken. Na de bevrijding wordt het tijd terug naar huis te gaan. Dat levert ontmoetingen op, moeizame relaties en vooral lege huizen.

Een belangrijke rol in het boek speelt de terugkerende verhouding tot Yona, een ander joods meisje, dat meelift naar Amsterdam. In de hoofdstad komt Yona er achter dat veel van haar familieleden niet zijn terug gekeerd uit de oorlog.

Het boek geeft een helder en duidelijk beeld van het na-oorlogse NL en hoe de joodse mensen zich hebben gevoeld. Naast persoonlijk leed dat ze in de oorlog is aangedaan, beschrijft Minco treffend hoe terugkerende joden vooral onwelkom waren in onze samenleving. Minco wisselt in dit boek verhelderend van het persoonlijke naar het maatschappelijke. Hoe de oorlog persoonlijke levens heeft verwoest, maar ook wat daarvan de maatschapelijke gevolgen waren. Een hele generatie op drift. Mij trof vooral de sfeer en de duidelijke beschrijvingen van het lege gevoel, dat het boek overbracht.

Aan het einde van het verhaal vindt het drama plaats waarvoor ik al vreesde. Tijd voor reflectie. Op een zolderkamer vindt de hoofdpersoon persoonlijke spullen van Yona. En dan:

Ik begon de foto’s op een rij te leggen, zoveel mogelijk in chronologische volgorde, zodat ik haar steeds ouder zag worden. Daarna keek ik naar het zelfportret. Er was geen enkele overeenkomst. Maar het werd ook al te donker om het goed te kunnen zien. Ik trok de la van het kastje open en vond onder een stapel papieren een dik cahier. Ik nam het er uit. Er zat een harde bruine kaft om. Op het etiket stond een grote Y met een davidster er omheen. De Y was met zwarte inkt getekend, de ster met potlood. Misschien was het een dagboek. Ze kon er gisteren nog in geschreven hebben, vanmorgen. Eindelijk zou ik te weten kunnen komen wat er in haar was omgegaan, wat voor bedoelingen ze gehad had toen ze hier wegging. Maar ik sloeg het cahier niet open. Ik legde het terug onder de papieren en sloot de la.

Uit: Een leeg huis, Bert Bakker Amsterdam, 1978

minco marga, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Marga Minco (1920, Ginneken en Bavel)

Kopland: een tuin in de avond

Een tuin in de avond

Er gebeuren dingen hier en ik ben de enige / die weet welke

ik zal ze noemen en ook zeggen waarom

er staat een oude tuinbank onder de appelboom / er ligt een oude voetbal in het gras / er komen oude geluiden uit het huis / er is oud licht in de lucht

dit gebeurt hier: een tuin in de avond

en wat je niet hoort en niet ziet – de plekken / waar we kuilen groeven en / die hulend dichtgooiden

ik vertel dit omdat ik niet alleen wil zijn / voordat ik het ben

Uit: Verzamelde gedichten, Van Oorschot Amsterdam, 2010

kopland, literatuurmuseum

bron illustratie: literatuurmuseum.nl

Rutger Kopland (1934-2012, Goor)

Anton Ent: slaande liefde

Slaande liefde

Slaande liefde is ook liefde. God / verdomme komt hard aan. Verdoem mij / niet maar laat mij als weigeraar / langs oevers van uw liefde gaan.

Van overgave is in mij geen sprake. / Ik ruk uw hand van waar u mij maar / raakt omdat dit strelen schroeit.

Gebrogenheid zet ik in lafheid om / en zie het vloeken als een zegen.

Streel mij, sla mij.

Uit: Domein van meidoorn. Gedichten, Arbeiderspers Amsterdam, 1992

anton_ent, kleineuil.nlbron foto: kleineuil.nl

Anton Ent (1939, Rotterdam)

Kopland: de moeder het water

De moeder het water

Ik ging naar moeder om haar terug te zien. / Ik zag een vreemde vrouw. Haar blik was wijd en / leeg, als keek zij naar de verre overzijde / van een water, niet naar mij. Ik dacht: misschien

– toen ik daat stond op het gazon, pilsje gedronken / in de kantine van het verpleegtehuis, de tijd / ging langzaam in die godvergeten eenzaamheid – / misschien zou ’t goed zijn als nu Psalmen klonken.

Het was mijn moeder, het lijfje dat daar roer- / loos stond in ’t gras, alleen haar dunne haren / bewogen nog een beetje in de wind, als voer

zij over stille waatren naar een oneindig daar en / later, haar God. Er is geen God, maar ik bezwoer / Hem Zijn belofte na te komen, haar te bewaren.

Uit: Tot het ons loslaat, Van Oorschot Amsterdam, 1999

Rutger-Kopland, dvhn.nlbron foto: dvhn.nl

Rutger Kopland (1934-2012, Goor)