Ed Franck: school

franck, ed; houtekiet.be

bron foto: houtekiet.be

School

de Hongaarse poesta -zei de leraar – / is een kale vlakte, meer niet

weet hij veel

de poesta is: / stilte voorbij het oor / leegte voorbij het oog / het vermoeden van een paard / en alles wat onzegbaar is

mijn hoofd hangt schuin over de bank / terwijl ik over de poesta scheer

Uit: Vind me maar, Querido Amsterdam, 2004

Ed Franck (1941, Beringen, België)

Kopland: voorjaarsgedicht

kopland, trouw.nlbron foto: trouw.nl

Voorjaarsgedicht

Deze lente gaat het toch weer / over jou hoewel ik er langzaamaan / wel moe van ben

moe van regen, wind, flarden / bedrieglijk blauw in de lucht, / vage beloften van het einde / van de kou.

Ik weet wel dat ik toch weer / van je hou, maar moeizaam soms, / met dat doelloze

van vogels die er van lijken / te houden in regen en wind / te blijven rondhangen / boven het land.

Uit: Het orgeltje van yesterday, Van Oorschot Amsterdam, 1968

Rutger Kopland (1934-2012, Goor)

Charms: vloeiend denken kan ik niet

Daniil-Charms-als-Sherlock-Holmes.jpgbron foto: artsenkrant.com

Vloeiend denken kan ik niet

Vloeiend denken kan ik niet – / komt door de angst. / Die snijdt door mijn gedachten / als een straal. / Elke minuut twee, drie maal / trekt hij als een kramp door mijn bewustzijn. / Niets doe ik meer / alleen nog lijden.

Het regent dat het giet, / de tijd staat stil, / machteloos slaat de klok. / Gras, groei maar, jij hebt de tijd niet nodig. / Spreek, geest van God, Gij hebt geen woorden nodig.

Papyrusbloem, jouw rust is prachtig. / Ook ik wil rustig zijn, maar alles is vergeefs.

Uit: De meisjes van Zanzibar, Plantage Leiden, 1999; vertaling Yolanda Bloemen

Daniil Charms (1905-1942, Sint Petersburg, Rusland)

Willem Brandt: dood hout

Willem Brandt (1970)foto: Eric Koch; bron foto: nl.wikipedia.org

Dood hout

Een zwijgend bos, alleen gehamer van / termieten in het doodgebloede hout / van neergestorte stammen, overwoekerd / met bekerzwam, witglazig porcelein.

Moerdamp, de bittere geur van slijmrig hars. / Eenzamer, dacht ik, kan een mens niet gaan.

Ik heb de witte mieren weer gehoord / kloppende onder het hart van ’t leidseplein

Dood hout tot diep in de apollolaan.

Uit: Verzamelde gedichten, Querido Amsterdam, 1965

Willem Brandt (1905-1981, Groningen)

K.Schippers: esthetische beschouwingen

Schippers_dekleinekomedie.nlbron foto: dekleinekomedie.nl

Esthetische beschouwingen

1

Soms zie je twee ogen / door vier glazen / van twee brillen

Invloed van andere correctie / op je scherpte?

2

Niet alleen kijken naar het voorwerp / maar er uit beleefdheid / ook in gaan zitten. / Om terug te kijken. Heen en weer.

Als twee mensen die niet bereid / zijn de ogen voor elkaar / neer te slaan.

Uit: Een leeuwerik boven een weiland. Een keuze uit de gedichten, Querido Amsterdam, 1980

K.Schippers (1936, Amsterdam)

Trolsky: kunst

Jasper-mikkers; jaspermikkers.nlbron illustratie: jaspermikkers.nl

Kunst

Er zijn momenten dat je vliegen kunt. / Het is nooit zeker of het nòg eens lukt. / Je spreidt je armen en je rent gebukt / een wei af, diep en krachtig ademend.

Daar stijg je dan; het is je weer vergund. / Beneden staan de mensen zielsverrukt / te turen en een kreet van onderdrukt / geluk stijgt op: je bent nog maar een punt.

Je hebt het vliegen iedere afgeraden. / Je merkt zo hoog niet dat het donker wordt. / Je raakt verstrikt in hooggespannen draden / of breekt je pennen op een uithangbord. / En zie, terwijl je suizend dieper stort: / verdwenen zijn ze die je eerst aanbaden.

Ongepubliceerd maar wel in: Ons poëtisch dichtersland, redactie Ernst van Altena en Jan Veldhuizen, V&D, 1988

Tymen Trolsky (1948, Oerle)

Voeten: the facts of life

gezin Voeten, Bert, kunstveiling.nl

Het gezin Voeten; bron foto: kunstveiling.nl

The facts of life

Ik was negen toen Jan Talboom mij / in de tuin van zijn ouderlijk huis / de paringsdaad demonstreerde

hij tekende met een houtje / een smal ovaal in het zand / en priemde het houtje vervolgens / vele malen tussen de lijnen / mij verzekerend dat het alleen / een kwestie was van bewegen

Jan Talboom was tien jaar oud / hij had een natuurlijke aanleg / voor aanschouwelijk onderwijzen.

Uit: Gedichten 1938-1992, Bezige Bij Amsterdam, 2001

Bert Voeten (1918-1992, Breda)

Andreus: liedje

literairecanon.be; andreus, hans

bron foto: literairecanon.be

Liedje

Alle roekoemeisjes / van vanavond / alle toedoemeisjes / van vannacht / wat zeggen we daar nu wel van?

Niets. / We laten ze maar zitten / maar zitten maar liggen maar slapen / maar dromen van jajaja.

Uit: Verzamelde gedichten, Holland Amsterdam, 2004

Hans Andreus (1926-1977, Amsterdam)

Bernlef: ziekenzaal

2doc.nl; bernlef. jbron foto: 2doc.nl

Ziekenzaal

Het wordt nacht. Hij was piloot. / Uit een trechter druppelen woorden. / Schietstoel. Parachute. De naam van een vrouw.

De jongen in het bed ernaast richt zich op en luistert / beantwoordt het ijlen: ‘Ze is er, / blijf bij je, laat je niet gaan.’

De jongen denkt aan zijn vriendin. Hoe zij / temidden van snippers en kadopapier / in snikken uitbarstte: ‘Nu ben ik 21.’

Het hijgen. Iedereen wil leven, tegen / de klippen op waar de piloot zich traag / te pletter vliegt onder het laken.

Uit: Tirade nr.399, Amsterdam, 1992

J.Bernlef (1937-2012, Sint Pancras)

Warmond: taakomschrijving

warmond, ellen, foto Robert Scheers, wikipedia

foto: Robert Scheers; bron foto: nl.m.wikipedia.org

Taakomschrijving

Verfijning van taken / misschien / moet men eigenlijk maken / dat wat niets aantoont: glas / waar niets doorheen schijnt: / water / waar niets onder is te zien / (een eeuwig open vraag) / dan water

misschien

moet men uiteindelijk tonen / een vergezicht / dat naamoos en beeldloos eindigt / in enkel licht

Uit: Vragen stellen aan de stilte, Querido Amsterdam, 1984

Ellen Warmond (1930-2011, Rotterdam)