Huiselijk geweld bij Willem Elsschot

elsschot; liuteratuurmuseum.nlbron beeld: literatuurmuseum.nl

Zo nu en dan neem ik een duik in het literair verleden van ons eigen taalgebied. Ik lees De verlossing van Willem Elsschot (1882-1960). Hoofdpersoon Van Domburg trouwt zijn Desideria. Maar al snel blijkt dat hij losse handjes heeft:

Wanneer hij Sideria verlangde te slaan, dan ontbood Van Domburg haar in de bakkerij, die uitstekend voor dat doel geschikt was. Het lokaal was lang en smal, als een gang, zonder vensters en met slechts één deur. In de lengte strekte het zich uit van die deur tot aan de oven, waar Pol haar heen dreef tot zij in de hoek tegen de muur aan stond. Soms sloeg hij met een van de spaken die gebruikt werden om de oven te stoken, soms ook alleen maar met zijn handen. En telkens vroeg hij haar met de dood in het hart, of zij nu wilde bekennen.

Toch had Pol, na dat eerste waar het om ging en dat gestorven was, tussen al dat slaan door nog drie kinderen bij Sideria verwekt, allemaal meisjes.

Wanneer het gebiedend klonk van uit de bakkerij “Sideria, kom hier zo,’ dan ging het grut op een hoop staan, dicht bij elkander en kijkend naar Sideria die schoorvoetend gehoorzaamde. Zolang het duurde hielden zij zich roerloos, om pas te verademen, wanneer zij uit de bakkerij te voorschijn kwam, de haarspelden weder in haar dot stekend.

Met haar drieën speelden zij wel eens huishouden. Marie, die de oudste was, stelde dan Pol voor, terwijl Trees als Sideria fungeerde en Anna de rol van kind speelde. Trees bond haar vlechten dan boven op haar kopje tot een dot samen die door Marie uit elkaar geslagen werd, terwijl Anna van ’t begin tot het eind tieren moest als een bezetene.

uit: de verlossing – Willem Elsschot, Querido Amsterdam, 1976

Willem Elsschot (1882-1960, Antwerpen)

Postuum: Ga door

al snijders; heereveensecourant.nlbron beeld: heerenveensecourant.nl

Ik moet even iets kwijt over A.L. Snijders achter wiens pseudoniem Peter Cornelis Müller zich verstopte. Deze man wist in zijn zeer korte verhalen de wereld op z’n kop te zetten en me te stemmen tot nadenken. Het zijn geen grote kwesties maar juist de kleine dingen waar hij zijn lampje en licht op liet schijnen. Dat maakte het zo boeiend. Ik mis hem. Een voorbeeld:

Ga door

Theo Thijssen (Kees de Jongen, de zwembadpas) woonde in de Jordaan, een volkswijk in Amsterdam. Als kind was hij al een dromer, en als het hem met een droom niet lukt, probeerde hij de werkelijkheid op een andere manier naar zijn hand te zetten. De straat waar hij woonde keek uit op de Westertoren. Als hij op de stoep van hun huis zat en naar de toren keek, hinderde het hem altijd dat hij zo dicht bij de ene huizenkant stond. Hij ging liever midden op straat staan, dan kwam de toren mooi in het midden tussen de huizen. Maar als zijn moeder dat zag, rende ze naar buiten en trok hem het huis in, zij was bang dat hij door een kar overreden zou worden. Hij protesteerde dat hij de toren mooi in het midden wilde zien staan, maar zijn moeder had geen oren naar deze uitleg. Veel later, hij was volwassen geworden, ontdekte hij een ets van een doorkijk door de Eerste Leliedwarsstraat op de Westertoren, die de kunstenaar mooi in het midden had gezet. Hij kocht de ets meteen met een diep gevoel van verrukking. Het kind dat hij was geweest had ten slotte toch gelijk gekregen. Ik heb op mijn beurt dit verhaal ook weer verder verteld. Aan een neefje dat ook veel fantaseert. Zijn moeder maakt zich ongerust en corrigeert hem. Maar als ze even uit de kamer is, fluister ik: ‘Ga door, denk aan Theo Thijssen.’

uit: tat tvam asi, AFDH Enschede/Doetinchem, 2021

A.L. Snijders aka Peter Müller (1937-2021, Amsterdam)

Duo dicht de dag

De geboorte

De dokter trekt het kind uit je vandaan / alsof je ’t niet aan vreemden af wilt staan. / ’t Ontvouwt zijn ledematen als het blad / van de kastanjeboom thuis voor ons raam. / Het slaakt zijn eerste onwaarschijnlijke geluid, / opent zijn ogen in de droom van ’t leven / en zoekt toenadering, als een verlaten bruid, / die het ook schuwt, waarover het zich schaamt, / zodat het preuts en bang de ogen sluit. / Het heeft nog slechts een toebedachte naam. Jij glimlacht nu gelukkig om de pijn / die je geleden hebt om ’t kind te laten zijn. / Het heeft reeds zijn verleden in jouw schoot / en nu krijgt het zijn toekomst in de dood.

Uit: moeders en zonen – Adriaan Morriën, Bezige Bij Amsterdam, 1962

Adriaan_Morrien; wikipedia.orgbron beeld: wikipedia.org

Adriaan Morriën (1912-2002, Amsterdam)

Beukenlaan

De gedachte dat deze bomen weten / wie ik ben, uit al deze mensen deze toevallige / man, vrouw, deze ene

ze komen zo langzaam uit het gazon / gaan zo langzaam langs het pad / verdwijnen zo langzaam

de gedachte dat deze bomen / om mij geven, dat zij op mij wachten, / dat ze weten dat ik kom

Uit: Tot het ons loslaat – Rutger Kopland, Van Oorschot Amsterdam, 1997

kopland, rutger; hln.bebron beeld: hln.be

Rutger Kopland (1934-2012, Goor)

Hannes Meinkema: wat laat je eigenlijk los als moeder?

meinkema, hannes; trouw.nlbron beeld: trouw.nl

Een vrouw bezoekt haar vrouwenarts. We lezen mee terwijl haar innerlijke monoloog zich voor ons ontvouwt. Het gaat over haar kind, een zoon. Een moeder over loslaten. Wat laat je eigenlijk los?

Als een kind geboren wordt – U was erbij toen hij geboren werd – denk je dat je het alles wilt geven. Alles. U zult het honderden malen gezien hebben op de gezichten van vrouwen: dat eerste gevoel, dat totale, wanneer de scheidslijn tussen krijgen en geven volledig weggevallen is.

En amper zes jaar later ben je doordrongen van de wetenschap dat er nauwelijks iets te geven valt, omdat de dingen die er op aan komen nu eenmaal niet overdraagbaar zijn. Een kind dat naar de grote school gaat wil al niet meer onbeperkt aangeraakt worden. Zijn liefkozingen worden zeldzamer – hij is een jongen, hij leert op school dat jongens niet van knuffelen houden en dus houdt hij niet van knuffelen. Maar tot hij drie jaar was heb ik het gevoel bewaard dat hij vlees van mijn vlees was; dat er tussen zijn identiteit en de mijne geen scheidslijn bestond.

(..)

Zeven jaar geleden droeg ik hem als een plant in me, maar nu voedt hij zijn ego met plannen en zijn dagen met ondernemingen buiten mij om. School, televisie, voetbalveld. Het heet zo mooi, moederschap, maar U en ik weten beter. U heeft er te veel van gezien, en ik leef er middenin.

Fragment uit; Zonnedauw; uit: Op eigen tenen, Bert bakker Amsterdam, 1982

Hannes Meinkema (1943, Tiel)

Bei Dao: volmaakt

bei dao; internopoesia.combron beeld: internopoesia.com

Volmaakt

aan het eind van een volmaakte dag / laten kleine mensen op jacht naar liefde / littekens achter in de schemer

er moet volmaakte slaap bestaan / waarin engelen zorgdragen / voor bloeiende voorrechten

pas na volmaakte misdaad / lopen klokken gelijk / rijden treinen

volmaakte vlam in barnsteen / omringd door oorlogsgasten / die zich warmen

stilte valt, de maan rijst, volmaakt / een pillendraaier bereidt / zeer giftige tijd

Uit: Landschap boven nul, Meulenhoff Amsterdam, 2001; vertaling Maghiel van Crevel

Bei Dao (1949, China)

Muus Jacobse: bij het kerkje van Hoorn op Terschelling

Hoor, Terschelling; JanskerkDe Sint Janskerk in Hoorn op Terschelling; bron beeld: nl.wikipedia.org

Bij het kerkje van Hoorn op Terschelling

Van die voor duizend jaar hier stenen richtten / En de gebinten steunden met een balk / Bleef van een leven lang van leed en plichten / Slechts dit: van muren brokkelende kalk.

Maar niets is blijvender dan deze doden / Die rond de kerkmuur liggen uitgestrekt, / Wier ver bestaan de heuvelende zode, / Steeds weer tot vage heugenissen wekt.

Uit: Terschelling rijmt en dicht; samenstelling Steinstra en Swart, Stichting Ons Schellingerland, 1981

Muus Jacobse aka Klaas Heeroma (1909-1972, Hoorn)

Juliën Holtrigter: onverwacht bezoek

holtrigter, julien; youtube.combron beeld: youtube.com

Onverwacht bezoek

God woont ver weg. / Ik heb zelfs zijn honden nooit horen blaffen. / Ik heb van zijn brood gegeten maar ik / verleerde van hem te spreken.

Hij schreef mij wel eens en vroeg het / dan weer: waar is je broer? / Wel, zijn Volvo staat hier voor de deur, / zijn groot licht gericht op de hemel. / Hij gaat juist vertrekken.

Van auto’s houd ik alleen in de nacht . / Hun harde glans en de kracht van hun / brullende motor, hun draai in / het opspattende grind.

Uit: Het stilteregister, Harmonie Amsterdam, 2006

Juliën Holtrigter (1946, Vianen)

Max Dendermonde: liefde

dendermonde, max; nl.wikipedia.orgMax Dendermonde rechts in beeld; bron beeld: nl.wikipedia.org

Liefde

De dingen hebben soms eenzelfde naam: / een lichte kus, elkaar verwilderd bijten, / zacht mokken, blindelings met huisraad smijten, / vreemd, het valt alles onder liefde saam.

Wie liefheeft en daar langzaam aan gewent, / ontdekt verbijsterd achter maan en rozen / het kleine strijdperk van twee tomelozen, / waar men elkaar om beurten tart en temt.

Eerst zacht van zin, later snel uitgestoeid, / elkander prikkelen, dan ronduit haten, / en ouder wordend: zacht weer, en vermoeid.

Zó gaat het ons, misschien in milde mate… / Twee slingerplanten in één wilde groei, / die ondanks alles elkaar niet verlaten.

Uit: Tot zover voorlopig, Arbeiderspers Amsterdam, 1954

Max Dendermonde (1919-2004, Winschoten)

Gerlach: kleef aan

Kleef aan

Einde winter, het ontvroren gras / wilde nog niet erg, zagen we tegen / donker in de sloot de nieuwe. Twee / witte. Ze voeren / langs de korte kant zo vanzelfsprekend / of ze van het dode paar het werk / hadden opgekregen. Naar het meer, de brug en / terug om bij de steiger stil te zitten.

Uit: Niets bestendiger, Arbeiderspers Amsterdam, 1998

gerlach, eva; literatuurmuseum.nbron beeld: literatuurmuseum.nl

Eva Gerlach (1948, Amsterdam)