Hans Vlek: na een dag hard werken

Na een dag hard werken

Van 8 tot 5 ben ik in ruim twee / in touw met het lossen van zwavel / het schip moet voor donker nog weg

zachte pijn nestelt zich tussen de / schouderbladen – in de ooghoeken / een wat scherpere maar dat is / even wennen

hijs na hijs – onderuit / jonges! roept steeds de meester – / verdwijnt aan een kabel de hemel in / de lucht klinkt beter

zuurkool vult mijn neusgat / als ik tegen zessen thuiskom / de krant laat ik toegevouwen liggen / mijn interesse voor Heinrich Heine / blijkt nihil mijn eetlust

gelukkig uitmuntend

Uit: Zwart op wit, Querido Amsterdam, 1970

tzuminfo.nl, hans vlekbron foto: tzuminfo.nl

Hans Vlek (1947-2016, Amsterdam)

Biesboek: grootouders van moeders kant

biesboek, grootouders

De andere twee mensen zijn mijn grootouders van moeders kant. Opa Vreugdenhil was zuivelhandelaar in Rotterdam. Hij liep in de tweede wereldoorlog, kijkend naar de wolken, per vergissing, neuriënd onder een aanstormende tram. Ik vertelde oma Vreugdenhil dat ik heel blij voor Opa was dat hij nu voor altijd naar de Hema was. Ze lachte en zoende me en nam me op schoot. ‘Pas op dat je niet zo eigenaardig wordt als Opa,’ zei ze. Ik heb haar nog wel tot 1969 gekend. Ze stierf toen ze erg oud was aan suikerzoekte. Van Oma heb ik geleerd dat je bescheiden moet zijn en dat je veel moet liefhebben. Maar als ze een ruzie in de familie had bijgelegd, zei ze steevast: ‘Heb ik dat niet handig gedaan?’ Ik begreep daaruit dat het af en toe ook nodig is om geprezen te worden.

Uit: Biesboek – Maarten Biesheuvel, Eva Biesheuvel-Gütlich, Tilly Hermans, Meulenhoff Amsterdam, 1988

Maarten Biesheuvel (1939, Schiedam)

Gerrit Achterberg: huisdieren

Op een paard

Hij is ineens van hout. / De warme buik is koud. / Zo wordt de wereld oud. / Zijn poten zijn te kort. / Er ligt haver gemorst / buiten de bek, die nog voor kort / je vingers fijn kon malen. / Zijn gele tanden briesen / tegen die hem de dood in bliezen. / Ogen als eierschalen. / De vilder komt hem halen.

koe

bron foto: http://www.afanja.nl

Op een koe

Gras… en voorbij het grazen / lig ik bij mijn vier poten / mijn ogen te verbazen, / omdat ik nu weer evengrote / monden vol eet en zonder te lopen, / terwijl ik straks nog liep te eten, / ik ben het zeker weer vergeten / wat voor een dier ik ben – de sloten / kaatsen mijn beeld wanneer ik drink, / dan kijk ik naar mijn kop, en denk: / hoe komt die koe ondersteboven?

Uit: Denken als herkauwen – Kees Fens, uit: In het voorbijgaan (kleine essays), Atheneum, Polak & Van Gennep Amsterdam, 2007