José Boyens: het glazen huisje

Het glazen huisje

Gedichten wonen / uit geboorte / in een glazen huisje.

Daarom kijken ze nu / zo vanzelfsprekend naar buiten / vanuit hun doorzichtige woning.

Elk gedicht heeft zijn eigen, / voor één bestaan / wakker geworden wijsheid;

dit bijvoorbeeld / dat een vers nooit / stenen zal gooien.

Het is zelf maar / zo kwetsbaar / gehuisvest.

Uit: Voorzichtig bazuinen, Querido Amstredam, 1964

boyens, josé, dbnl.org

bron foto: dbnl.org

José Boyens (1931, Eindhoven)

Germaine Greer bekent liefde voor haar zus

Mijn troost is mijn zuster en mijn liefde voor haar. Ze is kleiner dan ik en beter gebouwd, maar haar gebaren zijn als de mijne, en ook haar levendige spreektrant komt overeen met die van mij. We hebben hetzelfde gevoel voor humor; dezelfde soorten onrecht en ongevoeligheid raken ons. Haar ogen zijn diepgrijs en de mijne lichtbruin, maar we zien dezelfde dingen en we hebben er dezelfde gevoelens over. We lachen om elkaars moppen, en soms bedenken we dezelfde grap op hetzelfde moment. Ik ben slungelig en sta wankel op mijn benen terwijl zij lichtvoetig is, maar ze wacht tot ik weer bij haar ben, en kijkt bezorgd toe voor het geval ik struikel. Als mijn apparatuur me hindert, neemt ze die van me over zodat ik mijn handen vrij heb om de gevaren te bezweren. Ze is het die de apotheek belt om mijn blauwe plekken met bloedzuigerextract te behandelen, zodat de pijn en de zwelling minder worden, wetend dat ik niet de moeite zou nemen. Regelmatig gaan we naakt op onderzoek uit, evenzeer op ons gemak met elkaars naakte lichamen als dieren. Ze geeft me advies dat ik zo nu en dan opvolg. Ik respecteer haar, bewonder haar en ik ben buitengewoon trots op haar.

Uit: Het boek van de schoonheid en de troost – Wim Kayzer, Contact Amsterdam, 2000

greer germaine, thedailybeast.com, mick tsikasfoto: Mick Tsikas; bron foto: thedailybeast.com

Germaine Greer (1939, Melbourne, Australië)

García Márquez keert terug naar zijn dorp en herinnert zich de anime

De anime is bij ons een soort weldoende geest die zijn beschermelingen op benarde momenten te hulp schiet; wanneer men dan ook van iemand zegt dat hij ‘animes’ heeft, bedoelt men dat hij door een of andere mysterieuze persoon of kracht wordt beschermd.

De animes van Aracataca (geboortedorp van Márquez) waren iets heel anders: minuscule wezentjes van amper een duim groot die op de bodem van waterkruiken leefden. Soms verwarde men ze met de bortselwormpjes, ook wel sarapicos genoemd, die in werkelijkheid de larven van de muskieten waren die onder in het drinkwater wriemelden. Maar de echte kenners verwarden ze niet: de animes waren in staat om uit hun natuurlijke schuilplaats te ontsnappen, zelfs als de waterkruik goed was afgesloten, en ze vermaakten zich door allerlei kattekwaad in huis uit te halen. Het waren ondeugende maar vriendelijke geesten die de melk  verzuurden, de ogen van de kinderen van kleur lieten veranderen, de sloten deden roesten of verwarde dromen opriepen. Maar bij tijden raakten ze om duistere redenen uit hun humeur en dan bekogelden ze het huis waar ze woonden met stenen. Ik leerde ze kennen in het huis van don Antonio Daconte, een Italiaanse emigrant die indrukwekkende nieuwigheden in Aracataca introduceerde: de stomme film, de biljartzaal, de verhuur van fietsen, de grammofoon en de eerste radio. Op een avond ging het gerucht in het dorp dat de animes stenen gooiden naar het huis van don Antonio Daconte, en het hele dorp liep uit. In tegenstelling tot wat je zou denken, was het geen gruwelijk schouwspel maar een uitgelaten feest, waarbij hoe dan ook geen ruit heel bleef. Je zag niet wie de stenen gooide, want ze kwamen van alle kanten aan vliegen en hadden de magische eigenschap niemand te raken, maar rechtsstreeks op hun doelwit af te gaan: dingen van glas. Lang na die fantastische avond hielden wij kinderen vast aan de gewoonte het huis van don Antonio Daconte binnen te sluipen en het deksel van de waterkruik in de eetkamer op te lichten om te kijken naar de kalme en bijna doorzichtige animes die zich onder in de kruik verveelden.

Uit: Terug naar mijn dorp; uit: De zee van mijn verloren verhalen, Meilenhoff Amsterdam, 1992; vertaling Francine Mendelaar en Wieke Westra 

garcia marquze, smithsonian magazinebron foto: smithsonianmag.com

Gabriel García Márquez (1927-2014, Colombiaans)

Gabriel García Márquez over de boekhandelaar

Een zonder meer ongunstige factor voor de leesgewoonte is dat de laatste goed geïnformeerde en goed informerende boekhandelaren al een tijdje dood zijn en dat boekwinkels steeds minder het centrum van namiddagbijeenkomsten zijn. Je had je eigen boekhandelaar zoals je je eigen huisarts en je eigen tandenborstel had. De professionele boekhandelaar was iemand die zelf in zijn zaak stond, zoals de tandarts in zijn behandelkamer, en door alleen maar de catalogus te lezen wist hij in welke boeken elk van zijn klanten geïnteresseerd was. Zelden vergiste hij zich. Je ging dus naar de bijeenkomst van zes uur en dan lag daar al een stapeltje nieuwe uitgaven klaar dat voldoende was om je een maand lang tot diep in de nacht aangenaam bezig te houden. Tegenwoordig zijn de boekwinkels grote, opzichtige fabrieken van pas verschenen boeken, die vervaardigd zijn om in één klap verkocht te worden en als tijdverdrijf te lezen om ze daarna in de prullenbak te gooien. Zelfs het herlezen van boeken is een moeizaam genot, want je gaat naar de boekwinkel om een boek aan te schaffen dat twee jaar geleden opgang maakte en niemand weet er iets over te zeggen. Als er één plaats is waar je kunt zien hoe de wereld veranderd is, dan is dat niet op een lanceerbasis voor satellieten, maar in de boekwinkel op de hoek. Als hij er nog is.

Uit: Welk boek lees je?, 1983; uit: De zee van mijn verloren verhalen, Meulenhoff Amsterdam, 1997; vertaling Francine Mendelaar en Mieke Westra

garcia marquez, culturetripbron foto: theculturetrip.com

Gabriel García Márquez (1927-2014, Colombiaans)

Middellandse Zee: Napels

italie-napels 27vakantiedagen

bron foto: 27vakantiedagen.nl

Napels

Hier voel ik weer het lieve leven lichter / En vindt mijn hart, van wroeging vrij, weer vreugd. / Hier ben ik weer de onbekommerde Dichter / Van zon en zee, van jok en jeugd.

Vertrek

Nog ééne Nacht. Wij scheiden morgen, / De Stad van Napels en mijn ziel. / Maar zóó diep droeg mijn ziel geen zorgen, / Dat de lach van Napels niet troostend binnenviel.

Napels

De huizen zoeken zon en zee en wind. / Overal dringend over de steile rotsen. / De wind wappert, de schuimen golven klotsen, / Terwijl de zon zijn hooge tocht begint.

Jacob Israël de Haan (1881 – 1924)

Uit: Verzamelde gedichten (deel 2), Van Oorschot Amsterdam, 1952

Overdenking: Hier! Nu! Veel! Lekker!

De mensen vergissen zich omdat ze hun comfort, hun gemak gelijkstellen met vrijheid. Ze denken dat ze de maximale vrijheid hebben bereikt als ze in ieder opzicht op hun wenken bediend worden. Als ze de nationaliteit  van Luilekkerland hebben veroverd. Dat is, kort gezegd, het succes van wat we in de loop van deze praktijk het consumentisme zijn gaan noemen. Luilekkerland is de bakermat van het consumentisme, maar niet van de vrijheid.

(..)

De grote mediacorporaties, Disney, Time-Warner, serveren ons ieder etmaal, alle dagen van het jaar, het fastfood van onze verbeelding. Daardoor koesteren we de illusie dat we vrij zijn, vrijer dan wie dan ook in de geschiedenis. Maar in werkelijkheid worden onze vaardigheden van lichaam en geest meer dan ooit bepaald door de producenten voor de vrije markt.

(..)

De consument is een onderdaan, die steeds meer kan kopen waarover hij met steeds minder verstand steeds minder te zeggen heeft. Hij is de paradoxale gevangene, op de vrije markt ingesloten door pakhuizen vol vrijheidsproducten. Niet langer geldt daar de eenvoudige formule dat cultuur de macht volgt. De macht komt voort uit de cultuur die doelbewust gestuurd wordt. De individuele vrijheid is de vrijheid zoals de gemondialiseerde consument zich die laat definiëren.

(..)

De geïndividualiseerde, ook in absolute zin, is iemand die met de continuïteit geen rekening houdt. Zijn levensinstelling schrijft hem voor op het moment zelf toe te slaan. Dat beschouwt hij als de vervulling van zijn vrijheid. Zijn levensprogramma kan worden samengevat in vier woorden: Hier! Nu! Veel! Lekker! Dat is voor de markt nauwkeurig het programma voor de ideale consument. Daar wordt de vrijheid van deze geïndividualiseerde beschouwd als een product in duizend verschillende verpakkingen. In werkelijkheid is daar het toppunt van maakbaarheid bereikt: de maakbare vrijheid. De uiterste vervulling van een commercieel conformisme.

Henk-Hofland-bob bronshof

Henk J.A. Hofland, foto: Bob Bronshoff

Aldus dominee H.J.A. Hofland

Uit: Bemande essays, Bezige Bij Amsterdam, 2011

Martin Reints: langs wachtende auto’s

Langs wachtende auto’s

voor Stan Lapinski

Het dorp was van jullie

de mensen die er woonden / onderbraken hun gang naar de winkels / en bespraken wat ons voorbijkomen opriep

zo liepen wij, / onze hoofden vol verhalen, foto’s, aria’s, / al wat achter ons lag, / tot aan de rand van deze wereld

toen werden we aangegrepen – / niet zozeer door iets wat daar gebeurde / maar meer algemeen: / overrompeld

en voor een moment waren we verzoend / met een soort gedachteloosheid.

martin Reints

Martin Reints (1950)

Uit: Lichaam en ziel, Bezige Bij Amsterdam, 1992