Bijna iedere dag muziek: Bill Evans

Als het om jazz gaat in combinatie met piano zijn er twee groten wat mij betreft: McCoy Tyner en Bill Evans. En met groot bedoel ik: uniek en invloedrijk. Bill Evans (1929-1980, Plainfield, USA) staat met zijn speelstijl voor een aparte stroming en (leer)school in de jazz: cool. Voor zijn luisteraars is Evans vooral een stemming. Evans zou van invloed zijn op navolgers als: Herbie Hancock, Brad Mehldau, Chick Corea en Keith Jarrett om er maar een paar te noemen. Evans stijl is nogal nadrukkelijk beïnvloed door klassieke componisten als Ravel en Debussy. Zijn stijl is lyrisch, introvert, relaxed, maar vooral nieuw door die Europese klassieke invloeden.

Bill Evans leerde zijn navolgers toch vooral op techniek en harmonie te studeren zodat hun inspiratie tot maximaal resultaat zou leiden. Zelf werkte hij hard aan die speciale Evans-touch, die fijnzinnige, speciale toon, die hij uit zijn piano wilde horen. Evans was een voorstander van de eigen plek die drums en bas moesten hebben in het trio dat hij als basis voor zijn optredens koos.

Moeite had Evans met de veeleisende muziek-industrie, waarmee hij het liefst weinig van doen had. Hij sloot zichzelf buiten en koos voor de drugs als bescherming tegen die boze buitenwereld. Aan de verslaving aan cocaïne overleed hij tenslotte. Na zijn dood bleek dat er een enorm aantal opnames van zijn trio waren. Die zijn tot op de dag van vandaag te horen. Een selectie daaruit volgt hieronder. Omdat er zoveel Evans trio te vinden en te horen is, volgt hier een wijze raad: met mate.

 

Bijna iedere dag muziek: Erik Satie

Erik Satie (1866-1925, Honfleur, Frankrijk) was componist en pianist. Zijn (piano)muziek is uniek en tijdloos. Satie leidde het leven van een bohemien en was een buitenstaander. Het was een ideeën-man, althans dat was mijn indruk nadat ik het museum (in Honfleur) in zijn geboortehuis had bezocht.

Satie liet daar zien wat hij allemaal op zijn kerfstok had: muziek, gedichten, mechanische piano’s, peren en appels. Een man met vele talenten en vele wegen die hij bewandelde. Satie was van goede komaf, maar leefde in armoe. Hij verdiende zijn brood als bar-pianist.

Satie werd in zijn tijd onderschat. Hij werd gezien als kolderieke zonderling en provocateur. Tijdens zijn leven kwam hij in contact met de componisten Ravel, Debussy, Milhaud, Varèse en Poulenc. Maar ook een componist als John Cage is door hem beïnvloed. Satie was een modernist in de muziek, iemand die nieuwe wegen zocht en vond.

Satie componeerde zijn muziek als maakte hij gebruik van een bouwdoos. Hij gebruikte geprefabriceerde elementen (vanwege een gebrekkige theoretische kennis), onafhankelijk van melodie, ritme en harmonie. Zonder vaste reeks, inwisselbaar en herhaalbaar, konden deze elementen op verschillende toonhoogten aaneen geregen worden. Repetitief en daarmee zette Satie de toon voor de minimal music, die daarna volgde.

Satie componeerde orkestwerken, missen, muziektheater (opera, operette en ballet), schreef toneel, vocale muziek, kamermuziek, filmmuziek en werken voor piano. Die laatste categorie is met name bekend geworden (in Nld) door Reinbert de Leeuw. Satie was een genie met alle gevolgen van dien. Miskend in zijn tijd en daarna van enorme invloed op de muziek. Een ode dus!

 

Jules Renard jaagt op beelden

De beeldenjager

(citaten)

In alle vroegte springt hij uit bed, en gaat niet op pad eer zijn geest helder is, zijn hart zuiver en zijn lichaam luchtig als een zomerpak. Proviand neemt hij niet mee. Hij drinkt onderweg de frisse lucht wel en snuift de gezonde geuren wel op. Zijn geweer laat hij thuis, als hij zijn ogen maar openhoudt, is dat voldoende. Zijn ogen zijn de netten waarin de beelden vanzelf verstrikt zullen raken.

Het eerste dat hij vangt is dat van de weg die zijn botten laat zien, zijn gladde kiezelstenen en de opengebarsten aderen van zijn wagensporen, tussen twee hagen vol bramen en wilde pruimen.

Dan vangt hij het beeld van de rivier. Zij heeft blanke ellebogen en slaapt onder de streling der wilgen. Als een vis er even uit opspringt, schittert zij alsof iemand er een zilverstuk in wierp, en zodra er een fijn regentje valt, heeft de rivier kippenvel.

(..)

Daarna stapt hij het bos in. Hij wist niet dat hij zulke fijne zintuigen had. Al spoedig met geuren doordrenkt, ontgaat hem ook het zwakke geritsel niet, en om met de bomen van gedachten te kunnen wisselen, verweven zijn zenuwen zich met de nerven der bladeren.

Maar al gauw wordt hij zo doortrild, dat het hem haast onpasselijk maakt, hij neemt te veel op, het broeit in hem en gist, hij wordt bang, laat het bos achter zich en volgt van verre de boeren die weer terugkeren naar het dorp.

(..)

Eindelijk, thuis gekomen, zijn hoofd zwaar en vol, dooft hij zijn lamp en voor hij inslaapt telt hij, een hele tijd lang, vol welbehagen zijn beelden.

Gedwee laten zij zich herboren worden al naar zijn herinnering het wil. Het ene wekt het andere weer, en onophoudelijk voegen nieuw aangekomenen zich bij de glinsterende schare, zoals patrijzen die heel de dag zijn vervolgd en vaneen gehouden, ’s avonds, beschut voor het gevaar, elkaar zingend toeroepen bijeen te komen in de holten der voren.

Jules_Renard wikipedia

bron foto: wikipedia

Jules Renard (1864 – 1910, Frans)

Uit: Natuurlijke historietjes, vertaald door Cees Buddingh’; geïllustreerd door Peter Vos, Meulenhoff Amsterdam, 1970