De Balzac en de adelijke sex

Honore_de_Balzac, wikipediaDe Balzac, buste gemaakt door Jean-Alexandre-Joseph Falguière; bron foto: wikipedia.org

Hoe heurt  het eigenlijk? Bent u ook zo nieuwsgierig naar hoe de adel zich beweegt in het huidig tijdsgewricht? Ik niet. Maar met de adel heb je wel eens van doen als je een boek leest. Meestal zijn dat boeken uit een ander tijdsgewricht. Toen edelen maatschappelijk-economisch van belang waren. Die tijd ligt alweer wat verder weg op de balk, die het ordent.

Ik las Honoré de Balzac, een aantal van zijn korte verhalen. Daarin verhaalt jongeman Jacob van Baune hoe hij probeert de dochter van de koning te schaken zodat hij zicht krijgt op meer: eer, belang, welvaart, land, bezit. Sex dient hier als glijmiddel. De jongeman is van het opschepperige, blufferige type.

‘Laten we het eerst over iets anders hebben,’ sprak de dame. ‘Hebt ge niet een beetje gejokt en overdreven toen ge het had over…, over eh…, over het aantal maanden, dat het jaar telt en zo?’

‘Waarachtig niet,’ sprak hij vurig.

‘Nou, goed dan,’ antwoordde de koningsdochter. ‘Ik herroep niets van hetgeen ik u reeds gezegd mocht hebben. Gij zijt mij zeer welgevallig en ik zal uw beschermvrouwe zijn.’ En met deze woorden maakte zij het de jongeling duidelijk, dat het kleine donderhannesje, dat die onwetende heidenen Amor genoemd hebben, te springen stond van ongeduld. Waarop hij alles terzijde en zichzelf aan de voeten van zijn meesteres wierp, deze kuste, vervolgens haar handen, haar knieën en hogerop, terwijl zij zich als een ware regentes, aan wie grote, heuvelachtige, rijke en beboste goederen zijn toevertrouwd, tegen alle over- en invallen met vuur verdedigde. De strijdlust barsste haar als het ware uit alle poriën te voorschijn, zij schreeuwde woeste bedreigingen, trachtte de vijand van zich te werpen, zij maltraiteerde hem met knepen, knijpen, klappen, kloppen, kortom, zij was een formidabele tegenstandster. En wat Jacob van Baune betreft, hij vond de dame onder de lakens niet meer zo oud als hij eerst wel had gedacht, er brandde nog maar één, een zeer schuchter bedlampje, een betoverend lampje, een lampje dat behekste, dat alles door elkaar husselde, leeftijden, illusies, visioenen. Ja, zo is dat, menige vrouw die in vol daglicht vijftig jaren telt, wordt bij zulk bedrieglijk licht tussen de beddelakens twintig, terwijl menig twinitigjarige tussen een zelfde soort lakens opeens wel een honderdjarige lijkt. De jongeling evenwel was er niet rouwig om, om de donder niet, hij gaf geen acht op alle wee- en ach-gekweel, dat hij uit volle borst overbrulde, kortom, hij deed zijn best. En buiten zichzelf van ellende, of welk ander gevoel het ook geweest mag zijn, beloofde de regentes hem kermend dat zij hem de heerlijkheid Ridel-Alzay, de genade voor zijn vader, diens eerherstel, àlles wat maar goed en edel en heerlijk was, zou schenken, indien hij als triomfator zou voleinden.

Uit: Van dolle, drieste, dwaze dingen, Meulenhoff Den Haag, 1961; vertaling Tim Maran

Honoré de Balzac (1799-1850, Tours, F)

Slauerhoff: dit eiland

Dit eiland

Voor de zachtmoedigen, verdrukten, / Tot gereglde arbeid onwilligen, / Voor de met moedwil mislukten / En de grootsch onverschillegen,

De reine roekeloozen, / Door het kalm leven verworpen, / Die boven steden en dorpen / De woestijnen verkozen,

Die zonder een zegekrans / Streden verloren slagen / En ’t liefst met hun fiere lans / De wankelste tronen schragen;

Voor allen, omgekomen / Door hun dédain voor profijt, / Slechts beheerscht door hun droomen, / De spot der bezitters ten spijt,

Neem ik bezit van dit eiland, / Plant ik de zwarte vlag, / Neem iedere natie tot vijand, / Erken slechts ’t azuur als gezag.

Wie nadert met goede bedoeling: / Handel, lust of bekeering, / Wordt geweerd aan ’t rif door bezwering / Of in ’t atol door onderspoeling.

Oovral op aarde heerscht orde, / Men late mijn eiland met rust; / ’t Blijft woest, zal niet anders worden / Zoolang ik kampeer op zijn kust.

Uit: Verzamelde gedichten, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1999

Slauerhoff, literatuurmuseumbron foto: literatuurmuseum.nl

J. Slauerhoff (1898-1936, Leeuwarden)

Slauerhoff: lof der stoomvaart

Lof der stoomvaart

Voorgoed is ’t zacht, sierlijk gebogen hout / Geweken voor het harde en stijve staal; / Zeilschepen zijn nu schimmen uit een oud / En vaak gedaan, nu gans vergaan verhaal.

Stoommonsters stevenen op alle zeeën, / Geschuwd door de enkle zwartverweerde brik / Die alleen overbleef om eens ons tweeën / Te varen naar het eiland van geluk.

Uit: Op aarde niet en niet op zee – J. Slauerhoff, 100 mooie gedichten gekozen door Henny Vrienten Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 2000

Slauerhoff, mondriaan fonds

bron foto: mondriaanfonds.nl

J. Slauerhoff (1898 – 1936)

Goethe raakte snaren, meestal de goede

Johan Wolfgang Goethe(1749 – 1832, Duits) werd bekend door boeken, toneelstukken en ballades die onder andere door de componist Schubert op muziek werden gezet. Maar de Duitser kon meer: hij was ook jurist, politicus, filosoof en wetenschapper. En op al die terreinen was en werd hij een bron van inspiratie. Goethe raakte veel snaren van mensen, en meestal de goede.

die leiden

Zijn allereerste daad, waarmee hij zich in de kijker speelde, was een boek: Die Leiden des jungen Werther (1774). Hij schreef het boek in vier weken tijd. Reden: de jonge Goethe moest zijn eigen hopeloze liefde voor Lotte Buff van zich afschrijven. De periode waarin dat gebeurde was de Romantiek, een tijd waarin veel plaats was voor heftige emoties en drift. In het Duits heette dat tijdperk niet voor niets: Sturm und Drang.

Werther is de hoofdpersoon, een onuitstaanbaar ventje. Hij is verliefd op Lotte, maar die is al vergeven. Toch blijft Werther aandringen, ook nadat Lotte getrouwd is. Werther is een nietsnut; zwelgt in zelfmedelijden en moppert op alles en iedereen. De roman loopt niet goed af: Werther pleegt zelfmoord.

Die Leiden werd het allereerste cultboek uit onze westerse cultuur. Een boek waarin een hele generatie jonge Europeanen zich herkende. Werther was hypergevoelig, schopte tegen de burgelijke samenleving en dweepte met eenvoudige, maar edele meisjes. Het boek veroorzaakte een schandaal. Het verketterde de maatschappelijke verhoudingen, verheerlijkte zelfmoord en joeg de kerk tegen zich in het harnas omdat het verhaal leek op het passieverhaal met een Jezus-figuur als hoofdpersoon.

De populariteit van Die Leiden was fenomenaal. De mythe van de romantische liefde verankerde zich voorgoed in ons collectieve bewustzijn. Schrijvers en lezers hebben er eeuwenlang plezier aan beleefd. Zelfs het monster Frankenstein las het boek om zich de cultuur van de mensen eigen te maken! Er was een Werther-parfum en meubels en porselein droegen de beeltenis van de hoofdpersoon.

die wahlverwandschaften

Bij Die Leiden bleef het niet. Goethe’s belangrijkste werk was een toneelstuk: Faust. Het handelde over een wetenschapper die zijn ziel aan de duivel verkoopt in ruil voor succes. Maar ook de boeken: Wilhelm Meisters Lehrjahre (een bildungsroman over een kunstenaar) en Die Wahlverwandschaften (over een open huwelijk) zijn nog altijd het lezen waard en van invloed op schrijver en lezer.

Naast dichter en (toneel)schrijver was Goethe een man met een brede belangstelling en een alleskunner. Hij liefhebberde in mineralogie, plantkunde, biologie en meteorologie. En hij publiceerde theorieën die invloed hadden, zoals zijn Zur Farbenlehre,waarin de wisselwerking tussen licht en donker de basis was. Met zijn wetenschappelijke ideeën was hij inspiratiebron voor mensen als: Nietzsche, Wittgenstein, schilder Turner en pedagoog Rudolf Steiner. Maar ook iemand als Nikola Tesla, pionier van de wisselstroom en het roterende magnetische veld, zei geïnspireerd te zijn door Goethes Faust. Erkenning voor zijn bijzondere gaven kreeg Goethe al bij leven. In 1782 werd hij in de adelstand geheven. Hij mocht ‘von’ aan zijn naam toevoegen.

bron: Made in Europe – Pieter Steinz, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2014johann-wolfgang-von-goethe, famous people

Henry Raeburn schilderde veel, heel veel portretten

henry reaburn 1henry reaburn 3henry reaburn 5De Schot Henry Raeburn (1756 – 1823) schilderde in zijn werkzame leven veel portretten. Het totaal aantal gaat over de 1000 heen. Raeburn, die de Romantische school vertegenwoordigt, was niet alleen productief maar ook nog eens technisch bekwaam.

De Schot begon als schilder van miniaturen. Daar heeft hij waarschijnlijk een precies en secuur oog aan over gehouden. In zijn latere portretten is dat nauwkeurig werken met gevoel voor verhoudingen, kleuren en lichtval terug te vinden. Zijn roem in Schotland en ver daarbuiten vindt in dat bekwaam schilderen zijn oorsprong.

Voor Reaburn zijn de ontmoeting met vakgenoot Joshua Reynolds en een bezoek aan Italië van grote invloed geweest. Hij reisde hij naar Rome om Michelangelo te bestuderen maar raakte daar vooral onder de indruk van Pompeo Batoni en Giovanni Romanelli, vooral voor wat betreft hun weergave van lichteffecten.

henry reaburn 2DUMONT KIND_22_S40henry reaburn 6In tegenstelling tot vele andere Schotse kunstbroeders, ging Raeburn niet naar Engeland, maar keerde hij terug naar Schotland. Daar werd hij een belangrijk vertegenwoordiger van de Schotse Verlichting, een nieuwe bloeiperiode in het Schotse schilderen. Samen met David Wilkie is Raeburn van deze heropleving een belangrijk representant.

Raeburn liet zich inspireren door Frans Hals en Velázquez en legde beroemde Schotten als Walter Scott en James Hutton vast.

Raeburn had in zijn manier van schilderen veel belangstelling voor speciale lichteffecten. Gezichten zijn helder en scherp, terwijl de achtergrond vaak bleek, dreigend en vaag blijft. Brede vlakken vormen een sterk contrast met precieze details.

Van Femme Fatale naar Vamp

Voortbordurend op de voorbeelden uit de Bijbel en de Griekse mythologie leefden al in de Middeleeuwen dichters en schilders zich uit op fantasieën over fatale vrouwen: heksen en boze feeën, op seks beluste jonkvrouwen en meedogenloze heerseressen. Het archetype was bijzonder populair in de Romantiek en in de Victoriaanse tijd; operacomponisten maakten er gretig gebruik van. Maar het was in het fin de siècle, bij de symbolisten en de decadenten, dat de femme fatale hoogtij vierde. Oscar Wilde gaf Salomé met zijn gelijknamige toneelstuk een tweede leven, en schilders als Franz von Stuck en Gustave Moreau kregen er geen genoeg van om de listen en lagen van de seksueel veeleisende vrouw uit te meten.

Dat laatste gold ook voor de filmmakers van het Duits Expressionisme: Georg Pabst maakte op basis van het toneelstuk Lulu van Frank Wedekind Die Büchse der Pandora (1929), waarin Louise Brooks een mannenverslindster speelt, en Josef von Sternberg regisseerde in 1930 Der Blaue Engel, met Marlene Dietrich als nachtclubzangeres die een eerbiedwaardige professor te gronde richt.

Niet lang daarna zou de femme fatale met veel succes geëxporteerd worden naar de Amerikaanse film noir; ze werd daar aangeduid als vamp – een afkorting van het woord vampire.

Uit: De femme fatale; Made in Europe – Pieter Steinz, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2014

Louise Brooks: Die Büchse der Pandora (1929)

Marlene Dietrich: Der Blaue Engel (1930)

Femme Fatale: poison

Shelley: Indische serenade

Indische serenade

Aan een droom vol weelde ontstegen / bij ’t geklaag der nachtegalen, / als de winden licht bewegen / en de sterren schittrend stralen, / waak ik op, in ’t hart ontroerd, / weet ik niets, maar voel alleen / hoe een geest mij heimlijk voert / liefste, naar uw venster heen.

Als een gedachte in droom / zo zwijmt en zweeft en zwerft / op donkre stille stroom / de geur der tamarinde… / Het nachtegaalgezang / dat op haar boezem sterft / verhaalt, hoe ik verlang / te sterven, mijn beminde.

Beur mij van ’t gras omhoog: / mijn krachten gaan verflauwen; / laat op mijn lip en oog / uw liefde in kussen dauwen; / helaas, mijn wang is koud en bleek, / mijn hart slaat luid en zwaar; / o, druk het vast aan ’t uwe, waar / het eindlijk, eindlijk breek…

Shelley Bodleian_0P.B. Shelley (1792 – 1822), Brits

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982

Heine: steeds naderbij

Steeds naderbij

De slanke waterlelie / kijkt dromend naar omhoog; / daar groet de maan met teder / om liefde smekend oog;

van schaamte zinkt haar kopje / terug naar ’t spiegelend meer; / daar ziet zij aan haar voeten / die bleke minnaar weer.

heine hHeinrich Heine (1797 – 1856), Duits

Vertaling: W. L Penning

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982

Byron: ze schrijdt in schoonheid

byronZe schrijdt in schoonheid

Ze schrijdt in schoonheid, zoals ’n nacht / die helder is, vol sterren staat; / licht en donker, klare pracht / komt in haar ogen, haar gelaat: / vertederd tot een licht dat zacht / de mooiste dag achter zich laat.

Meer schaduw, of wat minder licht, / verzwakt de eed’le gratie; / die gaf haar lokken, haar gezicht, / hun naamloze staatsie; / en alle zoets waar zij aan dacht / droeg bij aan haar serene pracht.

En om haar mond, en op haar wangen, / speelt zacht en zonder vragen / een lach, een blos, een stil verlangen / naar vroeg’re, schone dagen; / haar ziel heeft alle rust ontvangen / om zuiver te behagen!

Lord George Gordon Byron (1788 – 1824), Brits

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982, vertaling Peter van Zonneveld