De visarend die niet viste

https://youtu.be/VdDqIWDCTqI

Waar hij verscheen, sloegen kieviten en tureluurs angstig op de vlucht. Met ver vooruitgestoken poten streek hij midden in een ondiepe plas neer. Hij stond tot de borst in het water en begon te baden. Dompelde zich ettelijke malen onder, sloeg met de heel lange wieken soppend in het nat en schudde de flonkerende druppels uit zijn kuif. Hij werd erg nat, vloog ten slotte met zwaar zoevende slagen omhoog. Weer schudde hij zich tijdens de vlucht van kop tot staart uit, spetters vlogen overal. Hij streek neer op een knotwilg en bleef geruime tijd met vleugels en staart gespreid staan. Die staart is wat grijzer van kleur dan de bronzen vleugels. Daarna vouwde hij de wieken dicht, maar liet ze in de vleugelboeg neerhangen, een heel heraldieke stand. De veren werden gepoetst, krop en rug kregen een flinke beurt en de vleugels werden nog eens met kracht uitgeklapt.

(..)

Opeens boog hij het bovenlijf omlaag, het achterlijf werd omhooggedrukt zodat we de blanke onderzijde te zien kregen, en met een krachtige, witte straal werden de feces uitgespoten. Meestal keek hij ons met beide ogen strak aan, een vreemd geziht, vooral wanneer de wind door de kuif streek. Op den duur werd hij toch onrustig en sprong omhoog. Daar zweefde hij op die buitengewoon lange vleugels over de Zwake. Hoewel er af en toe een grote karper met klikklakkend geluid uit het water sprong, zagen we hem helaas niet vissen. Hij streek veel verder neer in een boomtop.

Uit: Hans Warren – Ik ging naar de Noordnol, Bert Bakker Amsterdam, 1996

De torenvalkenteller vertelt over uilen

https://youtu.be/0y-ku6nKhzI

Er kwam iemand voor een voorjaarspraatje en ik vertelde hem dat ik de laatste week een paar keer had gedacht een uil te horen. ‘Zijn hier wel eens uilen gezien?’ wilde ik weten. Nou nee, dat niet, maar het was ooit gebeurd dat de bruggewachter steeds merkwaardige geluiden hoorde die duidelijk onder de brug vandaan kwamen. Enge geluiden waren het, zo eng dat de bruggewachter niet zelf durfde gaan kijken en de veldwachter had gewaarschuwd. Die was in een bootje gestapt en had de boosdoeners gevonden: een nest jonge uilen. En ieder keer als de brug openging, gingen die uilen mee omhoog. Dat was lang geleden allemaal, maar wie weet waren de uilen terug?

Uit: De torenvalkenteller – Guus Luijters; uit: Ongepubliceerd, Uitgeverij 521 Amsterdam, 2001