Verdriet is het ding met veren, aldus Max Porter

Max Porter (1981, High Wycombe, UK) was boekverkoper en een goede. Hij won er een prijs mee. Prijzen kreeg hij ook toen hij besloot zelf te gaan schrijven. Hij schreef korte verhalen, poëzie en non-fictie voordat hij aan de roman begon. Verdriet is het ding met veren was zijn eerste in Nederland vertaalde roman. De hoofdpersoon verliest zijn dierbare vrouw en blijft met kinderen achter.

Ik voelde me als de Aarde op die indrukwekkende afbeelding van de planeet omringd door een brede gordel van ruimteschroot. Ik had het idee dat het nog jaren zou duren voor de strak aangesnoerde droom van andermans rouwbeklag over de dood van mijn vrouw me weer speling zou geven om iets van het zwarte heelal te zien, en vanzelfsprekend – overbodig het te zeggen – bezorgde dit soort gedachten me een schuldgevoel. Maar, bedacht ik, te eigener verdediging, alles is anders geworden, en zij is weg en ik mag denken wat ik wil. Zij zou het met me eens zijn, want we waren altijd superkritisch, cynisch, net per se loyaal, trokken altijd alles in twijfel. Na etentjes fileerden we achteraf samen alles en iedereen, goed bedoeld natuurlijk.

Hypocrieten. Vrienden.

De bel ging opnieuw.

Ik liep de beloperde trap af naar het koude halletje en opende de voordeur.

Er waren geen straatlantaarns, vuilnisbakken of stoeptegels. Geen gestalte of licht, geen enkele vorm, alleen een stank.

Er was een knal en een zwiep en ik werd achterovergesmakt, omvergeblazen, op de drempel. De voorhal was aardedonker en ijskoud en ik dacht: wat is dit voor wereld, dat ik nu vanavond in mijn eigen huis word overvallen? En toen dacht ik: wat maakt het ook eigenlijk uit? En ik dacht: maak alsjeblieft de jongens niet wakker, ze hebben hun slaap nodig. Ik geef je mijn laatste cent, als je de jongens maar niet wakker maakt.

Ik deed mijn ogen open en het was nog steeds donker en alles knisperde en ritselde.

Veren.

uit: verdriet is het ding met veren, Bezige Bij Amsterdam, 2016

porter, max, thetimes.co.ukbron beeld: thetimes.co.uk

Max Porter (1981, High Wycombe, UK)

Julian Barnes brengt verdriet en rouw precies onder woorden

barnes, julian; startribune.comJulian Barnes met Pat Kavanagh; bron foto: startribune.com

Een merkwaardig boek is het: Hoogteverschillen. De Brit Julian Barnes (1946, Leicester, UK) schreef het in 2013 nadat zijn vrouw Pat was overleden (in 2008) na een hersentumor. Het niet al te dikke boek bestaat uit drie delen die op het eerste gezicht niet zoveel met elkaar van doen hebben. Nietsvermoedend en onvoorbereid lezend (veelal de beste positie om je al lezend te laten verrassen) overviel me het laatste deel. Het is een autobiografisch verhaal waarin Barnes zijn verdriet en rouw precies onder woorden brengt. Daarvoor hebben we gelezen hoe Felix Nadar fotografie en ballonvaart combineerde. En hoe actrice Sarah Bernhardt en avonturier Fred Burnaby aan elkaar gekoppeld worden.

De overeenkomsten: het gaat over dingen die aan elkaar worden gevoegd, dat nooit eerder waren, en iets nieuws opleveren. Je kunt ook zeggen dat het gaat over naar jezelf kijken en de wereld; over afstand en dichtbij zijn; over letterlijk en figuurlijk en over objectief en subjectief.

Barnes doet dat met weinig woorden maar heel precies. Dat leverde in mijn geval op, dat zijn persoonlijk relaas over het verlies van zijn geliefde me diep raakte. Het lukt Barnes om helder en duidelijk onder woorden te brengen wat verlies en rouw betekent. Dat verdriet en rouw persoonlijk zijn en voor niemand hetzelfde. Zijn woorden zijn herkenbaar en bieden troost.

Ik geloof niet dat ik haar ooit weer zal zien. Nooit meer zien, horen, aanraken, omhelzen, naar haar luisteren, met haar lachen; nooit meer wachten op haar voetstap, glimlachen bij het geluid van een deur die opengaat, haar lichaam in dat van mij opnemen, het mijne in dat van haar. En ik geloof ook niet dat we elkaar weer in een of andere onstoffelijke vorm zullen ontmoeten. Ik geloof dat dood dood is. Sommigen vinden dat verdriet een heftige, zij het gerechtvaardigde, vorm van zelfmedelijden is; sommigen dat het enkel de eigen weerspiegeling is in het oog van de dood; anderen zeggen dat het de achtergeblevene is met wie ze te doen hebben, omdat dat degene is die eronder gebukt gaat, terwijl de verloren geliefde niet meer kan lijden. Dergelijke benaderingen proberen het verdriet te beheersen door het te minimaliseren – en met de dood hetzelfde te doen. Het is waar dat een deel van mijn verdriet zelfgericht is – kijk toch wat ik ben kwijtgeraakt, hoe mijn leven beknot is – maar het gaat meer, veel meer, van meet af aan al, om haar: kijk toch wat zij is kwijtgeraakt nu ze het leven verloren heeft. Haar lichaam, haar geest; haar stralende nieuwsgierigheid naar het leven. Op sommige momenten voelt het alsof het leven zelf de grootste verliezer is, de ware nabestaande, omdat het niet meer aan die stralende nieuwsgierigheid van haar onderworpen is.

Uit: Hoogteverschillen, Atlas Contact Amsterdam, 2013

Julian Barnes (1946, Leicester, UK)

 

De (onregelmatige) dosis Nabokov

Uit: Goden

… Vergeef me, dat ik niet kan huilen – gewoon, zoals een mens huilt – maar dat ik steeds zing, ergens naar toe ren, me vastklamp aan alle vleugels die langs me vliegen, groot als ik ben, gehavend met een golf zonnebruin op mijn voorhoofd. Vergeef me. Het moet zo zijn.

We lopen stil langs de omheining. Het kerkhof is al dichtbij. Daar is het – een eilandje van lentewit en -groen te midden van een stoffige kale vlakte. Ga nu alleen verder. Ik wacht hier op je. In je ogen lag een snelle, beschaamde glimlach. Je kent me immers goed… Het hek knarste en sloeg dicht. Ik zit alleen op het spaarzame gras. Verderop is een moestuin: lilakleurige kool. Achter de kale vlakte fabrieksgebouwen, lichte bakstenen kolossen, die in de blauwige nevel zwemmen. Bij mijn voeten, in een trechter van zand, blinkt een gedeukte blikken trommel. Om me heen is het stil en voorjaarsachtig leeg. Er is geen dood. De wind legt zich als een zachte pop van achteren over me heen, kietelt met een donzen pootje mijn nek. Er kan geen dood zijn.

nabokov, the tlsbron foto: the-tls.co.uk

Vladimir Nabokov (1899 – 1977, Amerikaans-Russisch)

Uit: Verhalen 1, Bezige Bij Amsterdam, 1996; vertalingen: Yolanda Bloemen, Anneke Brassinga, Peter Verstegen en Marja Wiebes

Jean Pierre Rawie: afgezien van een schaars moment

Afgezien van een schaars moment / zonder zorg om vrouw en of geld, / heb je tot dusver welgeteld / een week van echt geluk gekend.

Je wordt voortdurend (maar dat went) / door slapeloosheden gekweld. / Terecht wordt daarom vastgesteld / dat je een vrolijk baasje bent.

Dat is ook zo: je danst en springt / de ganse nacht in het café / en flirt en vrijt met elke meid.

De reden dat je zoveel drinkt / kun je goddank aan niemand kwijt. / Het valt dus allemaal best mee.

rawie, beinumnieuws

bron foto: beinumnieuws.blogspot.com

Jean Pierre Rawie (1951)

Uit: Oude gedichten, Bert Bakker Amsterdam, 1997