Dood: twelve songs IX

hond met bot

Twelve songs IX

Stop alle klokken, maak de telefoon kapot, / Belet de hond te blaffen met een lekker bot, / Leg de piano’s het zwijgen op en breng met stille trom / De kist naar buiten, dat de rouwstoet komt.

Laat vliegtuigen cirkelen kermend boven ons hoofd / En in de lucht de boodschap kerven Hij is dood, / Knoop elke stadsduif crêpe strikken om de witte kraag, / Dat de verkeerspolitie zwartkatoenen handschoenen draagt.

Hij was mijn noord, mijn zuid, mijn oost en west, / Mijn werkweek en mijn zondagsrust, / Mijn dag, mijn nacht, mijn woord, mijn lied: / Ik dacht dat liefde eeuwig was: zo is het niet.

De sterren zijn niet welkom nu: doof ze terstond, / Omwikkel de maan en ontmantel de zon; / Giet oceanen leeg de veeg de bossen schoon, / Want er is niets meer nu waar ooit nog iets van komt.

Wystan Hugh Auden (1907 – 1973), Amerikaans

Ongepubliceerd, vertaling Koen Stassijns