De (on)regelmatige dosis Nabokov: lente in Fialta

Lente in Fialta is een kort verhaal. Het beschrijft de ontmoeting met Nina, die de rode draad is in deze geschiedenis. Nina is de vrouw waar de verteller zich toe aangetrokken voelt. Die gevoelens zijn wederzijds. Maar van een echte duurzame en bestendige relatie komt niets terecht. Het blijven ontmoetingen.

Waar de verteller zich beperkt tot die ene relatie, hopt Nina van de één naar de ander. En nu de verteller, waarin we de meester zelf herkennen, aan het woord:

En met iedere ontmoeting groeide mijn vrees; neen – ik maakte geen innerlijke emotionele ineenstorting door, geen schaduw  van een tragedie spookte door ons feestelijk samenzijn, mijn huwelijksleven bleef onaangetast terwijl anderzijds haar echtgenoot, ruim van opvatting, haar terloopse affaires negeerde hoewel hij ervan profiteerde door aangename en nuttige relaties. Ik werd bevreesd omdat iets moois, teers en onherhaalbaars werd verkwist, iets dat ik misbruikte door er in grove haast armzalige glanzende stukjes af te rukken en de bescheiden maar ware kern te verwaarlozen, die mij wellicht steeds weer op meelijwekkende fluistertoon werd aangeboden. Ik was bevreesd omdat ik, op de lange duur, op een of andere manier Nina’s leven accepteerde, de leugens, de futiliteit, het gebrabbel van dat leven. Hoewel er geen sprake was van enige gevoelsdisharmonie, voelde ik mij verplicht te zoeken naar een rationele, zo niet morele, interpretatie van mijn bestaan, en dit betekende dat ik moest kiezen tussen de wereld temidden waarvan ik zat voor mijn portret, met mijn vrouw, mijn dochtertjes, mijn doberman-pincher (idylliische guirlanden, een zegelring, een slanke wandelstok), tussen die gelukkige, verstandige en goede wereld… en wat? Bestond er een praktische mogelijkheid voor een leven samen met Nina, een leven dat ik mij haast niet kon voorstellen omdat het, dat wist ik, vol zou zijn van een hartstochtelijke, ondraaglijke bitterheid en ieder ogenblik in dat leven zich bewust zou zijn van een verleden vol onbestendige partners.

Uit: Lente in Fialta, Bezige Bij Amsterdam, 1981; vertaling M. Coutinho

Is deze geschiedenis waar gebeurd? In het verhaal speelt een Frans-Hongaarse schrijver een rol. Hij is de min of meer vaste relatie van Nina. Schrijver van het korte verhaal (Nabokov, dus) geeft een mooi portret van de Franse Hongaar waarin hij natuurlijk niet gespaard wordt. ‘Deze schrale, arrogante, valse snaak, die steeds een vergiftigde woordspeling op het puntje van zijn agressieve gespleten trillende tong had.’ ‘Een woordenwever.’ Uiteindelijk doet het de jaloerse verteller dwingen tot de volgende bekentenis:

… ik persoonlijk heb nooit kunnen begrijpen, wat het voor nut heeft, boeken te bedenken, dingen neer te pennen die niet op een of andere wijze echt zijn gebeurd; en ik herinner mij dat ik eens, de spotternij van zijn aanmoedigend knikken trotserend, tegen hem zei dat ik als ik zelf schrijver was, slechts mijn hart fantasie zou toestaan en voor de rest zou steunen op mijn geheugen, die langgerekte zonsondergangschaduw van je persoonlijke waarheid.

Het is Nabokov die we hier aan het woord hebben…

nabokov, newyorker.combron foto: newyorker.com

Vladimir Nabokov (1899-1977, Sint Petersburg, Rusland)

Brodsky: de poolreiziger

De poolreiziger

Alle honden opgegeten. In het dagboek allang / geen lege bladzij meer. Een woordensnoer bedekt / de foto van zijn vrouw. Haar wang / door een mouche van twijfelachtige datum bevlekt. / Verder een foto van zijn zus. Ook hier geen medelij: / slechts de bereikte breedtegraad telt mee! / Zwart kruipt het gangreen omhoog langs zijn dij, / als de kous van een meisje van het variété.

Uit: De meisjes van Zanzibar, Plantage Leiden, 1999

joseph-brodsky, jamesclear.combron foto: jamesclear.com

Joseph Brodsky (1940-1996, Petersburg, Rusland)

De (onregelmatige) dosis Nabokov

Uit: Bachmann

Bachmann liep altijd met snelle passen het toneel op, alsof hij ontsnapte aan een vijand – of gewoon aan opdringerige handen. Hij negeerde het publiek en haastte zich naar de piano. Dan boog hij zich over de ronde kruk en begon met tedere zorg aan de schijfvormige, houten zitting te draaien, om die tot op de millimeter nauwkeurig in de gewenste stand te brengen. Daarbij deed hij zacht en ernstig in drie talen een beroep op de kruk, onafgebroken zoete woordjes prevelend. Zo bleef hij een hele poos bezig. In Engeland was het publiek geroerd, in Frankrijk geamuseerd, in Duitsland geërgerd. Had Bachmann de juiste hoogte eenmaal gevonden, dan gaf hij de kruk een liefkozend tikje en ging zitten, met de zolen van zijn oude lakschoenen de pedalen zoekend. Vervolgens haalde hij een enorme, groezelige zakdoek te voorschijn, wiste daar heel zorgvuldig zijn handen mee af en inspecteerde onderwijl met een ondeugende en tegelijk timide glinstering in zijn ogen de voorste rij. Ten slotte bracht hij heel zacht zijn handen naar de toetsen. Maar plotseling begon er dan onder zijn ene oog een getergd spiertje te trekken en, klakkend met zijn tong, klom Bachmann weer van zijn kruk om nogmaals aan de zoetjes knerpende schijf te draaien.

Het is een beeldende beschrijving van een situatie (concertgebouw, pianist komt op, de zaal in afwachting en spanning), maar evenzeer een typering van een karakter. De pianist in kwestie voelt zich niet senang op het podium. Negeert het publiek en zoekt zijn heil in het detail dat goed moet zijn voor hij aan de slag kan. Woordjes prevelend om de situatie (podiumvrees?) te meesteren. Dan is er de groezelige zakdoek en zijn er de oude lakschoenen, ook hier: show don’t tell. Als lezer snap je dat hier een virtuoos met een tic opereert.

Bachmann weet dat zijn doen en laten effect heeft op zijn publiek: de ondeugende en tegelijk timide glinstering in zijn ogen getuigen daarvan.

Als lezer voel je de spanning en dan komt het: op het moment dat er gespeeld kan gaan worden, is er het trekkende oogspiertje, de klakkende tong en keren we terug naar het krukjes-ritueel. Nabokov speelt met mij als lezer een mooi spel: verwachting, spanning en de vraag: hoe gaat dit verder? Ondertussen leren we ook nog iets over het karakter van 1 van de hoofdpersonages in dit verhaal. Nabokov bedient mijn leeslust.

In dit verhaal voert Nabokov een verteller op, die ons bijpraat, terwijl de schrijver zelf ontbrekende informatie verschaft. Pianist Bachmann is een excentriekeling en onaangepast. In dit verhaal brengt Nabokov twee excentrieke figuren samen want het verhaal gaat over de pianist Bachmann en 1 van zijn bewonderaars, mevrouw Perov. Beiden onaangepast en dus tot elkaar veroordeeld. Bachmann heeft de zorg van mevrouw Perov nodig om zijn angsten te bezweren en om de nodige stabiliteit in zijn leven te verwerven. Dat het verhaal toch geen goed eind heeft, ligt in de lijn der ontwikkelingen. Maar de weg naar dat eind, is een lezenswaardige en toont waarom Nabokov een meester is. In de ruim 10 pagina’s die het korte verhaal beslaat, krijgen we een spannend, realistisch, karaktervol, kleurrijk, muzikaal en overtuigend verhaal voorgeschoteld. En zoals veel bij de Russisch-Amerikaanse schrijver heeft ook dit verhaal een link naar de werkelijkheid.

de pachmann, wikipedia.org

Het verhaal gaat dat Nabokov Bachmann heeft geschapen naar het voorbeeld van de Russisch-Duitse pianist Vladimir de Pachmann (1848 – 1933). Deze virtuoze vertolker van de werken van Chopin,  kende Liszt als 1 van zijn bewonderaars. Van De Pachmann was bekend dat hij last had van podiumvrees. Dat uitte zich in gepruts aan piano en kruk en het flirten met het publiek.

 

bron foto De Pachmann, wikipedia.org

De (onregelmatige) dosis Nabokov

Dorotea_berlino, wikipedia.org

Het schilderij van Sebastiano Luciani (del Piombo) (1485 – 1547) waarop vrijwel zeker het doek in het verhaal is geïnspireerd, is Giovane romana detta Dorotea. bron foto: wikipedia.org

Ik werd bij mijn (spaarzame) haren getrokken door een alinea Nabokov. De alinea handelt over schaamte. De situatie is: een aantal hoofdpersonages bevinden zich in een kasteel aan de dis. We bevinden ons in de upperclasss. Men tennist en onderhoudt zich over kunst. Vooral een portret van de Italiaanse schilder Sebastiano Luciani houdt de gemoederen bezig. Het is een portret van een vrouw en dat portret vertoont sterke gelijkenis met de vrouw des huizes.

Bij het lezen schoot me de visie van een cultuur-filosoof te binnen. Deze duider (waarvan me de naam niet te binnenschiet. Dat is een menselijk tekort waarmee ik vaak geconfronteerd word) beweerde dat schaamte een belangrijke reden was voor het ontstaan van onze beschaving en de groei en ontwikkeling daarvan. Door schaamte zijn we met mes en vork gaan eten. Door schaamte hebben we normen en waarden ontwikkeld en gehanteerd enz enz

In deze scene herkende ik schaamte en de wijze waarop het soms werkt in menselijke verhoudingen. Dankzij Vladimir.

De verlegen, stille Simpson, die tussen McGore en zijn vrouw in zat, had te vroeg, bij de tweede gang, zijn grote vork in plaats van de kleine gebruikt, zodat hij voor het vlees alleen nog een kleine vork en een groot mes overhad en nu hij die hanteerde leek het of zijn ene hand gebrekkig was. Toen het hoofdgerecht voor de tweede keer werd rondgediend nam hij van de zenuwen nog eens, en merkte toen dat hij de enige was en dat iedereen ongeduldig zat te wachten tot hij klaar was. Hij raakte zo in de war dat hij zijn nog volle bord wegschoof, bijna zijn glas omstootte en langzaam rood begon te worden. Tijdens het diner waren de vlammen hem al een paar maal uitgeslagen, niet omdat er echt iets was waarover hij zich schaamde, maar omdat hij bedacht dat hij zomaar zou kunnen blozen, en dan kleurden zijn wangen, zijn voorhoofd, zelfs zijn hals bloedrood, en die blinde, kwellende, hete gloed tot staan brengen was net zo min mogelijk als het vasthouden van de zon die achter een wolk te voorschijn komt. Toen hij die blos voelde opkomen liet hij met opzet zijn servet vallen, maar toen hij zijn hoofd ophief, zag hij er vreselijk uit: zelfs zijn gesteven boordje leek elk moment vlam te kunnen vatten. De keer daarop probeerde hij de aanval van de stille, hete golf te onderdrukken door Maureen een vraag te stellen – of ze van tennissen hield – maar helaas verstond Maureen hem niet en vroeg hem wat hij had gezegd, waarop Simpson bij het herhalen van zijn dwaze vraag onmiddellijk zo rood werd dat hij bijna tranen in zijn ogen kreeg, en Maureen zich uit barmhartigheid afwendde en over iets anders begon.

Uit: La Veneziana, uit: Verhalen – Vladimir Nabokov, Bezige Bij Amsterdam, 1996; vertaling Yolanda Bloemen en Marja Wiebes

De (onregelmatige) dosis Nabokov

nabokov vlinders, halsmanVladimir Nabokov vangt vlinders. foto: Philippe Halsman; bron foto: Pinterest

In zijn korte verhalen waaierde Nabokov veel kanten op: ook die van het morbide. In het verhaal Wraak handelt het om een professor die terugkeert van een congres. Hij heeft een koffer bij zich met hartverlammende inhoud. De reden: zijn vermoedelijk overspelige vrouw die geloof hecht aan geesten en andere onverklaarbare verschijnselen.

Nabokov speelt met het verschil tussen de rationele onderzoeker en zijn spirituele vrouw. De professor houdt ervan dat in het belachelijke te trekken en vertelt zijn vrouw een bizar verhaal waarin een spirituele vrouw (‘een hysterische waarzegster’) op gruwelijke wijze ontbindt. Een broodje aap-verhaal. Het leidt bij de professor tot de verzuchting: ‘Ik denk wel eens dat alles welbeschouwd mijn wetenschap een ijdele illusie is, dat de wetten van de fysica een uitvinding van ons zijn. en dat alles – letterlijk alles – mogelijk is. Zij die zich aan zulke gedachten overgeven worden waanzinnig…’

Het is een meesterlijk verhaal in minder dan 10 bladzijden. Dat Nabokov schrijven kan, wist ik, maar dat hij ook dit genre onder de knie had, wist ik minder.

Een proeve van naderend onheil.

‘De koffer, zeg je? Weet je wat erin zit?’informeerde hij, met een zweem van irritatie in zijn stem. ‘Kan je het niet raden? Een geweldig ding! Een bijzonder soort kleerhanger…’

‘Een Duitse uitvinding, sir?’ probeerde de student die zich herinnerde dat de bioloog net naar Duitsland was geweest voor een wetenschappelijk congres.

De professor brak uit in een hartelijk, krakerig gelach, en een gouden tand flitste als een vlam op. ‘Een goddelijke uitvinding, mijn vriend, goddelijk. Iets wat iedereen nodig heeft. Overigens, je hebt zelf zo’n ding bij je. Hè? Of ben je soms een poliep?’ De student grinnikte. Hij wist dat de professor geneigd was tot duistere grapjes. Er werd op de universiteit veel over de oude man geroddeld. Er werd gezegd dat hij zijn echtgenote, een heel jonge vrouw, mishandelde. De student had haar één keer gezien. Heel tenger was ze, met ongelooflijke ogen. ‘En hoe gaat het met uw vrouw, sir?’ vroeg de roodharige student.

De professor antwoordde: ‘Ik zal er geen doekjes om winden, beste jongen. Het zit me al een poosje dwars, maar nou moet ik het je zeggen… Beste jongen, ik houd van stilte als ik reis. Ik vertrouw erop dat je het me niet kwalijk neemt.’

Uit: Wraak; uit: Verhalen 1, Bezige Bij Amsterdam, 1996; vertaling Yolanda Bloemen, Anneke Brassinga, Peter Verstegen en Marja Wiebes.

De (onregelmatige) dosis Nabokov

Uit: Goden

… Vergeef me, dat ik niet kan huilen – gewoon, zoals een mens huilt – maar dat ik steeds zing, ergens naar toe ren, me vastklamp aan alle vleugels die langs me vliegen, groot als ik ben, gehavend met een golf zonnebruin op mijn voorhoofd. Vergeef me. Het moet zo zijn.

We lopen stil langs de omheining. Het kerkhof is al dichtbij. Daar is het – een eilandje van lentewit en -groen te midden van een stoffige kale vlakte. Ga nu alleen verder. Ik wacht hier op je. In je ogen lag een snelle, beschaamde glimlach. Je kent me immers goed… Het hek knarste en sloeg dicht. Ik zit alleen op het spaarzame gras. Verderop is een moestuin: lilakleurige kool. Achter de kale vlakte fabrieksgebouwen, lichte bakstenen kolossen, die in de blauwige nevel zwemmen. Bij mijn voeten, in een trechter van zand, blinkt een gedeukte blikken trommel. Om me heen is het stil en voorjaarsachtig leeg. Er is geen dood. De wind legt zich als een zachte pop van achteren over me heen, kietelt met een donzen pootje mijn nek. Er kan geen dood zijn.

nabokov, the tlsbron foto: the-tls.co.uk

Vladimir Nabokov (1899 – 1977, Amerikaans-Russisch)

Uit: Verhalen 1, Bezige Bij Amsterdam, 1996; vertalingen: Yolanda Bloemen, Anneke Brassinga, Peter Verstegen en Marja Wiebes

De (onregelmatige) dosis Nabokov

Vladimir_Nabokov_guiseppe pino, calvertjournal

foto: Guiseppe Pino; bron foto: calvertjournal.com

Vladimir Nabokov (1899-1977) beweegt mij tot (glim)lachen. Ik houd van zijn verhalen en van zijn romans. Hij heeft er veel geschreven, dus ik kan even vooruit met lezen (en glimlachen). In het verhaal Hier spreekt men Russisch deelt een Russisch gezin een geheim. Het gezin heeft een KGB-er gevangen genomen; in de badkamer opgesloten en levenslang gegeven. Hoe dat zo kwam? U kunt het boek van me lenen en anders zie de bronvermelding.

Bijna alles aan wat Nabokov heeft opgeschreven is opmerkelijk, soms magnifiek en vaak van de buitencategorie. Bijvoorbeeld in dit verhaal de introductie van wat hoofdpersonages.

(…) De ziel van de mens zou men kunnen vergelijken met een warenhuis dat twee etages heeft – de ogen. Te oordelen naar de ogen van Martyn Matrynytsj waren warme, bruine tinten in de mode; te oordelen naar zijn ogen was de koopwaar in zijn ziel van uitstekende kwaliteit. En wat een dichte baard, schitterend door het krachtige Russische grijs. En dan die schouders, zijn postuur, zijn manier van doen… Vroeger werd er van hem gezegd dat hij met een sabel een doek kon doorklieven: het wapenfeit van Richard Leeuwenhart! Nu zeggen zijn emigrantenvrienden vol jaloezie van hem: ‘Hij is nog altijd even jeugdig!’

Zijn vrouw was een mollig, lief oudje met een wrat bij haar linkerneusvleugel. Sinds de harde tijden van de Revolutie had ze in haar gezicht een ontroerende tic: haar ene oog draaide telkens weg naar de hemel. Petja had dezelfde robuuste lichaamsbouw als zijn vader. Zijn zachte somberheid en onverwachte humor bevielen me. Hij had een groot, week gezicht, waarvan zijn vader altijd zei: ‘Zo’n kop kan je niet over het hoofd zien’, en rossig-blond haar dat altijd in de war zat. Petja bezat in een stil deel van de stad een klein bioscoopje, dat slechts bescheiden inkomsten opleverde. Dat was het hele gezin.

Uit: Hier spreekt men Russisch; uit Verhalen 1; Bezige Bij Amsterdam; 1996; vertalingen Yolanda Bloemen, Anneke Brassinga, Peter Verstegen en Marja Wiebes

Mysterie: ik was slechts waar jij…

vage gelaatstrekken, Jeong Yoon Ahn

Eerst alleen vage trekken, pas daarna een gezicht. foto: Jeong Yoon Ahn

Ik was slechts waar jij…

Ik was slechts waar jij zacht / met je handpalmen langs ging, / vlak waarboven je hoofd hing / in de gitzwarte nacht.

Ik was wat, schaars verlicht, / jij vertraagd moest ontdekken: / eerst alleen vage trekken, / pas daarna een gezicht.

Het was jij, zwoel nabij, / die me luisteren leerde, / mijn oorschelpen boetseerde, / fluisterend aan mijn zij.

Het was jij die, bij ’t raam, / wat ging komen voorzegde, / in mijn keel de stem legde / die jou riep bij je naam.

Ik was blind, had niets door. / Jij, verschenen, verdwenen, / hebt me ogen gegeven. / Zo laat men soms een spoor.

Zo ontstaan werelden. / Zo negeert men hun schepping, / laat ze na hun ontdekking / vruchteloos wentelen.

Zo, ten prooi aan kou, aan / hitte, licht, nacht, meteoren, / in de kosmos verloren, / gaan planeten hun baan.

Joseph Brodsky (1940 – 1996), Russisch-Amerikaans

Uit: Nieuw Wereld Tijdschrift, nummer 4 1994, vertaling Peter Zeeman

Nabokov: aan de toekomstige lezer

Aan de toekomstige lezer

Gij, die op aard zult wonen lang na dezen, / gij, die het oude mint vol nostalgie, / op zeekre dag zult gij een bundel lezen / met onverdiend vergeten poëzie.

Gij zult u naar de oude mode kleden, / vreemd uitgedost in frak en pandjesjas. / Ga zitten. Luister. Hoor hoe het verleden / welluidend als schelp der muzen was.

Slechts zestien regels zijn van mij gebleven, / een vaag portret, omkranst door een ovaal… / En waag het op mijn armoe af te geven, / op mijn fatsoen en onbeholpen taal.

Hier ben ik dan. Ik laat u niet met vrede. / Ik heb u in de duisternis bezocht. / De kilte die u voelde is de tocht / Uit vroeger tijd… Vaarwel. Ik ben tevreden.

1930

Vladimir_Nabokov_1969

Vladimir Nabokov (1899 – 1977), zoon van een liberale politicus. Emigreerde in 1919 met zijn ouders naar het Westen. Studeerde Frans en entomologie in het Engelse Cambridge. Schreef in het Duitse Berlijn verhalen en gedichten voor emigrantenbladen en publiceerde tussen 1926 en 1938 een reeks romans.

Vestigde zich in 1940 in de Verenigde Staten, waar hij Russische en Europese letterkunde doceerde. In 1952 verscheen een verzameling van zijn gedichten. Zijn grote doorbraak kwam met de roman Lolitadie in 1955 in het Franse Parijs verscheen en aanvankelijk niet in de USA gepubliceerd mocht worden.

Zowel Shakespeare als Nabokov gebruikten Aleppo

peteraaron-aleppo

Aleppo was ooit een bloeiende en belangrijke stad (citadel). Foto: Peter Aaron

De val van de Syrische stad Aleppo houdt de gemoederen bezig deze dagen. Dankzij digitale communicatiemiddelen en social media kunnen we ons van minuut tot minuut op de hoogte houden van welk drama zich daar afspeelt.

Ik kwam de naam Aleppo tijdens het lezen tweemaal tegen. Eerst in een verhaal van Vladimir Nabokov (Eens, in Aleppo…) en dat bleek weer te verwijzen naar Shakespeare’s Othello. Met die laatste maar begonnen.

Voordat Othello zelfmoord pleegt, spreekt hij in het kort nog enkele woorden. In die speech verwijst Othello naar een gebeurtenis in het verleden. Othello vermoordde ooit een Turkse man omdat deze een Venetiaan aanviel. Othello vergelijkt zich met de doodgestoken Turk: beiden zijn getint van huidskleur en hebben een hekel aan Italië. Vervolgens slaat hij de hand aan zichzelf door zich met het zwaard te doorboren, zoals hij eerder met de Turkse man deed.

De verteller zegt dan:

Set you down this;
And say besides, that in Aleppo once,
Where a malignant and a turban’d Turk
Beat a Venetian and traduc’d the state,
I took by the throat the circumcised dog,
And smote him thus.

De Shakespeare-kenners zeggen over deze passage dat hierin de zelfmoord van Othello onder woorden wordt gebracht.

othello

De vijfde acte van Othello verbeeldt

Nu dan Nabokov. Nabokov vertelt in Eens, in Aleppo… over een man die met zijn vrouw op de vlucht moet voor de Nazi’s. Tijdens de vlucht raken man en vrouw elkaar kwijt. Vinden elkaar weer. De vrouw vertelt dat zij ondertussen een ander heeft ontmoet waartoe ze zich aangetrokken voelt. De man weet niet wat hij ervan denken moet. Ondertussen moeten visa voor een verblijf in de Verenigde Staten geregeld worden. Dat lukt uiteindelijk. Op het moment dat het echtpaar de boot kan pakken naar de veilige haven, de VS, verdwijnt zij definitief.

Zoals van Nabokov gewend, speelt de verteller een spelletje met de lezer: wat is echt, wat onecht, wat fantasie? In het verhaal horen we verschillende versies van hoe de vrouw de man verlaat. Zelfs het tegenovergestelde: de vrouw zou op de man hebben gewacht op de verkeerde plek op het verkeerde moment. Verwarring alom. De verwijzing naar Aleppo in de titel en het verhaal zou, met Othello in gedachten, over zelfmoord kunnen gaan.

De laatste alinea van het Nabokov-verhaal:

En toch, hoe ellendig is het. Naar de bliksem met je kunst, ik ben afschuwelijk ongelukkig. Zij blijft maar heen en weer lopen waar de bruine netten uitgespreid liggen op de hete stenen en het vlekkerige licht van het water speelt tegen de kant van een gemeerde vissersboot. Ergens heb ik op de een of andere manier een fatale fout begaan. Hier en daar glanzen stukjes visschubben in de bruine mazen. Misschien eindigt het allemaal in Aleppo, als ik niet oppas. Spaar mij, W.: je zou oneerlijk spel spelen door middel van een ondraaglijke suggestie wanneer je dit als titel nam.

Boston, 1943

Uit: Lente in Fialta, Vladimir Nabokov, vertaling M. Coutinho, Bezige Bij, Amsterdam, 1974