Bijna iedere dag muziek: Emmy Verhey en David Ojstrach spelen Bach

De kanselier van onze ambassade laat mij twee Bachplaten horen. eerst een stukje Ojstrach, dan hetzelfde stukje Emmy Verhey. Voor mijn leken-oor zit het verschil niet in de techniek – hoewel dat verschil er toch wel zal wezen – en ook niet in de voordracht, maar in iets anders: het is of bij Ojstrach iedere noot niet alleen wordt aangeduid, niet alleen wordt aangegeven, maar ook volledig wordt ‘uitgespeeld’ – ongeacht de soms zeer korte duur van zo’n noot. Ik zeg dat tegen Emmy en zij antwoordt: ‘Ja, dat zegt Ojstrach ook. Hij zegt: zo’n noot leeft maar heel, heel kort, en hij komt nooit, nooit meer terug. Je moet er erg je best op doen.’

fragment uit: Emmy en Ojstrach, uit: Met twee potten pindakaas naar Moskou – Karel van het Reve, Van Oorschot Amsterdam, 1970

Van het Reve bezocht Emmy Verhey, die zich in Moskou bevond en in de leer was bij de Russische violist David Ojstrach

Tsjechow ontneemt de letterkundeleraar de illusie

tjsechov; blogspot.combron beeld: blogspot.com

Wat maakt de mens de mens? Wat bepaalt geluk? Hoe ziet het ideale huwelijk eruit? Schrijver Anton Tsjechow (1860-1904) hield zich in zijn korte verhalen graag bezig met de psyche van de mens. Dat was ook in de mode, toen. In de bundel Huwelijksverhalen gaat het over het huwelijk en hoe betrokkenen daartoe geraken en hoe het hen vergaat.

In De letterkundeleraar volgen we de jonge leraar Nikitin, die met al zijn ambities voor de klas staat op het Russische platteland. Naast plezier in zijn werk, moet er op het privévlak nog wat puntjes op de i gezet worden. Zijn oog is gevallen op Manjoesja. En het lukt haar te schaken. Goede baan, plezier in het werk, de liefde van je leven trouwen: niets staat geluk in de weg. Maar de twijfel slaat toe. Nikitin trekt zich even terug in zijn studeerkamer:

Wat een onzin! probeerde hij zichzelf te kalmeren. Je bent pedagoog, verricht je werk op het nobelste terrein dat zich denken laat… Wat moet je dan nog met een andere wereld? Wat een geklets!

Maar al op hetzelfde ogenblik zei een stem in hem met volle overtuiging dat hij helemaal geen pedagoog was, maar een ambtenaar, precies zo’n onbegaafde, karakterloze figuur als die Tsjech, die Grieks doceerde; hij had nooit enige roeping voor het leraarsvak gevoeld, van opvoedkunde had hij geen verstand en hij had er zich nooit voor geïnteresseerd, met kinderen omgaan kon hij niet; de werkelijke betekenis van wat hij doceerde ontging hem en het kon best zijn dat hij zijn kinderen dingen leerde, waar zij niets aan hadden. Wijlen Ippolit Ippolitytsj was openlijk een botterik geweest en alle collega’s en leerlingen hadden geweten, wat voor vlees ze met hem in de kuip hadden en wat je van hem verwachten kon; hij, Nikitin daarentegen had net als de Tsjech zijn geborneerdheid weten weg te moffelen, hij had alle mensen handig zand in de ogen weten te strooien door net te doen, of bij hem goddank alles op rolletjes ging. Deze nieuwe gedachten joegen Nikitin zo’n schrik aan dat hij ze van zich afweerde, ze dwaasheden noemde en meende dat het allemaal van de zenuwen kwam en dat hij zichzelf er later om zou uitlachen.

En inderdaad, tegen de ochtend lachte hij al om zijn opgewondenheid en schold zichzelf uit voor een oud wijf, maar hij was er wel diep van doordrongen dat het vermoedelijk voorgoed afgelopen was met zijn rust en dat er voor hem in dat ongepleisterde huis met zijn twee verdiepingen al geen sprake meer van geluk kon zijn. Hij besefte dat zijn illusie in rook was opgegaan en dat er voor hem nu een nieuw, gejaagd, bewust leven was begonnen, dat onverenigbaar was met rust en persoonlijk geluk.

uit: de letterkundeleraar; uit: Huwelijksverhalen, Maarten Muntinga Amstredam, 1996; vertaling Charles B. Timmer

Anton Tsjechow (1860-1904, Taranrog, Rus)

Andrei Rublev: een film over de Iconen-schilder

Een film over de grootste iconenschilder van de vijftiende eeuw: Andrej Roebljov. Roebljov liet zich beïnvloeden door de Byzantijnse kunst. Roebljov leefde van ongeveer 1360 tot 1430, een periode gekenmerkt door invallen van de Tataren en religieus sektarisme dat conflicteert met de orthodoxe leer. De verfilming is in eerste aanleg niet biografisch, maar benadrukt het vragen naar het wezen van de kunst en de betekenis van geloof. De hoofdpersoon is op zoek naar antwoorden op deze vragen in een tijd waarin zingeving ver te zoeken lijkt. Het valt hem zwaar om zijn geloof aan zijn eigen artistieke missie te bewaren. Kortom, een worstelende kunstenaar als hoofdpersoon. Wellicht gold die worsteling ook voor regisseur Andrej Tarkovski (1932-1986), die nogal eens met de Russische autoriteiten in conflict was.

Andrej Roebljov is een typische Tarkovski-film. Traag in tempo met ruim baan voor het innerlijk van zijn hoofdpersonen. Filosofisch, metafysisch, poëtisch, emotioneel. Dichtbij en veraf, ruimte biedend aan de elementen: vuur, water, aarde en lucht. Tarkovski biedt geen amusement maar wel diepzinnige, wonderschone, trage cinema die de kijker alles biedt wat film zo uniek maakt: beweging, licht en donker, kadrering. Een kijkdoos vol beweging die zicht biedt op een werkelijkheid die je nog niet kende en die je volledig ondergaat als reëel.

Babel: schrijven moet met gevoel voor de natuur

Soviet writer isaac babel, who was executed in 1940 or 1941, with his grandson.bron beeld: thecharnelhouse.org

‘Dat dacht ik wel,’ zei Nikititsj, ‘dat je iets aan het schrijven was, daar stond je gezicht ook naar… Dat is alles waar je oog voor hebt…’

Hij las mijn geschrijf, trok zijn schouders op, haalde zijn hand weer door zijn stugge, grijze haren en liep op zijn zolder heen en weer.

‘Eén ding mogen we wel aannemen,’ zei hij op langgerekte toon, met een pauze tussen elk woord, ‘dat er een vonk van het goddelijk vuur in je zit…’

We gingen naar buiten. De oude man bleef staan, liet zijn stok met kracht op het trottoir neerkomen en keek mij aan.

‘Waar mankeert het jou aan?… Jong zijn is niet erg, dat gaat met de jaren wel over… Waar het aan je mankeert is gevoel voor de natuur.’

Hij wees me met zijn stok op een boom met een roodachtige stam en een lage bladerkroon.

‘Wat is dat voor een boom?’

Ik wist het niet.

‘Wat groeit er aan die heester daar?’

Ook dat wist ik niet. We staken het plantsoentje over bij de Aleksander-boulevard. De oude baas prikte met zijn stok naar alle bomen, pakte me bij mijn schouder toen er een vogel overvloog en dwong me de verschillende stemmen apart te beluisteren.

‘Wat is dat voor een vogel die daar zingt?’

Ik stond met mijn mond vol tanden. De namen van bomen en vogels, hun onderscheiding in soorten, waar de vogels heen vlogen, uit welke windstreek de zon opkwam, wanneer de ochtenddauw het sterkst was – dit alles was voor mij een gesloten boek.

‘En jij durft je aan het schrijven te zetten?… De mens die niet net als een steen of een dier in de natuur weet te leven, zal zijn hele leven lang geen twee regels schrijven die de moeite van het lezen waard zijn… Jouw beschrijving van landschappen lijkt op toneelcoulissen. Wel alle deksels, waar hebben je ouders al deze veertien jaren hun hersens gehad?…’

uit: verhalen uit Odessa – Isaak Babel; Meulenhoff Amsterdam, 1988; vertaling Charles B. Timmer

Isaak Babel (1894-1940, Odessa, Oekraïne)

Tsjechov schreef verzetsliteratuur

Ter verduidelijking: in mijn bewondering voor de Russische schrijver Anton Tsjechov sta ik niet alleen. In de Volkskrant van 23 december 2021 staat een artikel over de Nederlandse acteur en regisseur Michel Sluysmans. Deze betoont zijn liefde voor Tsjechov: ‘Ik ben wel een groot bewonderaar van Tsjechov, bij hem krijg je geen stukken over koningen, goden of complotten. Hij liet juist gewone mensen zien, mensen die spijt hebben, desillusies, dromen die nooit uitkomen, die lijden aan het leven.

Tweede voorbeeld: De Amerikaanse literatuur-professor George Saunders (1958, USA) schenkt in zijn schrijverslessen uitgebreid aandacht aan het Russische korte verhaal uit de negentiende eeuw. Tsjechov heeft een prominente plaats in die lessen en in de vertegenwoordigers van dat korte verhaal. Saunders noemt die verhalen: verzetsliteratuur.

Geschreven door progressieve hervormers in een repressieve cultuur, onder de constante dreiging van censuur, in een tijd waarin de politieke stellingname van een schrijver kon leiden tot verbanning, gevangenschap en executie. Het verzet in deze verhalen is kalm, heeft een bepaalde tendens, en stamt van wellicht het radicaalste idee van allemaal: dat ieder mens aandacht verdient en dat de bronnen van het vermogen tot goed en kwaad gevonden kunnen worden door te kijken naar één enkele, zelfs heel onbeduidende persoon en de kronkels van zijn of haar geest.

uit: een duik in een vijver in de regen, De Geus Amsterdam, 2021; vertaling Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes

tsjechov; badische-zeitung.debron beeld: badische-zeitung.de

Tot zover de loftrompet over Tsjechov. Nu dan een fragment uit In eigen honk waarin het gaat over een jonge vrouw genaamd Wera. Zij trekt van de grote stad naar het platteland. Zij is huwbaar en mogelijkerwijs vindt zij de prins op het witte paard. Uit de reis naar het platteland en de beschrijving van het ongenaakbare steppelandschap begrijpen we dat het wel eens kon tegenvallen met die verwachtingen.

Op alle avondjes, picknicks en diners kon je er zeker van zijn dat tante Dasja de meest interessante vrouw was en dokter Nesjtsjapow de meest interessante man. Op de fabrieken en hofsteden werd heel weinig gelezen, in de muziek bracht men het niet verder dan marsen en polka’s, de jonge mensen debatteerden aldoor heftig over dingen waar zij geen verstand van hadden en dit alles liet een indruk achter van onbeschaafdheid. Altijd ging het bij die debatten even luidruchtig en heftig toe, maar zonderling, tegelijk had Wera nergens zulke onverschillige en zich om niets bekommerende mensen aangetroffen als hier. Het wekte de indruk, of zij er geen vaderland op nahielden, geen religie en voor het maatschappelijk leven totaal geen belangstelling hadden. Ging het gesprek over de literatuur, of werd een of ander abstract probleem aangesneden, dan stond op het gezicht van Nesjtsjapow te lezen, dat het hem langs zijn kouwe kleren ging, dat hij al in geen jaren meer een boek had ingezien en ook niet van plan was om iets te gaan lezen. Dan zat hij er met een uitgestreken en nietszeggend gezicht bij, als een slecht geschilderd portret; net als altijd droeg hij zijn witte vest, deed geen duit in het zakje, of als hij wat zei, was er geen touw aan vast te knopen; maar de dames en jonge meisjes vonden hem reuze interessant, ze waren verrukt van zijn manieren en ze benijdden Wera die, dat kon je duidelijk genoeg zien, erg bij hem in de gunst stond. En Wera reed telkens weer met een gevoel van ergenis van die bezoeken naar huis terug in het vaste voornemen dat zij voortaan thuis zou blijven; maar er ging weer een dag voorbij, het werd avond en opnieuw spoedde zij zich naar de fabriek en zo ging het bijna de hele winter door.

uit: In eigen honk; uit: Huwelijksverhalen, Rainbow pocket Amsterdam, 1996; vertaling Charles B. Timmer

Anton Tsjechov (1860-1904, Taganrog, Rus)

Anastasia Samoylova fotografeert de sluipende, stijgende waterspiegel

Als u de laatste jaren niet onder een steen geleefd heeft, komt de term klimaatverandering u bekend voor. Klimaatverandering, in één adem genoemd met stijgende waterspiegel. In het zuiden van de VS weten ze daar alles van. Regelmatige overstromingen, al dan niet veroorzaakt door orkanen.

Florida is wat klimaatverandering betreft een interessante plek. Miami, Florida geldt als een soort paradijs. Je vindt er luxe in alle soorten en maten. En juist dat wordt bedreigd door: meer hitte, meer vochtigheid en een sluipende stijging van de waterspiegel. Er ligt een tijdbom onder de luxe van Florida.

De van origine Russische fotografe Anastasia Samylova (1984) woont in Miami en ziet het allemaal rond haar gebeuren. Ze plaatste de lens tussen haar en haar omgeving en dit was het resultaat: Floodzone. Een fotoboek dat de signalen in beeld brengt van deze sluipende, maar immer stijgende waterspiegel en de klimaatverandering die daarvoor verantwoordelijk is.

anastaia samylova, floodzone7anastaia samylova, floodzone8

anastaia samylova, floodzone4

anastaia samylova, floodzoneanastaia samylova, floodzone3anastaia samylova, floodzone5

Een Deense beschrijft de mannelijke Russische ziel

‘Ik ken Tsjechov en Dostojevski,’ begon mrs. Arild terwijl ze Serjozja recht aankeek, haar armen om de leuning van het bankje geklemd, ‘en ik ben al bijna vijf maanden in Rusland. Jullie zijn erger dan de Fransen. Bij jullie wordt de vrouw per se een slecht geheim toebedeeld om in haar bestaan te kunnen geloven. Alsof zij reëel uitgebeeld iets kleurloos is, net als water. En wanneer ze dan als een schandaleuze schim ergens vanuit de diepte te voorschijn komt, ligt de zaak anders; over dat silhouet wordt niet getwist, dat kan niet genoeg geprezen worden. Op het Russische platteland ben ik nog niet geweest. Maar in de steden bewijst jullie zwak voor donkere steegjes dat jullie niet een eigen leven leiden en dat iedereen op zijn manier dat van een ander begeert. Bij ons in Denemarken is dat niet zo. Wacht, ik ben nog niet klaar…’

Uit: De laatste zomer – Boris Pasternak, Hema Amsterdam, 1989; vertaling Chris Koopmans

boris pasternakbron foto: pinterest.com

Boris Pasternak (1890 – 1960, Russisch)

Daniil Charms liet de logica los

daniil charms

bron foto: revistastudio.com

In het kader van de Boekenweek 2019 verscheen er een bloemlezing Russische Moeder-verhalen. Daaronder dat ene merkwaardige verhaal van Daniil Charms (1905 – 1942). Vader en moeder in een kamer in een flat op de tweede verdieping. Twee bediendes erbij. Er wordt (stevig) gedronken. Er doen zich vreemde verschijnselen voor. Voor het raam en uit hoeken en gaten verschijnen mensen. Een surrealistische en absurdistische vertelling.

Daniil Charms is een kleurrijk figuur in de Russische literatuur met een bizar leven. Hij stierf jong (37 jaar) van honger, uitputting en ziekte. Op zijn sterfdag bevond hij zich op de psychiatrische inrichting van het gevangenisziekenhuis van Kresty. Het was 1942 en het Leningradse ziekenhuis werd gebombardeerd door de Duitsers. Het personeel liet Charms aan zijn lot over.

Charms was een slachtoffer van de Stalin-terreur. Een lange man, slank met pijp en teckel die Eer heette en dat was de afkorting van Eer de gedachtenis aan de dag van de slag bij Thermopylae. Charms liet de logica in zijn leven vieren want dat zorgt maar voor beperkingen. Hij schreef korte verhalen, sprookjes, gedichten, toneelstukken en brieven. Maar alles dik overgoten met een absurdistische saus. In de jaren 10 en 20 van de vorige eeuw was dat nog leuk. Onder Stalin, die een hekel had aan vrije geesten, werd je daarvoor opgesloten. En zo geschiedde in Charms geval.

Bij Van Oorschot verscheen onlangs een bloemlezing van zijn werk. Daaruit dit gedicht dat een blik werpt op Charms eigenzinnige en absurdistische levenswandel. Het heet:

Waar kom ik vandaan?

Krukje tafeltje vaatje / emmer koekoek haardje / bezem koffer jakje / voetbal smidse kakkerlakje / deur op de haak / bezem aan staak / vier kwastjes aan een japon / acht punaises aan ’t plafond.

Daniil Charms – Werken, Van Oorschot Amsterdam, 2019

Moedertje lief, Russische moederverhalem, Van Oorschot Amsterdam, 2019

Gajto Gazdanov over het mysterie vrouw

fantoom alexander wolf, deslegte.beOp grond van de ervaring van vele jaren wist ik wel dat voor mij de charme en de aantrekkingskracht van een vrouw bleven bestaan zolang er in hen iets onbekends was, een onbekende ruimte die mij de mogelijkheid – of de illusie – bood steeds maar opnieuw haar beeld te scheppen en mij haar voor te stellen  zoals ik haar graag wilde zien en zoals zij waarschijnlijk in werkelijkheid niet was. Het ging niet zo ver dat ik aan een leugen of een verzinsel de voorkeur zou geven boven een al te simpele waarheid, maar een al te grondige kennis droeg een onmiskenbaar gevaar in zich: dat ik geen zin had ernaar terug te keren, zoals naar een boek dat je gelezen en begrepen hebt. Tegelijkertijd was de wens om te weten nooit te scheiden van het gevoel, daar kon geen argument verandering in brengen. Zonder dit innerlijke en aperte gevaar zou ik het leven waarschijnlijk te flets hebben gevonden.

Uit: Het fantoom van Alexander Wolf, Lebowsk Amsterdam, 2013; vertaling Yolanda Bloemen.

Dit boek van de Russische emigrant en in Parijs woonachtige Gazdanov (1903-1971) deed heel wat stof opwaaien. Bij verschijnen in 2013 ontspon zich een discussie in de literaire kritiek of dit een meesterwerk was. Afgezet tegen het werk van Nabokov of John Williams. Nabokov omdat Gazdanov in zijn tijd vaak werd vergeleken met die andere Russische emigrant, die zich in Frankrijk vestigde. Met John Williams omdat deze Amerikaan werd herontdekt.

Op de Volkskrant-website (oktober 2013) weidden Toine Donk en Daniël van der Meer in 4 artikelen uit over de kenmerken van deze roman. Is het een detective? Een liefdesroman? Een ideeënroman? Een meesterwerk?

“Om ons heen voltrekken zich kosmische catastrofen, maar onderwijl zijn we vooral bezig met kopzorgen over artikeltitels. Want er bestaat geen universele hiërarchie van problemen: ieder mensenleven behelst ‘in zijn tijdelijke en toevallige omhulsel een immens universum’.

Dat brengt deze roman prachtig over, het meest nog in het duel aan het begin, waarin beide mannen met het pistool in de hand een welhaast onmenselijke macht dragen om dat universum te vernietigen.”, aldus Toine Donk in zijn verdediging om het een meesterwerk te noemen.

Daniël van der Meer zegt daarover: “Ik ben bereid toe te geven dat de ambitie van het boek die van een meesterwerk is. De grote vraagstukken van het leven worden niet geschuwd. Alleen maakt dat het boek nog niet geslaagd. Zijn meisje, Jelena, zegt tijdens de eerste ontmoeting met het hoofdpersonage: ‘Voor een journalist bent u niet erg spraakzaam.’ Vermoedelijk omdat het boek me in de veertien persberichten die ik erover mocht ontvangen zo werd aangeprezen als een klassieker, bekroop mij het gevoel: voor een vergeten meesterwerk bent u niet erg beklijvend.”

Ik vond het een mooi boek vanwege de filosofische mijmeringen en zijn beeldende schrijfstijl. En Gazdanov kende niet alleen een avontuurlijk leven, maar er over schrijven kon hij als de beste. Dat zou later bijvoorbeeld blijken uit zijn echte meesterwerk: Nachtwegen.