Jan Wolkers schilt een appel

Ik bemoei me niet met de literaire clubjes, in de stad en op de Kring. Ik ben geen lid van de Kring, ik kom er nooit. Ik zou gek worden als ik daar elke avond zou zitten. Overdag ben ik hier aan het lassen en aan het kranen doorzagen. Schrijven doe ik ’s avonds. Ik zou niet de hele dag kunnen schrijven. Dat verhaal dat ik ga maken over die mobilisatie en die grote paling is langzaam aan het groeien. Onbewust is er al veel gedaan, terwijl ik aan het lassen ben, schuiven bepaalde dingen vooruit. Je werkt aan iets wat je broodnodig hebt, maar dat krijgt de lezer niet aangeboden. Het is net of je een appel schilt, de appel zelf opeet en de schil aanbiedt. Maar die schil zegt wel iets over de appel. De goeie lezer kan aan de schil zien hoe groot die appel is en welke kleur hij heeft en hij kan zien of het een goed schiller geweest is, de goeie lezer kan zien dat de appel broodnodig was.

Uit: Bibeb en VIP’s, Polak & Van Gennep Amsterdam 1965

jan wolkers, hollandse hoogte, nos.nlfoto: Hollandse Hoogte; bron foto: nos.nl

Jan Wolkers (1926-2007, Oegstgeest)

Advertenties

Nooteboom bezoekt tentoonstelling van Lucebert in Duitsland

Ben in Noord-Duitsland. Er veel wind, veel water en Scandinavië is niet ver weg. Er is een merkwaardig gevoel. Met de wereld aan hun voeten, het water voor de deur, heb ik toch het idee dat de Duitser de Heimat verkiest. Op de camping waar ik ben is ook hier de behoefte groot zich terug te trekken achter de eigen schutting.

Ter voorbereiding op wat in Duitsland komen gaat, lees ik me in. Bijvoorbeeld de Berlijnse notities van Cees Nooteboom (1933, Den Haag). Het is 1989, voor de val van de Muur. De schrijver vertoeft in Berlijn en heeft moeite om zich te settelen. Ook moeite met de situatie. Als hij de hoofdstad kan ontvluchten, zal hij het niet laten. Er is een lezing in Kiel. En dan:

De lezing is in de stadsbibliotheek van Kiel, een heldere ruimte. Er zijn zo’n zeventig studenten, na afloop gaan we wat eten in der Friesische Hof. Ze zijn aardig, die studenten, noordelijk, open.

(..)

Het waait in Kiel, de zeewind wil er wat mee. In de Kunsthalle zie ik de volgende ochtend een schitterende tentoonstelling, Der Junge Lucebert, honderdtien schilderijen, etsen, gouaches, tekeningen. Er zijn dingen die ik nooit eerder gezien heb, maar het meeste ken ik, en ook dat wat ik niet ken herken ik. Ik herlees de woorden die al in het geheugen gegrift staan en zich voorgoed in de taal genesteld hebben, zie met heimwee de foto’s van de vroegere, donkere man met de glanzende ogen die altijd gebleven zijn, loop langs de gekleurde dieren, de gekroonde hoofden, langs het vroegste, zo ernstige zelfportret uit 1942, langs al die verscheurde en gekleurde mensen, de woedende pathetiek van hun getekende gezichten, de raadselmanen, fabelwezens, zie hoe een enkele schilder al deze verschillen, karakters, vormen, technieken onder zijn hoede heeft, hoe sommige schilderijen lachen of spotten en andere een groot verdriet hebben, en voel me tegelijk melancholiek en opgetogen. ‘De lasten van de lucht’, ‘Denken door de dieren’, ‘Hemelse tweeling’, ‘De dichter voedt de poëzie’, ‘In gesprek met den boze’, de taal van de dichter heeft een snoer om elk van die beelden gelegd, maar ook om mij, een traag en fonkelend snoer van verbeelding dat nog onzichtbaar om me heen hangt als ik allang weer een autorijder geworden ben, op de terugweg naar Berlijn. Voor in de mooie catalogus staat in handschrift een gedicht geschreven, ‘Berceuse’, waarvan ik de laatste drie regels niet zal kunnen vergeten:

Dat je tiert en rond rent / met roestige kettingen dat was / van weleer dat is toch bekend

Het moet ons nu van het hart / je bent behendig in het verkeer / schoon insulair in de weer

Maar wat je ontkracht en verwart / niemand te zijn en nergens / en dan nog iemand te zijn en hier

Uit: Berlijnse notities – Cees Nooteboom, Arbeiderspers Amsterdam, 1990 

lucebert, HH, volkskrant.nlfoto: Hollandse Hoogte; bron foto: volkskrant.nl

Lucebert, (1924-1994, Amsterdam)

Niko Pirosmani: een groot Georgische naïeve schilder

pirosmani 2pirosmani 4pirosmani 6

“Tenslotte bracht Tamila me naar de zaal van Niko Pirosmanasjvili (Pirosmani), zodat ik de schilderijen kon zien die weldra in Parijs zouden worden tentoongesteld. Tamila beweerde dat Parijs tegenwoordig wild enthousiast is over Pirosmani die in 1916 overleed. Hij was de Georgische Nikifor of Rousseau le Dounanier. Een grote naïeve.

Niko woonde in Nachalovka, de buurt van de paria’s en armen van Tbilisi. Hij was straatarm. Zijn penselen maakte hij zelf. Op Niko’s schilderijen overheerst zwart, hij had altijd het meeste zwart omdat hij de verf kreeg van de doodkistenmakers. Hij verzamelde oude blikken uithangborden om ergens op te kunnen schilderen. Daarom schemeren er door zijn schilderijen slordig overgeschilderde opschriften, zoals ‘Magaz’ of ‘Tabak’. Een reclame in goudkleur of rood met daarop de zwart-witte visioenen van Niko. Georgisch primitief aangebracht op Russische koopmans-fin-de-siècle. Niko schilderde in taveernen, in de bedompte lucht van de kroegen van Nachalovka. Soms trakteerden de omstanders hem op een glas wijn. Misschien had hij tuberculose. Of vallende ziekte. Men weet weinig van hem. Veel van zijn werken zijn verloren gegaan, een deel is bewaard gebleven. Het belangrijkste onderwerp van zijn schilderijen is het avondmaal. Niko schilderde het avondmaal als Veronese.

Niko’s avondmaal is alleen Georgisch, is werelds. Tegen de achtergrond van het Georgische landschap zien we een rijkelijk voorziene tafel, aan die tafel Georgiërs die drinken en eten. De tafel staat op het eerste plan. De tafel is het belangrijkste. Niko werd gefascineerd door culinaria. Wat er te eten zal zijn, waarmee een mens zich volpropt. Hij schildert het allemaal. Hij laat zien wat hij zou willen eten, maar vandaag niet zal eten, misschien nooit. Tafels overladen met hopen eten. Gebraden lammeren. Vette biggetjes. Wijnen rood en zwaar als kalfsbloed. Sappige meloenen. Geurende granaatappels. Dit geschilder heeft iets masochistisch, is als het steken van een mes in eigen buik, ook al is Niko’s kunst vrolijk, zelfs vermakelijk.

(..)

Het schilderen bracht hem geen geluk. Hij had een meisje genaamd Margerita. Niemand weet wat voor een meisje het was. Niko hield van haar en maakte haar portret. Margerita’s gezicht is geschilderd in de conventie van de grote naïeven, bij wie alles te groot is en niet volgens de norm. De mond is te fors, de ogen puilen uit. Enorme flaporen. Niko gaf het portret aan Margerita. Boos begon het meisje te tieren. Ze liep bij hem weg, woedend, vol haat. Zijn talent doemde hem tot eenzaamheid. Van toen af leefde hij verlaten.

Hij verzamelde zijn roestige uithangborden, de doodkistenmakers gaven hem verf. Hij bleef zijn gelagen schilderen, telkens weer die tafel tegen de achtergrond van het berglandschap. Soms trakteerden de omstanders hem op een glas wijn. Hij was 54 toen hij overleed, in Tbilisi, in een of ander huisje, niemand weet waaraan, honger lijdend, misschien ook krankzinnig.”

Uit: Imperium – Ryszard Kapuscinski, Arbeiderspers Asmterdam, 1993; vertaling Gerard Rasch

pirosmani 1pirosmani 3pirosmani 5

Thomas W. Schaller schildert architectuur met waterverf

Artist Thomas W Schallerthomas-w-schaller-3Artist Thomas W Schaller

De Amerikaan Thomas W. Schaller is eigenlijk architect, maar ontdekte de geneugten van het schilderen met waterverf. Daarin werd hij zo succesvol dat hij er nu van kan leven.

Over zijn werk zegt Schaller: “Alle kunst vertelt een verhaal. Daarin speelt licht een belangrijke rol. Ik ben geïnteresseerd in de wisselwerking tussen de natuur en de gebouwde omgeving. Mij fascineert de wijze waarop gebouwen hun rol opeisen in de lucht en het landschap. Dat levert verrassende en mooie resultaten op in positieve en negatieve vormen, rijke donkerten en sprankelende lichten.

Bij het gebruik van waterverf is het mijn doel snel te werken, snel een emotie of een herinnering neer te zetten.”

Dat leidt tot wonderlijke en prachtige taferelen. Schaller slaagt erin het losse van het werken met waterverf te combineren met het precieze van de architectonische afbeelding. Daarin is de Amerikaan een meester zonder weerga.

thomas-w-schaller-2thomas-w-schaller-4thomas-w-schaller-6

Alain Teister: afspraken

Afspraken

Bijvoorbeeld: als je hoestte, / betekende dat ‘ik bemin je’, / en als je je neus snoot / wou dat zeggen ‘ik wil in je’, / en vind je dat goed? / Als zij dan de keel schraapte moest je / je terugtrekken, maar als ze / je aankeek met tranige, valse / ogen dan mocht je dat interpreteren / als in-viteren. / Zodat wie aan verkoudheid lijden / veel kansen kregen om te vrijen.

beorsma interviewt campert, posthuma de boerAlain Teister interviewt Remco Campert. foto: Eddy Posthuma de Boer, bron foto: literatuurmuseum.nl

Alain Teister (1932-1979)

Publicatiedatum en uitgave onbekend

Hendrik de Vries: we waren alleen in huis…

We waren alleen in huis

We waren alleen in huis. / We hoorden op ’t venster kloppen. / We gingen ons gauw verstoppen / In ’t bed en achter ’t fornuis. / De deur werd opengebroken. / Een man en een vrouw kwamen binnen. / Waren dat menschen of spoken? / Ze zochten in alle kasten.

Speelgoed en lakens en linnen / En kroezen en tinnen kannen / Gaven ze weg door de ramen. / Daar stonden andere mannen. / Wij keken toe wat ze namen, / Hielden ons diep neergedoken: / Tegen zooveel vreemde gasten / Konden wij toch niets beginnen.

Uit: Toovertuin, Stols Den Haag, 1948

hendrik de vries, woest en ledig

bron foto: woestenledig.com

Hendrik de Vries (1896 – 1989)

Caspar van Wittel schilderde Italiaanse stadsgezichten en kreeg navolging

Gaspar_van_Wittel 2Gaspar_van_Wittel 4Gaspar_van_Wittel 6Caspar (Adriaensz) van Wittel (1653 – 1736) was een Nederlands tekenaar en schilder, maar werd in Italië een grootheid. Van Wittel schilderde in Italië stadsgezichten en introduceerde het stadsgezicht als onderwerp van schilderen in Italië. Hij kreeg navolging in dit werk door onder andere Canaletto en Guardi, die zijn werk zouden perfectioneren.

In ons land is Van Wittel geen erg bekende schilder; in Italië werd hij ‘wereldberoemd’. Daar is hij bekend geworden onder de naam Gasparo Vanvitelli, een mooie Italiaanse verbastering van zijn naam. Van Wittel is vader van Luigi Vanvitelli, de Italiaans-Hollandse architect die een zwaar stempel zou drukken op de 18-de eeuwse Italiaanse architectuur met zijn barokke en neo-classicistische bouwwerken.

Aan het schilderwerk van zijn vader wordt binnenkort een tentoonstelling gewijd in Amersfoort. Zie link:

https://www.kunsthalkade.nl/nl/tentoonstellingen/caspar-van-wittel-de-ontdekking-van-een-hollands-meester-in-italie?

Gaspar_van_Wittel 1Gaspar_van_Wittel 3Gaspar_van_Wittel 5

Oswald Achenbach schilderde het licht en Zuid-Italië

Achenbach-Oswald-2

Achenbach-Oswald-4

Achenbach-Oswald-6

Oswald Achenbach (1827 – 1905, Duits) was landschapsschilder, geboren in Düsseldorf, volgde zijn opleiding aan de kunstacademie en bij zijn broer Andreas, die ook schilderde. Ter verdieping van zijn natuurstudies maakte hij een reis door Tirol en Italië. Oswald werd vooral bekend door zijn bonte genrestukken en zijn Zuid-Italiaanse landschappen met opvallende lichteffecten.

Achenbach-Oswald-1

Achenbach-Oswald-3