Jordan Casteel kleurt haar omgeving

jordan casteel 1jordan casteel 2jordan casteel 3

Jordan Casteel (1989, Denver, USA) is ‘hot’ in de VS. Haar werk verkoopt en is populair. Geboren in Denver, verhuisde ze naar Harlem, New York. Daar trekt ze met enige regelmaat de wijk in met haar foto-camera. Foto’s zijn de basis voor haar schilderijen, zoals aan de poses te zien is. Haar portretten van buurtbewoners zijn groter dan echt. Lichtval, kleur en de manier waarop Casteel met verf en kwast omgaat, maken haar schilderijen uniek en opvallend. Belangrijk onderdeel van het schilderij is altijd de omgeving waarin de geportreteerde zich bevindt.

Uiteraard schildert Casteel portretten van zwarte mensen, maar op de schilderijen zien we de geschilderde mensen zelden in die kleur. Wel in groen, paars of zelfs een beetje bleekjes. Casteel doet dat om te laten zien dat we (voor)oordelen over die kleur, onbewust of bewust. Ze schildert figuratief omdat ze niet anders zegt te kunnen. Ze maakt portretten omdat zwarte mensen zelden of nooit op een schilderij te zien zijn en al helemaal niet geschilderd door een jonge, zwarte, zelfbewuste vrouw. Dat ze kiest voor groepsportretten en naakten, is een onderdeel van de bewustwording die haar kunst los moet maken.

jordan casteel 4jordan casteel 5jordan casteel 6

Landschap en herinnering: het kathedraal-bos

Caspar_David_Friedrich_-_The_Cross_in_the_Mountains, wikipedia commons

Het kruis in de bergen van Caspar David Friedrichs (circa 1811)

De evolutie van Noordeuropese boomaanbidding via de chistelijke iconografie van de levensboom en het houten kruis tot aan beelden als Caspar David Friedrichs (1798-1840, Dresden, Duitsland) uitgesproken associatie tussen de altijdgroene spar en de architectuur van de wederopstanding (zie illustratie) kan esoterisch lijken. Maar in werkelijkheid leidt zij rechtstreeks naar het wezen van onze diepste verlangens: de hunkering om in de natuur troost te vinden voor onze sterfelijkheid. Daarom vinden we groepjes bomen, met hun jaarlijkse belofte van de ontwakende lente, een passend decor voor ons stoffelijk overschot. Het mysterie achter deze gemeenplaats blijkt veel te zeggen over de intiemste relatie tussen natuurlijke vorm en menselijk ontwerp.

Uit: Landschap en herinnering – Simon Schama, Olympus Amsterdam, 2007; vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer

Roelandt Savery schilderde landschappen met de dodo

savery roelandt, 1savery roelandt, 2Onderstaande tekst komt van:

historiek.net; geschreven op 25 april 2011, update 10 oktober 2014

Roelandt Savery (1576-1639, Kortrijk, België) werd geboren in Kortrijk. In verband met godsdienstperikelen vluchtte hij naar Brugge en vervolgens naar Haarlem. Na een vruchtbare periode in de Nederlanden reisde hij naar het keizerlijke hof van Rudolf II (1552-1612) in Praag, waar hij hofschilder werd. Voor cultureel Europa was het hof van deze keizer in die tijd dé plek om te vertoeven. De keizer had Praag nadat hij zijn vader Maximiliaan II als keizer was opgevolgd namelijk uitgeroepen tot hoofdstad van zijn rijk. Volgens Rudolf was deze stad namelijk beter te verdedigen tegen de Turken dan Wenen.

Cultureel Europa verzamelde zich hierna in Praag. Roelandt Savery kwam in deze stad dan ook in contact met tal van grote kunstenaars, architecten, wetenschappers, filosofen en humanisten.

savery roelandt, 3savery roelandt, 4In Praag zag Savery, een groot dierenliefhebber, voor het eerst veel exotische dieren zoals leeuwen, ara’s en dodo’s. Sommige van die dieren kon hij in levende lijve bekijken in de keizerlijke dierentuin. Samen met de uitzonderlijke fauna en flora en de weidse landschappen vormden deze dieren de inspiratiebronnen voor veel van zijn fantastische schilderijen. Savery schilderde bij voorkeur fantastische taferelen, vaak met bijbelse en mythologische voorstellingen en vooral met dieren. In zijn werk zijn veel invloeden te zien van Gillis van Coninxloo (1544-1607).

savery roelandt, 5savery roelandt, 6Zijn afbeeldingen van de uitgestorven dodo worden vandaag de dag nog door kunsthistorici en biologen onderzocht. Ze fungeren namelijk als een van de weinige resterende bronnen aan de hand waarvan het fysieke voorkomen van de mythische vogel eventueel kan worden gereconstrueerd. Of Savery in Praag een levende of opgezette dodo zag is overigens niet duidelijk.

Savery was in zijn tijd een zeer gerespecteerd kunstenaar. Niet voor niets werd hij hofschilder in Praag. Eerder was hij bij het huwelijk van prinses Amalia van Solms met de prins van Oranje-Nassau al gevraagd om een paradijs met dieren te schilderen. Daarnaast bestelden onder meer koning Karel I van Engeland en de keurvorst van Liechtenstein werken van Savery.

Lucebert: het gerecht

Het gerecht

Al sloegen zij de handen tot taarten / Van vlees en bloed op tafel na tafel / Bleek bleef de zon en de wijn was al zuur

De ingenieurs van chaos en tucht / Stelden teleur de buik van hun huig / Vertoonde wel de navel van het orakel / Maar hun voorspellingen bleken / Sneltreinen tussen gehucht en gehucht

Niets kan nog schaden de legendarische toekomst / Van vrouwe Justitia de ene of andere nap / Is al vol karige pap of magere soep / En hoe vult men een kale zaal met bekakte estheten / Die eeuwig lijden aan buikloop en moet de togus / Van de schuldige schooier zo seignant gebakken / Dat rechter Lekkerbek er zijn toga aan hecht?

Zovele vragen zovele twijfels nog vandaag / Wat zal het zijn? wie zal het zeggen? / Plechtstatig knoeit en prakt een ieder mee / Terwijl men wel weet de tafel waaraan gegeten / Was al eeuwen eeuwen leeg

Uit: Troost de hysterische robot, Bezige Bij Amsterdam, 1989

kunstveiling, man met hond, lucenbertLitho Lucebert: Man met hond; bron foto: kunstveiling.nl

Lucebert (1924-1994, Amsterdam)

Frans Hals: dansende vegen verf

frans hals 2frans hals 4Luitspelende jonge manfrans hals 8Frans Hals (1581-1666, Antwerpen, België) heeft een leven lang gewerkt en geleefd in Haarlem. Dat is de reden dat deze twee voor eeuwig aan elkaar gekoppeld zijn en dat in Haarlem zijn museum staat.

Wie het werk van Hals al eens gezien heeft, raakt onder de indruk van het tijdloze karakter van zijn manier van werken. De penseelstreek is fel, maar altijd los. Bij nadere bestudering lijkt het of de vegen verf dansen. Een werk van Hals beweegt dankzij de vlotte, vitale verfstreken. Het ziet er moeiteloos uit, maar dat is schijn. Des te opmerkelijker is het dat hij weinig overschilderde. De meeste schilderijen zijn in een ruk op het canvas gezet.

Zijn manier van werken heeft veel schilders na hem beïnvloed. Tot de schilders die zijn werk bewonderden waren vooral Impressionisten: Manet, Monet, maar ook Courbet en Van Gogh zagen de kracht van de oude meester.

Ondanks de losse toets was Hals trefzeker als het ging om het vastleggen van karakter en emotie van de afgebeelde figuren.

frans hals 1frans hals 3frans hals 5frans hals 7

Hiroshi Yoshida: vitale kosmopoliet en meester in houtdrukkunst

Hiroshi Yoshida http://www.tuttartpitturasculturapoesiamusica.comyoshida 6yoshida 8

Hiroshi Yoshida (1876-1950, Kurume, Japan) was de zoon van een onderwijzer en een artistiek talent. Dat werd vroeg onderkend. Op zijn 18-de ging hij naar een private kunstacademie In Tokyo.

Hij begon als schilder. Pas na 1920 begon hij met de houtdrukkunst die hem beroemd zou maken. De ontmoeting met Watanabe Shozaburo, uitgever en eigenaar van een drukkerij, was doorlsaggevend bij zijn kennismaking met de oude Japanse houtdruk-techniek.

Deze techniek kent drie betrokken vakmensen: de ontwerper van de afbeelding, de houtsnijder en de drukker. Yoshida was alledrie in één.

In 1923 ging het bedrijf van Shozaburo in vlammen op en gingen meer dan 100 werken van Yoshida verloren in de brand. Dat was voor de Japanse kunstenaar reden om een eigen bedrijf te beginnen. Hij leidde zijn personeel zelf op, met groot succes.

Yoshida ontwikkelde zich tot een ware kosmopoliet. Hij reisde naar de VS, Europa, Afrika, India, China en Korea en liet zich inspireren door wat hij zag. Daarnaast was hij een verwoed bergbeklimmer.

Zijn kunst laat de invloeden die hij onderweg opdeed, samenvloeien in realistische weergaven, gebaseerd op oeroude tradities. Yoshida liet zich vooral inspireren door de Franse Impressionisten. Terwijl zijn werk weer grote invloed heeft op bijvoorbeeld hedendaagse striptekenaars die de Klare Lijn aanhangen.

yoshida 1Hiroshi Yoshida http://www.tuttartpitturasculturapoesiamusica.comyoshida 7

Willem den Ouden: ‘het ontzaglijk onnoembare’

willen den ouden 2willen den ouden 4

Rivier. Dijk. Wolken. Landschap als geheugen / voor tekens van een eeuwen gesproken taal.

Doorgestreept door wie geen tegen- / spraak verdragen, langs een dode lineaal.

Willem van Toorn

Elke windrichting heeft zijn eigen licht en zijn eigen structuur in de wolken en daardoor zijn eigen atmosfeer. Wat het meest voorkomt zijn de zuidwester en de westenwinden: flarden van wolken die voorbij jagen met heel diffuus licht. Bij noordwester wind komen stapelwolken vanuit de Noordzee als beeldhouwwerken naar binnen toe drijven. ’s Zomers krijg je bij oostenwind een strakke lucht, die er een beetje schemerig en vlakkerig uit ziet. Vaak heb je dan ook een hele harde wind en dat geeft weer een hele andere kleur. Zuid is meestal heel zachte, blauwe lucht met van die warmtenevels waar zich dan later weer wolken uit formeren. Soms verandert dat een aantal keren per dag en daarom kun je ook op een plaats blijven staan, want de veranderingen komen naar je toe. Als die wolken over het landschap schuiven, zie je schaduwen en dan opeens straalt daar de zon, alsof de grote regisseur, God zelf, daar opeens een straal door de wolken laat komen (‘het ontzaglijk onnoembare’ noemde Vincent van Gogh het Drentse landschap eens in een brief. Den Ouden herkent dat gevoel.). Als je dan op de rivier kijkt en je ziet het stromen van het water en je kijkt tegen de zon in, dan kaatst het licht van bovenaf in dat stromende water en weer terug.

Uit: Dit is de plek – Wam de Moor, Gaillarde Pers Zutphen, 1992

Willem den Ouden (1928, Haarlem)

willen den ouden 1willen den ouden 3

Jan Wolkers schilt een appel

Ik bemoei me niet met de literaire clubjes, in de stad en op de Kring. Ik ben geen lid van de Kring, ik kom er nooit. Ik zou gek worden als ik daar elke avond zou zitten. Overdag ben ik hier aan het lassen en aan het kranen doorzagen. Schrijven doe ik ’s avonds. Ik zou niet de hele dag kunnen schrijven. Dat verhaal dat ik ga maken over die mobilisatie en die grote paling is langzaam aan het groeien. Onbewust is er al veel gedaan, terwijl ik aan het lassen ben, schuiven bepaalde dingen vooruit. Je werkt aan iets wat je broodnodig hebt, maar dat krijgt de lezer niet aangeboden. Het is net of je een appel schilt, de appel zelf opeet en de schil aanbiedt. Maar die schil zegt wel iets over de appel. De goeie lezer kan aan de schil zien hoe groot die appel is en welke kleur hij heeft en hij kan zien of het een goed schiller geweest is, de goeie lezer kan zien dat de appel broodnodig was.

Uit: Bibeb en VIP’s, Polak & Van Gennep Amsterdam 1965

jan wolkers, hollandse hoogte, nos.nlfoto: Hollandse Hoogte; bron foto: nos.nl

Jan Wolkers (1926-2007, Oegstgeest)

Nooteboom bezoekt tentoonstelling van Lucebert in Duitsland

Ben in Noord-Duitsland. Er veel wind, veel water en Scandinavië is niet ver weg. Er is een merkwaardig gevoel. Met de wereld aan hun voeten, het water voor de deur, heb ik toch het idee dat de Duitser de Heimat verkiest. Op de camping waar ik ben is ook hier de behoefte groot zich terug te trekken achter de eigen schutting.

Ter voorbereiding op wat in Duitsland komen gaat, lees ik me in. Bijvoorbeeld de Berlijnse notities van Cees Nooteboom (1933, Den Haag). Het is 1989, voor de val van de Muur. De schrijver vertoeft in Berlijn en heeft moeite om zich te settelen. Ook moeite met de situatie. Als hij de hoofdstad kan ontvluchten, zal hij het niet laten. Er is een lezing in Kiel. En dan:

De lezing is in de stadsbibliotheek van Kiel, een heldere ruimte. Er zijn zo’n zeventig studenten, na afloop gaan we wat eten in der Friesische Hof. Ze zijn aardig, die studenten, noordelijk, open.

(..)

Het waait in Kiel, de zeewind wil er wat mee. In de Kunsthalle zie ik de volgende ochtend een schitterende tentoonstelling, Der Junge Lucebert, honderdtien schilderijen, etsen, gouaches, tekeningen. Er zijn dingen die ik nooit eerder gezien heb, maar het meeste ken ik, en ook dat wat ik niet ken herken ik. Ik herlees de woorden die al in het geheugen gegrift staan en zich voorgoed in de taal genesteld hebben, zie met heimwee de foto’s van de vroegere, donkere man met de glanzende ogen die altijd gebleven zijn, loop langs de gekleurde dieren, de gekroonde hoofden, langs het vroegste, zo ernstige zelfportret uit 1942, langs al die verscheurde en gekleurde mensen, de woedende pathetiek van hun getekende gezichten, de raadselmanen, fabelwezens, zie hoe een enkele schilder al deze verschillen, karakters, vormen, technieken onder zijn hoede heeft, hoe sommige schilderijen lachen of spotten en andere een groot verdriet hebben, en voel me tegelijk melancholiek en opgetogen. ‘De lasten van de lucht’, ‘Denken door de dieren’, ‘Hemelse tweeling’, ‘De dichter voedt de poëzie’, ‘In gesprek met den boze’, de taal van de dichter heeft een snoer om elk van die beelden gelegd, maar ook om mij, een traag en fonkelend snoer van verbeelding dat nog onzichtbaar om me heen hangt als ik allang weer een autorijder geworden ben, op de terugweg naar Berlijn. Voor in de mooie catalogus staat in handschrift een gedicht geschreven, ‘Berceuse’, waarvan ik de laatste drie regels niet zal kunnen vergeten:

Dat je tiert en rond rent / met roestige kettingen dat was / van weleer dat is toch bekend

Het moet ons nu van het hart / je bent behendig in het verkeer / schoon insulair in de weer

Maar wat je ontkracht en verwart / niemand te zijn en nergens / en dan nog iemand te zijn en hier

Uit: Berlijnse notities – Cees Nooteboom, Arbeiderspers Amsterdam, 1990 

lucebert, HH, volkskrant.nlfoto: Hollandse Hoogte; bron foto: volkskrant.nl

Lucebert, (1924-1994, Amsterdam)

Niko Pirosmani: een groot Georgische naïeve schilder

pirosmani 2pirosmani 4pirosmani 6

“Tenslotte bracht Tamila me naar de zaal van Niko Pirosmanasjvili (Pirosmani), zodat ik de schilderijen kon zien die weldra in Parijs zouden worden tentoongesteld. Tamila beweerde dat Parijs tegenwoordig wild enthousiast is over Pirosmani die in 1916 overleed. Hij was de Georgische Nikifor of Rousseau le Dounanier. Een grote naïeve.

Niko woonde in Nachalovka, de buurt van de paria’s en armen van Tbilisi. Hij was straatarm. Zijn penselen maakte hij zelf. Op Niko’s schilderijen overheerst zwart, hij had altijd het meeste zwart omdat hij de verf kreeg van de doodkistenmakers. Hij verzamelde oude blikken uithangborden om ergens op te kunnen schilderen. Daarom schemeren er door zijn schilderijen slordig overgeschilderde opschriften, zoals ‘Magaz’ of ‘Tabak’. Een reclame in goudkleur of rood met daarop de zwart-witte visioenen van Niko. Georgisch primitief aangebracht op Russische koopmans-fin-de-siècle. Niko schilderde in taveernen, in de bedompte lucht van de kroegen van Nachalovka. Soms trakteerden de omstanders hem op een glas wijn. Misschien had hij tuberculose. Of vallende ziekte. Men weet weinig van hem. Veel van zijn werken zijn verloren gegaan, een deel is bewaard gebleven. Het belangrijkste onderwerp van zijn schilderijen is het avondmaal. Niko schilderde het avondmaal als Veronese.

Niko’s avondmaal is alleen Georgisch, is werelds. Tegen de achtergrond van het Georgische landschap zien we een rijkelijk voorziene tafel, aan die tafel Georgiërs die drinken en eten. De tafel staat op het eerste plan. De tafel is het belangrijkste. Niko werd gefascineerd door culinaria. Wat er te eten zal zijn, waarmee een mens zich volpropt. Hij schildert het allemaal. Hij laat zien wat hij zou willen eten, maar vandaag niet zal eten, misschien nooit. Tafels overladen met hopen eten. Gebraden lammeren. Vette biggetjes. Wijnen rood en zwaar als kalfsbloed. Sappige meloenen. Geurende granaatappels. Dit geschilder heeft iets masochistisch, is als het steken van een mes in eigen buik, ook al is Niko’s kunst vrolijk, zelfs vermakelijk.

(..)

Het schilderen bracht hem geen geluk. Hij had een meisje genaamd Margerita. Niemand weet wat voor een meisje het was. Niko hield van haar en maakte haar portret. Margerita’s gezicht is geschilderd in de conventie van de grote naïeven, bij wie alles te groot is en niet volgens de norm. De mond is te fors, de ogen puilen uit. Enorme flaporen. Niko gaf het portret aan Margerita. Boos begon het meisje te tieren. Ze liep bij hem weg, woedend, vol haat. Zijn talent doemde hem tot eenzaamheid. Van toen af leefde hij verlaten.

Hij verzamelde zijn roestige uithangborden, de doodkistenmakers gaven hem verf. Hij bleef zijn gelagen schilderen, telkens weer die tafel tegen de achtergrond van het berglandschap. Soms trakteerden de omstanders hem op een glas wijn. Hij was 54 toen hij overleed, in Tbilisi, in een of ander huisje, niemand weet waaraan, honger lijdend, misschien ook krankzinnig.”

Uit: Imperium – Ryszard Kapuscinski, Arbeiderspers Asmterdam, 1993; vertaling Gerard Rasch

pirosmani 1pirosmani 3pirosmani 5