Germaine Greer bekent liefde voor haar zus

Mijn troost is mijn zuster en mijn liefde voor haar. Ze is kleiner dan ik en beter gebouwd, maar haar gebaren zijn als de mijne, en ook haar levendige spreektrant komt overeen met die van mij. We hebben hetzelfde gevoel voor humor; dezelfde soorten onrecht en ongevoeligheid raken ons. Haar ogen zijn diepgrijs en de mijne lichtbruin, maar we zien dezelfde dingen en we hebben er dezelfde gevoelens over. We lachen om elkaars moppen, en soms bedenken we dezelfde grap op hetzelfde moment. Ik ben slungelig en sta wankel op mijn benen terwijl zij lichtvoetig is, maar ze wacht tot ik weer bij haar ben, en kijkt bezorgd toe voor het geval ik struikel. Als mijn apparatuur me hindert, neemt ze die van me over zodat ik mijn handen vrij heb om de gevaren te bezweren. Ze is het die de apotheek belt om mijn blauwe plekken met bloedzuigerextract te behandelen, zodat de pijn en de zwelling minder worden, wetend dat ik niet de moeite zou nemen. Regelmatig gaan we naakt op onderzoek uit, evenzeer op ons gemak met elkaars naakte lichamen als dieren. Ze geeft me advies dat ik zo nu en dan opvolg. Ik respecteer haar, bewonder haar en ik ben buitengewoon trots op haar.

Uit: Het boek van de schoonheid en de troost – Wim Kayzer, Contact Amsterdam, 2000

greer germaine, thedailybeast.com, mick tsikasfoto: Mick Tsikas; bron foto: thedailybeast.com

Germaine Greer (1939, Melbourne, Australië)

Daniel Richter toont de wereld na het hellevuur

Daniel Richter (Dld, 1962) schildert eerst abstract en vanaf 2000 figuratief. Zijn achtergrond is punk, de daarbij behorende do-it-yourself-attitude gecombineerd met wat doemdenken uit het begin van de jaren 80, vorige eeuw. Richter was lid van de Autonomen, een radicale jongerenbeweging, die zich verzette tegen het gezag en dat bij voorkeur deed met het gooien van stenen.

Zijn figuratieve werk is kleurrijk maar dan wel tegen de achtergrond van een nucleaire dreiging:

Kleur leeft niet, hoe fel je het ook op het doek aanbrengt. Kleur is al dood. Maak het dode dan maar zo fosforescerend mogelijk.

Zijn figuren:

Het is allemaal even wild, buitenissig, nachtmerrieachtig, in your face en confronterend. Maar opvallend genoeg is al die rauwheid en grimmigheid ook oogstrelend. Daniel Richter specialiseert zich in sinistere schoonheid.

Over onderstaand doek Lonely Old Slogan:

Hij (de jongen in het spijkerjack) is moederziel alleen, en de jongen heeft het hoofd gebogen; het is alsof hij via de witte rioolbuis een tijdreis gaat maken, back to the future, rechtstreeks richting jaren tachtig. De titel is, ironisch-weemoedig.

Richter zelf over het doek: ‘Het is een gemakkelijke en grove manier om je twijfels over het openbare gezag te uiten. Hopelijk een houding die weldenkende mensen niet zullen verketteren.’

daniel richter 1

Over Pink Flag, het doek hieronder:

Richter portretteert vaker geknakte figuren uit de onderklasse, uitgebuit en geintimideerd. (..) Op Pink Flag wordt dit beeld van burgers, loonslaven, hellehonden en blauwkoppen gevangen gehouden door die typische jaren zeventig flat. Naar Hollandse situaties vertaald: hoe de Bijlmer door onbedwingbare krachten en machten verandert in een armageddon.

daniel richter 2

Over Poor Girl, het doek hieronder:

Dit is ook al weer zo’n fenomenaal geschilderd stadstafereel, al zijn het hier de buitenwijk en de slaapstad die in een Richter-nachtmerrie zijn beland. (..) Want dit is een van die werken van Richter die de gitzwarte keerzijde tonen van de door planologen in elkaar gefabriekte vinexwijken. (..) Bij Daniel Richter wordt geschilderd alsof onze levens ervan afhangen, en de verhalen die hij op en met zijn figuratieve doeken vertelt, zijn meeslepend zonder dat we de kunsthistorische grabbelton erbij nodig hebben.

daniel richter 3

Daniel Richter is een begenadigd verteller die een beroep doet op ons gevoel voor literair drama. (..) Hij maakt grimmige schilderijen, maar het is wel een oogstrelende grimmigheid. En al die sprookjesfiguren, die zonderlingen, dansende skeletten, opstandige doodskoppen en verdwaalde faunen en feeën benadrukken de sensatie dat het in Richters werk dwars door de ziel van die sprookjesfiguren op een genadeloze manier over heel iets en heel iemand anders gaat: over jezelf en de tijd waarin je leeft.

daniel richter 4

Daniel Richter ontsluiert doek na doek onze angsten en ons schijnheilig gesuste geweten. (..) Bij het aanschouwen van Richters oeuvre moeten we veel elementairdere woorden gebruiken: lafheid, liefde, onrecht, gebutste schoonheid. Vrij naar Lucebert mag je concluderen dat bij Richter die schoonheid inderdaad haar gezicht heeft verbrand. Richter toont ons de wereld van na dat hellevuur.

fragmenten uit: Schilderen alsof andermans leven ervan afhangt

Uit: Alles is gekleurd – Joost Zwagerman, Arbeiderspers Amsterdam, 2011

Heine: steeds naderbij

Steeds naderbij

De slanke waterlelie / kijkt dromend naar omhoog; / daar groet de maan met teder / om liefde smekend oog;

van schaamte zinkt haar kopje / terug naar ’t spiegelend meer; / daar ziet zij aan haar voeten / die bleke minnaar weer.

heine hHeinrich Heine (1797 – 1856), Duits

Vertaling: W. L Penning

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982

Byron: ze schrijdt in schoonheid

byronZe schrijdt in schoonheid

Ze schrijdt in schoonheid, zoals ’n nacht / die helder is, vol sterren staat; / licht en donker, klare pracht / komt in haar ogen, haar gelaat: / vertederd tot een licht dat zacht / de mooiste dag achter zich laat.

Meer schaduw, of wat minder licht, / verzwakt de eed’le gratie; / die gaf haar lokken, haar gezicht, / hun naamloze staatsie; / en alle zoets waar zij aan dacht / droeg bij aan haar serene pracht.

En om haar mond, en op haar wangen, / speelt zacht en zonder vragen / een lach, een blos, een stil verlangen / naar vroeg’re, schone dagen; / haar ziel heeft alle rust ontvangen / om zuiver te behagen!

Lord George Gordon Byron (1788 – 1824), Brits

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982, vertaling Peter van Zonneveld

August von Platen: Tristan

Tristan

Wie de schoonheid zag met eigen ogen / is reeds aan de dood ten prooi gegeven, / deugt voor niets meer in het aards vermogen, / en toch zal hij voor de dood nog beven, / wie de schoonheid zag met eigen ogen.

Eeuwig zijn voor hem der liefde smarten, / want een dwaas slechts kan op aard’ verlangen / te voldoen aan deze drang des harten: / wie eens door het schone werd gevangen, / eeuwig zijn voor hem der liefde smarten.

Ach, hij wil wel als een bron verzanden, / had met de adem gif graag ingezogen, / wil op bloemgeur bij de dood belanden. / Wie de schoonheid zag met eigen ogen, / ach, hij wil wel als bron verzanden.

AugustGrafVonPlaten-Hallermuende

August Graf von Platen-Hallermünde (1796 – 1835)

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982

Vertaling: Victor E. van Vriesland

E.A. Poe: tot Helene

Tot Helene

Heleen, uw schoonheid is me als die / Nicese barken van weleer, / die zeilend over geur’ge zee, / voerden de zwerver moe, van veer / naar eigen kusten weer.

De zwerveling van pool tot pool, / Najade, uw lokken en gelaat / brachten weer thuis hem uit de dool, / naar die pracht, die Hellas heet / en die glorie: ’t Capitool.

De agaten lamp geheven zie / ‘k in glanze vensternis geplant / uw beeltenis in stat’ge stand, / o Psyche, uit die dreven die / zijn heilig land.

edgar_allan_poe_by_crisvector-d3jswe4[1]

Edgar Allan Poe (1809 – 1841), (Noord) Amerikaans

vertaling: J.A. Rispens

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982

Franz Kafka verklaart wat er schoon is aan meisjes (of toch niet)

Uit: Beschrijving van een gevecht (1903/1904), vertaling Nini Brunt, Querido Amsterdam, 1994

Wat is nu meisjesschoonheid! Vaak als ik japonnen met allerlei plooien, ruches en franje zie, die zich fraai over fraaie lichamen heen vlijen, dan denk ik dat ze niet lang in die toestand zullen blijven, maar kreukels krijgen, niet meer glad te strijken, een stoflaag krijgen, die dik in de versiering niet meer te verwijderen is, en dat niemand zich zo zielig en belachelijk zal willen maken om elke dag dezelfde kostbare japon ’s morgens aan te trekken en ’s avonds uit te trekken. Maar ik zie meisjes die wel mooi zijn en allerlei snoezige spieren en gewrichtjes en strakke huid en een grote hoeveelheid dunne haren laten zien en toch dagelijks verschijnen in die ene natuurlijke maskerade, steeds weer hetzelfde gezicht in hun zelfde handpalm leggen en door hun spiegel laten weerkaatsen. Alleen ’s avonds soms, als ze laat van een feestje komen, en zien ze het in hun spiegel versleten, opgezet, met stof bedekt, door iedereen al gezien en haast niet meer te dragen.

franz-kafka

Franz Kafka (1883 – 1924), Tsjechisch