Simon Schama: De mythe van El Dorado

walter-raleigh; independent.co.uk

Staasman, soldaat, schrijver en ontdekker Sir Walter Raleigh deed een aantal pogingen om El Dorado te vinden; bron beeld: independent.co.uk

Een prachtig en machtig boek is het: Landschap en herinnering. Voor schrijver Simon Schama is het een ideale gelegenheid zijn kennis te etaleren maar vooral, verhalen te vertellen die zijn kijk op landschapselementen verduidelijken. Achter elk bos, berg en rivier zitten talloze verhalen, oud en nieuw, je moet ze willen zien en horen. En dat wilde ik. Zoals de mythe over El Dorado, die voor de Brit Sir Walter Raleigh (1554-1618, Hayes Barton, UK) reden was expedities te organiseren naar en in Zuid-Amerika.

Achttien jaar eerder was de soldaat Pedro Maraver de Silva op weg gegaan om het land te vinden waar gevluchte Inca’s zich gevestigd hadden, ergens ten oosten van de Cordillera en ten noorden van Peru. De reis was een enorme onderneming die over honderden kilometers ruig terrein voerde, het ergste dat berg, bos of stoffige vlakte te bieden hadden. Ergens tussen de afwatering van de zijrivieren die de bovenloop van de Amazone voedden in de grasvlakten va de gran llano, was de expeditie eindelijk gestrand en hadden de overlevenden zich verdeeld in kleine bendes desperado’s. Bij een van die bendes was een minutieman, net als het hele gezelschap afkomstig uit de onherbergzame Spaanse Estremadura, die Juan Martin de Albujar heette. Toen het buskruit dat zijn bende nog overhad, ontplofte, waardoor ze niet meer konden schieten, straften ze hem voor zijn slordigheid door hem in een rottende kano ergens in Zuid-Colombia het water op te duwen. De rivier, vol kaaimannen en anaconda’s, voerde hem mee in noordoostelijke richting. Toen tropische stormen zijn boot teisterden, werd zijn toestand hopeloos. Op de rand van de hongerdood werd Martin gevangen genomen door Indianen. Met een blinddoek voor zijn ogen werd hij kilometer na kilometer verder stroomopwaarts geleid tot in het hart van het rivierbos. Toen hij zijn ogen weer mocht gebruiken, werden ze onmiddellijk verblind door de straling die hem tegemoet kwam vanuit de schemering van de jungle: goud op de huid van een opperhoofd; goud op de glanzende lichamen van zijn krijgers; goud dat gloeide vanaf de armen en benen en borsten van de Indianen, van de schalen en beelden in de tempels; goud dat leek te bonzen in de rotsen onder zijn voeten. Hij had El Dorado gevonden.

uit: landschap en herinnering, Simon Schama; Olympus non fictie, 2007; vertaling Katrina van Santen en Martine Vosmaer

Simon Schama (1945, Londen, UK)

Altdorfer schildert een bos (en Sint Joris en de draak)

1024px-Albrecht_Altdorfer_045

Een merkwaardig schilderij en een toonbeeld. Het is van Albrecht Altdorfer (1480-1538, Regensburg, Dld) en stamt uit 1510. Het schilderij heet: Bos scene met Sint Joris die vecht tegen de draak.

Altdorfer was een tijdgenoot van Copernicus, werkte in Regensburg, en was leider van de Danube (Donau) school. De bij deze school aangesloten schilders zagen het als hun taak om het schilderen van het landschap belangrijker te maken dan het alleen te gebruiken als achtergrond voor bijbelse en klassieke taferelen.

Sint Joris en de draak lijken dwergen vergeleken bij het enorm weelderige bos. Bladeren en takken kregen meer aandacht bij het schilderen dan de draak. Die ziet er eerder uit als een pad dan als een vuurspuwend monster dat bedwongen moet worden.

Simon Schama beschrijft het in Landschap en herinnering als volgt:

Ogenschijnlijk is het onderwerp van het schilderij Sint Joris die de draak niet verslaat, maar hem lijkt te begroeten. En hoewel hij conventioneel is afgebeeld als de belichaming van de miles Christianus, de ridder die de hellekrachten weerstaat, versterkt het speelgoedformaat van de actie (in een toch al klein werk) de indruk dat het Teutoonse woud evenzeer de echte held van het stuk is als de christelijke strijder. Dus al is hij een Joris, hij is ook een halve Hermann. Het paneel betekent een ware revolutie in de landschapsschilderkunst, vooral vanwege de buitengewone zorg waarmee Altdorfer de conventies van ornamentaal kerkgebladerte rechtstreeks heeft overgebracht op het schilderij, waardoor hij een gewijde ruimte heeft gecrëerd. Dit betekende echter niet dat Altdorfers gebladerte onherkenbaar gestileerd is. Integendeel zelfs. Hij heeft duidelijk getekend met de wetenschappelijke accuratesse van Dürer en Leonardo da Vinci, maar het schilderij overstijgt de louter naturalistische accumulatie doordat het een verbluffende sensatie geeft van de overweldigende totaliteit van het boslandschap, alsof de toeschouwer gesmoord en geblindoekt wordt met bladeren. En door zich tussen ons en onze verwachting van visuele diepte te plaatsen, vernietigt het gordijn van groen praktisch de mogelijkheid tot een verhaal, tot vertellen. Joris en de draak, ingesloten vóór een hoekje van de bladermuur, zijn niet belangrijker als dramatische protagonisten van het tafereel dan een spreker van de proloog voor een toneelgordijn. Het verhaal, begrijpen we als de bladeren licht laten vallen op nog meer bladeren, die zich ophopen en elkaar overlappen in dichtgeborduurde varenachtige panelen, is het bos. Dit Germaanse woud is niet ‘het decor’; het is de geschiedenis zelf.

Uit: Landschap en herinnering – Simon Schama, Olympus Amsterdam, 2007; vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer

 

Landschap en herinnering: het land van de woudgids

bielowieza

Oerbos Bielowieza in Polen/Litouwen; bron foto: wikipedia.org

‘Landschappen zijn cultuur voor ze natuur zijn: constructies van de verbeelding, geprojecteerd op bos, water en rots.’ Dat is wat Simon Schama in zijn boek Landschap en herinnering vooral betoogt. Het is een boek dat bol staat van wetenswaardigheden. In elke alinea feiten en weetjes. Maar vooral boeiend en aansprekend. In het eerste deel gaat het over bos. Het oerbos Bielowieza in Polen/Litouwen om preciezer te zijn. We krijgen een korte blik op een roerige geschiedenis en leren waarom dat bos zo belangrijk is voor (veel) bewoners. Het belang van de bizon, het eland en de wolf. Dat het bos geëerd werd met een lang gedicht geschreven door Adam Mickiewicz. En dat uitgerekend top-nazi Hermann Göring er veel aan gelegen was het bos te behouden (vanwege de mogelijkheid om te jagen). Kortom, Schama trekt je met gemak het verhaal en de talloze neven-verhalen in. Het is een adembenemende trip langs allerlei wetenschappelijke en culturele disciplines. Je krijgt er rode ogen van… Hoe diep het bos in de ziel van sommige mensen is verankerd leert het volgende:

bielowieza, bizonDe bizon in Bielowieza; bron foto: wildpoland.com

De dag daarvoor had de woudgids, Wlodek, wiens verrassend blauwe ogen glimlachten in een gezicht met de kleur van boombast, ons zijn landschapsherinneringen verteld: aan het bosgebied ten oosten van Minsk waar hij was opgegroeid; aan het grensgebied van Hongarije waar hij was opgepakt door de Sovjet-troepen toen hij vluchtte voor het débacle van 1939; aan de Arctische goelag waar hij vrienden zag sterven van honger en kou, een gevangene met 40 graden koorts die zes uur met zijn voeten in een emmer met ijswater moest zitten als straf voor ‘lijntrekken’; het dorre landschap van Noord-Iran waar hij doorheen sjokte met de rest van het ‘Anders’-leger van Polen, vrijgelaten toen Hitler Stalin aanviel, onderweg naar het door de Britten bezette Irak; het tropische landschap van de Afrikaanse kust waar hij malaria kreeg op weg naar Durban en de troepenschepen; de golvende weiden van Essex waar hij als piloot werd getraind voor de Poolse luchtmacht van ballingen; de uitgebrande resten van Duitse steden waar hij chocoladerepen naar kleine kinderen gooide; de wanhopige vrouwen die hij en zijn makkers ‘Dutch’ noemden wanneer ze een nacht illegale verbroedering wilden.

En al die tijd had hij vastgehouden aan zijn herinneringen aan de Litouwse wouden alsof ze de parachutekoorden van zijn identiteit waren. Hij had zich de zware geur van de bizon herinnerd en de naar zoete amandelen smakende wodka van bizongras. ‘Ik geef niets om de staat,’ zei hij toen ik hem vroeg naar de Grote Overstap van communisme naar democratie. ‘Dit is mijn staat,’ glimlachte hij met een luchtig gebaar naar de bomen, ‘de natuur, snapt u: de natuurstaat.’

Uit: Landschap en herinnering – Simon Schama, Olympus Amsterdam, 2007; vertaling Karina van Santen, Martine Vosmaer

Landschap en herinnering: het kathedraal-bos

Caspar_David_Friedrich_-_The_Cross_in_the_Mountains, wikipedia commons

Het kruis in de bergen van Caspar David Friedrichs (circa 1811)

De evolutie van Noordeuropese boomaanbidding via de chistelijke iconografie van de levensboom en het houten kruis tot aan beelden als Caspar David Friedrichs (1798-1840, Dresden, Duitsland) uitgesproken associatie tussen de altijdgroene spar en de architectuur van de wederopstanding (zie illustratie) kan esoterisch lijken. Maar in werkelijkheid leidt zij rechtstreeks naar het wezen van onze diepste verlangens: de hunkering om in de natuur troost te vinden voor onze sterfelijkheid. Daarom vinden we groepjes bomen, met hun jaarlijkse belofte van de ontwakende lente, een passend decor voor ons stoffelijk overschot. Het mysterie achter deze gemeenplaats blijkt veel te zeggen over de intiemste relatie tussen natuurlijke vorm en menselijk ontwerp.

Uit: Landschap en herinnering – Simon Schama, Olympus Amsterdam, 2007; vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer