Patrick Chamoiseau: ‘waarom de dichter nooit volwassen wordt’

Je verlaat de kindertijd niet, je drukt hem diep in jezelf weg. Je maakt je er niet van los, je verdringt hem. Het is geen proces van verbetering dat naar de volwassenheid voert, maar het langzame afzetten van een korst rond een gevoelige staat die altijd het principe blijft stellen van wat je bent. Je verlaat de kindertijd niet, je begint te geloven in de werkelijkheid, of dat wat de werkelijkheid genoemd wordt. De werkelijkheid is stevig, stabiel, vaak als langs een winkelhaak getrokken – en gemakkelijk. De werkelijkheid (die het kind ruimschoots om zich heen waarneemt) is een complexe en ongemakkelijke ontploffing van mogelijkheden en onmogelijkheden. Groot worden is niet langer de kracht hebben de waarneming ervan te aanvaarden. Of het is het tussen die waarneming en jezelf oprichten van een schild, een mentale bolster. Daarom wordt de dichter nooit volwassen, of maar een klein beetje.

Uit: Creoolse kindertijd – Patrick Chamoiseau, Ambo Baarn, 1993; vertaling Ernst van Altena

thenational.ae, chamoiseaubron foto: thenational.ae

Patrick Chamoiseau (1953, Fort de France, Martinique)

Creoolse kindertijd is een autobiografisch verhaal door Patrick Chamoiseau op schrift gesteld. Het is mijn kennismaking met een wereld die ik niet ken. Die mij vreemd is. En de kennismaking was aangenaam. Het is de beschrijving van het dagelijks leven op het Caraïbisch eiland Martinique, gedomineerd door overleven. Het is een leven in armoede waar mensen dicht op elkaar leven, elkaar na staan. Het is het leven waar men bezig is met eten, drinken, kleding, naar school gaan en werken als dat mogelijk is. Maar ook leven onder de dreiging van geweld en de komst van die dreigende, rampzalige orkaan, die gaat komen. Chamoiseau vertelt over die werkelijkheid met de blik van de dichter. Hij zet die werkelijkheid naar zijn hand waarbij de magie en het mysterie van wat je wel en niet onthoudt een voorname rol speelt. Vanuit je geheugen kun je veel terughalen, maar veel ook niet. Wat haal je terug? Dat de dichter andere aspecten belicht en de werkelijkheid anders beleeft, is in dit boek nadrukkelijk de kracht. Ik las het met groot plezier.

Licht: wat ik vooral mis?

Wat ik vooral mis?

wat ik vooral mis? het licht / dat op een zwarte ouderwetse / lincolnjas te warm is van zichzelf / te heet voor de tijd van het jaar: / in elke hoek van de zachtgele / kamer heb ik een ventilator / die me de wenkbrauwen doet / fronsen, een knagend schuldgevoel / iets dat me opwindt in de stilte / rond rotan het kraken van stoelen / terwijl in de tuin de kleuren eindelijk / tot bedaren zijn gekomen.

ik ben de vliegen hier in dit huis. / en met de spiegels ben ik één. / al ontbonden een voetstap en / knielen de kus op de grond / dienbaar ten teken van wat / groen groen doet lijken.

antoine_de_kom_tineke_de_lange

foto: Tineke de Lange; bron foto: woordnacht.nl

Antoine de Kom (1956, Nederlands-Surinaams)

Uit: ritmisch zonder string, Querido Amsterdam, 2013

Mathilda Franziska ‘Tilla’ Anneke is onbekend maar zeker niet onbemind

fritz anneke 1

Tilla Anneke

Geboren in 1817 in Sprockhövel, Duitsland en in 1884 in het Amerikaanse Milwaukee, Wisconsin gestorven. Ik heb het over Mathilda Franziska Anneke, een vrouw die in Duitsland nauwelijks gekend is, maar in de USA bekend staat als strijdster voor vrouwenrechten en tegen slavernij. Een vrouw die journaliste was, uitgever van kranten, op de barricaden klom in revolutiejaar 1848, samenleefde met mannen en vrouwen, een internaat voor Milwaukee’s dochters stichtte en in Duitsland, Zwitserland en Amerika sporen achterliet.

fritz anneke 2

Een vrouw met een avontuurlijk leven, die vooral haar stempel drukte op de vrouwenemancipatie in Duitsland en Amerika. In Duitsland leverde haar dat een postzegel op, die van 240 pfennig voor pakketten, in 1988. In Amerika is ze nog altijd een gevierd boegbeeld van de vrouwenstrijd: ‘the most famous and most distinguished of the German women 48ers.’ Kortom, een overlever met een schare aan kinderen en een leven als een boek.

Mathilda Franziska ‘Tilla’ Giesler heet ze bij geboorte. Haar vader is rentmeester en landgoed-eigenaar in het 19-de eeuwse Westfaalse Sprockhövel. Vader is protestant en Tilla wordt als dusdanig gedoopt. Moeder is katholiek geeft haar dochter na de lagere school privé-onderricht, samen met huisleraar Heinrich Mayer. Haar kindertijd is gelukkig en geborgen. Ze rijdt paard, leest de krant en verdiept zich in geschiedenis en aardrijkskunde. Vader Karl Giesler ziet het met lede ogen aan en ontslaat Mayer omdat hij die te vrijzinnig vindt. De ellende in huize Giesler begint als vader Karl zijn vermogen vergokt in een verkeerde belegging. Geld weg en gezin in de schulden.

De redding dient zich aan in de wijnhandelaar Von Tabouillot. Van adellijke komaf, tien jaar ouder dan Tilla, maar rijk. Hij scheldt de schulden van de Gieslers kwijt en Tilla en Alfred Philipp Ferdinand trouwen. Al snel blijkt dat Alfred drinkt en zijn handen los heeft zitten. Dochter Fanny wordt in 1837 geboren en enkele weken later vertrekt Tilla naar haar ouders.

Scheiden is in het Pruisische Duitsland een vloek. Ze sleept de kwestie voor de rechter, maar krijgt geen gelijk. Wel bepaalt de rechtbank dat ze haar meisjesnaam mag dragen en dat ze dochter Fanny krijgt toegewezen. Maar geld om het kind te onderhouden is er niet.

Tilla begeeft zich in religieuze kringen. In 1839 vertrekt ze naar Münster. Daar voorziet ze in haar onderhoud door te schrijven: als journalist, als dichter, als uitgeefster van gebedsboeken en als uitgeefster van literaire jaarboeken waarvoor ze grote namen strikt als: Freiligrath en Von Droste-Hülshoff.

Daarna gaat de emancipatie snel: van katholieke burgertrut naar radicale vrijdenker. In Münster sluit ze zich aan bij liberale debating clubs. Ze leert Fritz Anneke kennen, die oneervol uit het leger is ontslagen. Officieel omdat hij een duel weigerde, officieus omdat hij soldaten wierf voor het liberale gedachtengoed. Tilla schrijft voor de Kölnische Zeitung en voor de Augsburger Allgemeine Zeitung over kwesties als gedwongen huwelijken en uitbuiting van arbeidsters en dienstmeisjes. Ze leert Louise Aston kennen, die ervaringen heeft met het gedwongen huwelijk, drie dochters, een extravagant leven en gescheiden leeft. Aston geeft de dichtbundel Wilde Rosen uit die veel stof doet opwaaien. Ze draagt mannenkleding, rookt sigaren, veroordeelt het geloof en is voor de vrije liefde. Deze kennismaking en uitwisseling van ideeën en overtuigingen, hebben grote invloed op Tilla.

Fritz Anneke en Tilla groeien ondertussen naar elkaar toe en besluiten te gaan trouwen. Er is geen priester te vinden die het paar in de echt wil verbinden. In 1847 lukt dat in Neuwied bij Keulen. Daar vestigden ze zich. Ze leren er Karl Marx en Friedrich Engels kennen en ze richten communistisch-esthetische clubjes op (?), waaruit later de Kölner Arbeiterverein voortkomt.

In het voorjaar van 1848 staat Frankrijk op z’n kop: de Februari-revolutie. Die heeft onmiddellijk invloed op Duitse grond waar het ook al broeide en giste. In Berlijn klimt men op de barricaden. Pruisenkoning Willem de 4-de slaat het oproer neer met inzet van het leger. Huisleraar Mayer is één van de slachtoffers.

Op 3 maart 1848 trekt een grote stoet, waaronder Fritz Anneke, naar het raadhuis in Keulen. De eisen gaan over: vrijheid van meningsuiting, bewapening van het volk, vrije verkiezingen, bescherming van de arbeid en gratis onderwijs. De burgemeester laat soldaten het plein voor het raadhuis ontruimen en arresteert de leiders van het oproer. Tilla is 6 maanden zwanger en doet vanaf de zijkant mee; eerst als toeschouwer, later ook actiever. De demonstraties blijven geweldloos, tot ergernis van Engels.

In de zomer van 1848 begint het echtpaar met het uitgeven van een eigen krant: Neue Kölnischer Zeitung. Vanwege de opruiende artikelen wordt Fritz opgepakt en gevangen gezet. Hoogzwanger besluit Tilla door te gaan. De artikelen worden radicaler van toon totdat de censuur ingrijpt en de krant verbiedt. Ze verandert de naam van de krant in: Frauen-Zeitung. In het eerste artikel wordt gepleit voor scheiding van school en kerk. Na het derde nummer wordt de krant in beslag genomen.

fritz anneke 4

Tilla op paard tussen de opstandelingen van 1848

In het hele land is het onrustig, ook al omdat de koning geen toezeggingen doet aan de revolutionairen. Er heerst een anti-pruisische stemming. Vooral in het gebied dat aan Frankrijk grenst. Daar heeft men al meer rechten dan in de rest van Duitsland. Maar hier heerst ook een heftige economische crisis. Men neemt de wapens op om de gevestigde macht aan te vallen. Ook Fritz Anneke en zijn Tilla bemoeien zich met deze strijd. Tilla als typisch voorbeeld van een man-wijf, probeert het verzet structuur te geven, te organiseren en discipline bij te brengen. Tevergeefs, tegen de goed bewapende overheidstroepen is geen kruit gewassen. Het echtpaar moet vluchten; in een boot over de Rijn, via Zwitserland naar Frankrijk. Daar stapt men uiteindelijk in Le Havre op de boot naar het beloofde land Amerika.

Tilla is 32 jaar oud als ze in de VS arriveert. In 1849 komt het stel aan in New York. Van daaruit gaat het naar Milwaukee waar meer 1848-ers zich gevestigd hebben. In het onderhoud wordt voorzien door het geven van lezingen, literatuurcursussen en het aannemen van een correspondentieschap voor de Augsburger, waarvoor ze eerder schreef. In 1852 begint ze met de uitgave van een nieuwe Frauen-Zeitung. Ze leert Susan B. Anthony en Elizabeth Candy Stanton kennen, Amerikaanse voorvechtsters van vrouwenrechten. Ze wordt medewerkster bij de dames.

In 1858 is er een persoonlijk drama met grote gevolgen. Eerst overlijdt haar net geboren dochter aan de pokken en daarna haar zoon en andere dochter. Vader Fritz weigerde inenting. Fritz Anneke reist een jaar later terug naar Europa. Zijn kansen op werk zijn er groter. Zomer 1860 volgt Tilla, niet vanwege haar man, maar vanwege haar gezondheid. Ze ondergaat in Zwitserland een kuur tegen haar leverziekte. Beide echtlieden zijn dan al persoonlijk en politiek uit elkaar gegroeid.

fritz anneke 3

Tilla (staand) met haar liefde Mary Booth

Beide echtlieden keren vervolgens weer terug naar de USA. Reden: de strijd tegen de slavernij. Fritz Anneke sluit zich aan bij de Noordelijke Staten, die tegen het Zuiden strijden met als inzet: afschaffing van de slavernij. Tilla pendelt tussen Amerika en Zwitserland. In Zwitserland onderhoudt ze een nauwe relatie met de Amerikaanse schrijfster Mary Booth. Deze innige relatie duurt 5 jaar tot Mary in het voorjaar van 1865 overlijdt.

Terug in Milwaukee begint ze met een andere vriendin Cecilia Kapp het duitstalige instituut voor de Milwaukee-dochters. De meisjes worden voorbereid op een geëmancipeerd bestaan. Op vrijzinnige en op vooruitgang gerichte wijze. Het instituut heeft het moeilijk want er is geen gezonde financiële basis. Ondertussen brengt Tilla het in Amerika tot vice-president van de National Women Suffrage Association. In 1884 overlijdt ze, 67 jaar oud.

Bron: Von der Lust am Eigensinn – Wolfgang Korn, Theiss Verlag Stuttgart, 2012