Bijna iedere dag muziek: Nick Hornby

Nick Hornby Credit Parisa Taghizadeh ;theartdesk.comfoto: Parisa Taghizadeh; bron beeld: theartdesk.com

Wie? Nick Hornby? Nick Hornby (1957, Redhill, UK) is een fameus Brits schrijver en jaargenoot. Hij schreef een aantal moderne klassiekers als: High Fidelty, Een Jongen en Funny Girl. In die boeken ruim aandacht voor de gefrustreerde, obessieve alleenstaande man. Mannen met interesses voor muziek en sport. Dat beschrijven van zijn personages doet hij met humor. De meeste boeken lenen zich uitstekend voor verfilmingen en dat zijn ze dan ook.

Muziek en sport zijn toevalligerwijs ook de intesses van Hornby zelf. Hij heeft veel en vaak geschreven over de popmuziek en dat maakte hem een soort literaire deskundige op dit gebied. In zijn romans vindt je vaak muziek terug. Niet vreemd dat er van Hornby’s voorkeuren ook een Spotify playlist bestaat. De bijgaande link verwijst daarna. Speciale aandacht vraag ik voor de vrouwen op deze lijst.

https://spoti.fi/377Z0X0

(knip en plak in uw browser als de link niet direct werkt)

Nico Scheepmaker: twee dingen zijn er niet

scheepmaker, nico; lantaarnvenster.nlbron foto: lantarenvenster.nl

Twee dingen zijn er niet

Twee dingen zijn er niet / in de hemel

ten eerste een god / en ten tweede een plumpudding / made in great britain

Dat lijkt mij een ernstig / gemis

niet dat ik van plumpudding hou / want daar gaat het niet om

maar je leeft zonder god / zo onhandig

Uit: Poëtisch fietsen, Uitgeverij Holland Amsterdam, 1955

Nico Scheepmaker (1930-1990, Amsterdam)

Kees Fens over het geluk dat nutteloze kennis biedt

De enige kennis die je tenslotte overhoudt, is de nutteloze. Al het nuttige vergeet je grotendeels. Soms, alles overziend, denk ik: dat moet ik allemaal geweten hebben. Achteraf had ik net zo goed niet naar school kunnen gaan. Sommige zaken waren nog in de schooltijd al uit het geheugen verdwenen. Tot op de dag van het eindexamen wist ik bij Herodotus Ionische, Dorische en Attische vormen te onderscheiden. Daarna al meteen niet meer. Een paar goede opmerkingen van een leraar en van een enkele medeleerling – die heeft de tijd niet kunnen verdrijven. Ik heb er niets aan, maar ze zitten in mijn geheugen.

Wij werken met de genade mee. Steeds meer ga je nutteloze kennis trachten te verwerven. Ik kan uren in naslagwerken lezen, meestal over onderwerpen waar ik niets van weet. Het meeste loopt als door een zandloper je kop weer uit, maar er blijven schitterende kleinigheden over. Wat een geluk die te weten.

kees fensKees Fens (1929 – 2008)

Uit: Nutteloze kennis; uit: In het voorbijgaan – Kees Fens, Atheneum, Polak & Van Gennep Amsterdam, 2007

Een Nederlander, een Berlijnse wielerbaan en een catastrofe

Rennbahnkatastrophe_1909

18 juli 1909: Tijdens een stayer-wedstrijd rijdt de motor van een gangmaker Werner Krüger het publiek in. De benzine-tank scheurt en explodeert: 9 toeschouwers komen om het leven en meer dan 40 gewonden zijn het gevolg.

1280px-John_Stol1909

John Stol (1885 – 1973) was wielrenner en de eerste Nederlander die een zesdaagse op zijn conto schreef. Stol wilde architect worden, ging op zijn 17-de wielrennen en had onmiddellijk de smaak te pakken. Hij werd prof.

Stol trainde en woonde vooral in Berlijn. Hij nam deel aan 19 zesdaagsen en won in 1907 de eerste in New York samen met ploeggenoot Walter Rütt. Na New York volgden nog 6 zeges in Berlijn en Frankfurt.

Stol was een sierlijke renner, een stilist. Zijn bijnaam in Duitsland was: ‘de vliegende Amsterdammer’. Van 1913 tot 1918 was hij prof-sprinter. Samen met Thaddäus Robl vestigde Stol in 1904 het wereldrecord op de 20 km met gangmaker.

Na zijn actieve loopbaan als prof-wielrenner werd Stol bestuurder bij de KNWU. Daar verspeelde de Amsterdammer snel zijn sympathie omdat hij zich echt als een bobo gedroeg: zelf in de beste hotels logeren terwijl de renners in pensionnetjes of jeugdherbergen logeerden; selecteren waarbij vriendjespolitiek normaal was.

Stol was op 18 juli 1909 in Berlijn op de nieuw geopende wielerbaan om wedstrijden te rijden. Het moest een feest worden daar op de ‘Alter Botanischer Garten’. De baan was 333 en een derde meter lang, in de open lucht en gemaakt van hout. Het baanrennen was populair in die dagen. Alleen in Berlijn waren er al 14 openlucht-banen.

De nieuw te openen baan was vooral bedoeld voor het stayeren (het rijden achter motoren). Snelheden van rond de 100 km waren haalbaar. De baan was onder protest van de buurt tot stand gekomen. Buurtbewoners klaagden over lawaai en stank. Zonder resultaat.

Op 18 juli 1909, een warme zomerdag, moesten toeschouwers 2 Goldmark betalen om binnen te komen. Een behoorlijk bedrag voor die tijd. Toch vonden ruim 6000 toeschouwers hun weg naar de tribunes. De baan rook nog naar teer en carbolineum.

Rennbahnkatastrophe_Start

Bij de start van de belangrijkste wedstrijd van die dag, verschenen twee renners met een bril op. Tegen het spetteren van de carbolineum, want die laag was nog maar nauwelijks droog. Ook John Stol stond aan de start. Na het startschot (op ongeveer 20 km) viel Werner Krüger, de gangmaker van John Stol. Zijn achterband klapte. Het volgende tandem moest uitwijken en vloog de tribune in, met catastrofale gevolgen.

Er kwam een golf van kritiek los na het ongeluk. Kritiek die ertoe leidde dat de baan een half jaar later werd afgebroken; het stayerrennen (tijdelijk) verboden werd en de slachtoffers schadevergoeding kregen. Op de plek van de baan kwam het Heinrich von Kleistpark. De baan zelf verhuisde naar de Plötzensee en werd Olympia-bahn.

Voor John Stol had het ongeluk grote gevolgen. Voor hem was het rijden achter de gangmaker voorgoed verleden tijd. Hij stopte er mee, naar het schijnt omdat zijn ouders er op aan drongen.