Herman Leenders Dicht de Dag

h.leenders; hln.bebron beeld: hln.be

Deemoed

Deemoed is een deugd / van lage deuren / en van boer Bral. Hij loopt gebogen / zoals een dak van het dragen.

Zoals bomen naar het oosten groeien / met diepe kloven in hun schors / en ogen als verse wonden / in het oude uitgedroogde hout.

Hof van Eden

Zij wil over het muurtje gluren / waar de appelbomen bloeien. / Zij zet haar sandaal in mijn gevouwen handen / maar schiet naar beneden.

Zacht als een hondensnoet / is het tussen haar benen / warm en klam, voor ik loskom / uit mijn gebeden.

Deemoed uit: Ogentroost, gedichten, Prometheus Amsterdam, 1991; Hof van Eden uit: Landlopen, gedichten, Prometheus Amsterdam, 1995

Herman Leenders (1960, Brugge, Be)

Eijkelboom Dicht de Dag

Pictures in your head

Beweging zit er niet in: / het zijn stills uit een movie, / meestal stom, / soms met geluid, / kreten van vogels bijvoorbeeld, / zelden een stem. / Ze komen terug, steeds vaker. / Er komen er ook wel bij.

Duizenden plaatjes in / een o zo zwaartillend hoofd. / Je zit er maar mee / op de achterste rij / van je eigen theater.

uit: wat blijft komt nooit terug – Jan Eijkelboom, Arbeiderspers Amsterdam, 1979

jan eijkelboom; pzc.nlbron beeld: pzc.nl

Jan Eijkelboom (1926-2008, Dordrecht)

Bernard Dewulf Dicht de Dag

Het is plezierig als een dichter een gevoel in klare taal verwoordt. Als duidelijk wordt dat het gevoel bij de ander hoort, dat ik besta. Het besef dat wij er zijn als je er woorden aan geeft. Dat is in essentie taal en de rol van dichtkunst. Mooi voorbeeld is dit:

Thuiskomst

Ik heb je lief, al kan ik het niet weten. / Ik bedenk het als je thuiskomt van een dag / in je leven. Maar het is geen gedachte. / Je streelt mijn wang en wie weet, / dat gebaar. Het wordt duizend keer gemaakt / voor het bestaat. Hangt je jas aan de kapstok, / iets van niets, maar morgen ontbreekt het / misschien. Of schudt de dag uit je haar. / Wat ik dan daarin in zie, is het begin. / Het huis ontstaat, de tafel neemt plaats, / wij veroorzaken elkaar. Het is toch niet / denkbaar dat iemand dit alles verzint.

uit: waar de egel gaat. Gedichten; Prometheus Amsterdam, 1995

dewulf bernard; nrc.nlbron beeld: nrc.nl

Bernard Dewulf (1960-2021, Brussel)

Eijkelboom: geen meter

Geen meter

Je kon er je kont niet keren, / zeggen ze nu. Mijn broertje en ik / wij wisten wel beter. Tot achter / de kachel – die heette Godin – / was er nog plek. En boven / de geheimen van de zolder / was daar nog het mysterie / van de vliering. En was er / aan de straatkant zelfs / geen kamer afgezonderd / voor feestelijk of pastoraal bezoek? / Geen meter of er was iets mee.

Ik kijk vandaag discreet naar binnen / en zie een box die half de kamer vult. / De tussenmuur is weggebroken / zodat je kijkt tot aan de tuin, / vlakbij.

Maar wonderlijk blijkt dan dat huis / een vaste burcht te zijn gebleven / vol nooit vergeten wetenschap / van nis en hoek en wenteltrap / en tijd, die toch omkeerbaar os.

Uit: Kippevleugels. Gedichten. Arbeiderspers Amsterdam, 1991

eijkelboom-jan; literatuurmuseum.nlbron illustratie: literatuurmuseum.nl

J. Eijkelboom (1926-2008, Slikkerveer)

Daniël Dee: onhartelijk zooitje, dat werd deze zomer wel weer duidelijk

Onhartelijk zooitje, dat werd deze zomer wel weer duidelijk

Droge mond, hevige diarree en een toenemende slappe verlamming.

Mijn lippen laven zich prevelend aan lijden.

Lekker de boel dieper in de vernieling denken. / Ik ben een klap in het gezicht van alle positivo’s in Afghaanse lammy. / Er kan nog meer bij. Gooi kolen op mijn vuur. / Mijn lijden is mainstream. Mijn lijden is groter dan populisme,

corrupt als een politicus, onuitzetbaar als zigeuners / en onbegrijpelijk als de pensioencrisis.

Waar ik aan lijd? / Waaraan niet! Lamaritis. / Hoe kom ik eraan? / Hoe kom ik eraf! Laat maar.

Uit: Mondvol demonen, Passage Groningen, 2016

Dee, Daniël; tzumbron foto: tzum.info

Daniël Dee (Zuid-Afrika, 1975)

Chawwa Wijnberg: liedje van verlangen

Liedje van verlangen

Bij zacht warm moederwijf in bed / en luisteren naar / beschuit en kruimelend gesprek / haar kussens, borsten, buik, mijn / bruine benen warm, de geur / van warme, warme zachte Mam en / het verend grotemensenbed / de zonse zondagochtend lang / lui opstaan met / de koffie klimt al in de gang / en in de keuken / roostert zich het brood / moeders moeders mogen nooit / nooit dood

Uit: Echo van de roos, In de Knipscheer Haarlem, 2003

wijnberg chawwa, pzc.nlbron foto: pzc.nl

Chawwa Wijnberg (1942-2019, Dordrecht)

Bouwers: met opa vissen

*

met opa vissen naar het diep geluk / van zilverschubben tussen riet en dauw: / de damp van thermoskoffie smaakt vertrouwd / terwijl de blei daar zieltoogt en bedrukt / zijn bek laat openscheuren tot een stuk / lip bloedrood aan de weerhaak hangt; zo lauw / en misselijk verdwijnt mijn droombeeld gauw: / met opa vissen naar het pril geluk; / en jaren later naast hem op een kruk / in ziekenzaaletherlucht val ik flauw / omdat er bloed met water in een nau- / we hals valt; onbewust holt uit drup, drup… / met opa vissen naar het diep geluk

Uit: Rondelen, Querido Amsterdam, 1985

nederlandsepoezie.org, bouwers, lenze

bron foto: nederlandsepoezie.org

Lenze L. Bouwers (1940, Breezand)

Middellandse Zee: Siciliaans

landschap-sicilie

bron foto: onsicilycard.com

Siciliaans

Langzame vleugelslag boven / het armoedige landschap

akkers zonder het geringste / teken van leven

tijd is hier vergeten

de versteende afdruk van vroeger / leven in mijn hand / slaat een smalle brug / naar het verleden

het is niet meer / te zien hooguit / een vermoeden

hier is met de zeis / geoogst

Ron Elshout (1956)

Uit: De wervels van je rug, Rotterdamse Kunststichting Rotterdam, 1986

Menno Wigman: Herostratos

Herostratos

Er tikken pissebedden in mijn hoofd. / Ze naaien mijn gedachten op. / Ik denk al dagen aan een daad, zo groot, / zo hevig en dramatisch dat mijn naam / in alle kranten komt te staan.

Napoleon, las ik, was kleurenblind / en bloed was voor hem groen als gras. / En Nero, die bijziend was, hield het spel / in zijn arena bij door een smaragd.

Nu even stilstaan. Moet je horen: ik / ga straks de straat op, ik besta het, schiet / me leeg en verf de feeststad groen.

Nog voor het eind van het festijn / zal ik de grootste zoekterm zijn.

Nederland, Amsterdam, 2 augustus 2012, Menno Wigman. Foto: Bianca Sistermans

foto: Bianca Sistermans; bron: hpdetijd.nl

Menno Wigman (1966 – 2018)

Uit: Slordig met geluk. Gedichten. Amsterdam, 2016

J.Eijkelboom: o

j. eijkelboom foto

J. Eijkelboom, foto: Serge Ligtenberg

O

O, dat ik ooit nog eens / een vers met o beginnen mocht, / dat het dan ongezocht een ode / werd waarin zeg maar een dode / dichteres tot leven kwam / of wel een warm lief lijf / tot marmer werd waardoor / voor wie daarvoor gevoelig is / een adem ging als was het / leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken, / verdicht zich tot een sprakeloos substraat / dat roerig wordt en uit wil breken / en soms vermomd de mond verlaat.

O, klonk het nog eens ongehinderd.

J. Eijkelboom (1926 – 2008)

Uit: De gouden man, Arbeiderspers Amsterdam, 1982

BewarenBewaren