Vladislav Chodasevitsj: vreugde en last

Het is een vreugde en een last

Het is een vreugde en een last / Een afgetakeld lijf te dragen. / Wat vroeger wild en bloeiend was / Is nu vermoeid en aangeslagen.

Het bloed gaat in een trage stroom / De moegeworden schouders zakken. / Zo neigt een volle appelboom / Onder gewicht van eigen takken.

Gij jongelieden hebt geen weet / Van tederheid en smart die maken / Dat bomen met hun bladerkleed / Eens nog de aarde willen raken.

Uit: De meisjes van Zanzibar, Plantage Leiden, 2000

chodasevitsj-berberova, indipendezia

Chodasevitsj, links op de foto, met zijn geliefde Nina Berberova; bron foto: indipendenza.nl

Vladislav Chodasevitsj (1886-1939, Moskou, Rusland)

William Degouve de Nuncques schilderde de mysterieuze stilte in het landschap

DeGouve_deNunquesW_1DeGouve_deNunquesW_3

Het oeuvre van William Degouve de Nuncques (1867-1935, Belgisch) is een zeldzame combinatie van impressionisme en  symbolisme. Waar sommige schilderijen impressionistische landschappen zijn met een symbolistische lading door hun statische en tijdloze karakter, zijn andere werken meer sprookjestaferelen met een impressionistische kleurenmengeling.

Afgezien van enkele maanden tekenacademie is Degouve de Nuncques als schilder vrijwel autodidact. In de jaren ’80 woonde hij onder een dak met de belangrijke Nederlandse symbolist Jan Toorop, die hem aanwijzingen gaf. Hij verkeerde in de symbolistisch-literaire kringen van ‘La Jeune Belgique’.

Degouve de Nuncques onderging invloed van Jan Toorop en H. De Groux (symbolistisch) en werd in Parijs aangemoedigd door Puvis de Chavannes en M. Denis. Hij had talrijke vrienden in de symbolistische literaire kringen. Kenmerkend voor zijn schilderijen uit de jaren 1890 is de heldere penseelvoering met impressionistische echo’s die tegelijkertijd symbolistische kunstopvattingen oproept.

Van 1900-1902 verbleef hij op Mallorca waar hij zonovergoten landschappen schilderde. Naast diverse symbolistische werken uitgevoerd in donkere kleuren telt zijn oeuvre ook talrijke landschappen van een meer ongedwongen karakter.

bron: studio2000.nl

DeGouve_deNunquesW_4DeGouve_deNunquesW_6

Nine van der Schaaf: voorjaarswind

bos-bomen-zon-tegenlicht

…Bos dat op botten staat… bron foto: blikopnieuws.nl

Voorjaarswind

Lang waait de wind door ’t hout eer dat te botten staat, / Door lege takken suist het wintervoorjaarslied, / De boom is ijl en slaat met krampige vingers uit, / Of is een doodse stille slaper op het veld, / Maar is de harp van wind die laag en hoog / Zijn leven door het bos jaagt en dan lang / Een zelfde deun kan kiezen waar èn dag èn nacht / Vervuld mee zijn, het is een nieuw lied als / De dwaler ’t bos betreedt, het is hetzelfde dat / Hij achterlaat bij ’t heengaan en nog uren hoort / Hij ’t in de droom, de oude takken neuriën / ’t Lied der eentonigheid, – het komen, komen tot / De lente stroomt en zet al ’t hout in bloei.

Nine van der Schaaf (1882 – 1973)

Uit: Naar het onzichtbare, Mees Santpoort, 1929

Odilon Redon’s obsessie: de duistere wereld van het onbestemde

odilon redon 5

odilon redon 4

Odilon Redon (1840 – 1916, Frans) mag je in één adem noemen met James Ensor (1860 – 1946, Belgisch). Dat heeft te maken met het symbolisme, dat beiden in hun kunstwerken lieten zien. Redon en Ensor schetsten hun droomwereld en vermengden bewust in hun werk de zintuigelijke prikkels. Het werk was bedoeld voor ogen, oren en het hart.

odilon redon 3

Redon zocht zijn heil in de ongebreidelde fantasie en in hallucinaties. ‘Alles komt voort’, schrijft hij, ‘uit de onderworpenheid en het onbewuste.’ De Fransman werd geobsedeerd door ‘de duistere wereld van het onbestemde’.

Ensor en Redon vertolkten in verschillende technieken (ets, litho, gravure, tekening, pastel) vreemde visoenen en dromen waarin de mens wordt vervormd. Dat riep uiteenlopende reacties op: de dichter/schrijver J.K. Huysmans bewonderde Redon: ‘hij schijnt te hebben gemediteerd over het troostrijke aforisme van Edgar Allen Poe: alle zekerheid ligt in de dromen.’

Ook dichter en criticus Stéphane Mallarmé kende het werk van de Fransman en was er enthousiast over: ‘U roert in onze stilten het gevederte van de droom en de nacht. Alles boeit mij en in de eerste plaats hetgeen voortkomt uit uw eigen dromen. De fantasie heeft diepten die overeenkomen met bepaalde zwarten, lithograaf en demon, en u weet het, Redon, ik ben jaloers op uw onderschriften.’

Uit: Meesters der prentkunst in de 20-ste eeuw – Adhémar en Cogniat, Gaade Den Haag, 1964

Balmont onthult: het geheim van het leven

Het geheim van het leven

Hoe de eeuwige jeugd na te streven, / Vroeg ik ooit aan de dartele Wind. / En de Wind heeft mij antwoord gegeven: / ‘Wees dan luchtig, als rook die verzwindt!’

Waarin ligt het geheim van het leven, / Vroeg ‘k de Zee met haar machtig geruis. / En de Zee heeft mij antwoord gegeven: / ‘Wees als ik, wees welluidend en bruis!’

En ik vroeg aan de Zon hoog verheven, / Hoe ik licht als de morgen kon zijn. / En de Zon heeft geen antwoord gegeven, / Maar mijn ziel hoorde duidelijk: ‘Schijn!’

1901

konstantin_balmont

Konstantin Balmont (1867 – 1942), zoon van een adellijke grootgrondbezitter. Studeerde rechten aan de Moskouse universiteit, werd wegens opruiing verwijderd.Wegbereider van het symbolisme met het werk dat tussen 1898 en 1903 verscheen. Begroette de revolutie van 1905 zo enthousiast dat hij naar het buitenland moest vluchten. Woonde in Parijs en maakte een aantal wereldreizen. In 1913 keerde hij terug naar Rusland. Zijn dichtwerk was zeer geliefd, verscheen in Rusland tussen 1908 en 1913 in tien delen. Emigreerde na de Oktoberrevolutie naar Parijs, waar hij geestesziek werd en in grote armoede stierf.

Uit: Bloemlezing van de Russische poëzie – Marja Wiebes en Margriet Berg, Plantage Leiden, 1997

Ivanov: de proef

De proef

‘Wat is zaliger? Het glanzend / Bedgordijn van zinnelusten / Weg te schuiven – of na ’t stillen / Van de hartstocht, moe, de vale / Drempel weer te overschrijden?

Wat is zaliger? De teedre / Blik die noodt tot drieste streling – / Of de ogen van je liefste, / Die, vermoeid na ’t minnekozen, / Zonder vuur zijn, zonder smachten.’

Zo beproefde mijn verleider, / Eros, mij op sluwe wijze; / Ik, gelukkig door mijn liefste, / Wijsgeworden door haar liefde, / Wist zijn netten te ontwijken:

‘Het is beter, zoon van Venus, / In haar uitgedoofde blikken / Zonder hartstocht of verlangen, / Door een nieuwe vloed van kussen / ’t Vuur der passie te ontsteken…

Ach, ’t is beter weer te keren / Van de drempel der vervulling / Naar niet in te tomen lusten!..’ / Lachend reageerde Eros: / ‘Vriend, ga terug, je bent ze waardig!’

1904 

viacheslav_ivanovVjatsjeslav Ivanov (1866 – 1949), geboren in Moskou als zoon van een ambtenaar. Studeerde geschiedenis en klassieke talen in Moskou, Berlijn en Parijs. Zijn eerste gedichten verschenen in 1898. Reisde door Griekenland, Egypte en Palestina. Was onbetwist leider van de Petersburgse symbolisten. Beroemd waren de schrijversbijeenkomsten op woensdag in zijn huis, bijgenaamd ‘de toren’.

Vertrok in 1924 met een Sovjetdelegatie naar Italië en keerde nooit meer naar Rusland terug. Doceerde slavistiek aan verschillende Italiaanse en Vaticaanse instellingen.

Uit: Bloemlezing van de Russische poëzie – Marja Wiebes en Margriet Berg, Plantage Leiden, 1997

Sologoeb: aan de hemel staat Gods maantje

Aan de hemel staat Gods maantje

Aan de hemel staat Gods maantje. / Tegenslag. / Stiekem liet ik menig traantje / Deze dag.

Niemand blaft van de vriendinnen / Om mij heen. / ’t Is hier saai, niets te beginnen, / ‘k Ben alleen.

In de helverlichte straten / Is het kil, / Je hoort niemand lopen, praten, / ’t Is doodstil.

Bang voor wat er gaat gebeuren / Draaf ik rond, / Snuffelend naar vage geuren / Op de grond.

Nog is er geen stap te horen / In de straat. / Komt daar iemand, ‘k spits de oren: / Goed of kwaad?

In de kille manestralen / Barst ik uit. / En ik jank met lange halen / Bij de ruit.

Aan de hemel staat Gods maantje, / Kogelrond. / Wat een vreugdeloos bestaantje / Voor een hond.

Wordt toch wakker, leef bewuster, / Laat je gaan! / Blaf maar, blaf maar, lieve zuster, / Naar de maan!

1905

fyodor_sologub

Fjodor Sologoeb (1863 – 1927), zoon van een Peterburgse kleermaker en een boerenvrouw. Kreeg zijn opleiding aan het Peterburgse Pedagogische Instituut en werd eerst wiskundeleraar in de provincie, later in Petersburg.

Zijn eerste gedichten verschenen in 1884. Behoorde tot de oudere generatie symbolisten. In 1896 kwam zijn eerste roman uit. Zijn tweede roman Een kleine demon was een succes en deed hem besluiten het leraarschap op te geven.

Zijn laatste levensjaren waren tragisch. Hij werd ongelukkig van de bruutheid van de revolutie en het ontbreken van vrijheid. Daarom wilde hij de Sovjetunie verlaten, maar hij kreeg geen uitreisvisum.

Uit: Bloemlezing van de Russische poëzie – Marja Wiebes, Margriet Berg, Plantage Leiden, 1997

Nine van der Schaaf: van de metgezel

Van de metgezel

Hoe uit mijn schaduwenland / Te treden in zijn morgenland? / Ik heb veel vezels versponnen tot fijn dradenspel, / Ik heb de wind gebreideld en zijn bevende muziek opgevangen, / Ik heb mij in stilte bewogen in wouden met veel geruis, / Nu sta ik bevende aan de grens onzer landen, / Blind beweeg ik mij in het andere, / Blinde kolos kom ik struikelend hem naderbij, / In zijn fijne en wilde spelen word ik opgenomen, / Hij geleidt mij en speelt mijn ziel dronken, / Dat ik mijn wijsheid uitspreek in gebroken klanken. / Van hem komen de fijne pijlen door het ruim jagen, / Suizende elk als een vluchtige hartzang van zijn wil, / Hij is eindeloos meer dan mijn bedachtzaamheid, / Struikelend ga ik om zijn gang te begeleiden, / Wijl mijn gedachte, ijdele zwerver, / Eindeloos wijd zijn jonge leven omkruist.

Uit: Nederlandse dichteressen, Nel Noordzij, Bezige Bij, 1957

schaaftrijntjeTrijntje (Nine) van der Schaaf (1882 – 1973) onderwijzeres en schrijfster. Ze was een belangrijk vertegenwoordigster van de neo-romantiek en het symbolisme. Haar latere werk is realistischer, maar altijd met een sprookjesachtige, dromerige sfeer en doorspekt met haar jeugdherinneringen aan Friesland.

Nine van der Schaaf behoorde tot een opkomende generatie schrijfsters die een psychologisch, maar burgerlijk realisme aanhingen, waaronder Ina Boudier-BakkerTop Naeff en Marie Metz-Koning, die door sommige mannelijke tijdgenoten nogal laatdunkend schrijfsters van “damesromans” werden genoemd. Nine van der Schaaf was van deze op een hoop geveegde schrijfsters de literair meest onafhankelijke en minst burgerlijke vertegenwoordigster.

 

Uit de bloemlezing ook nog deze karakteristiek: ‘Haar innerlijke bewogenheid weet zij, door een onmiddellijke en sterke aanslag van het instrument van de taal, rechtstreeks in de ritmische spankracht van haar rijmloze verzen over te brengen en als een waterheldere stroom er doorheen te leiden. De wel eens te symbolische conceptie van deze gedichten wordt door de overtuigende natuurlijkheid, waarmee het losse spel der beelden onbelemmerd wordt voortgezet, voor verstarring behoed. (..) Een dichteres van bijzondere oorspronkelijkheid met een fors en frank taalvermogen.’

D.A.M. Binnendijk

 

Voorbijgaan: over vergankelijkheid

Over vergankelijkheid

Nog voel ik langs mijn wang hun adem strelen: / Hoe kan het zijn, dat die nabije dagen / Voorbij zijn, voor altijd voorbij, verdwenen?

Dat is een ding, dat niemand kan begrijpen / En veel te vreselijk vindt om te beklagen: / Dat alles moet verdwijnen en verglijden.

En dat mijn eigen ik, door niets geremd, / Vanuit een kind naar mij is voortgegleden / Dat me als een hond zo stom lijkt en zo vreemd.

En: dat ik al bestond voor honderd jaar, / Dat mijn voorouders in hun dodenkleden / Aan mij verwant zijn als mijn eigen haar

Zo één met mij zijn als mijn eigen haar.

datum onbekend, Hugo von Hofmannsthal, Oostenrijks

ongepubliceerd tot: De mooiste van de hele wereld, Koens Stasijns, Ivo van Strijtem, Lannoo, Atlas, 2000, vertaling Erik Derycke

von-hofmannsthal

Hugo Laurenz August Hofmann Edler von Hofmannsthal (1874 — 1929) Oostenrijks schrijver, op het eind van het symbolisme, en medeoprichter van de Salzburger Festspiele; werkte met Richard Strauss samen.

Jan Toorop, gevoelig voor invloeden, drukte zich uit in vormen en technieken

Jan Toorop (1858 – 1928) bracht zijn jeugd door op Java. In 1892 verhuisde hij naar Nederland en volgde een cursus tekenen in Delft. Voorts studeerde hij aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam (1880-1882) en aan de Ecole des Arts Décoratifs te Brussel (1882-1885). In Brussel raakte hij vanaf 1884 betrokken bij Les XX.
Toorop was gevoelig voor invloeden; daarvan getuigt de grote verscheidenheid aan uitdrukkingsvormen en technieken. Zo ontwikkelde hij zich via het realisme, impressionisme en post-impressionisme na 1890 in een symbolistische richting. Daarbij putte hij uit literaire en muzikale bronnen en uit verre culturen. In zijn tamelijk ondoorgrondelijke symboliek speelde het beeld van de vrouw een belangrijke rol.
Zijn tekeningen en litho’s worden gekenmerkt door het vloeiende lineaire van de Art Nouveau (slaoliestijl).
In 1905 bekeert hij zich tot het katholicisme, waarna hij bijna uitsluitend religieuze onderwerpen en portretten schilderde in een wat meer geometrische stijl.

Bron: Schilderijen Site