Eriek Verpale: innamorati

Innamorati

Hoe één mens zo soms / van een ander, en dat maar eens. / Hoe iemand in zijn leven van altijd / maar één vrouw, van haar. / Hoe ik, oud, van jou dus.

Hoe een man van geen andere vrouw / dit verdragen kan: een rimpel al, / kwaaltjes, zelfs de muren / van een andere man. En dat je / kunt weggaan, doodgaan, opgaan / in rook, zo simpel. Maar het niet doet. / Er woedt nog oorlog.

Want hoe een mens in zijn leven / maar één keer. Hoe een man van / altijd maar één vrouw het meisje, / de poppetjes in haar ogen, het haar / op haar benen en in volle zomer / toch snipverkouden.

Hoe ik, trage dwaas, / juist dààrom. En in al mijn winters.

eriek verpale, wikipedia.orgDe jiddische grootmoeder Zulma, die de jonge Eriek onder haar hoede nam en hem leerde lezen en wegwijs maakte in de joodse cultuur.

foto: Michiel Hendrickx; bron foto: wikipedia.org

Eriek Verpale (1952-2015, Zelzate, België)

Tom Lanoye: MAXIMAAL

Maximaal

Geen reden geen verhaal, waarvoor / ik naar de bron van spreken boor, / dan om in het koeweit van mijn taal, / finaal! totaal! banaal!

te delven naar de spankracht / van je lijf, zoals dat nacht na nacht / anaal! radicaal! helemaal! / verbeelding tart, en moeheid van metaal

naast zich legt in mijn persoon, / en dan daarna, gewoon! ten toon! / unknown!, de ogen sluit als armen / en besluit mij slapend te verwarmen

Geen reden geen verhaal, dan om jou / te besluipen te bezingen. Opdat je zou / blijven, en opdat je blijven zou. Doordat / er iemand van jou schrijven zou:

‘Mijn maxi-, maxi-, mijn gemaal. / Mijn mannenmaat, mijn prins der / dingen. Mijn hartslag uit die tijd

toen mensen dieren / met hun handen vingen.’

tom lanoye, twitter

bron foto: twitter-account TL

Tom Lanoye (1958, Belgisch)

Uit: Hanestaart, Prometheus Amsterdam, 1989

Bertolt Brecht: Entdeckung an einer jungen Frau

Entdeckung an einer jungen Frau

Des Morgens nüchterner Abschied, eine Frau / Kühl zwischen Tür und Angel, kühl besehn. / Da sah ich: eine Strähn in ihrem Haar war grau / Ich konnt mich nicht entschliessen mehr zu gehn.

Stumm nahm ich ihre Brust, und als sie fragte / Warum ich Nachtgast nach Verlauf der Nacht / Nicht gehen wolle, denn so war’s gedacht / Sah ich sie unumwunden an und sagte:

Ist’s nur noch eine Nacht, will ich noch bleiben / Doch nütze deine Zeit: das ist das Schlimme / dass du so zwischen Tür und Angel stehst.

Und lass uns die Gespräche rascher treiben / Denn wir vergassen ganz, dass du vergehst. / Und es verschlug Begierde mir die Stimme.

Ontdekking bij een jonge vrouw

’s Ochtends het nuchtere afscheid, een vrouw, / koel, haastig op de drempel, koel bekeken. / Toen zag ik: een lok in haar haar was grijs, / ik kon niet meer besluiten om te gaan.

Zwijgend nam ik haar borst, en toen ze vroeg / waarom ik, nachtgast, na het verstrijken van de nacht / niet wilde gaan, want zo was het bedoeld, / keek ik haar onomwonden aan en zei:

Is het nog maar één nacht, dan wil ik nog blijven, / maar verspil geen tijd; dat is het erge, / dat je hier zo haastig op de drempel staat.

En laten we onze gesprekken sneller voeren, / want we vergaten helemaal dat je vergaat. / En van begeerte sloeg mijn stem over.

TH_Alienation Effect_Brecht glassesBertolt Brecht (1898 – 1956)

Uit: Gesammelte Werke, Band 4, Suhrkamp Frankfurt am Main, 1967