Tolstoj over Toergenjev volgens Karel van het Reve

Ongeveer een jaar na Toergenjevs dood heeft zijn leerling Tolstoj in een brief getracht een karakteristiek te geven van de man, van wie hij veel geleerd had, die hem in het Westen beroemd gemaakt had en met wie hij het persoonlijk nooit goed had kunnen vinden – het was zelfs een keer bijna tot een duel gekomen. Er zijn drie factoren, schreef Tolstoj, die in een geschrift van belang zijn: wie aan het woord is, hoe hij spreekt, goed of slecht, en: of hij oprecht is. Toergenjev was volgens Tolstoj iemand die op zeldzame wijze deze drie dingen verenigde. Verder, zegt Tolstoj – en men kan de nu volgende formulering niet anders dan gelukkig noemen – vindt men bij Toergenjev drie dingen: geloof in de schoonheid, in vrouwenliefde, in kunst, twijfel aan deze dingen en twijfel aan alles, en, tenslotte, een beschaamd, zich zelden helemaal uitsprekend, ongeformuleerd geloof in het goede.

Uit: Arnon Grunberg leest Karel van het Reve, Muntinga Amsterdam, 2004

Tolstoj (1828-1910, Yasnaya Polyana, Rusland)

Toergenjev (1818-1883, Orjol, Rusland)

Karel van het Reve, groene.nlbron foto: groene.nl

Karel van het Reve (1921-1999, Amsterdam)

Igor Pjörrt: okeren schaduw

pjörrt, igor, betelgeusepjörrt, igor, betelgeuse3pjörrt, igor, betelgeuse5

De jonge Portugese fotograaf Igor Pjörrt (geboren op het eiland Madeira, Azoren) zoekt zijn onderwerpen niet ver van huis. Het zijn intieme portretten van vrienden en familie. ‘De mensen van wie ik houd’, aldus de fotograaf. Zijn foto’s tonen de jeugd, het zoeken naar identiteit, veiligheid, volwassen worden, verveling en eenzaamheid. Pjörrt heeft daarbij een voorkeur voor warme kleuren, zoals de okere gloed die bijgaande foto’s tonen. De Portugees geeft met zijn foto’s beeld aan twijfel, angst en rebellie waarmee deze jeugd zegt te kampen. ‘We zijn idealistisch, geïnformeerd en ongeduldig’, laat de jonge fotograaf weten. Ondertussen studeert hij film in Londen omdat zijn foto’s al de filmische blik lieten zien.

pjörrt, igor, betelgeuse2pjörrt, igor, betelgeuse4pjörrt, igor, betelgeuse6

Rebel Michail Lermontov onderzoekt het fatalisme

Michail Lermontov (1814 – 1841) was een bleekneusje. Als kind vaak ziek. Omdat zijn moeder op drie-jarige leeftijd stierf, werd hij grootgebracht door zijn oma. Hij verbleef tijdens zijn jeugd vaak in kuuroorden en pas na zijn gang naar Moskou, om er te studeren,  begon hij met schrijven en dichten. Lermontov had een afkeer van de manier waarop de tsaren het volk onderdrukten. Conflicten met het hof en de autoriteiten bleven niet uit.

Na zijn studietijd schreef hij zich in bij het leger om daarmee in de voetsporen van zijn vader te treden, die legerkapitein was. Zijn ervaringen in het leger diende als stof voor verhalen, zoals De Fatalist. In dit verhaal onderzoekt Lermontov het fatalisme en gebruikt daarbij de Russische roulette.

fatalistDe ik-figuur is een legerofficier, die een hekel heeft aan het lege vermaak waarmee de officieren hun tijd doden. Tot op een avond er een discussie ontstaat over bijgeloof en het lot van de mens.

… als er werkelijk voorbeschikking bestaat, waarom hebben we dan een vrije wil en verstand gekregen?, vraagt één van de officieren zich af.

Een Servische officier genaamd Woelitsj wil een weddenschap aangaan. Hij wil bewijzen dat de mens zelfstandig over zijn leven kan beschikken dan wel aantonen dat de noodlottige minuut voor ieder van ons van tevoren vaststaat. Hij gebruikt daarvoor een geladen pistool en zet die op zijn voorhoofd. Woelitsj vraagt of iemand een kaart uit het kaartspel wil pakken en wil opgooien. Die kaart is hartenaas. Toen de kaart op tafel viel, haalde de Serviër de trekker over.

Het schot ketste! ‘Goddank!’ riep bijna iedereen, ‘het is niet geladen…’ ‘We zullen zien,’ zei Woelitsj; hij mikte op de pet die boven het raam hing en haalde opnieuw de trekker over; er klonk een schot en kruitdamp vulde de kamer; toen de damp was opgetrokken, haalden ze de pet van de muur; precies in het midden zat een gat en de kogel was diep in de muur gedrongen.

Een minuut of drie kon niemand een woord uitbrengen. Woelitsj streek doodkalm zijn goudstukken op.

(..)

‘U bent gelukkig in het spel!’ zei ik tegen Woelitsj. ‘Voor de eerste keer in mijn leven,’ antwoordde hij met een voldaan glimlachje. (..) ‘En? Gelooft u nu een beetje aan voorbeschikking?’

‘Dat wel, maar ik begrijp alleen niet waarom ik dacht dat u onherroepelijk zou sterven…’

Voor de ik-figuur is deze gebeurtenis van blijvende invloed.

Als kind was ik een dromer. Ik hield van het afwisselend spel van sombere, gelukkige taferelen die in mijn rusteloze, onverzadigbare verbeelding opkwamen. Maar wat was daarvan overgebleven? – alleen een gevoel van vermoeienis  als na een nachtelijke veldslag met een spookverschijning, alleen een troebele herinnering vol zelfbeklag.

(..) ik had als stelregel, niets absoluut te verwerpen en nergens blind in te geloven.

Zijn uiteindelijke conclusie na het gebeurde:

Ik geef er de voorkeur aan om overal aan te twijfelen; die neiging behoeft een mens overigens niet minder resoluut te maken; integendeel, – wat mijzelf betreft, ik ga altijd ergens met meer moed op af, als ik niet weet wat me te wachten staat. Iets ergers dan de dood kan er echt niet gebeuren – en de dood is onvermijdelijk.

1840

Uit: De Fatalist – Michail Lermontov, vertaling J. van der Eng