‘Klimaatprobleem: samen aanpakken’

helen macdonaldbron beeld: theguardian.com

De Britse schrijfster, geschiedkundige en natuuronderzoeker Helen Macdonald (1970) bundelde haar natuuressays onder de titel Schemervluchten. De bundel biedt natuurobservaties die gekoppeld worden aan kwesties als menselijkheid en verlies. Vanzelfsprekend komt dan ook de klimaatverandering aan de orde. Dit schrijf ik omdat op dit moment in Egypte wereldwijd onderhandeld wordt over hoe het verder moet met ons klimaat.

Macdonald schrijft over hoe belangrijk het is niet alleen op persoonlijk niveau iets te doen aan klimaatverandering, maar dat het vooral ook een gezamenlijk doel is.

Het is voor ons lastig te begrijpen dat dingen die volgens onze opvoeding niet met elkaar in verband staan of die slechts incidenteel iets te maken lijken te hebben met het functioneren van de samenleving – zoals de landbouwproductie, voedseldistributie, internationale handelsverdragen, mondiale bedrijfscultuur en talloze andere zaken – misschien wel de oorzakelijke symtomen van het klimaatprobleem zijn. Ons tijdsgewricht heeft ons zodanig geconditioneerd dat we bepaalde vormen van problemen en oplossingen links laten liggen omdat ze niet stroken met de manier waarop we geleerd hebben om over onze samenleving te denken. Ons is aangepraat dat het mogelijk is de wereld te veranderen vanuit de supermarkt; dat we heel kleinschalig te werk moeten gaan om op grote schaal veranderingen teweeg te brengen; we moeten andere lampen gebruiken, dieselauto’s en plastic rietjes in de ban doen. Maar soms ligt het niet aan jou. Soms ligt de schuld bij de wereld. Verzet en de dingen anders aanpakken zijn collectieve handelingen, geen individuele. Een grootschalig, goed gecoördineerd maatschappelijk offensief hebben we nodig, daar moeten we rap mee aan de slag.

uit: symptomatisch; uit: Schemervluchten, Bezige Bij Amsterdam, 2021; vertaling Nico Groen en Joris Vermeulen

Helen Macdonald (1970, Surrey, UK)

James ‘Jim’ Morrison schilderde een tastbaar verfijnd landschap

james morrison; landschap2james morrison; landschap4Approaching StormJames ‘Jim’ Morrison (1932-2020, Schot) werd geboren in Glasgow, studeerde van 1950 tot 1954 aan de Glasgow School of Art. Belangrijk voor zijn ontwikkeling was het vissersdorp Catterline. Hij kwam er voor het eerst in 1955 en vestigde zich er in 1957. Op de Duncan of Jordanstone College of Art in Dundee gaf hij les. Vanaf 1965 verhuisde hij naar Montrose. Daar zou hij meer dan 60 jaar landschappen schilderen. Landschappen die grof en rauw opgezet werden (met penne- en verfstrepen) en die bijna tastbaar lijken. Je zou er in willen stappen. De verfijnde toets kwam later. Hoewel Montrose een onuitputtelijke bron bleek, reisde Morrison veel en vaak. Hij bezocht de Schotse westkust, Skye, Mull, the Borders, Arisaig, Parijs en andere plekken in Frakkrijk. Vanaf 1990 trok het arctisch gebied zijn aandacht. Ook dat landschap werd door de Schot op doek gezet.

Morrison was een begaafd spreker. Hij werd in de UK bekend vanwege zijn optredens op radio en tv.

james morrison; landschapjames morrison; landschap3james morrison; landschap5

Jan Morris: ‘de wereld is een soort show, een tragikomedie’

jan morris; theguardian.combron beeld: theguardian.com

De Britse reisjournaliste, historicus en schrijfster Jan Morris (1926-2020) probeerde eens uit te leggen wat de essentie van al dat reizen was:

Er zijn reizigers die volhouden dat het wezenlijke doel van het zich rond de wereld verplaatsen is om eens in andermans schoenen te staan om, voor zover mogelijk, te ervaren hoe Fransen, Israeli’s of Japanners leven, eten wat zij eten, kopen wat zij kopen, zelfs je in hun gedachtengang te verplaatsen. Ik niet. Niets kan van mij een shogun maken, zeker niet tien dagen in een motel in Yokohama; geleerden die tijdens hun gehele wetenschappelijke carrière bezig zijn geweest met het bestuderen van de Baskische manier van denken, kunnen er nog steeds geen touw aan vastknopen. In mijn opvatting is het veel beter om de grote wijde wereld te beschouwen als een soort show, een tragikomedie die men zo vriendelijk is geweest voor mij op te voeren. Door deze benadering is niemand beledigd. De meeste mensen houden ervan bekeken te worden.

uit: pleasures of a tangled life, Vintage Books Londen, 1989; vertaling C.M. Botje-Zoetmulder

Camp in de filmhistorie: 4 voorbeelden

Films die zo overdonderend zijn in hun visuele aanpak; decors, aankleding en stylistische overdrijvingen dat er geen ruimte meer is voor een fatsoenlijk verhaal, laat staan voor een plot. Ik heb het over vier voorbeelden van wat we ‘camp’ zijn gaan noemen. ‘Camp is het onttronen van het serieuze. Camp vereist een nieuwe houding tegenover het serieuze’, aldus Susan Sontag, publiciste en essayiste, die zich vaak uitliet over de betekenis van audiovisuele middelen als film en fotografie. Camp is een stijlvorm die soms voorbeelden voortbrengt die wat langer blijven hangen, juist vanwege die visuele weelde. Camp bestaat al wat langer in de filmindustrie. Soms bedoeld, vaker onbedoeld. Meestal is de maker serieus bezig geweest met het scheppen van een film die indruk moest gaan maken. In sommige gevallen lukte dat en werden de films klassiekers.

De voorbeelden:

A Midsummer Night’s Dream (Max Reinhardt and William Dieterle, 1935)

The Tales of Hoffmann (Michael Powell and Emeric Pressburger, 1951)

Modesty Blaise (Joseph Losey, 1966)

Bram Stoker’s Dracula (Francis Ford Coppola, 1992)

Jonathan Raban reist over de Mississippi

Zij is net zo groot en onmetelijk als de hemel zelf. Aan haar oppervlak, dat zich kilometers ver uitstrekt naar de andere oever, kun je de ronding van de aarde zien. In de ondergaande zon heeft het water de kleur van onrijpe perziken. Er staat geen wind. Zandbanken en beboste eilandjes staan kaarsrecht op hun weerspiegeling in het water. De enige tekenen van beweging op het water zijn de lichte lijnen die evenwijdig over het water lopen als de krassen van een diamant op een vensterruit. In het midden van de rivier liggen fragiele flarden nevel te dampen die het licht temperen zodat je bijna je hand uit zou kunnen steken en handenvol van die dikke lucht vastpakken.

Een vis springt op uit het water. De rivier spat heel even uiteen en wordt dan weer spiegelglad. Het bos dat de rivier omrandt is een lange, rond lopende veeg houtskool. Je zou het kunnen tekenen door met je duim langs de bovenkant van het water te gaan en de donkere pijnbomen en zwarte veengrond erin te wrijven, en zo nu en dan even een stukje over te slaan voor een bleek stadje van geschilderde houten huizen die van een heuvel af komen tuimelen. Ergens op het schilderij komt ook nog het scherp afgetekende silhouet van een visser uit het stadje voor, die in zijn boomstamkano tussen de eilandjes drijft, een volmaakt solitaire gestalte die zijn hengel uitwerpt in de laatste stralen van de zon.

Zij wordt de Mississippi genoemd, maar zij is meer een denkbeeldige rivier dan een echte.

uit: de Mississippi, een Amerikaanse reis – Jonathan Raban, Atlas Amsterdam, 2002; vertaling Anneke Klootwijk

jonathan raban; seattlepi.combron beeld: seattlepi.com

Jonathan Raban (1942, Hempton, UK)

Darwin zag reizen als levensles

darwin; wallpapertops.combron beeld: wallpapertops.com

Wetenschapper en evolutie-bedenker Charles Darwin (1809-1882) is bekend geworden met zijn expedities. Tussen 1831 en 1836 ging hij op een expeditie die de wereld zou veranderen. Na terugkomst keek hij terug en sprak over zijn ervaringen. Hij zag reizen als een mogelijkheid levenslessen op te doen.

Ik heb echter te veel genoten van mijn reis om niet elke natuuronderzoeker (hoewel hij niet mag verwachten in zijn reisgenoten zo gelukkig te zijn als ik) aan te raden elke kans waar te nemen en zo mogelijk over land te gaan reizen, en anders een lange zeereis te ondernemen. Hij kan er zeker van zijn geen moeilijkheden of gevaren te ondervinden (afgezien van zeldzame gevallen), in elk geval minder erg dan hij tevoren verwachtte. Wat de moraal betreft: het gevolg zal zijn dat hij opgeruimdheid leert paren aan geduld, dat hij zich bevrijdt van zelfzucht, dat hij zelfstandig leert handelen en van alles het beste leert maken, kortom: dat hij een tevreden mens wordt. Het is goed als hij gaat delen in de karakteristieke eigenschappen van zeelieden. Ook moet reizen hem wantrouwen leren, maar tegelijkertijd zal hij ontdekken hoeveel oprecht welwillende mensen er zijn met wie hij nooit eerder contact had en ook later nooit meer zal hebben, maar die desondanks bereid zijn hem op onbaatzuchtige wijze te helpen.

beagle; pinterest.comDe Beagle, het schip waarmee Darwin op expeditie ging; bron beeld: pinterest.com

uit: de reis van de Beagle, Contact Amsterdam, 1996; vertaling Tinke Davids

Charles Darwin (1809-1882, Shrewsbury, UK)

Beckford en de gebr. De Goncourt over die vissige Hollanders

william beckford; moisteirobatalha.gov.ptbron beeld: moisteirobatalha.gov.pt

De Engelsman William Beckford (1760-1844) was zoon van een suikermagnaat en stak op twintigjarige leeftijd het kanaal over om Europa te verkennen. Het is 1780. Einddoel van de reis is Italië. De tussenstop: Nederland. Beckford brengt een bezoek aan de tuinen van Griffier Fagel.

Iedere bloem die voor geld te koop is verspreidt haar geur te ener zijde, terwijl iedere stank die een gracht ook maar kan uitwasemen, te ander zijde de lucht vergiftigt. Deze trage poelen verzetten zich krachtig tegen iedere poging van de Verenigde Porvincieën om ze uit te roeien en stinken er dus vrijelijk op los. Maar misschien ben ik nu te boud in mijn beweringen, want ik heb geen recht van spreken over wat voor poging dan ook om deze schadelijke poelen te zuiveren. En wie weet of hun geur misschien wel niet heel goed past bij de Nederlandse constitutie. Men zou tot deze veronderstelling neigen door het grote aantal eetgelegenheden en huizen van plezier dat er direct boven hangt en erop berekend lijkt er extra van te genieten. Als er in dit land kikkers in de regering zitten (en ik kan me moeilijk voorstellen dat dat niet het geval is) dan zou je niet verbaasd zijn over deze keuze. Van zulke burgemeesters zou je verwachten dat ze hun paviljoenen op zo’n locatie bouwden. Maar ik ben, uitendelijk niet hoogst verbaasd over de vissige omgeving, aangezien er maar weinig autoriteit voor nodig zou zijn me ervan te overtuigen dat er een periode was dat Nederland geheel water was en de voorouders van de huidige bewoners vissen waren. Een zekere oesterachtigheid van blik en weekheid in het voorkomen zijn bijna voldoende bewijs voor deze waterige afkomst: en vertelt u me alstublieft eens om wat voor andere redenen de Hollanders zich begraven in zulke wijde broeken dan om een spartelende staart op te schorten en alzo doende mismaaktheid van hun dolfijnachtige uiteinde te verbergen?

uit: een dromer op reis – William Beckford, Contact Amsterdam, 1991; vertaling Gerlof Janzen

gebr. de goncourt; decorrespondent.nlbron beeld: decorrespondent.nl

De Franse gebroeders Edmond (1822-1896) en Jules (1830-1870) de Goncourt speelden in het negentiende eeuwse Parijs een hoofdrol in het literaire leven. Zo nu en dan gingen ze op reis. In 1861 naar Nederland. Dat was geen onverdeeld genoegen blijkt:

Een land waar alles in orde, samenhangend, onontkoombaar en logisch is. De mannen en vrouwen zijn er lelijk, niet op een menselijke manier, maar als vissen, met visseogen en vissekoppen, een gelaatskleur van gedroogde vis, en ze hebben iets van zeerobben en kikkers; ze lijken ook wel op die grof geschetste figuren, die ruzie staan te maken op de achtergrond van een schilderij van Ostade. Een land dat uit water tevoorschijn is gekomen, dat echt gebouwd is, een land dat voor anker ligt; een waterige lucht, zonlicht dat gefilterd lijkt door een met zout water gevulde karaf; huizen die eruit zien als schepen, daken die lijken op de achterstevens van oude galeien; trappen die eigenlijk ladders zijn, wagons die aan kajuiten doen denken, danszalen als tussendekken. Een bleek en koud ras, mensen met een karakter geduldig als het water, levens vlak als kanalen; het vlees is er waterig.

Holland lijkt wel het paradijs zoals het is teruggevonden door de bevers uit de ark van Noach. Een land dat voor anker ligt, bevers in een kaas – dat is Holland.

uit: dagboek – Edmond en Jules de Goncourt, Arbeiderspers Amsterdam, 1985; vertaling Leo van Maris

Bijna iedere dag muziek: Nick Hornby

Nick Hornby Credit Parisa Taghizadeh ;theartdesk.comfoto: Parisa Taghizadeh; bron beeld: theartdesk.com

Wie? Nick Hornby? Nick Hornby (1957, Redhill, UK) is een fameus Brits schrijver en jaargenoot. Hij schreef een aantal moderne klassiekers als: High Fidelty, Een Jongen en Funny Girl. In die boeken ruim aandacht voor de gefrustreerde, obessieve alleenstaande man. Mannen met interesses voor muziek en sport. Dat beschrijven van zijn personages doet hij met humor. De meeste boeken lenen zich uitstekend voor verfilmingen en dat zijn ze dan ook.

Muziek en sport zijn toevalligerwijs ook de intesses van Hornby zelf. Hij heeft veel en vaak geschreven over de popmuziek en dat maakte hem een soort literaire deskundige op dit gebied. In zijn romans vindt je vaak muziek terug. Niet vreemd dat er van Hornby’s voorkeuren ook een Spotify playlist bestaat. De bijgaande link verwijst daarna. Speciale aandacht vraag ik voor de vrouwen op deze lijst.

https://spoti.fi/377Z0X0

(knip en plak in uw browser als de link niet direct werkt)

Helen Macdonald wordt blij van complexe dingen

helen macdonald;Schrijfster en wetenschapshistoricus Helen Macdonald met havik. Haar boek De H van havik werd wereldwijd een bestseller. bron beeld: wbur.org

De Britse schrijfster en wetenschapshistoricus Helen Macdonald (1970) schrijft het liefst over de haar omringende natuur.

Dankzij mijn werk als wetenschapshistoricus heb ik geleerd dat we de natuurlijke omgeving altijd, onbewust, onvermijdelijk, als een spiegel van onszelf beschouwen, een die onze eigen wereldvisie en onze eigen behoeften, gedachten en hoop reflecteert.

In de dit jaar in een vertaling uitgebrachte verzameling essays onder de titel Schemervluchten bevraagt en onderzoekt ze, volgens eigen zeggen, dat soort menselijke projecties en veronderstellingen.

Voor alles hoop ik dat mijn werk gaat over iets wat voor mij  van het allergrootste belang is in ons hier en nu: manieren vinden om verschillen te herkennen en te koesteren. Proberen te kijken door ogen die niet de jouwe zijn. Te begrijpen dat jouw wereldvisie niet de enige is. Je af te vragen wat het zou kunnen betekenen om te houden van mensen die anders zijn dan jij. Blij te worden van de complexiteit van veel dingen.

Zij breekt in haar inleiding van dit boek, een lans voor de wetenschap en wetenschappers, die tijdens de Covid-19 pandemie in het verdomhoekje terecht zijn gekomen.

Wetenschappers doen iets wat ik schrijvers graag vaker zou zien doen: ons tonen dat we in een heerlijk gecompliceerde wereld leven die niet alleen om ons draait. De wereld is niet alleen van ons. Dat is ook nooit zo geweest.

Schrijvers hebben in de ogen van Macdonald een belangrijke taak:

Literatuur kan ons iets leren over alles van waarde op aarde. … We moeten communiceren over de waarde van bepaalde zaken, zodat misschien meer mensen zich in de strijd werpen voor het behoud ervan.

In Schemervluchten doet zij een indrukwekkende poging om aan haar eigen oproep te voldoen. Daarover later op deze plek meer.

uit: schemervluchten, Bezige Bij Amsterdam, 2021

Helen Macdonald (1970, UK)

Verdriet is het ding met veren, aldus Max Porter

Max Porter (1981, High Wycombe, UK) was boekverkoper en een goede. Hij won er een prijs mee. Prijzen kreeg hij ook toen hij besloot zelf te gaan schrijven. Hij schreef korte verhalen, poëzie en non-fictie voordat hij aan de roman begon. Verdriet is het ding met veren was zijn eerste in Nederland vertaalde roman. De hoofdpersoon verliest zijn dierbare vrouw en blijft met kinderen achter.

Ik voelde me als de Aarde op die indrukwekkende afbeelding van de planeet omringd door een brede gordel van ruimteschroot. Ik had het idee dat het nog jaren zou duren voor de strak aangesnoerde droom van andermans rouwbeklag over de dood van mijn vrouw me weer speling zou geven om iets van het zwarte heelal te zien, en vanzelfsprekend – overbodig het te zeggen – bezorgde dit soort gedachten me een schuldgevoel. Maar, bedacht ik, te eigener verdediging, alles is anders geworden, en zij is weg en ik mag denken wat ik wil. Zij zou het met me eens zijn, want we waren altijd superkritisch, cynisch, net per se loyaal, trokken altijd alles in twijfel. Na etentjes fileerden we achteraf samen alles en iedereen, goed bedoeld natuurlijk.

Hypocrieten. Vrienden.

De bel ging opnieuw.

Ik liep de beloperde trap af naar het koude halletje en opende de voordeur.

Er waren geen straatlantaarns, vuilnisbakken of stoeptegels. Geen gestalte of licht, geen enkele vorm, alleen een stank.

Er was een knal en een zwiep en ik werd achterovergesmakt, omvergeblazen, op de drempel. De voorhal was aardedonker en ijskoud en ik dacht: wat is dit voor wereld, dat ik nu vanavond in mijn eigen huis word overvallen? En toen dacht ik: wat maakt het ook eigenlijk uit? En ik dacht: maak alsjeblieft de jongens niet wakker, ze hebben hun slaap nodig. Ik geef je mijn laatste cent, als je de jongens maar niet wakker maakt.

Ik deed mijn ogen open en het was nog steeds donker en alles knisperde en ritselde.

Veren.

uit: verdriet is het ding met veren, Bezige Bij Amsterdam, 2016

porter, max, thetimes.co.ukbron beeld: thetimes.co.uk

Max Porter (1981, High Wycombe, UK)